Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Burgerlijk Wetboek Boek 6

Waar gaat deze regeling over?

Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek bevat het algemene deel van het verbintenissenrecht. Het regelt verbintenissen in het algemeen, de nakoming en niet-nakoming daarvan, schadevergoeding, de overgang van vorderingen en schulden en de onrechtmatige daad. De artikelen lopen van 1 tot 279.

Voor wie: Alle schuldeisers en schuldenaren bij verbintenissen; Partijen bij overeenkomsten en bij overdracht van vorderingen of schulden.

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Belastingrecht
Artikelen
339
Rechterlijke uitspraken
73 296
Bron
wetten.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • Verbintenissen in het algemeen: pluraliteit van schuldenaren en schuldeisers, hoofdelijkheid, voorwaardelijke en alternatieve verbintenissen (Titel 1).
  • Nakoming, opschortingsrechten, schuldeisersverzuim en de gevolgen van niet-nakoming (Titel 1, Afdeling 6-9).
  • Wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding en verrekening (Titel 1, Afdeling 10, 12).
  • Overgang van vorderingen en schulden, subrogatie en contractsoverneming (Titel 2).
  • De onrechtmatige daad, inclusief aansprakelijkheid voor personen en zaken (Titel 3).

Voor wie geldt deze regeling?

  • Alle schuldeisers en schuldenaren bij verbintenissen.
  • Partijen bij overeenkomsten en bij overdracht van vorderingen of schulden.
  • Personen die aansprakelijk zijn uit onrechtmatige daad of voor personen en zaken.

Wat zijn de kernpunten?

  • De gevolgen van het niet nakomen van een verbintenis zijn geregeld in Titel 1, Afdeling 9 (Artikelen 74-94).
  • Wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding staan in Titel 1, Afdeling 10 (Artikelen 95-110).
  • De onrechtmatige daad is geregeld in Titel 3, met algemene bepalingen en aansprakelijkheid voor personen en zaken (Afdeling 1-2).
  • Verrekening is geregeld in Titel 1, Afdeling 12 (Artikelen 127-141).

