Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Provinciedecreet

In het kort

Dit decreet regelt de werking van de provincies in het Vlaamse Gewest, hun taken en de samenstelling en organisatie van de provincieraad. Het doel is bij te dragen aan het welzijn van burgers en de duurzame ontwikkeling op provinciaal niveau.

Wat het reguleert

  • De rol van provincies als intermediair beleidsniveau tussen Vlaams en gemeentelijk niveau.
  • De bevoegdheden van provincies, waaronder bovenlokale taakbehartiging en ondersteunende taken.
  • De samenstelling en verkiezing van de provincieraad.
  • De installatie en eedaflegging van provincieraadsleden en de verkiezing van de voorzitter.

Wie het betreft

  • Alle provincies van het Vlaamse Gewest.
  • De inwoners van de provincies, die vertegenwoordigd worden door de provincieraad.

Kernpunten

  • Provincies zijn bevoegd voor provinciale belangen, waaronder bovenlokale taken die lokaal gemeentelijk belang overstijgen en streekgericht zijn.
  • De provincieraad vertegenwoordigt de bevolking en bestaat uit 75 leden in provincies met minder dan 1.000.000 inwoners, en 84 leden in provincies met 1.000.000 of meer inwoners.
  • De provincieraad wordt om de zes jaar volledig vernieuwd, en de leden worden rechtstreeks verkozen per district.
  • De voorzitter van de provincieraad wordt verkozen op basis van een voordrachtsakte, ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de deelnemende lijsten.
Wettekst
Wettekst

9 DECEMBER 2005. - Provinciedecreet (1) Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Provinciedecreet TITEL I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit decreet regel

artikel 88 van het Kieswetboek. Ieder district telt zoveel keer een raadslid als de provinciale deler in zijn bevolkingscijfer begrepen is. Die deler wordt verkregen door het bevolkingscijfer van de provincie te delen door het totaal van de toe te kennen zetels. De overblijvende zetels worden toegewezen aan de districten met het grootste nog niet vertegenwoordigde bevolkingsoverschot. De verdeling van de raadsleden over de kiesdistricten wordt bij elke volledige vernieuwing van de provincieraden door de Vlaamse Regering in overeenstemming gebracht met de bevolking op basis van de bevolkingscijfers. Het bevolkingsaantal dat in aanmerking moet worden genomen, is het aantal personen dat ingeschreven is in het rijksregister van de natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar vóór dat van de volledige vernieuwing van de provincieraden hun hoofdverblijfplaats in de gemeenten van het desbetreffende district hadden. Die lijst wordt uiterlijk vijf maanden voor de volledige vernieuwing van de provincieraden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. §

  1. Na een volledige vernieuwing van de provincieraad blijven de uittredende provincieraadsleden in functie tot de geloofsbrieven van de nieuw verkozen provincieraadsleden onderzocht zijn en hun installatie heeft plaatsgehad. Art. 7.§
  2. Na de volledige vernieuwing van de provincieraad komen de nieuw verkozen raadsleden van rechtswege bijeen op een installatievergadering die plaatsvindt in het provinciehuis op de eerste werkdag van de maand december om 10 uur. Ingeval bezwaar werd ingediend tegen de verkiezing en als die vervolgens toch geldig werd verklaard, worden de nieuw verkozen raadsleden door de uittredende voorzitter van de provincieraad bijeengeroepen op de installatievergadering binnen tien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is. Als de nieuw verkozen raadsleden niet binnen tien dagen zijn bijeengeroepen door de uittredende voorzitter, gebeurt de bijeenroeping door een uittredend lid van de provincieraad dat opnieuw verkozen werd en dat de hoogste anciënniteit als provincieraadslid bezit of, bij gelijke anciënniteit, door de oudste van hen. §
  3. De uittredende voorzitter van de provincieraad zit de installatievergadering voor. Hij blijft voorzitter van de provincieraad tot een nieuwe voorzitter verkozen is. Indien de uittredende voorzitter van de provincieraad de installatievergadering niet kan voorzitten, wordt ze voorgezeten door een uittredend lid van de provincieraad dat opnieuw verkozen werd, en dat de hoogste anciënniteit als provincieraadslid bezit of, bij gelijke anciënniteit, door de oudste van hen. §
  4. De provincieraad onderzoekt de geloofsbrieven van de verkozen provincieraadsleden. De verkozen provincieraadsleden van wie de geloofsbrieven werden goedgekeurd, leggen, vóór ze het mandaat aanvaarden, in openbare vergadering de volgende eed af in handen van de voorzitter van de installatievergadering : « Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen. ». De uittredende voorzitter van de installatievergadering legt, indien hij herkozen is als provincieraadslid, de eed af in handen van het provincieraadslid dat de meeste anciënniteit bezit of bij gelijke anciënniteit, door de oudste van hen. De Vlaamse Regering wordt binnen twintig dagen van de eedaflegging op de hoogte gebracht. §
  5. De verkozen provincieraadsleden worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat indien zij : 1° aanwezig zijn op de installatievergadering en weigeren de eed

§ 3

, af te leggen;2° afwezig zijn op de installatievergadering en, na een uitdrukkelijke oproep, zonder geldige reden afwezig zijn op de eerste daaropvolgende vergadering. Art. 8.§

  1. Op de installatievergadering verkiest de provincieraad een voorzitter onder de provincieraadsleden van Belgische nationaliteit. De voorzitter wordt verkozen op basis van een akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter, ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht tevens ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat werden verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. De akte van voordracht kan tevens de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden, alsook de naam van diegene die hem zal opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Indien het mandaat eindigt voor de in de akte vermelde einddatum, neemt de opvolger vervroegd het mandaat op. Indien de persoon die als opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, wordt voor vervanging gezorgd overeenkomstig §
  2. De akte wordt uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de provincieraad aan de provinciegriffier overhandigd. §
  3. Nadat de provincieraadsleden de eed hebben afgelegd, overhandigt de provinciegriffier de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de installatievergadering. De voorzitter van de installatievergadering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden,

§ 1

. Alleen de handtekeningen van de provincieraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden hiervoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die nadien als provincieraadslid de eed hebben afgelegd.In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-voorzitter verkozen verklaard. §

  1. Als geen ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de installatievergadering wordt overhandigd, gaat de provincieraad binnen veertien dagen over tot verkiezing van een voorzitter. De provincieraadsleden kunnen hiertoe uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de provincieraad een gedagtekende akte van voordracht bezorgen aan de provinciegriffier. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de personen, verkozen op de lijsten met hetzelfde letterwoord. Als de lijst waarop de kandidaat-voorzitter voorkomt slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Onverminderd § 1 kan elk provincieraadslid slechts één akte van voordracht ondertekenen. De verkiezing gebeurt bij geheime stemming. De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter van de provincieraad. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als meerdere kandidaten werden voorgedragen voor het vacante mandaat, vindt een tweede stemronde plaats, waarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de provincieraadsverkiezingen procentueel de meeste naamstemmen in verhouding tot het totale aantal geldig uitgebrachte stemmen in de kiesomschrijving heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter. Bij staking van stemmen is de kandidaat die bij de provincieraadsverkiezingen procentueel de meeste naamstemmen in verhouding tot het totale aantal geldig uitgebrachte stemmen in de kiesomschrijving heeft behaald, verkozen tot voorzitter. Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat verkozen van wie de lijst bij de provincieraadsverkiezingen procentueel de meeste stemmen in de kiesomschrijving heeft behaald. §
  2. Als de voorzitter het mandaat niet aanvaardt, van zijn mandaat van provincieraadslid vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst is, ontslag genomen heeft of overleden is, wordt tot een nieuwe verkiezing van voorzitter overgegaan op de eerstvolgende vergadering van de provincieraad, overeenkomstig § 1 tot en met §
  3. Tot aan de nieuwe verkiezing wordt het voorzitterschap waargenomen overeenkomstig het tweede lid. Als de voorzitter om een andere reden tijdelijk afwezig is of als hij bij een welbepaalde aangelegenheid betrokken partij is, neemt de ondervoorzitter het voorzitterschap waar. De voorzitter die als verhinderd wordt beschouwd, die geschorst is of tijdelijk afwezig is, wordt alleen vervangen zolang hij verhinderd, geschorst, of tijdelijk afwezig is. De provincieraad neemt akte van de beëindiging van de periode van verhindering of schorsing. §
  4. Na de verkiezing van de voorzitter stelt de raad zijn bureau samen op basis van het huishoudelijk reglement. Het huishoudelijk reglement bepaalt vrij de samenstelling van het bureau, met dien verstande dat er minstens één ondervoorzitter moet gekozen worden en dat de fracties met minstens drie fractieleden alleszins moeten vertegenwoordigd zijn. §
  5. De Vlaamse Regering wordt binnen twintig dagen na de verkiezing van de voorzitter hiervan op de hoogte gebracht. Art. 9.Een verkozen provincieraadslid dat voor zijn installatie afstand wil doen van zijn mandaat, brengt de provinciegriffier daarvan schriftelijk op de hoogte. De afstand wordt definitief zodra de provincieraad er kennis van heeft genomen. Art. 10.§
  6. Het mandaat van een provincieraadslid dat niet meer voldoet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden, wordt door de provincieraad voor vervallen verklaard nadat het betrokken provincieraadslid is gehoord. De voorzitter van de provincieraad brengt het rechtscollege,

artikel 13, evenals de betrokkene, tegen ontvangstbewijs onmiddellijk op de hoogte van feiten die het verval van mandaat met zich kunnen meebrengen. Als de provincieraad niet optreedt binnen twee maanden nadat hij kennis heeft van de feiten die verval met zich kunnen meebrengen, treedt het rechtscollege,

artikel 13, in zijn plaats op, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een provincieraadslid of van het openbaar ministerie. De provincieraad wordt geacht kennis te hebben van de feiten die verval met zich kunnen meebrengen, hetzij vanaf de ontvangst van een bezwaar van een ander provincieraadslid of van het openbaar ministerie, hetzij vanaf de verzending van de kennisgeving door de voorzitter aan het rechtscollege,

artikel

  1. §
  2. De vervallenverklaring heeft pas gevolg vanaf de kennisgeving van de uitspraak van het verval door de provincieraad of het rechtscollege,

artikel

  1. Ze tast de geldigheid van de eerdere beslissingen van de provincieraad niet aan. §
  2. Als de betrokkene, zelfs bij ontstentenis van enige kennisgeving, zijn mandaat blijft uitoefenen hoewel hij kennis heeft van de oorzaak van het verval, is hij strafbaar met de straffen, bepaald in artikel 262 van het Strafwetboek. Art. 11.De volgende personen kunnen geen deel uitmaken van een provincieraad : 1° de federale, Vlaamse of Europese parlementsleden en leden van de Vlaamse Regering, de federale regering of van de Europese Commissie;2° de provinciegouverneurs, de gouverneur en de vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en de adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, de arrondissementscommissarissen en de adjunct-arrondissementscommissarissen voorzover hun ambtsgebied gelegen is in de provincie in kwestie;3° de magistraten, de plaatsvervangende magistraten en de griffiers bij de hoven en de rechtbanken, de administratieve rechtscolleges en het Arbitragehof;4° de personeelsleden van de provincie in kwestie of van de provinciale extern verzelfstandigde agentschappen van de provincie;5° de personen die in een intermediair beleidsniveau van een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van provincieraadslid, voorzitter van de provincieraad, gedeputeerde of provinciegouverneur;6° bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad of echtgenoten in de provincieraad van eenzelfde provincie. Worden bloed- of aanverwanten in een van die graden of twee echtgenoten gekozen bij eenzelfde verkiezing, dan wordt de voorkeur bepaald door de grootte van de quotiënten op grond waarvan de door die kandidaten verkregen zetels aan hun lijst zijn toegekend. Worden twee bloed- of aanverwanten in een verboden graad of twee echtgenoten gekozen, de een tot raadslid, de ander tot opvolger, dan geldt het verbod om zitting te nemen alleen voor de opvolger, tenzij de plaats waarvoor hij in aanmerking komt, is opengevallen vóór de verkiezing van zijn bloedverwant of aanverwant of echtgenoot. Tussen opvolgers die voor opengevallen plaatsen in aanmerking komen, wordt de voorrang allereerst bepaald door de tijdsorde van de vacatures. Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die een verklaring van wettelijke samenwoning in de zin van artikel 1475 van het Burgerlijk Wetboek hebben afgelegd, met echtgenoten gelijkgesteld. Aanverwantschap die later tot stand komt tussen raadsleden, brengt geen verval van hun mandaat mee. Dat geldt niet bij een huwelijk tussen raadsleden en in het geval dat er een verklaring van wettelijke samenwoning in de zin van artikel 1475 van het Burgerlijk Wetboek werd afgelegd. De onverenigbaarheid wordt geacht op te houden door het overlijden van de persoon door wie ze tot stand is gekomen, door echtscheiding of door het beëindigen van de wettelijke samenwoning. Art. 12.Het verkozen provincieraadslid dat zich op het ogenblik van de installatievergadering in een situatie bevindt die op basis van artikel 11 onverenigbaar is met het lidmaatschap van de provincieraad, kan de eed niet afleggen, tenzij hij aantoont dat hij ontslag genomen heeft uit de met het mandaat van provincieraadslid onverenigbare functie. Hij wordt bijgevolg geacht afstand te doen van het hem toegekende mandaat. Een provincieraadslid dat tijdens zijn mandaat in een situatie terechtkomt die onverenigbaar is met zijn mandaat en dat binnen vijftien dagen na het tot hem gerichte verzoek van de voorzitter van de provincieraad geen einde maakt aan die situatie, wordt door de provincieraad vervallen verklaard van zijn mandaat, overeenkomstig artikel
  3. Als de betrokkene, zelfs bij ontstentenis van enige kennisgeving, zijn mandaat blijft uitoefenen hoewel hij kennis heeft van de oorzaak van het verval, is hij strafbaar met de straffen, bepaald in artikel 262 van het Strafwetboek. Art. 13.Het administratief rechtscollege,

de Provinciekieswet, doet uitspraak over geschillen die rijzen in verband met de afstand of het verval van mandaat van provincieraadslid en van voorzitter van de provincieraad en in verband met het goedkeuren van hun geloofsbrieven, hun eedaflegging en de kennis van de bestuurstaal, bepaald in artikel 44, §

