Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Artikel 8:217 BW – Rangorde van bevoorrechte vorderingen op zeeschepen

Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer › Titel 3. Het zeeschip en de zaken aan boord daarvan › Afdeling 3. Voorrechten op zeeschepen · niet-officieel opschrift

1Boven alle andere vorderingen, waaraan bij deze of enige andere wet een voorrecht is toegekend, doch na de bevoorrechte vorderingen genoemd in artikel 211 , na de hypothecaire vorderingen, na de vorderingen genoemd in de artikelen 222 en 832 en na de vordering van de pandhouder, zijn op een zeeschip, waaronder voor de toepassing van dit artikel niet is te verstaan een zeeschip in aanbouw, bij voorrang verhaalbaar:

a. de vorderingen, die voortvloeien uit rechtshandelingen, die de reder of een rompbevrachter binden en die rechtstreeks strekken tot het in bedrijf brengen of houden van het schip, alsmede de vorderingen die tegen een uit hoofde van artikel 461 gelezen met artikel 462 of artikel 943 gelezen met artikel 944 als vervoerder aangemerkte persoon kunnen worden geldend gemaakt. Onder rechtshandeling is hier het in ontvangst nemen van een verklaring begrepen;

b. de vorderingen, die uit hoofde van afdeling 1 van titel 6 op de reder rusten;

c. de vorderingen, genoemd in artikel 752 voor zover zij op de reder rusten.

2De in het eerste lid genoemde vorderingen staan in rang gelijk en worden ponds-pondsgewijs betaald.
3De artikelen 212 , 214 onder a en 216 zijn op de in het eerste lid genoemde vorderingen van toepassing. Op de vorderingen die in het eerste lid onder b worden genoemd, is ook artikel 215 van toepassing.
4Artikel 283 van Boek 3 is niet van toepassing.

Officiële bron: wetten.overheid.nl · Volledige tekst · Inhoudsopgave

Rechtspraak over Artikel 8:217 BW

1

Verwijzingen in dit artikel

12

Artikelen die naar dit artikel verwijzen

2

Andere artikelen in dit onderdeel

Tekst volgens de officiële bron. Alleen de officiële bekendmaking is rechtsgeldig.