Rechtspraak over deze regeling

73 296

Belastingrecht

8

Belastingrecht

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (339)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 17
  18. Artikel 18
  19. Artikel 19
  20. Artikel 20
  21. Artikel 21
  22. Artikel 22
  23. Artikel 23
  24. Artikel 24
  25. Artikel 25
  26. Artikel 26
  27. Artikel 27
  28. Artikel 28
  29. Artikel 29
  30. Artikel 30
  31. Artikel 31
  32. Artikel 32
  33. Artikel 33
  34. Artikel 34
  35. Artikel 35
  36. Artikel 36
  37. Artikel 37
  38. Artikel 38
  39. Artikel 39
  40. Artikel 40
  41. Artikel 41
  42. Artikel 42
  43. Artikel 43
  44. Artikel 44
  45. Artikel 45
  46. Artikel 46
  47. Artikel 47
  48. Artikel 48
  49. Artikel 49
  50. Artikel 50
  51. Artikel 51
  52. Artikel 52
  53. Artikel 53
  54. Artikel 54
  55. Artikel 55
  56. Artikel 56
  57. Artikel 57
  58. Artikel 58
  59. Artikel 59
  60. Artikel 60
  61. Artikel 61
  62. Artikel 62
  63. Artikel 63
  64. Artikel 64
  65. Artikel 65
  66. Artikel 66
  67. Artikel 67
  68. Artikel 68
  69. Artikel 69
  70. Artikel 70
  71. Artikel 71
  72. Artikel 72
  73. Artikel 73
  74. § 1 Algemene bepalingen (Artikelen 74-80)
  75. Artikel 74
  76. Artikel 75
  77. Artikel 76
  78. Artikel 77
  79. Artikel 78
  80. Artikel 79
  81. Artikel 80
  82. § 2 Verzuim van de schuldenaar (Artikelen 81-87)
  83. Artikel 81
  84. Artikel 82
  85. Artikel 83
  86. Artikel 84
  87. Artikel 85
  88. Artikel 86
  89. Artikel 87
  90. § 3 Verdere gevolgen van niet-nakoming (Artikelen 88-90)
  91. Artikel 88
  92. Artikel 89
  93. Artikel 90
  94. § 4 Boetebeding (Artikelen 91-94)
  95. Artikel 91
  96. Artikel 92
  97. Artikel 93
  98. Artikel 94
  99. Artikel 95
  100. Artikel 96
  101. Artikel 97
  102. Artikel 98
  103. Artikel 99
  104. Artikel 100
  105. Artikel 101
  106. Artikel 102
  107. Artikel 103
  108. Artikel 104
  109. Artikel 105
  110. Artikel 106
  111. Artikel 107
  112. Artikel 107a
  113. Artikel 108
  114. Artikel 109
  115. Artikel 110
  116. Artikel 111
  117. Artikel 112
  118. Artikel 113
  119. Artikel 114
  120. Artikel 115
  121. Artikel 116
  122. Artikel 117
  123. Artikel 118
  124. Artikel 119
  125. Artikel 119a
  126. Artikel 119b
  127. Artikel 120
  128. Artikel 121
  129. Artikel 122
  130. Artikel 123
  131. Artikel 124
  132. Artikel 125
  133. Artikel 126
  134. Artikel 127
  135. Artikel 128
  136. Artikel 129
  137. Artikel 130
  138. Artikel 131
  139. Artikel 132
  140. Artikel 133
  141. Artikel 134
  142. Artikel 135
  143. Artikel 136
  144. Artikel 137
  145. Artikel 138
  146. Artikel 139
  147. Artikel 140
  148. Artikel 141
  149. Artikel 142
  150. Artikel 143
  151. Artikel 144
  152. Artikel 145
  153. Artikel 146
  154. Artikel 147
  155. Artikel 148
  156. Artikel 149
  157. Artikel 150
  158. Artikel 151
  159. Artikel 152
  160. Artikel 153
  161. Artikel 154
  162. Artikel 155
  163. Artikel 156
  164. Artikel 157
  165. Artikel 158
  166. Artikel 159
  167. Artikel 160
  168. Artikel 161
  169. Artikel 162
  170. Artikel 163
  171. Artikel 164
  172. Artikel 165
  173. Artikel 166
  174. Artikel 167
  175. Artikel 168
  176. Artikel 169
  177. Artikel 170
  178. Artikel 171
  179. Artikel 172
  180. Artikel 173
  181. Artikel 174
  182. Artikel 175
  183. Artikel 176
  184. Artikel 177
  185. Artikel 177a
  186. Artikel 178
  187. Artikel 179
  188. Artikel 180
  189. Artikel 181
  190. Artikel 182
  191. Artikel 183
  192. Artikel 184
  193. Artikel 185
  194. Artikel 186
  195. Artikel 187
  196. Artikel 188
  197. Artikel 189
  198. Artikel 190
  199. Artikel 191
  200. Artikel 192
  201. Artikel 193 Afdeling 3A Oneerlijke handelspraktijken (Artikelen 193a-193j)
  202. Artikel 193a
  203. Artikel 193b
  204. Artikel 193c
  205. Artikel 193d
  206. Artikel 193e
  207. Artikel 193f
  208. Artikel 193g
  209. Artikel 193h
  210. Artikel 193i
  211. Artikel 193j Afdeling 3B Schending van mededingingsrecht (Artikelen 193k-193t)
  212. Artikel 193k
  213. Artikel 193l
  214. Artikel 193m
  215. Artikel 193n
  216. Artikel 193o
  217. Artikel 193p
  218. Artikel 193q
  219. Artikel 193r
  220. Artikel 193s
  221. Artikel 193t
  222. Artikel 194
  223. Artikel 194a
  224. Artikel 195
  225. Artikel 196 Afdeling 4A Aansprakelijkheid bij elektronisch rechtsverkeer (Artikele
  226. Artikel 196b
  227. Artikel 196c
  228. Artikel 197
  229. Artikel 198
  230. Artikel 199
  231. Artikel 200
  232. Artikel 201
  233. Artikel 202
  234. Artikel 203
  235. Artikel 204
  236. Artikel 205
  237. Artikel 206
  238. Artikel 207
  239. Artikel 208
  240. Artikel 209
  241. Artikel 210
  242. Artikel 211
  243. Artikel 212
  244. Artikel 213
  245. Artikel 214
  246. Artikel 215
  247. Artikel 216
  248. Artikel 217
  249. Artikel 218
  250. Artikel 219
  251. Artikel 220
  252. Artikel 221
  253. Artikel 222
  254. Artikel 223
  255. Artikel 224
  256. Artikel 225
  257. Artikel 226
  258. Artikel 227
  259. Artikel 227a
  260. Artikel 227b
  261. Artikel 227c
  262. Artikel 228
  263. Artikel 229
  264. Artikel 230
  265. Artikel 230a
  266. Artikel 230b
  267. Artikel 230c
  268. Artikel 230d
  269. Artikel 230e
  270. Artikel 230f Afdeling 2ab Toegankelijkheidsvoorschriften voor dienstverleners en hu
  271. Artikel 230g
  272. Artikel 230h
  273. Artikel 230i
  274. Artikel 230j
  275. Artikel 230k
  276. Artikel 230l
  277. Artikel 230m
  278. Artikel 230n
  279. Artikel 230o Artikel 230oa
  280. Artikel 230p
  281. Artikel 230q
  282. Artikel 230r
  283. Artikel 230s
  284. Artikel 230t
  285. Artikel 230u
  286. Artikel 230v
  287. Artikel 230w
  288. Artikel 230x
  289. Artikel 230y
  290. Artikel 230z
  291. Artikel 231
  292. Artikel 232
  293. Artikel 233
  294. Artikel 234
  295. Artikel 235
  296. Artikel 236
  297. Artikel 237
  298. Artikel 238
  299. Artikel 239
  300. Artikel 240
  301. Artikel 241
  302. Artikel 242
  303. Artikel 243
  304. Artikel 244
  305. Artikel 245
  306. Artikel 246
  307. Artikel 247
  308. Artikel 248
  309. Artikel 249
  310. Artikel 250
  311. Artikel 251
  312. Artikel 252
  313. Artikel 253
  314. Artikel 254
  315. Artikel 255
  316. Artikel 256
  317. Artikel 257
  318. Artikel 258
  319. Artikel 259
  320. Artikel 260
  321. Artikel 261
  322. Artikel 262
  323. Artikel 263
  324. Artikel 264
  325. Artikel 265
  326. Artikel 266
  327. Artikel 267
  328. Artikel 268
  329. Artikel 269
  330. Artikel 270
  331. Artikel 271
  332. Artikel 272
  333. Artikel 273
  334. Artikel 274
  335. Artikel 275
  336. Artikel 276
  337. Artikel 277
  338. Artikel 278
  339. Artikel 279 Burgerlijk Wetboek Boek 6