  1. Art. 14.De provincieraad neemt akte van de verhindering van de volgende personen : 1° het provincieraadslid dat om medische redenen, om studieredenen of wegens verblijf in het buitenland gedurende een minimale termijn van twaalf weken niet aanwezig kan zijn op de vergaderingen van de provincieraad en vervangen wil worden.Hij richt daartoe een schriftelijk verzoek aan de voorzitter van de provincieraad. Bij het verzoek tot verhindering wegens medische redenen wordt een geneeskundig getuigschrift van maximaal vijftien dagen oud gevoegd, dat tevens de minimale termijn van afwezigheid om medische redenen aangeeft. Als het provincieraadslid dat om medische redenen afwezig blijft, niet in staat is om dat verzoek tot de voorzitter te richten, wordt hij van rechtswege als verhinderd beschouwd vanaf de derde opeenvolgende vergadering waarop hij afwezig is en zolang hij afwezig blijft. Bij het verzoek tot verhindering om studieredenen of verblijf in het buitenland wordt een attest gevoegd van de onderwijsinstelling of opdrachtgever; 2° het provincieraadslid dat ouderschapsverlof wil nemen voor de geboorte of adoptie van een kind.Dat provincieraadslid richt daartoe een schriftelijk verzoek aan de voorzitter van de provincieraad. Het provincieraadslid wordt vervangen, ten vroegste vanaf de zevende week voor de vermoedelijke datum van de geboorte of van de adoptie, tot het einde van de achtste week na de adoptie of geboorte. Op schriftelijk verzoek wordt de onderbreking van de uitoefening van het mandaat na de achtste week verlengd met een duur die gelijk is aan die gedurende welke het raadslid zijn mandaat heeft uitgeoefend tijdens de periode van zeven weken die aan de dag van de geboorte of de adoptie voorafgaan. Art. 15.Het provincieraadslid kan schriftelijk ontslag indienen bij de voorzitter van de provincieraad. Het ontslag wordt definitief zodra de provincieraad hiervan kennis heeft genomen. Art. 16.Het provincieraadslid dat afstand doet van zijn mandaat, dat van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, dat als verhinderd wordt beschouwd, dat ontslag genomen heeft, of dat overleden is, wordt vervangen door zijn opvolger, die wordt aangewezen overeenkomstig de Provinciekieswet. De geloofsbrieven worden onderzocht overeenkomstig artikel 7, §
  2. De eedaflegging gebeurt in openbare vergadering in de handen van de voorzitter van de provincieraad. Het provincieraadslid dat als verhinderd wordt beschouwd, wordt vervangen zolang de toestand van verhindering duurt. De provincieraad neemt akte van de beëindiging van de periode van verhindering. De Vlaamse Regering wordt binnen twintig dagen van de eedaflegging of van de beëindiging van de periode van verhindering op de hoogte gebracht. Art. 17.§
  3. De provincieraadsleden ontvangen ten laste van de provincie presentiegeld voor hun aanwezigheid op vergaderingen van de provincieraad. De Vlaamse Regering stelt een lijst op van vergaderingen die voortvloeien uit de mandaatsverplichtingen van de provincieraadsleden waarvoor de provincieraad bij huishoudelijk reglement de hoegrootheid van het presentiegeld en van de verplaatsingsvergoeding bepaalt. §
  4. De provincieraad bepaalt het bedrag van de presentiegelden binnen de grenzen die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering. De provincieraad kan op de wijze die de Vlaamse Regering bepaalt, de presentiegelden van het provincieraadslid dat andere wettelijke of reglementaire bezoldigingen, pensioenen, vergoedingen of toelagen ontvangt, aanvullen met een bedrag ter compensatie van het inkomensverlies dat de betrokkene lijdt, op voorwaarde dat de mandataris daar zelf om verzoekt. §
  5. De Vlaamse Regering bepaalt de grenzen waarbinnen de provincieraad kan bepalen welke specifieke kosten die verband houden met de uitoefening van het mandaat van provincieraadslid, voorzitter, bureaulid van de provincieraad en fractie- of commissievoorzitter, voor terugbetaling in aanmerking komen. §
  6. De provincieraadsleden die hun woonplaats hebben op ten minste vijf kilometer van de plaats van de vergadering, ontvangen een vergoeding wegens reiskosten gelijk aan de prijs van de reis van hun woonplaats naar de zetel van de provincieraad op de lijnen van de openbare vervoerdiensten. Als zij van hun eigen voertuig gebruikmaken, wordt die vergoeding berekend volgens het tarief, vastgesteld op het stuk van de reiskosten toegekend aan het personeel van de provincie. De vergoeding voor reiskosten wordt bepaald volgens de dagen aanwezigheid, zoals die is vastgesteld in registers die voor dat doel worden bijgehouden. Het bedrag van de vergoeding voor reiskosten wordt door de provincieraad vastgesteld. Art. 18.Het provincieraadslid dat wegens een handicap niet zelfstandig zijn mandaat kan vervullen, kan zich voor de uitoefening van dat mandaat laten bijstaan door een vertrouwenspersoon, gekozen uit de provincieraadskiezers, op voorwaarde dat hij aan de verkiesbaarheidsvereisten voldoet en zich niet bevindt in een situatie als

artikelen 11 en

  1. Voor de toepassing van het eerste lid bepaalt de Vlaamse Regering de criteria tot vaststelling van de hoedanigheid van een provincieraadslid met een handicap. Bij het verlenen van de bijstand krijgt de vertrouwenspersoon dezelfde middelen ter beschikking en heeft hij dezelfde verplichtingen als het provincieraadslid, maar hij is niet gehouden tot de eedaflegging. Hij heeft eveneens recht op presentiegeld en een vergoeding voor reiskosten onder dezelfde voorwaarden als het provincieraadslid. Afdeling II. - De werking van de provincieraad Art. 19.De provincieraad vergadert zo dikwijls als de zaken die tot de bevoegdheid ervan behoren het vereisen en ten minste tienmaal per jaar in de hoofdplaats van de provincie, tenzij de provincieraad wegens een buitengewone gebeurtenis door zijn voorzitter in een andere gemeente van de provincie wordt bijeengeroepen. Art. 20.De voorzitter van de provincieraad beslist tot bijeenroeping van de provincieraad en stelt de agenda van de vergadering op. De agenda bevat in ieder geval de punten die door de deputatie aan de voorzitter worden meegedeeld. Op verzoek van de deputatie of van een derde van de zittinghebbende leden is de voorzitter verplicht de provincieraad bijeen te roepen op de aangewezen dag en het aangewezen uur en met de voorgestelde agenda. Art. 21.Behalve in spoedeisende gevallen en behalve in geval van toepassing van artikel 7, § 1, wordt de oproeping ten minste acht dagen vóór de dag van de vergadering aan het raadslid bezorgd. De oproeping vermeldt in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering en bevat een toelichtende nota bij elk agendapunt, alsook de voorstellen van beslissing. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn. Voor elk agendapunt wordt het dossier dat erop betrekking heeft, ter beschikking van de provincieraadsleden gesteld vanaf de verzending van de agenda. Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop de oproeping van de provincieraadsleden wordt verzonden en de wijze waarop het dossier dat op de agenda betrekking heeft, ter beschikking wordt gesteld. De provinciegriffier of de door hem aangewezen ambtenaren verstrekken aan de provincieraadsleden die erom verzoeken, technische inlichtingen over stukken die in het dossier voorkomen. Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop die inlichtingen worden verstrekt. Art. 22.Provincieraadsleden en de deputatie kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda toevoegen. Hiertoe bezorgen ze hun voorstel van beslissing, vergezeld van een toelichtende nota, aan de provinciegriffier, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de provincieraad. Van deze mogelijkheid kan geen gebruik gemaakt worden door een individueel lid van de deputatie. De provinciegriffier deelt de aanvullende agendapunten zoals vastgesteld door de voorzitter van de provincieraad, samen met de bijbehorende voorstellen en de toelichtende nota's, onverwijld mee aan de provincieraadsleden. Art. 23.§
  2. Plaats, dag, tijdstip en agenda van de vergaderingen van de provincieraad worden uiterlijk acht dagen voor de vergadering openbaar gemaakt op het provinciehuis, zodat het publiek er te allen tijde kennis van kan nemen. Het huishoudelijk reglement bepaalt de nadere regels over de wijze van openbaarmaking. Als agendapunten aan de agenda worden toegevoegd overeenkomstig artikel 22, wordt de aangepaste agenda uiterlijk 24 uur nadat hij is vastgesteld, op het provinciehuis openbaar gemaakt overeenkomstig het eerste lid. §
  3. De provincie is verplicht aan ieder natuurlijke persoon en iedere rechtspersoon of groepering ervan die erom verzoekt, de agenda van de provincieraad en de stukken die erop betrekking hebben, openbaar te maken door er inzage in te verlenen, er uitleg over te verschaffen of er een afschrift van te overhandigen overeenkomstig het decreet van 26 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/03/2004 pub. 01/07/2004 numac 2004036026 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de openbaarheid van bestuur sluiten betreffende de openbaarheid van bestuur. Art. 24.De voorzitter zit de vergaderingen van de provincieraad voor, en opent en sluit de vergaderingen. Art. 25.De voorzitter is belast met de handhaving van de orde in de vergadering. Hij kan, na een voorafgaande waarschuwing, elke toehoorder die openlijk tekens van goedkeuring of van afkeuring geeft of die op enigerlei wijze wanorde veroorzaakt, uit de zaal doen verwijderen. De voorzitter kan bovendien een proces-verbaal opmaken tegen die persoon en hem verwijzen naar de politierechtbank, die hem kan veroordelen tot een geldboete van één tot vijftien euro of tot een gevangenisstraf van één dag tot drie dagen, behoudens andere vervolgingen, als het feit daartoe grond oplevert. Het huishoudelijk reglement bepaalt de maatregelen die de voorzitter kan nemen tot handhaving van de orde tijdens de vergadering indien een raadslid de orde verstoort. Art. 26.De provincieraad kan enkel een besluit nemen als de meerderheid van de zittinghebbende provincieraadsleden aanwezig is. De raad kan echter, als hij tweemaal bijeengeroepen is zonder dat het vereiste aantal leden aanwezig is, na een derde oproeping, ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze een besluit nemen over de onderwerpen die voor de derde maal op de agenda voorkomen. De termijnen,

artikelen 21 en 23, worden voor de tweede en derde oproeping teruggebracht tot twee dagen. In deze oproepingen wordt vermeld dat het om een tweede of derde oproeping gaat. In de derde oproeping worden de bepalingen van dit artikel overgenomen. Art. 27.§

  1. Het is voor een provincieraadslid verboden deel te nemen aan de bespreking en de stemming : 1° over aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben.Dat verbod strekt niet verder dan de bloed- en aanverwanten tot de tweede graad als het gaat om de voordracht van kandidaten, benoemingen, afzettingen en schorsingen. Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die een verklaring van wettelijke samenwoning in de zin van artikel 1475 van het Burgerlijk Wetboek hebben afgelegd, met echtgenoten gelijkgesteld; 2° over de vaststelling of goedkeuring van de jaarrekening van een instantie waaraan hij rekenschap verschuldigd is of waarvan hij tot het uitvoerend orgaan behoort. Deze bepaling is niet van toepassing op het provincieraadslid dat zich in bovenvermelde omstandigheden bevindt louter op grond van het feit dat hij als vertegenwoordiger van de provincie is aangewezen in andere rechtspersonen. §
  2. Het is voor een provincieraadslid verboden : 1° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris tegen betaling te werken in geschillen ten behoeve van de provincie.Dat verbod geldt ook ten aanzien van de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met het provincieraadslid werken; 2° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris te werken in geschillen ten behoeve van de tegenpartij van de provincie of ten behoeve van een personeelslid van de provincie aangaande beslissingen in verband met de tewerkstelling binnen de provincie.Dit verbod geldt ook ten aanzien van de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met het provincieraadslid werken; 3° rechtstreeks of onrechtstreeks een overeenkomst te sluiten of deel te nemen aan een opdracht voor aanneming van werken, levering of diensten, verkoop of aankoop voor de provincie of de provinciaal extern verzelfstandigde agentschappen;4° op te treden als afgevaardigde of deskundige van een vakorganisatie in een onderhandelings- of overlegcomité van de provincie. §
  3. Dit artikel is eveneens van toepassing op de vertrouwenspersoon,

artikel

  1. Art. 28.§
  2. De vergaderingen van de provincieraad zijn openbaar, behalve als : 1° het om aangelegenheden gaat die de persoonlijke levenssfeer raken. Zodra een dergelijk punt aan de orde is, beveelt de voorzitter de behandeling in besloten vergadering; 2° de provincieraad met twee derde van de aanwezige leden en op gemotiveerde wijze beslist tot behandeling in besloten vergadering, in het belang van de openbare orde of op grond van ernstige bezwaren tegen de openbaarheid. De vergaderingen over het organogram, de personeelsformatie, de rechtspositieregeling, het meerjarenplan en de aanpassingen ervan, het budget, een budgetwijziging of de jaarrekening zijn in elk geval openbaar. §
  3. De besloten vergadering kan enkel plaatsvinden na de openbare vergadering, uitgezonderd in tuchtzaken. Als tijdens de openbare vergadering blijkt dat de behandeling van een punt in besloten vergadering moet worden voortgezet, kan de openbare vergadering, enkel met dit doel, worden onderbroken. Art. 29.Een punt dat niet op de agenda voorkomt, mag niet in bespreking worden gebracht, behalve in spoedeisende gevallen als het geringste uitstel gevaar zou kunnen opleveren. Tot spoedbehandeling kan enkel worden besloten door ten minste twee derde van de aanwezige leden. De namen van die leden en de motivering van de spoedeisendheid worden in de notulen vermeld. Art. 30.De provincieraadsleden hebben het recht van inzage in alle dossiers, stukken en akten die het bestuur van de provincie betreffen alsook in deze die betrekking hebben op aan de deputatie toegewezen taken. De provincieraadsleden kunnen een afschrift verkrijgen van die dossiers, stukken en akten. De vergoeding die eventueel wordt gevraagd voor het afschrift, mag in geen geval meer bedragen dan de kostprijs. De provincieraadsleden mogen alle inrichtingen en diensten bezoeken die de provincie opricht en beheert. De provincieraad bepaalt bij huishoudelijk reglement de voorwaarden voor het inzagerecht en het recht van afschrift, en de voorwaarden voor het bezoekrecht aan de provinciale inrichtingen en diensten. Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid van strafrechtelijke vervolging van de provincieraadsleden wegens schending van het beroepsgeheim, overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek. Art. 31.De gedeputeerde die buiten de provincieraad is benoemd, is aanwezig op de vergaderingen van de provincieraad. Hij beschikt in de provincieraad enkel over een raadgevende stem. Art. 32.De provincieraadsleden hebben het recht aan de deputatie mondelinge en schriftelijke vragen te stellen over het bestuur van de provincie alsook over zaken die betrekking hebben op de aan de deputatie toegewezen taken. Het vraagrecht kan niet uitgeoefend worden als de deputatie optreedt als rechtscollege. De provinciegouverneur kan bevraagd worden in het kader van de taken die hij behartigt voor de provincie. Art. 33.De notulen van de vergadering van de provincieraad worden onder de verantwoordelijkheid van de provinciegriffier opgesteld overeenkomstig artikelen 176 en
  4. Behalve in spoedeisende gevallen, worden de notulen van de vorige vergadering ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering ter beschikking gesteld van de provincieraadsleden. Het huishoudelijk reglement bepaalt de wijze waarop de notulen ter beschikking worden gesteld. Elk provincieraadslid heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de provincieraad worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast. Als er geen opmerkingen worden gemaakt, worden de notulen als goedgekeurd beschouwd en worden ze door de voorzitter van de provincieraad en de provinciegriffier ondertekend. Art. 34.De besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Onder volstrekte meerderheid van stemmen wordt verstaan, meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen, onthoudingen niet meegerekend. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. Art. 35.§
  5. De stemmingen in de provincieraad zijn openbaar. §
  6. Over de volgende aangelegenheden wordt geheim gestemd : 1° de vervallenverklaring van het mandaat van provincieraadslid en van gedeputeerde;2° de aanwijzing van de leden van de provinciale bestuursorganen en van de vertegenwoordigers van de provincie in overlegorganen en in de organen van andere rechtspersonen en feitelijke verenigingen;3° individuele personeelszaken. §
  7. Onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen in § 2 stemmen de leden van de provincieraad mondeling. Het huishoudelijk reglement kan een regeling invoeren die gelijkwaardig is met een mondelinge stemming. Als dusdanig worden de mechanisch uitgebrachte naamstemming en de stemming bij zitten en opstaan of bij handopsteking beschouwd. Ongeacht de bepalingen van het huishoudelijk reglement wordt er mondeling gestemd telkens als een derde van de aanwezige leden hierom verzoekt. Stemmingen over aangelegenheden als

§ 2

kunnen ook geschieden door middel van een elektronisch systeem, dat de geheime stemming waarborgt. §

  1. De voorzitter stemt het laatst, behalve bij geheime stemming. Art. 36.Als bij de benoeming of de voordracht van kandidaten de vereiste meerderheid niet wordt verkregen bij de eerste stemming, wordt opnieuw gestemd over de twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald. De voorzitter stelt daartoe een lijst op met tweemaal zoveel namen als er benoemingen of voordrachten moeten gebeuren. Hebben bij de eerste stemming sommige kandidaten een gelijk aantal stemmen behaald, dan wordt de jongste kandidaat tot de herstemming toegelaten. De stemmen kunnen alleen worden uitgebracht op de kandidaten die op de lijst voorkomen. De benoeming of de voordracht gebeurt bij volstrekte meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen heeft de jongste kandidaat de voorkeur. Art. 37.De provincie is verplicht aan ieder natuurlijke persoon en iedere rechtspersoon of groepering ervan die erom verzoekt, de besluiten van de provincieraad en andere bestuursdocumenten openbaar te maken door er inzage in te verlenen, er uitleg over te verschaffen of er een afschrift van te overhandigen overeenkomstig het decreet van 26 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/03/2004 pub. 01/07/2004 numac 2004036026 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de openbaarheid van bestuur sluiten betreffende de openbaarheid van bestuur. Art. 38.Het provincieraadslid of de provincieraadsleden die op eenzelfde lijst verkozen zijn of op lijsten die zich onderling verenigd hebben, vormen één fractie. In de mate dat zulks is voorzien door de Provinciekieswet, kan de verkiezing op eenzelfde lijst aanleiding geven tot de vorming van meer dan één fractie. De onderlinge vereniging om één fractie te vormen of de vorming van meer dan één fractie, geldt tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de provincieraad. Het huishoudelijk reglement legt de nadere regels vast voor de samenstelling en de werking van de fracties, alsook, binnen de grenzen die door de Vlaamse Regering worden bepaald, voor de financiering ervan. Art. 39.§
  2. De provincieraad kan commissies oprichten die zijn samengesteld uit provincieraadsleden. De commissies hebben als taak, het voorbereiden van de besprekingen in de provincieraadszittingen, het verlenen van advies en het formuleren van voorstellen over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht. De commissies kunnen steeds deskundigen en belanghebbenden horen. §
  3. Artikelen 28 en 35 zijn van overeenkomstige toepassing op de vergaderingen en de stemmingen in de commissies. §
  4. De mandaten in iedere commissie worden door de provincieraad evenredig verdeeld over de fracties waaruit de provincieraad is samengesteld, op basis van de voordrachten die worden ingediend door de fracties. Tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de provincieraad wordt een fractie geacht eenzelfde aantal leden in de commissies te behouden. Indien een fractie zich tijdens de zittingsperiode splitst, als sommige leden zich als onafhankelijk raadslid opstellen of overgaan naar een andere fractie, dan behoudt de fractie haar oorspronkelijke aantal leden in de commissies. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht voor elk van de kandidaat-commissieleden ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de leden van de fractie waarvan het kandidaat-commissielid deel van uitmaakt. Indien de fractie van het kandidaat-commissielid slechts uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan een akte ondertekenen per beschikbaar mandaat voor de fractie. Als ten gevolge van de toepassing van de evenredige vertegenwoordiging overeenkomstig het eerste lid een fractie niet vertegenwoordigd is in een commissie, kan de fractie een raadslid aanwijzen dat als lid met raadgevende stem in de commissie zetelt. §
  5. De gedeputeerden kunnen geen voorzitter zijn van een provincieraadscommissie. §
  6. Het huishoudelijk reglement bepaalt de nadere regels voor de samenstelling en de werkwijze van de commissie, alsook voor de toekenning van presentiegelden. Art. 40.De provincieraad stelt bij de aanvang van de zittingsperiode een huishoudelijk reglement vast waarin aanvullende maatregelen worden opgenomen in verband met de werking van de raad en waarin minstens bepalingen worden opgenomen over : 1° de vergaderingen waarvoor presentiegeld en een verplaatsingsvergoeding wordt verleend, het bedrag van het presentiegeld en verplaatsingsvergoeding en de nadere regels in verband met de eventuele terugbetaling van specifieke kosten die verband houden met de uitoefening van het mandaat van provincieraadslid;2° de wijze van verzending van de oproeping en het ter beschikking stellen van het dossier aan de provincieraadsleden, alsook de wijze waarop de provinciegriffier of de door hem aangewezen ambtenaren aan de raadsleden die erom verzoeken, technische inlichtingen verstrekken over die stukken;3° de wijze waarop de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergaderingen van de provincieraad openbaar worden gemaakt;4° de voorwaarden voor het inzagerecht en het recht van afschrift voor provincieraadsleden en de voorwaarden voor het bezoekrecht aan de provinciale diensten;5° de voorwaarden waaronder de provincieraadsleden hun recht uitoefenen om aan de deputatie mondelinge en schriftelijke vragen te stellen;6° de voorwaarden waaronder de provincieraadsleden hun recht uitoefenen om aan de provinciegouverneur mondelinge vragen te stellen;7° de wijze van notulering en de wijze waarop de notulen van de vorige vergadering ter beschikking worden gesteld van de provincieraadsleden;8° de nadere regels voor de samenstelling en de werking van de commissies en de fracties;9° de samenstelling van het bureau. De provincieraad kan het huishoudelijk reglement te allen tijde wijzigen. Art. 41.De provincieraad neemt een deontologische code aan. Afdeling III. - De bevoegdheden van de provincieraad Art. 42.§
  7. Onder voorbehoud van de toepassing van andere wettelijke of decretale bepalingen beschikt de provincieraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden,

artikel

  1. §
  2. De provincieraad bepaalt het beleid van de provincie en kan daartoe algemene regels vaststellen. §
  3. De provincieraad stelt de provinciale reglementen vast. Onverminderd de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de provincieraad tot het vaststellen van politieverordeningen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het provinciaal beleid, de provinciale belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de provincie. Een afschrift van elk reglement waarin een strafbepaling of een administratieve sanctie wordt opgenomen, wordt dadelijk verzonden aan de griffies van de rechtbanken van eerste aanleg en aan die van de politierechtbanken waarvan het rechtsgebied betrekking heeft op het geheel of een gedeelte van het grondgebied van de provincie. Art. 43.§
  4. Behalve bij uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als

artikel 2, derde lid, aan de provincieraad, kan de provincieraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan de deputatie. § 2. De volgende bevoegdheden kunnen niet aan de deputatie worden toevertrouwd : 1° de aan de provincieraad toegewezen bevoegdheden in titel II, hoofdstuk I, afdelingen I en II;2° het vaststellen van provinciale reglementen en het bepalen van straffen op de overtreding van die reglementen;3° het vaststellen van het meerjarenplan en de aanpassingen ervan, het budget en de budgetwijzigingen en de jaarrekeningen;4° het vaststellen van het organogram, de personeelsformatie en de rechtspositieregeling;5° het oprichten van extern verzelfstandigde agentschappen en het beslissen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in instellingen, verenigingen en ondernemingen;6° het goedkeuren van beheersovereenkomsten en samenwerkingsovereenkomsten als

artikelen 228 en 240;7° het aanstellen en ontslaan van de provinciegriffier en de financieel beheerder, alsook de sanctie- en tuchtbevoegdheid ten aanzien van die personeelsleden;8° het goedkeuren van het interne controlesysteem zoals bepaald in artikel 96;9° het vaststellen van wat onder het begrip dagelijks bestuur in de zin van artikel 155 moet worden verstaan;10° het vaststellen van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die beschouwd kunnen worden als opdrachten van dagelijks bestuur;11° het vaststellen van de wijze waarop de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten worden toegewezen, en het vaststellen van de voorwaarden ervan, behalve indien de opdracht nominatief in het vastgestelde budget is opgenomen en onverminderd de bevoegdheden van de deputatie inzake opdrachten van dagelijks bestuur;12° het stellen van daden van beschikking met betrekking tot roerende en onroerende goederen voorzover de verrichting niet behoort tot de aangelegenheden van dagelijks bestuur en niet nominatief in het vastgestelde budget is opgenomen;13° het definitief aanvaarden van schenkingen en het aanvaarden van legaten;14° het inrichten van adviesraden en overlegstructuren;15° het vaststellen van de provinciale belastingen en retributies;16° het vaststellen van een systeem van klachtenbehandeling;17° de samenstelling van het bureau. HOOFDSTUK II. - De deputatie Afdeling I. - De inrichting van de deputatie Art. 44.§

  1. De deputatie van de provincieraad bestaat uit zes leden. Het voorzitterschap wordt geregeld conform artikel
  2. Leden van een provincieraad, die hetzij echtgenoten, hetzij bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad zijn, kunnen niet tegelijk deel uitmaken van de deputatie van die raad. Aanverwantschap tot stand gekomen tijdens de duur van het lidmaatschap, maakt hieraan geen einde. Dit geldt niet voor het geval van huwelijk tussen leden van de deputatie. Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die een verklaring van wettelijke samenwoning in de zin van artikel 1475 van het Burgerlijk Wetboek hebben afgelegd, met echtgenoten gelijkgesteld. §
  3. De deputatie bestaat uit personen van verschillend geslacht. Indien de deputatie niet rechtsgeldig blijkt te zijn samengesteld overeenkomstig het eerste lid van artikel 11bis van de Grondwet, wordt de laatste gedeputeerde in rang, verkozen overeenkomstig artikel 45, § 3, of artikel 50, § 1, van rechtswege vervangen door het op dezelfde lijst verkozen provincieraadslid van het andere geslacht met procentueel de meeste naamstemmen in verhouding tot het totale aantal geldig uitgebrachte stemmen in de kiesomschrijving. Als er geen verkozen provincieraadsleden van het andere geslacht op die lijst voorkomen, wordt de gedeputeerde van rechtswege vervangen door het niet-verkozen provincieraadslid van het andere geslacht met procentueel de meeste naamstemmen in verhouding tot het totale aantal geldig uitgebrachte stemmen in de kiesomschrijving op diezelfde lijst. §
  4. Een gedeputeerde die overeenkomstig § 2 buiten de provincieraad is benoemd, is in alle gevallen stemgerechtigd in de deputatie. §
  5. Ieder die het mandaat van gedeputeerde of voorzitter van de raad uitoefent of waarneemt, moet beschikken over de kennis van de bestuurstaal die vereist is voor de uitoefening van het mandaat. Door hun verkiezing of benoeming bestaat het vermoeden dat de in het vorige lid bedoelde mandatarissen de vereiste taalkennis bezitten. Dat vermoeden kan worden weerlegd op verzoek van een provincieraadslid op basis van ernstige aanwijzingen, de bekentenis van de mandataris of de wijze waarop de betrokkene het mandaat uitoefent. Het in het vorige lid bedoelde verzoek wordt ingediend bij het rechtscollege, bedoeld in artikel
  6. Als het rechtscollege beslist dat het vermoeden van taalkennis is weerlegd, is de verkiezing of de benoeming vernietigd vanaf de dag van de kennisgeving van de beslissing van het rechtscollege, onverminderd de mogelijkheid van beroep bij de Raad van State. Dit beroep schort de uitspraak van het rechtscollege niet op. Tot de algehele vernieuwing van de raad kan de betrokkene niet opnieuw benoemd of verkozen worden tot gedeputeerde of voorzitter van de raad, noch een dergelijk mandaat waarnemen. De miskenning van de bepalingen van dit artikel door diegene van wie het vermoeden van taalkennis is weerlegd, is een grove nalatigheid in de zin van artikel
  7. Art. 45.§
  8. Behalve de gedeputeerden die benoemd zijn overeenkomstig artikel 44, § 2, tweede lid, worden de gedeputeerden door de provincieraad onder de provincieraadsleden verkozen op basis van een gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-gedeputeerden, ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen. Om ontvankelijk te zijn moet die gezamenlijke akte van voordracht voor elk van de kandidaat-gedeputeerden tevens ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst werden verkozen als de voorgedragen kandidaten. Als de lijst waarop een kandidaat-gedeputeerde voorkomt slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan één gezamenlijke akte van voordracht ondertekenen. De gezamenlijke akte van voordracht is enkel ontvankelijk indien de voordracht betrekking heeft op personen van verschillend geslacht. De gezamenlijke akte van voordracht kan tevens de einddatum van het mandaat van een kandidaat-gedeputeerde vermelden, alsook de naam van diegene die hem zal opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de gedeputeerde bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Indien het mandaat eindigt voor de in de akte vermelde einddatum, neemt de opvolger vervroegd het mandaat op. Indien de persoon die als opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, wordt hij vervangen overeenkomstig artikel
  9. Die akte wordt uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de provincieraad aan de provinciegriffier overhandigd. De provinciegriffier bezorgt een afschrift van de akte aan de uittredende voorzitter van de provincieraad of aan degene die hem overeenkomstig artikel 7, § 1, vervangt. §
  10. Nadat de provincieraadsleden de eed hebben afgelegd, overhandigt de provinciegriffier de gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-gedeputeerden aan de voorzitter van de provincieraad. De voorzitter van de provincieraad gaat na of de gezamenlijke akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, bepaald in §
  11. Enkel de handtekeningen van de provincieraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden hiertoe in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die nadien als provincieraadslid de eed hebben afgelegd.In voorkomend geval worden de voorgedragen kandidaat-gedeputeerden verkozen verklaard. §
  12. Als geen ontvankelijke gezamenlijke akte van voordracht van kandidaat-gedeputeerden aan de voorzitter van de installatievergadering wordt overhandigd, wordt binnen veertien dagen overgegaan tot afzonderlijke verkiezing van de gedeputeerden onder de provincieraadsleden. De provincieraadsleden kunnen hiertoe kandidaat-gedeputeerden voordragen. De akte van voordracht kan tevens de einddatum van het mandaat van de kandidaat-gedeputeerde vermelden, alsook de naam van diegene die hem zal opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de gedeputeerde bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Indien het mandaat eindigt voor de in de akte vermelde einddatum, neemt de opvolger vervroegd het mandaat op. Indien de persoon die als opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, wordt hij vervangen overeenkomstig artikel
  13. Per mandaat wordt uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de provincieraad een gedagtekende akte van voordracht aan de provinciegriffier bezorgd. Om ontvankelijk te zijn, moet de akte van voordracht ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst werden verkozen als de voorgedragen kandidaat. Als de lijst waarop de kandidaat-gedeputeerde voorkomt slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Onverminderd § 1 kan elk provincieraadslid slechts één akte van voordracht ondertekenen per mandaat. Als de schriftelijk voorgedragen kandidaturen niet volstaan om de deputatie volledig samen te stellen, kunnen kandidaten mondeling op de zitting worden voorgedragen. De verkiezing gebeurt bij geheime stemming, door evenveel afzonderlijke stemmingen als er gedeputeerden te kiezen zijn. De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot gedeputeerde. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als meerdere kandidaten werden voorgedragen voor het vacante mandaat, vindt een tweede stemronde plaats. Daarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de provincieraadsverkiezingen procentueel de meeste naamstemmen in verhouding tot het totale aantal geldig uitgebrachte stemmen in de kiesomschrijving heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot gedeputeerde. Bij staking van stemmen is de kandidaat die bij de provincieraadsverkiezingen procentueel de meeste naamstemmen in verhouding tot het totale aantal geldig uitgebrachte stemmen in de kiesomschrijving heeft behaald, verkozen tot gedeputeerde. Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk percentage aan naamstemmen in verhouding tot het totale aantal geldig uitgebrachte stemmen in de kiesomschrijving hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat verkozen van wie de lijst bij de provincieraadsverkiezingen procentueel de meeste stemmen in verhouding tot het totale aantal geldig uitgebrachte stemmen in de kiesomschrijving heeft behaald. §
  14. De rang van de gedeputeerden wordt bepaald door de rangorde op de gezamenlijke akte van voordracht. In geval van afzonderlijke verkiezing van de gedeputeerden wordt de rang van de gedeputeerden bepaald door de volgorde van de stemmingen. De gedeputeerden die op grond van § 1, derde lid, § 3, tweede lid, of op grond van artikel 44, § 2, tweede lid, een gedeputeerde opvolgen, nemen de rang in in volgorde van hun verkiezing of benoeming. Art. 46.§
  15. Voor ze hun mandaat aanvaarden, leggen de gedeputeerden in openbare vergadering van de provincieraad de volgende eed af in handen van de provincieraadsvoorzitter : « Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen. » De Vlaamse Regering wordt binnen twintig dagen van de eedaflegging op de hoogte gebracht. §
  16. De gedeputeerde die de eed na twee achtereenvolgende uitnodigingen niet aflegt, wordt geacht zijn mandaat van gedeputeerde niet te aanvaarden Art. 47.De gedeputeerden worden, behoudens de toepassing van artikel 45, § 1, derde lid en § 3, tweede lid, artikelen 49 en 50, verkozen voor een periode van zes jaar. De uittredende gedeputeerden blijven na een volledige vernieuwing van de provincieraad in functie tot de installatie van de nieuwe deputatie heeft plaatsgevonden. De personen,

artikel 11, kunnen evenmin deel uitmaken van een deputatie, respectievelijk van de deputatie in een welbepaalde provincie. Artikelen 10, 12, tweede lid, 13 en 30, zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van de deputatie. Art. 48.De provincieraad neemt akte van de verhindering van de volgende personen : 1° de gedeputeerde die om medische redenen, om studieredenen of wegens verblijf in het buitenland vervangen wil worden gedurende een minimale termijn van twaalf weken.Hij richt daartoe een schriftelijk verzoek aan de voorzitter van de provincieraad. Bij het verzoek wordt een geneeskundig getuigschrift van maximaal vijftien dagen oud gevoegd, dat tevens de minimale termijn van afwezigheid om medische redenen aangeeft. Als de gedeputeerde die om medische redenen afwezig blijft, niet in staat is om dat verzoek tot de voorzitter te richten, wordt hij van rechtswege als verhinderd beschouwd vanaf de derde opeenvolgende vergadering waarop hij afwezig is en zolang hij afwezig blijft. Bij het verzoek tot verhindering om studieredenen of verblijf in het buitenland wordt een attest gevoegd van de onderwijsinstelling of opdrachtgever; 2° de gedeputeerde die ouderschapsverlof wil nemen wegens de geboorte of de adoptie van een kind.Die gedeputeerde richt daartoe een schriftelijk verzoek aan de voorzitter van de provincieraad. Hij wordt vervangen, ten vroegste vanaf de zevende week voor de vermoedelijke datum van de geboorte of van de adoptie, tot het einde van de achtste week na de adoptie of geboorte. Op schriftelijk verzoek wordt de onderbreking van de uitoefening van het mandaat na de achtste week verlengd met een duur die gelijk is aan die gedurende welke de gedeputeerde het mandaat heeft uitgeoefend tijdens de periode van zeven weken die aan de dag van de geboorte of de adoptie voorafgaan. Art. 49.De gedeputeerde kan schriftelijk zijn ontslag indienen bij de provinciegriffier. Het ontslag wordt definitief zodra de provincieraad hiervan kennis heeft genomen. De ontslagnemende gedeputeerde oefent zijn mandaat uit tot hij als gedeputeerde vervangen is. Art. 50.§

  1. Als een gedeputeerde zijn mandaat van gedeputeerde niet aanvaardt, van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst is, ontslag heeft genomen of overleden is, wordt tot een nieuwe verkiezing van een gedeputeerde overgegaan binnen twee maanden na het openvallen van het mandaat van gedeputeerde. De gedeputeerde wordt verkozen op basis van een akte van voordracht van de kandidaat-gedeputeerde, ondertekend door meer dan de helft van de verkozen provincieraadsleden. Om ontvankelijk te zijn moet die akte van voordracht voor de kandidaat-gedeputeerden tevens ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat werden verkozen. Als de lijst waarop een kandidaat-gedeputeerde voorkomt slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. De voorzitter van de provincieraad gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-gedeputeerde verkozen verklaard op de eerstvolgende vergadering van de provincieraad. Als twee maanden na het openvallen van het mandaat van gedeputeerde nog geen nieuwe gedeputeerde is benoemd overeenkomstig het eerste lid, wordt op de eerstvolgende vergadering van de provincieraad overgegaan tot verkiezing van de gedeputeerde overeenkomstig artikel 45, §
  2. Tot aan de nieuwe verkiezing wordt het mandaat waargenomen overeenkomstig §
  3. §
  4. De gedeputeerde die om andere redenen tijdelijk afwezig is, kan worden vervangen door het provincieraadslid met de meeste anciënniteit van dezelfde lijst. Bij gelijke anciënniteit, geniet het provincieraadslid dat bij de laatste volledige vernieuwing van de provincieraad het hoogste percentage van naamstemmen in verhouding tot het totale aantal geldig uitgebrachte stemmen in de kiesomschrijving heeft behaald, de voorkeur. Als het provincieraadslid met de meeste anciënniteit de gedeputeerde in die gevallen niet kan vervangen, wordt het mandaat van gedeputeerde waargenomen door een ander provincieraadslid in volgorde van hun anciënniteit. Bij gelijke anciënniteit wordt het mandaat van gedeputeerde waargenomen door het provincieraadslid dat bij de verkiezingen procentueel de meeste naamstemmen in verhouding tot het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen in de kiesomschrijving heeft behaald. §
  5. De gedeputeerde die als verhinderd wordt beschouwd of die geschorst is of tijdelijk afwezig is, wordt alleen vervangen zolang hij verhinderd, geschorst, of tijdelijk afwezig is. De provincieraad neemt akte van de beëindiging van de periode van verhindering of schorsing. Afdeling II. - De werking van de deputatie Art. 51.De deputatie vergadert regelmatig, op de dagen en uren die ze bepaalt, en zo dikwijls als de behandeling van de zaken dat vereist. De voorzitter kan in spoedeisende gevallen buitengewone vergaderingen bijeenroepen, op de dag en het uur die hij bepaalt. De deputatie kan enkel beraadslagen en beslissen als de meerderheid van de leden aanwezig is. Artikel 27 is van overeenkomstige toepassing op de leden van de deputatie. De vergaderingen van de deputatie zijn niet openbaar, behalve overeenkomstig artikel 104bis van de Provinciewet, als de deputatie een rechtsprekende functie uitoefent. Alleen de beslissingen worden opgenomen in de notulen en in het register van de beraadslagingen, en alleen die beslissingen kunnen rechtsgevolgen hebben. De notulen worden goedgekeurd op de eerstvolgende gewone vergadering van de deputatie. De goedgekeurde notulen worden onverwijld aan de provincieraadsleden bezorgd. Art. 52.De deputatie wordt voorgezeten door de provinciegouverneur, die de vergaderingen opent en sluit. Als de provinciegouverneur de deputatie niet kan voorzitten, wijst de deputatie een van haar leden aan om het voorzitterschap waar te nemen. De procedure wordt geregeld in het huishoudelijk reglement van de deputatie. De provinciegouverneur is niet stemgerechtigd, behalve op grond van artikel 104, eerste lid, van de Provinciewet, wanneer de deputatie een rechtsprekende taak uitoefent. Art. 53.De deputatie beslist collegiaal. Art. 54.De besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen. Onder volstrekte meerderheid van stemmen wordt verstaan, meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen, onthoudingen niet meegerekend. Elke beslissing van de deputatie vermeldt de naam van de aanwezige leden en, in voorkomend geval, van de verslaggever. Bij staking van stemmen wordt het voorstel verworpen. Als de deputatie een rechtsprekende taak uitoefent, kunnen, overeenkomstig artikel 104, vijfde lid, van de provinciewet, alleen de leden die de volledige procedure hebben gevolgd, deelnemen aan de stemming. Bij staking van stemmen is, overeenkomstig dezelfde bepaling, de stem van de voorzitter doorslaggevend. Artikel 35, § 2 tot en met 3, en artikel 36 zijn van overeenkomstige toepassing op de stemmingen in de deputatie. Art. 55.De deputatie organiseert haar werkzaamheden en legt dat vast in een huishoudelijk reglement. Het huishoudelijk reglement wordt vastgelegd bij de aanvang van de zittingsperiode en wordt aan de provincieraad ter kennis gebracht. De deputatie kan het huishoudelijk reglement te allen tijde wijzigen. Met het oog op de voorbereiding van haar beraadslagingen en besluiten verdeelt de deputatie onder haar verkozen leden de aangelegenheden die tot haar bevoegdheid behoren. Ze stelt de raad in kennis van de verdeling. De deputatie kan de verslaggever aanwijzen die het dossier inleidt en de voorstellen formuleert. Art. 56.De deputatie neemt een deontologische code aan, die minstens de deontologische code zoals aangenomen door de provincieraad omvat. Afdeling III. - De bevoegdheden van de deputatie Art. 57.§
  6. De deputatie bereidt de beraadslagingen en de besluiten van de provincieraad voor. Zij voert haar eigen beslissing en die van de raad uit. Ze kan een van de gedeputeerden daarmee belasten. Ze kan eveneens één of meer gedeputeerden belasten met een opdracht en het onderzoek van een zaak. Ze beslist over alle zaken die tot het dagelijks bestuur van de provincie behoren. §
  7. De deputatie oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 43, § 1, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen. §
  8. De deputatie is bevoegd voor : 1° de daden van beheer over de provinciale inrichtingen en eigendommen, binnen de door de provincieraad vastgestelde algemene regels;2° het aanstellen en het ontslaan van het personeel, alsook de tucht ten aanzien van het personeel, onverminderd de bevoegdheid van de provincieraad overeenkomstig artikel 43, § 2, 7°;3° het financieel beheer, onverminderd de bevoegdheden van de provincieraad;4° het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten;5° de vaststelling van de wijze van gunning en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur;6° de vaststelling van de wijze van gunning en de voorwaarden van overheidsopdrachten als de opdracht nominatief in het vastgestelde budget is opgenomen en de provincieraad de wijze van gunning en de voorwaarden niet zelf heeft vastgesteld;7° het aangaan van leningen voorzover die in het vastgestelde budget zijn opgenomen;8° het stellen van daden van beschikking met betrekking tot roerende en onroerende goederen voorzover de verrichting nominatief in het vastgestelde budget is opgenomen;9° het vertegenwoordigen van de provincie in rechte overeenkomstig artikel
  9. §
  10. De deputatie is verantwoordelijk voor de zorg voor het provinciearchief waaronder de titels. §
  11. Dit artikel doet geen afbreuk aan de bevoegdheden die overeenkomstig hoofdstuk III, afdeling II, aan de provinciegouverneur zijn toegekend. Art. 58.Behalve bij uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als

artikel 2, derde lid, aan de deputatie, kan de deputatie de uitoefening van bepaalde bevoegdheden aan de provinciegriffier toevertrouwen. De bevoegdheden van de deputatie,

artikel 57, § 1, eerste zin, en § 3, 6°, 7°, 8°, 9°, en artikel 186, kunnen evenwel niet aan de provinciegriffier worden toevertrouwd. Hetzelfde geldt voor de bevoegdheden van de deputatie inzake financieel beheer

artikelen 151, 153, 155, § 2, eerste en tweede lid, en § 3, 156, § 4, 157, 159, § 2, en 164. De provinciegriffier oefent de bevoegdheden die hem overeenkomstig het eerste lid zijn toevertrouwd, persoonlijk uit. De deputatie kan bij de delegatie van een bepaalde bevoegdheid bepalen dat de provinciegriffier de uitoefening van die gedelegeerde bevoegdheid kan toevertrouwen aan andere personeelsleden van de provincie. Deze delegatie door de provinciegriffier aan andere personeelsleden is evenwel niet mogelijk voor de bevoegdheden

artikel 57, § 3, 2°. HOOFDSTUK III. - De provinciegouverneur Afdeling I. - De benoeming van de provinciegouverneur Art. 59.De provinciegouverneur is commissaris van de Vlaamse Regering in de provincie, onverminderd zijn functie als commissaris van de federale Regering. Hij wordt, overeenkomstig artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 1°, derde lid, BWHI, benoemd en afgezet door de Vlaamse Regering, op eensluidend advies van de ministerraad. De Vlaamse Regering stelt het statuut van de provinciegouverneur vast. De provinciegouverneur verblijft in de hoofdplaats van de provincie of op iedere andere plaats van de provincie die de Vlaamse Regering aanwijst na advies van de provincieraad. Art. 60.De volgende personen kunnen geen provinciegouverneur zijn : 1° de magistraten, de plaatsvervangende magistraten en de griffier bij de hoven en de rechtbanken, de administratieve rechtscolleges en het Arbitragehof;2° de leden van het operationeel kader van de politiediensten;3° de personen die een ambt uitoefenen dat rechtstreeks onder het gezag staat van de provinciegouverneur, van de provincieraad of van de deputatie;4° de personen die in een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of functie uitoefenen, gelijkwaardig aan een ambt of functie, als

deze bepaling en de personen die in een lokale basisoverheid van een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van provincieraadslid, lid van de deputatie of provinciegouverneur. Art. 61.Alvorens zijn ambt te aanvaarden legt de provinciegouverneur de volgende eed af voor de Vlaamse Regering : « Ik zweer de verplichtingen van mijn ambt trouw na te komen. » De provinciegouverneur kan vrijwillig zijn ontslag indienen. Hij brengt de Vlaamse Regering hiervan aangetekend op de hoogte. Het ontslag wordt definitief zodra de Vlaamse Regering het aanvaard heeft. Art. 62.De provinciegouverneur kan geen enkel financieel voordeel verwerven uit zijn deelname aan raden van bestuur of andere vergaderingen van private vennootschappen of openbare instellingen. Afdeling II. - De bevoegdheden van de provinciegouverneur Art. 63.De provinciegouverneur heeft het recht de beraadslagingen van de provincieraad bij te wonen. Hij krijgt het woord als hij het vraagt. De provinciegouverneur kan de provincieraad verzoeken om bepaalde aangelegenheden te behandelen. De provincieraad is gehouden over deze aangelegenheden te beslissen. Art. 64.De provinciegouverneur is bevoegd voor de uitvoering van de wetten, de decreten en de uitvoeringsbesluiten van de federale overheid het gewest of de gemeenschap, tenzij die bevoegdheid uitdrukkelijk aan een ander orgaan van de provincie is opgedragen. De provinciegouverneur informeert de provincieraad, als die daarom verzoekt, over de wijze waarop hij zijn bevoegdheid uitoefent. Art. 65.De provinciegouverneur is belast met de handhaving van de openbare orde in de provincie, overeenkomstig artikelen 128 en 129 van de Provinciewet. HOOFDSTUK IV. - De arrondissementscommissarissen Art. 66.§

  1. De arrondissementscommissaris is een commissaris van de Vlaamse Regering, onverminderd zijn functie als commissaris van de federale Regering. Hij wordt, overeenkomstig artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 1°, derde lid, BWHI, benoemd en afgezet door de Vlaamse Regering, op eensluidend advies van de ministerraad. De Vlaamse Regering bepaalt het aantal arrondissementscommissarissen en regelt hun rechtspositie. De arrondissementscommissarissen oefenen hun opdracht uit onder gezag van de provinciegouverneur. Alvorens hun ambt te aanvaarden, leggen de arrondissementscommissarissen de volgende eed af in handen van de provinciegouverneur : « Ik zweer de verplichtingen van mijn ambt trouw na te komen. » Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 52 wijst de provinciegouverneur in geval van afwezigheid een arrondissementscommissaris aan om hem te vervangen. §
  2. Onverminderd de toepassing van artikel 139bis van de Provinciewet op de bevoegdheden en de opdrachten van de provinciegouverneur die betrekking hebben op de politie, kan de provinciegouverneur de uitoefening van andere bevoegdheden of opdrachten die hem zijn toegekend, eveneens opdragen aan een of meer arrondissementscommissarissen. HOOFDSTUK V. - Rechtspositie, tucht en aansprakelijkheid Afdeling I. - Rechtspositie Art. 67.De Vlaamse Regering kent de eretitels toe onder de voorwaarden die ze vaststelt, en bepaalt de ambtskledij en de onderscheidingstekens van de gedeputeerden. Art. 68.§
  3. De gedeputeerden genieten ten laste van de provincies een salaris, waarvan het bedrag gelijk is aan de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement. In geval van verhindering of schorsing overeenkomstig artikelen 48 en 69 wordt het aan het ambt verbonden salaris toegekend aan diegene die het verhinderde of geschorste lid van de deputatie vervangt. De verhinderde of geschorste gedeputeerde ontvangt geen salaris voor de periode van verhindering of schorsing. §
  4. De gedeputeerden ontvangen een forfaitaire onkostenvergoeding die alle kosten, verbonden aan de uitoefening van het ambt, dekt. Het bedrag van de onkostenvergoeding is gelijk aan de forfaitaire vergoeding die voor de in het raam van het mandaat van Vlaamse volksvertegenwoordiger gemaakte kosten wordt toegekend. Gedeputeerden die buiten de provinciehoofdplaats verblijven, ontvangen evenwel een reiskostenvergoeding overeenkomstig de door de provincieraad vastgestelde regels. §
  5. De gedeputeerden mogen, buiten de in dit artikel vastgestelde vergoedingen, geen bijkomende vergoedingen genieten ten laste van de provincie en de extern verzelfstandigde agentschappen van de provincie, om welke reden of onder welke benaming ook. §
  6. Het bedrag van de vergoedingen, salarissen of presentiegelden die gedeputeerden ontvangen als bezoldiging voor naast hun mandaat als gedeputeerde uitgeoefende activiteiten, mag de helft van het bedrag van de in § 1 vastgestelde salarissen niet overschrijden. Voor de berekening van dat bedrag komen de vergoedingen, de salarissen of de presentiegelden die voortvloeien uit de uitoefening van een openbaar mandaat, een openbare functie of een openbaar ambt van politieke aard, in aanmerking. Als de grens vastgesteld in het eerste lid, wordt overschreden, wordt de som van de in het voorgaande lid vermelde vergoedingen, salarissen of presentiegelden die voortvloeien uit de uitoefening van een openbaar mandaat, een openbare functie of een openbaar ambt van politieke aard, verminderd tot het passende beloop. De gedeputeerden brengen de provincieraad schriftelijk op de hoogte van de bezoldigde activiteiten die ze naast hun mandaat als gedeputeerde uitoefenen. §
  7. Er wordt een uittredingsvergoeding toegekend aan de gedeputeerden die hun mandaat beëindigen, onder dezelfde voorwaarden als de uittredingsvergoeding van de leden van het Vlaams Parlement. §
  8. De gewezen gedeputeerden of hun rechtverkrijgende ontvangen een pensioen waarvan de provincieraad de voorwaarden en de wijze van toekenning vaststelt, zoals bepaald in artikel 105, § 5, van de Provinciewet. Afdeling II. - Tucht Art. 69.De Vlaamse Regering kan een gedeputeerde of voorzitter van de provincieraad schorsen of afzetten wegens kennelijk wangedrag of grove nalatigheid. De betrokken persoon wordt vooraf gehoord. De Vlaamse Regering stelt hiervoor de nadere procedureregels vast. De afgezette gedeputeerde of voorzitter van de provincieraad kan pas na verloop van twee jaar opnieuw in die functie worden aangesteld. Afdeling III. - Aansprakelijkheid Art. 70.De gedeputeerde tegen wie een vordering tot schadevergoeding is ingesteld voor de burgerlijke rechter of de strafrechter naar aanleiding van schade die hij bij de uitoefening van zijn mandaat aan derden heeft berokkend, brengt, naar gelang van de aard van de uitgeoefende bevoegdheid, de federale staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest of de provincie hiervan op de hoogte. Hij kan naar gelang van de aard van de uitgeoefende bevoegdheid de federale staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest of de provincie in het geding betrekken. De federale staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest of de provincie kunnen vrijwillig tussenkomen. Art. 71.Behalve in geval van herhaling is de provincie burgerrechtelijk aansprakelijk voor het betalen van de geldboeten waartoe een gedeputeerde wordt veroordeeld wegens een misdrijf, begaan bij de normale uitoefening van zijn ambt. De regresvordering van de provincie ten aanzien van de veroordeelde gedeputeerde is beperkt tot de gevallen van bedrog, zware schuld of lichte schuld die bij hen gewoonlijk voorkomen. Art. 72.De provincie sluit een verzekering af om de burgerlijke aansprakelijkheid, met inbegrip van de rechtsbijstand, te dekken die persoonlijk ten laste komt van de gedeputeerden bij de normale uitoefening van hun mandaat. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van deze bepaling. HOOFDSTUK VI. - De provinciale diensten Afdeling I. - Algemene bepaling Art. 73.De provincieraad stelt het organogram van de provinciale diensten vast. Het organogram geeft de organisatiestructuur van de provinciale diensten weer en geeft de gezagsverhoudingen aan. Afdeling II. - De provinciegriffier, de financieel beheerder en het managementteam Onderafdeling I. - Gemeenschappelijke belangen Art. 74.Er is in elke provincie een provinciegriffier en een financieel beheerder. De ambten,

het eerste lid, worden uitgeoefend door personeelsleden van de provincie. Art. 75.Voor ze het ambt opnemen, leggen de personeelsleden,

artikel 74, tijdens een openbare vergadering van de provincieraad de volgende eed af in handen van de voorzitter : « Ik zweer de verplichtingen van mijn ambt trouw na te komen. » Een personeelslid als

het eerste lid, dat zonder wettige reden de eed niet aflegt nadat het met een aangetekende brief uitgenodigd is om de eed af te leggen op de eerstvolgende vergadering van de provincieraad, wordt geacht zijn aanstelling niet te aanvaarden. De weigering tot eedaflegging staat gelijk met het verzaken aan de aanstelling. Art. 76.Het ambt van provinciegriffier en financieel beheerder is onverenigbaar met andere ambten binnen dezelfde provincie. Het ambt van provinciegriffier en financieel beheerder is onverenigbaar met de hoedanigheid van personeelslid, belast met het bestuurlijk toezicht of met taken van externe audit bij de provincies. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast. Art. 77.Het is voor de provinciegriffier en de financieel beheerder verboden zelf of door een tussenpersoon daden van koophandel te stellen in de zin van artikel 2 van het Wetboek van koophandel. Art. 78.§

  1. De provincieraad regelt de vervanging van de provinciegriffier en de financieel beheerder. §
  2. De provincieraad kan een waarnemend provinciegriffier of een waarnemend financieel beheerder aanstellen om de provinciegriffier of de financieel beheerder bij zijn afwezigheid of verhindering te vervangen. In spoedeisende gevallen kan een waarnemend provinciegriffier of een waarnemend financieel beheerder door de deputatie worden aangesteld. De aanstelling vervalt als de provincieraad ze in de eerstvolgende vergadering niet bekrachtigt. §
  3. De provincieraad stelt in ieder geval, overeenkomstig de procedure van § 2, een waarnemend provinciegriffier of waarnemend financieel beheerder aan, als de afwezigheid of de verhindering van de provinciegriffier of de financieel beheerder langer dan drie maanden duurt, of bij vacature van het ambt. Art. 79.De waarnemend provinciegriffier en de waarnemend financieel beheerder moeten voldoen aan de voorwaarden voor de uitoefening van het ambt dat zij waarnemen. Van deze regel kan enkel en slechts voor een maximale duur van zes maanden worden afgeweken, indien er bij de provincie geen personeelslid is dat aan alle voorwaarden voldoet. De waarnemend provinciegriffier en de waarnemend financieel beheerder oefenen alle bevoegdheden uit die aan dat ambt verbonden zijn. Art. 80.De provincieraad stelt de provinciegriffier en de financieel beheerder aan binnen zes maanden nadat het ambt vacant is geworden. Art. 81.De provincieraad kan een nieuwe provinciegriffier aanstellen voor de uittredende provinciegriffier zijn ambt beëindigt. De nieuwe provinciegriffier kan op zijn vroegst zes maanden voor de beëindiging van het ambt van de uittredende provinciegriffier in dienst treden. De nieuwe provinciegriffier staat de uittredende provinciegriffier bij in de vervulling van zijn taken en de uitoefening van zijn bevoegdheden. Bij de beëindiging van het ambt van de uittredende provinciegriffier neemt de nieuwe provinciegriffier het ambt van provinciegriffier op. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de financieel beheerder. Art. 82.Artikel 27, § 2, is van overeenkomstige toepassing op de provinciegriffier en de financieel beheerder. Onderafdeling II. - De provinciegriffier Art. 83.De provinciegriffier staat in voor de algemene leiding van de provinciale diensten. Behoudens wat de personeelsleden van de provincie betreft die tewerkgesteld zijn bij een provinciaal intern verzelfstandigd agentschap, staat de provinciegriffier aan het hoofd van het provinciepersoneel en is hij bevoegd voor het dagelijkse personeelsbeheer. Hij rapporteert aan de deputatie. Art. 84.§
  4. De provinciegriffier staat in voor de werking van de provinciale diensten inzake de voorbereiding, de uitvoering en de ambtelijke voorbereiding van de evaluatie van het beleid. De provinciegriffier volgt de onderrichtingen die hem worden gegeven door de provincieraad, de voorzitter van de provincieraad, de deputatie of de provinciegouverneur in zijn hoedanigheid van voorzitter van de deputatie, naar gelang van hun respectievelijke bevoegdheden, tenzij anders bepaald in de afsprakennota,

§ 2

. Hij staat in voor de interne controle op de werking van de provinciale diensten, overeenkomstig artikelen 95 en

  1. §
  2. Ten minste na iedere volledige vernieuwing van de provincieraad sluit de provinciegriffier mede namens het managementteam een afsprakennota met de deputatie over de wijze waarop de provinciegriffier en de overige leden van het managementteam met de deputatie samenwerken om de beleidsdoelstellingen te realiseren, en over de omgangsvormen tussen bestuur en administratie. In die afsprakennota wordt bepaald op welke wijze de provinciegriffier de bevoegdheden uitoefent die de deputatie overeenkomstig artikel 58 aan hem heeft gedelegeerd. §
  3. De provinciegriffier bereidt de zaken voor die aan de provincieraad, aan de provincieraadscommissies, en aan de deputatie worden voorgelegd. §
  4. De provinciegriffier zorgt in overleg met het managementteam voor het opstellen van het voorontwerp van : 1° het organogram;2° de personeelsformatie;3° de rechtspositieregeling van het personeel;4° de strategische nota van het meerjarenplan en de herziening ervan;5° de beleidsnota van het budget;6° de verklarende nota van een budgetwijziging. Art. 85.De provinciegriffier woont de vergaderingen bij van de provincieraad en van de deputatie. Hij kan de vergaderingen van de provincieraadscommissies bijwonen. De provinciegriffier adviseert de provincieraad, en de deputatie op beleidsmatig, bestuurskundig en juridisch vlak. Hij herinnert in voorkomend geval aan de geldende rechtsregels, vermeldt de feitelijke gegevens waarvan hij kennis heeft en zorgt ervoor dat de door de regelgeving voorgeschreven vermeldingen in de beslissingen worden opgenomen. Artikel 27, § 1, is van overeenkomstige toepassing op de provinciegriffier. Art. 86.De provinciegriffier organiseert de behandeling van de briefwisseling. Onverminderd artikel 57, § 4, organiseert hij het beheer van het archief waaronder de titels. Art. 87.De provinciegriffier oefent de bevoegdheden uit die overeenkomstig artikel 58 of overeenkomstig andere wettelijke of decretale bepalingen aan hem zijn toevertrouwd. Art. 88.De provinciegriffier kan de uitoefening van het dagelijkse personeelsbeheer toevertrouwen aan de leidinggevende personeelsleden die in het organogram zijn aangeduid. Onderafdeling III. - De financieel beheerder Art. 89.De financieel beheerder staat onder de functionele leiding van de provinciegriffier in voor : 1° het opstellen, in overleg met het managementteam, van : a) het voorontwerp van de financiële nota van het meerjarenplan en van de jaarlijkse herziening ervan;b) het voorontwerp van de financiële nota van het jaarlijkse budget en van de budgetwijzigingen;c) het voorontwerp van de interne kredietaanpassingen;2° het voeren en het afsluiten van de boekhouding en het opmaken van de boekhoudkundige inventaris, de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening;3° het verzorgen van financiële analyse en financiële beleidsadvisering in de ruimste zin;4° het thesauriebeheer. Over de taken,

het eerste lid, rapporteert de financieel beheerder aan de provinciegriffier. Art. 90.De financieel beheerder staat in volle onafhankelijkheid in voor : 1° de voorafgaande kredieten wetmatigheidscontrole van de beslissingen van de provincie met budgettaire en financiële impact, overeenkomstig de voorwaarden, vastgesteld in titel IV;2° het debiteurenbeheer, inzonderheid de invordering van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten. Met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen kan de financieel beheerder een dwangbevel uitvaardigen. Een dergelijk dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot. Met betrekking tot de vervulling van de opdrachten, bedoeld in dit artikel, rapporteert de financieel beheerder in volle onafhankelijkheid aan de deputatie en aan de provincieraad. Art. 91.De financieel beheerder oefent de taken van rekenplichtige uit die door of krachtens de wet of het decreet aan de provincieontvanger werden toevertrouwd. Hij staat in voor de uitvoering van de betalingen van de uitgaven, na uitdrukkelijke betalingsopdracht van de provinciegriffier overeenkomstig artikel

  1. Onderafdeling IV. - Het managementteam Art. 92.Er is in elke provincie een managementteam. Het managementteam bestaat uit de provinciegriffier, de financieel beheerder en, desgevallend, de personeelsleden die andere functies vervullen waaraan het organogram het lidmaatschap van het managementteam verbindt. De provincieraad is bevoegd voor de aanstelling en het ontslag van de leden van het managementteam en treedt ten aanzien van hen op als tuchtoverheid. Art. 93.Het managementteam vergadert geregeld onder het voorzitterschap van de provinciegriffier. Art. 94.Het managementteam ondersteunt de coördinatie van de provinciale diensten bij de beleidsvoorbereiding, de beleidsuitvoering en de beleidsevaluatie. Het managementteam bewaakt de eenheid in de werking, de kwaliteit van de organisatie en de werking van de provinciale diensten, alsook de interne communicatie. Afdeling III. - Interne controle Art. 95.§
  2. De provincies zijn belast met de interne controle van hun activiteiten. Interne controle is het geheel van maatregelen en procedures die ontworpen zijn om een redelijke zekerheid te verschaffen over : 1° het bereiken van de doelstellingen;2° het naleven van wetgeving en procedures;3° de beschikbaarheid van betrouwbare financiële en beheersinformatie;4° het efficiënt en economisch gebruik van middelen;5° de bescherming van activa;6° het voorkomen van fraude. Art. 96.§
  3. De provinciegriffier stelt het interne controlesysteem vast, na overleg met het managementteam. Het is onderworpen aan de goedkeuring van de provincieraad. Het interne controlesysteem bepaalt op welke wijze de interne controle wordt georganiseerd, met inbegrip van de te nemen controlemaatregelen en -procedures en de aanwijzing van de personeelsleden die ervoor verantwoordelijk zijn, en de rapporteringsverplichtingen van de personeelsleden die bij het systeem van interne controle betrokken zijn. §
  4. Het interne controlesysteem beantwoordt minstens aan het principe van functiescheiding waar mogelijk en is verenigbaar met de continuïteit van de werking van de provinciale diensten. Art. 97.Onverminderd de opdrachten inzake interne controle die krachtens dit decreet of door de provincieraad aan andere organen of personeelsleden worden opgedragen, staat de provinciegriffier in voor de organisatie en de werking van het interne controlesysteem. Hij rapporteert daarover jaarlijks aan de deputatie en aan de provincieraad. De provinciegriffier brengt het personeel op de hoogte van het interne controlesysteem, alsook van de wijzigingen ervan. TITEL III. - Personeel HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Art. 98.Deze titel is van toepassing op de leden van het provinciepersoneel, onder voorbehoud van de toepassing van de bijzondere regelingen die in titel II, hoofdstuk VI, of door of krachtens andere wettelijke of decretale bepalingen zijn vastgesteld. Voor het provinciaal onderwijzend personeel dat niet gesubsidieerd wordt, bepaalt de provincieraad de afwijkingen van de rechtspositieregeling,

artikel 101, rekening houdend met de onderwijsopdracht. Die afwijkingen moeten in overeenstemming zijn met de decreten en besluiten betreffende het onderwijs. HOOFDSTUK II. - De personeelsformatie Art. 99.De provincieraad stelt de personeelsformatie vast. De personeelsformatie bevat de opsomming van het aantal en de soorten betrekkingen, met uitzondering van de betrekkingen in contractueel dienstverband ter uitvoering van de werkgelegenheidsmaatregelen van de hogere overheden. De personeelsformatie maakt in voorkomend geval een duidelijk onderscheid tussen het personeel dat in de provinciale diensten tewerkgesteld is enerzijds, en het kabinetsen fractiepersoneel,

artikel 100, § 3, anderzijds. HOOFDSTUK III. - De rechtspositie van het personeel Afdeling I. - Algemene bepaling Art. 100.§

  1. Het personeel van de provincie bestaat uit personeelsleden in statutair dienstverband. §
  2. In afwijking van § 1 kunnen personeelsleden in contractueel verband in dienst worden genomen om : 1° aan uitzonderlijke en tijdelijke personeelsbehoeften te voldoen, voor in de tijd beperkte acties, of voor een buitengewone toename van werk;2° personeelsleden te vervangen die hun betrekking niet of slechts deeltijds bekleden of die tijdens een periode afwezig zijn die zo lang duurt dat vervanging noodzakelijk is;3° aanvullende of specifieke opdrachten te vervullen;4° te voorzien in de personeelsbehoeften voor activiteiten die door een andere overheid gesubsidieerd worden;5° te voorzien in de personeelsbehoeften voor activiteiten die hoofdzakelijk verricht worden in mededinging met andere marktdeelnemers;6° te voorzien in uitvoering van taken die een bijzondere expertise vereisen. §
  3. Binnen de grenzen die de Vlaamse Regering bepaalt, kan de provincie personeel in contractueel verband in dienst nemen om te voorzien in de personeelsbehoeften van het kabinet van de provinciegouverneur of van de gedeputeerden, of van de fracties in de provincieraad. Die personeelsleden worden, naar gelang van het geval, kabinetsof fractiepersoneel genoemd. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de aanwerving of terbeschikkingstelling van het kabinets- en fractiepersoneel. Afdeling II. - De rechtspositieregeling Art. 101.§
  4. De provincieraad stelt de rechtspositieregeling van het personeel vast. §
  5. De rechtspositieregeling voor het personeel in statutair dienstverband regelt minstens : 1° de bezoldiging van de personeelsleden en de salarisschalen die van toepassing zijn, rekening houdend met onder meer de gestelde bekwaamheidsvereisten en functievereisten;2° de toekenning van toelagen en vergoedingen;3° de voorwaarden en procedures voor aanwerving en bevordering.Die procedures waarborgen de objectiviteit van de aanwervingen en bevorderingen en de gelijke behandeling van de kandidaten. Alle personeelsleden worden steeds op proef aangesteld; 4° de bekendmaking van de vacatures en de proeftijd;5° de evaluatie, de wijze van aanwijzing van evaluatoren, de daarbijbehorende procedures, de periodiciteit en de rechtsgevolgen ervan, rekening houdend met de aard van de functie;6° de organisatie van de loopbaan van de personeelsleden en van de interne mobiliteit;7° de administratieve standen en de anciënniteit van de ambtenaren, alsook de dienstbeëindiging;8° de arbeidsduur, het verlof en de afwezigheden;9° de onverenigbaarheden, en de beperkingen en voorwaarden voor cumulatie van activiteiten in overheids- of in privé-dienst;10° de nadere regels betreffende het tuchtstelsel; 11° de toepasselijkheid van de nieuwe regels ten aanzien van het statutair personeel dat al in dienst is van de provincie;. 12° het verlies van de hoedanigheid van ambtenaar en de ambtsneerlegging. §
  6. Met uitzondering van 7°, 10°, 11° en 12°, is § 2 van overeenkomstige toepassing op de rechtspositie van de personeelsleden in contractueel verband. §
  7. De rechtspositieregeling kan in een mandaatstelsel voorzien. Afdeling III. - Aanstelling, ontslag en eedaflegging van het personeel Art. 102.De deputatie is bevoegd voor de aanstelling en het ontslag van de personeelsleden, behalve in de gevallen waarin door of krachtens de wet of het decreet die bevoegdheid aan de provincieraad is opgedragen. De deputatie kan de uitoefening van die bevoegdheid toevertrouwen aan de provinciegriffier. In voorkomend geval kan de provinciegriffier die gedelegeerde bevoegdheid niet toevertrouwen aan andere personeelsleden van de provincie. Onverminderd artikel 75 leggen de personeelsleden van de provincie de volgende eed af in handen van de provinciegriffier : « Ik zweer de verplichtingen van mijn ambt trouw na te komen. » De weigering tot eedaflegging staat gelijk met verzaking van de aanstelling. Afdeling IV. - Deontologische rechten en plichten Art. 103.§
  8. De personeelsleden oefenen hun ambt op een loyale en correcte wijze uit. De personeelsleden zetten zich op een actieve en constructieve wijze in voor de realisatie van de opdracht en de doelstellingen van de provincie. §
  9. De personeelsleden respecteren de persoonlijke waardigheid van iedereen. Art. 104.§
  10. De personeelsleden hebben spreekrecht ten aanzien van derden met betrekking tot de feiten waarvan zij kennis hebben uit hoofde van hun ambt. Onder voorbehoud van de toepassing van de regelgeving inzake openbaarheid van bestuur is het voor hen verboden feiten bekend te maken die betrekking hebben op : 1° de veiligheid van het land;2° de bescherming van de openbare orde;3° de financiële belangen van de overheid;4° het voorkomen en het bestraffen van strafbare feiten;5° het medische geheim;6° het vertrouwelijke karakter van commerciële, intellectuele en industriële gegevens;7° het vertrouwelijke karakter van de beraadslagingen. Het is voor hen verboden feiten bekend te maken als dat een inbreuk vormt op de rechten en de vrijheden van de burger, in het bijzonder op het privé-leven, tenzij de betrokkene toestemming heeft verleend om de gegevens die op haar of hem betrekking hebben, openbaar te maken. Deze paragraaf geldt eveneens voor personeelsleden die hun ambt hebben beëindigd. §
  11. De personeelsleden die in de uitoefening van hun ambt nalatigheden, misbruiken of misdrijven vaststellen, brengen een hiërarchische meerdere hiervan onmiddellijk op de hoogte. Art. 105.De personeelsleden behandelen de gebruikers van hun dienst welwillend en zonder enige discriminatie. De personeelsleden mogen, zelfs buiten hun ambt, noch rechtstreeks noch via een tussenpersoon, giften, beloningen of enig ander voordeel dat verband houdt met het ambt, vragen, eisen of aannemen. Art. 106.De hoedanigheid van personeelslid is onverenigbaar met elke activiteit die het personeelslid zelf of via een tussenpersoon verricht en waardoor : 1° de ambtsplichten niet kunnen worden vervuld;2° de waardigheid van het ambt in het gedrang komt;3° de eigen onafhankelijkheid wordt aangetast;4° een belangenconflict ontstaat. Art. 107.De personeelsleden hebben recht op informatie en vorming zowel met betrekking tot aspecten die nuttig zijn voor de uitoefening van de functie als om te kunnen voldoen aan de bevorderingsvereisten. De personeelsleden zorgen ervoor dat ze op de hoogte zijn van de ontwikkelingen en de nieuwe inzichten in de materies waarmee zij beroepshalve belast zijn. De vorming is een plicht als ze noodzakelijk blijkt voor een betere uitoefening van de functie of het functioneren van een dienst, of als ze een onderdeel uitmaakt van een herstructurering of reorganisatie van een afdeling of een implementatie van nieuwe werkmethodes en infrastructuur. Art. 108.De provincieraad stelt een deontologische code voor het provinciepersoneel vast. Die concretiseert de bepalingen van deze afdeling en kan aanvullende deontologische rechten en verplichtingen opnemen. Afdeling V. - De evaluatie van het personeel Art. 109.De evaluatie is de procedure waarbij een oordeel wordt geformuleerd over de manier waarop een personeelslid functioneert. Art. 110.Onverminderd de nadere regeling van de gevolgen van de evaluatie in de rechtspositieregeling, neemt de provinciegriffier naar aanleiding van de evaluatie in voorkomend geval de passende maatregelen met het oog op het verbeteren van de wijze waarop het betrokken personeelslid functioneert. Art. 111.De personeelsleden van de provincie worden geëvalueerd op ambtelijk niveau. De provinciegriffier en de financieel beheerder worden echter geëvalueerd door een bijzondere provincieraadscommissie, samengesteld overeenkomstig artikel 39, §
  12. Die commissie wordt voorgezeten door de voorzitter van de provincieraad. Die evaluatie vindt plaats op basis van een voorbereidend rapport, opgesteld door externe deskundigen in het personeelsbeleid, en op basis van een verslag van de deputatie. Bij staking van stemmen wordt het betrokken personeelslid geacht te voldoen. HOOFDSTUK IV. - Verdere uitvoeringsmaatregelen Art. 112.§
  13. De Vlaamse Regering stelt de minimale voorwaarden vast voor : 1° de personeelsformatie;2° de rechtspositieregeling van het personeel;3° de toepassing van een mandaatstelsel. §
  14. De Vlaamse Regering neemt de nodige maatregelen voor de externe mobiliteit van het provinciepersoneel. HOOFDSTUK V. - Bijzondere bepalingen betreffende het bestuurlijk toezicht Art. 113.§
  15. Onverminderd de bevoegdheid van de toezichthoudende overheid tot schorsing en vernietiging wegens schending van het recht of wegens strijdigheid met het algemeen belang overeenkomstig artikelen 245 tot en met 252, schorst de Vlaamse Regering de uitvoering van de besluiten tot vaststelling of wijziging van de personeelsformatie als die worden aangenomen zonder dat de financiële haalbaarheid door middel van de financiële nota van het meerjarenplan wordt aangetoond. De Vlaamse Regering kan de schorsing beperken tot een of meer delen van het besluit, op voorwaarde dat het niet-geschorste deel nog op samenhangende wijze kan worden uitgevoerd. §
  16. In geval van schorsing is artikel 249 van toepassing, met dien verstande dat de Vlaamse Regering besluit tot vernietiging van het aangepaste of gerechtvaardigde besluit tot vaststelling of wijziging van de personeelsformatie in de gevallen,

§ 1

. De Vlaamse Regering kan de vernietiging beperken tot een of meer delen van het besluit, op voorwaarde dat het niet-vernietigde deel nog op samenhangende wijze kan worden uitgevoerd. HOOFDSTUK VI. - Tucht Afdeling I. - Toepassingsgebied Art. 114.Dit hoofdstuk is van toepassing op de leden van het provinciepersoneel in statutair dienstverband. Afdeling II. - De tuchtvergrijpen Art. 115.Elke handeling of gedraging die een tekortkoming aan de beroepsplichten uitmaakt of die de waardigheid van het ambt in het gedrang brengt, alsook een inbreuk op de rechtspositieregeling, is een tuchtvergrijp en kan aanleiding geven tot het opleggen van een tuchtstraf. Afdeling III. - De tuchtstraffen Art. 116.De volgende tuchtstraffen kunnen worden opgelegd : 1° de blaam;2° de inhouding van salaris;3° de schorsing;4° het ontslag van ambtswege;5° de afzetting. Art. 117.§

  1. De tuchtstraf waarbij salaris wordt ingehouden mag een termijn van zes maanden niet overschrijden. Er mag niet meer dan twintig procent van het jaarlijkse brutosalaris worden ingehouden. §
  2. De provincie garandeert aan de betrokkenen een nettosalaris dat gelijk is aan het bedrag van het leefloon zoals dat bij wet wordt vastgesteld. In geval van deeltijdse prestaties wordt dat bedrag berekend evenredig met de omvang van de prestaties. Art. 118.§
  3. De schorsing wordt uitgesproken voor maximaal zes maanden. De schorsing heeft, zolang ze duurt, verlies van salaris tot gevolg. §
  4. De provincie garandeert aan de betrokkenen een nettosalaris dat gelijk is aan het bedrag van het leefloon zoals dat bij wet wordt vastgesteld. In geval van deeltijdse prestaties wordt dat bedrag berekend evenredig met de omvang van de prestaties. Afdeling IV. - De tuchtoverheid Art. 119.De aanstellende overheid treedt op als tuchtoverheid. Als de deputatie overeenkomstig artikel 102 de uitoefening van zijn bevoegdheid tot aanstellen van personeelsleden aan de provinciegriffier toevertrouwd heeft, treedt de provinciegriffier op als tuchtoverheid voor de personeelsleden die door de deputatie zijn aangesteld, ten aanzien van de feiten die de provinciegriffier vaststelt of waarvan hij kennis heeft gekregen na delegatie. De provincieraad kan onder zijn leden een tuchtcommissie oprichten, die de tuchtbevoegdheid van de provincieraad uitoefent. De tuchtcommissie wordt samengesteld volgens de regels die gelden voor de samenstelling van de provincieraadscommissies. Afdeling V. - De tuchtprocedure Art. 120.De tuchtoverheid voert het tuchtonderzoek. Als het tuchtonderzoek is afgerond, stelt de tuchtoverheid een verslag op dat minstens de ten laste gelegde feiten bevat. De tuchtoverheid stelt een tuchtdossier samen, dat alle stukken bevat die betrekking hebben op de ten laste gelegde feiten. Als de provincieraad als tuchtoverheid optreedt, belast hij de provinciegriffier met het tuchtonderzoek, het opstellen van het tuchtverslag en de samenstelling van het tuchtdossier. Indien er een tuchtvordering is tegen de provinciegriffier, wordt de voorzitter van de provincieraad hiermee belast. Als de deputatie als tuchtoverheid optreedt, belast het de provinciegriffier met het tuchtonderzoek, het opstellen van het tuchtverslag en de samenstelling van het tuchtdossier. Als de provinciegriffier als tuchtoverheid optreedt, belast hij een leidinggevend personeelslid met het tuchtonderzoek, het opstellen van het tuchtverslag en de samenstelling van het tuchtdossier. Art. 121.Een tuchtstraf kan pas worden opgelegd nadat het personeelslid en desgevallend zijn raadsman de gelegenheid hebben gekregen om door de tuchtoverheid te worden gehoord in zijn middelen van verdediging, over alle feiten die hem ten laste worden gelegd. Art. 122.De betrokkene mag zich te allen tijde laten bijstaan en vertegenwoordigen door een raadsman van zijn keuze. Art. 123.Voor de hoorzitting wordt het personeelslid op de hoogte gebracht van het tuchtverslag en wordt hem en desgevallend zijn raadsman een kopie van het tuchtdossier bezorgd. De tuchtoverheid kan ambtshalve, op verzoek van het personeelslid of zijn raadsman, getuigen horen. In dat geval heeft het verhoor van de getuigen plaats in aanwezigheid van de betrokkene of van zijn raadsman. De hoorzitting, alsook de zittingen waarop de getuigen worden gehoord, zijn niet openbaar tenzij het betrokken personeelslid er zelf om verzoekt. De tuchtoverheid mag zich te allen tijde laten bijstaan door een raadsman, behalve bij de beraadslaging en de stemming. Art. 124.De betrokkene wordt van de beslissing van de tuchtoverheid op de hoogte gebracht met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs. In de kennisgeving van de beslissing wordt melding gemaakt van de beroepsmogelijkheid, opgenomen in afdeling VIII, en van de termijn waarbinnen dat beroep kan worden aangetekend. Art. 125.De Vlaamse Regering stelt de termijnen en de nadere procedureregels van de tuchtprocedure vast, met inbegrip van de wijze van de oproeping, het getuigenverhoor, de raadpleging van het tuchtdossier, de beraadslaging en de uitspraak. Afdeling VI. - De verjaring van de tuchtvordering Art. 126.§
  5. De tuchtoverheid kan geen tuchtrechtelijke vervolging meer instellen na verloop van een termijn van zes maanden na de vaststelling of de kennis-name door de tuchtoverheid van de daarvoor in aanmerking komende feiten. De tuchtvervolging wordt geacht te zijn ingesteld zodra de tuchtoverheid beslist om een tuchtonderzoek als

artikel 120 op te starten. §

  1. Als in verband met dezelfde feiten de strafvordering werd ingesteld, wordt de termijn van § 1 gestuit tot op de dag dat de gerechtelijke overheid de tuchtoverheid ervan op de hoogte brengt dat er een beslissing werd uitgesproken die in kracht van gewijsde is gegaan en die de strafvordering beëindigt. §
  2. Het strafrechtelijke onderzoek doet geen afbreuk aan de mogelijkheid van de tuchtoverheid om een tuchtstraf uit te spreken. Indien een opgelegde tuchtstraf onverenigbaar blijkt te zijn met een latere in kracht van gewijsde getreden strafrechtelijke uitspraak, kan het betrokken personeelslid binnen zestig dagen na de kennisneming ervan bij de tuchtoverheid een verzoek tot intrekking van de opgelegde tuchtsanctie instellen. §
  3. Als de tuchtstraf wordt vernietigd, kan de tuchtoverheid vanaf de datum van de kennisgeving van de vernietiging, de tuchtrechtelijke vervolging hernemen gedurende het gedeelte van de in § 1 vermelde termijn dat overbleef bij het instellen van de vervolging en minstens gedurende een termijn van drie maanden. Als de tuchtstraf wordt ingetrokken, kan de tuchtoverheid vanaf de datum van de intrekking, de tuchtrechtelijke vervolging hernemen gedurende het gedeelte van de in de § 1 bedoelde termijn dat overbleef bij het instellen van de vervolging. Afdeling VII. - De preventieve schorsing Art. 127.Als tegen een personeelslid een strafrechtelijk of tuchtrechtelijk onderzoek loopt en zijn aanwezigheid onverenigbaar is met het belang van de dienst, kan de tuchtoverheid het personeelslid preventief schorsen bij wijze van ordemaatregel, al dan niet met inhouding van salaris. Art. 128.De preventieve schorsing wordt uitgesproken voor een termijn van maximaal vier maanden. Als er een strafrechtelijk onderzoek loopt, kan de overheid die termijn voor perioden van maximaal vier maanden verlengen zolang de strafrechtelijke procedure duurt, op voorwaarde dat het personeelslid daarover vooraf wordt gehoord. Als binnen de genoemde termijnen geen tuchtstraf wordt opgelegd, vervallen de gevolgen van de preventieve schorsing. Art. 129.§
  4. Als tegen een personeelslid een strafrechtelijk of tuchtrechtelijk onderzoek loopt, kan de tuchtoverheid die de preventieve schorsing uitspreekt, beslissen tot een inhouding van salaris, op voorwaarde dat het personeelslid daarover vooraf wordt gehoord. §
  5. Er mag niet meer dan de helft van het salaris worden ingehouden. De provincie waarborgt aan het personeelslid een nettosalaris dat gelijk is aan het bedrag van het leefloon zoals dat bij wet wordt vastgesteld. In geval van deeltijdse prestaties wordt dat bedrag berekend evenredig met de omvang van de prestaties. Art. 130.Als de tuchtoverheid, in aansluiting op een preventieve schorsing met inhouding van salaris, geen tuchtstraf oplegt of de tuchtstraf blaam oplegt, wordt de preventieve schorsing ingetrokken en betaalt de provincie het ingehouden salaris uit. Als de tuchtoverheid, in aansluiting op een preventieve schorsing met inhouding van salaris, de tuchtstraf inhouding van salaris, schorsing of ontslag van ambtswege oplegt, heeft de tuchtstraf uitwerking met ingang van de dag waarop de preventieve schorsing is ingegaan. In dit geval wordt het bedrag van het tijdens de schorsing ingehouden salaris, in mindering gebracht op het bedrag van het salarisverlies, verbonden aan de tuchtstraf. Als het bedrag van het ingehouden salaris groter is dan het bedrag van het salarisverlies, verbonden aan de tuchtstraf, betaalt de provincie het verschil uit. Art. 131.Voor de tuchtoverheid beslist tot een preventieve schorsing, al dan niet met inhouding van salaris, hoort ze de betrokkene. In hoogdringende gevallen kan de tuchtoverheid de preventieve schorsing al dan niet met inhouding van salaris onmiddellijk uitspreken, met de verplichting het personeelslid binnen acht dagen na de uitspraak te horen over de preventieve schorsing, en in voorkomend geval over de inhouding van salaris. De preventieve schorsing vervalt als ze niet wordt bevestigd binnen vijftien dagen nadat de betrokkene is gehoord. Art. 132.De Vlaamse Regering stelt de termijnen en de nadere procedureregels vast. Afdeling VIII. - Beroep Art. 133.De Beroepscommissie voor tuchtzaken, opgericht bij artikel 137 van het Gemeentedecreet, treedt ook op als beroepsinstantie voor tuchtsancties van provinciale besturen. Art. 134.De Beroepscommissie voor tuchtzaken is een bestuurlijk orgaan. De Vlaamse Regering regelt de samenstelling, de werking en de vergoeding van de leden ervan. Art. 135.Binnen dertig dagen na ontvangst van de beslissing over het opleggen van een tuchtstraf of een preventieve schorsing kan het personeelslid tegen die beslissing beroep aantekenen bij de Beroepscommissie voor tuchtzaken. Behalve in geval van preventieve schorsing, schorst het beroep de beslissing. Art. 136.De Beroepscommissie voor tuchtzaken mag pas uitspraak doen nadat aan het personeelslid en aan de tuchtoverheid en hun respectieve raadsman de gelegenheid werd geboden om te worden gehoord. Die hoorzittingen zijn niet openbaar tenzij het betrokken personeelslid erom verzoekt. Art. 137.De Beroepscommissie voor tuchtzaken beschikt over een hervormingsrecht. Art. 138.Binnen zestig dagen na de dag van ontvangst van het tuchtdossier spreekt de Beroepscommissie voor tuchtzaken zich uit over het beroep. Ze kan evenwel de oorspronkelijke termijn met zestig dagen verlengen indien ze, voor het verstrijken van de termijn, de tuchtoverheid en het personeelslid ervan op de hoogte brengt dat ze pas binnen de verlengde termijn kan beslissen. Art. 139.De Vlaamse Regering stelt de nadere procedureregels vast. Afdeling IX. - De doorhaling van de tuchtstraf Art. 140.De tuchtstraffen blaam, inhouding van salaris en schorsing worden in het persoonlijk dossier van de personeelsleden doorgehaald na verloop van een termijn van één jaar voor de blaam, drie jaar voor de inhouding van salaris en vier jaar voor de schorsing. Die termijnen lopen vanaf de datum waarop de tuchtstraf werd uitgesproken door de tuchtoverheid of, indien beroep werd aangetekend overeenkomstig artikel 135, vanaf de datum van de uitspraak van de Beroepscommissie voor tuchtzaken. De doorhaling heeft enkel uitwerking voor de toekomst. TITEL IV. - Planning en financieel beheer HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling Art. 141.Het financieel boekjaar van de provincie begint op 1 januari en eindigt op 31 december van hetzelfde jaar. Met het begrip begroting uit de Provinciewet wordt bedoeld : het meerjarenplan en het budget. HOOFDSTUK II. - Strategische meerjarenplanning Art. 142.Vóór het einde van het jaar dat volgt op de provincieraadsverkiezingen en voor hij beraadslaagt over het budget voor het volgende boekjaar, stelt de provincieraad een meerjarenplan vast. Behoudens in de gevallen voorzien in artikel 254, § 4, kan het meerjarenplan pas worden vastgesteld nadat het advies van de externe auditcommissie bedoeld in artikel 254 over het voorontwerp van meerjarenplan wordt voorgelegd. Dat meerjarenplan bestaat uit een strategische nota en een financiële nota. Het heeft betrekking op de hele periode waarvoor de provincieraad werd verkozen, te rekenen vanaf de datum van vaststelling ervan. In de strategische nota worden de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties voor het extern en intern te voeren provinciebeleid op elkaar afgestemd en geïntegreerd weergegeven. In de financiële nota wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd en worden de financiële consequenties van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven. Het ontwerp van meerjarenplan wordt op zijn minst veertien dagen vóór de vergadering waarop het wordt besproken aan ieder lid van de provincieraad bezorgd. Art. 143.De provincieraad past jaarlijks indien nodig het meerjarenplan aan in de loop van het vierde kwartaal en voor hij beraadslaagt over het budget voor het volgende boekjaar. De aanpassing van het meerjarenplan in het laatste jaar van de zesjaarlijkse periode waarvoor de provincieraad werd verkozen, is facultatief. De provincieraad houdt bij de aanpassing rekening met de termijn waarop het meerjarenplan betrekking heeft. Vanaf het voorlaatste jaar van de zesjaarlijkse periode waarvoor de provincieraad werd verkozen, beschrijft de financiële nota de financiële consequenties voor ten minste drie boekjaren na het lopende boekjaar. Het ontwerp van de jaarlijkse aanpassing van het meerjarenplan wordt op zijn minst veertien dagen vóór de vergadering waarop het wordt besproken aan ieder lid van de provincieraad bezorgd. HOOFDSTUK III. - Het budget Art. 144.Voor het begin van ieder boekjaar stelt de provincieraad op basis van het meerjarenplan het budget van de provincie vast. Behoudens in de gevallen voorzien in artikel 254, § 4, kan het budget pas worden vastgesteld nadat het advies van de externe auditcommissie, bedoeld in dat artikel, over het ontwerp van budget aan de provincieraad wordt voorgelegd. In afwijking van de eerste paragraaf kan de provincieraad het budget voor het eerste volledige boekjaar van de zesjaarlijkse periode waarvoor de provincieraad is verkozen, vaststellen in de loop van het eerste kwartaal van dat boekjaar. Het budget voor het eerste volledige boekjaar van de zesjaarlijkse periode hoeft niet te passen in het meerjarenplan. De provincieraad stemt over het budget in zijn geheel. Elk provincieraadslid kan echter de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen van het budget die hij aanwijst. In dat geval mag over het geheel pas gestemd worden na de stemming over een of meer onderdelen die aldus zijn aangewezen. De stemming over het geheel heeft dan betrekking op de onderdelen waarover geen enkel provincieraadslid afzonderlijk wil stemmen, en op de onderdelen die al bij een afzonderlijke stemming zijn aangenomen. Het ontwerp van budget wordt op zijn minst veertien dagen vóór de vergadering waarop het wordt besproken aan ieder lid van de provincieraad bezorgd. Art. 145.Het budget van de provincie omvat een beleidsnota en een financiële nota. Art. 146.De beleidsnota verwoordt het beleid dat de provincie gedurende het boekjaar zal voeren en concretiseert de beleidsdoelstellingen. De beleidsnota omvat een toelichting over de financiële toestand van de provincie en verwoordt de aansluiting met de financiële nota. Art. 147.§
  6. De financiële nota bevat minstens het exploitatiebudget, het investeringsbudget en het liquiditeitenbudget. §
  7. Het exploitatiebudget omvat alle verwachte kosten en opbrengsten. §
  8. Het liquiditeitenbudget is een financieel plan van de geldstromen van de provincie. §
  9. Het investeringsbudget is een financieel plan van de uitgaven en ontvangsten, en van de kosten en opbrengsten die verbonden zijn aan de aanschaf, het gebruik en de vervreemding van duurzame middelen. Een investeringsbudget bestaat uit een of meer investeringsenveloppes. Als een investeringsenveloppe eenmaal in het budget werd goedgekeurd, blijft ze drie jaar geldig als de investering nog niet in uitvoering is. Als de investering eenmaal in uitvoering is, blijft het budget geldig tot 31 december van het boekjaar na het jaar waarin de investering definitief opgeleverd wordt. Verlenging van die termijnen is mogelijk voorzover de provincieraad die goedkeurt. §
  10. De volgende kosten en uitgaven worden in ieder geval in het budget opgenomen : 1° de vaststaande en opeisbare schulden van de provincie, alsmede de schulden die ze moet vereffenen ten gevolge van tegen haar uitgesproken veroordelingen;2° de provinciale bijdragen aan de besturen van de erkende erediensten georganiseerd op provinciaal niveau, bedoeld in het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 06/09/2004 numac 2004036380 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten sluiten betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, en aan de bisschopshuizen en bisschoppelijke seminaries, overeenkomstig de geldende bepalingen;3° de vergoeding voor huisvesting van de bedienaren van de erediensten als geen woning wordt verschaft, overeenkomstig de geldende bepalingen;4° de uitgaven en de kosten met betrekking tot de instellingen voor niet-confessionele morele dienstverlening zoals

artikel 27 van de wet van 21 juni 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/06/2002 pub. 22/10/2002 numac 2002009711 bron federale overheidsdienst justitie Wet betreffende de Centrale Raad der niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen van België, de afgevaardigden en de instellingen belast met het beheer van de matieriële en financiële belangen van de erkende niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen sluiten. Art. 148.Tot het budget van de provincie is vastgesteld, kan de provincie enkel beschikken over voorlopige kredieten onder de voorwaarden en binnen de grenzen die de Vlaamse Regering bepaalt. Art. 149.Als verscheidene provincies betrokken zijn bij een uitgave die door of krachtens wettelijke of decretale bepalingen aan de provincie is opgelegd, dragen ze allemaal daarin bij naar evenredigheid van het belang dat ze erbij kunnen hebben. In geval van weigering of van onenigheid over de verhouding van dat belang en van de te dragen lasten, beslist de Vlaamse Regering. Art. 150.Budgetwijzigingen zijn die kredietaanpassingen aan het budget die niet door middel van een interne kredietaanpassing kunnen worden doorgevoerd. De provincieraad stelt de budgetwijzigingen vast op basis van de voorgelegde cijfers en de verklarende nota ervan. Art. 151.Onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt, beslist de deputatie over de interne kredietaanpassingen. De deputatie brengt de provincieraad, de financieel beheerder en de betrokken budgethouders daarvan onverwijld op de hoogte. Art. 152.Een verbintenis mag alleen worden aangegaan door de bevoegde budgethouder op grond van een goedgekeurde, op het budget voorkomende post of op grond van een voorlopig krediet. De personeelsleden of de leden van de deputatie die in strijd hiermee verbintenissen hebben aangegaan, zijn hiervoor persoonlijk verantwoordelijk, behoudens in de gevallen die door of krachtens dit decreet worden bepaald en onverminderd de eventuele medeverantwoordelijkheid van andere organen of personeelsleden van de provincie. Art. 153.De provincieraad kan zonder voorafgaande budgetwijziging voorzien in uitgaven die door dwingende en onvoorziene omstandigheden worden vereist, op voorwaarde dat hij daartoe een met redenen omkleed besluit neemt. In dezelfde omstandigheden en als het geringste uitstel onbetwistbare schade zou veroorzaken, kan de deputatie op eigen verantwoordelijkheid in de uitgave voorzien. De deputatie brengt de provincieraad en, behoudens in de gevallen voorzien in artikel 254, § 4, de externe auditcommissie, bedoeld in dat artikel, daarvan onverwijld op de hoogte. In de gevallen,

het eerste en het tweede lid, worden de nodige kredieten onverwijld ingeschreven door een budgetwijziging. De betaling mag evenwel worden uitgevoerd, zonder de budgetwijziging af te wachten. HOOFDSTUK IV. - Uitvoering van het budget, budgethouderschap en beheer van de middelen Afdeling I. - Budgethouderschap Art. 154.Het budgethouderschap is de toegekende bevoegdheid tot beheer van een budget dat taakstellend is in die zin dat het een norm inhoudt waarvan de budgethouder de realisatie nastreeft. Art. 155.§ 1. Het budgethouderschap komt toe aan de deputatie, behoudens de uitzonderingen, bepaald door of krachtens dit decreet en onverminderd de toepassing van § 2 en § 3. § 2. De deputatie kan het budgethouderschap voor aan

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.