wetten.nl - Regeling - Burgerlijk Wetboek Boek 6 - BWBR0005289 Er is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Direct naar content Menu U bent nu hier: Wettenbank Primaire navigatie Andere sites binnen Overheid.nl Eenvoudig zoeken Uitgebreid zoeken Toekomstige regelgeving zoeken Zoeken in EU-richtlijnen Andere sites binnen Overheid.nl Berichten over uw Buurt Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving Rondom uw woonadres Rondom een zelfgekozen adres Dienstverlening Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Naar dienstverlening Beleid & regelgeving Officiële publicaties van de overheid.

Naar beleid & regelgeving Contactgegevens overheden Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Naar overheidsorganisaties U bent hier:

Zoeken Zoekresultaten Regeling Zoek opnieuw Burgerlijk Wetboek Boek 6 Geraadpleegd op 10-07-2026. Geldend van 25-06-2026 t/m heden.

Alles openklappen Alles dichtklappen Inhoudsopgave

Boek 6 Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht (Artikelen 1-279)

Titel 1 Verbintenissen in het algemeen (Artikelen 1-141)

Afdeling 1 Algemene bepalingen (Artikelen 1-5)

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Afdeling 2 Pluraliteit van schuldenaren en hoofdelijke verbondenheid (Artikelen 6-14)

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Afdeling 3 Pluraliteit van schuldeisers (Artikelen 15-16)

Artikel 15

Artikel 16

Afdeling 4 Alternatieve verbintenissen (Artikelen 17-20)

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 19

Artikel 20

Afdeling 5 Voorwaardelijke verbintenissen (Artikelen 21-26)

Artikel 21

Artikel 22

Artikel 23

Artikel 24

Artikel 25

Artikel 26

Afdeling 6 Nakoming van verbintenissen (Artikelen 27-51)

Artikel 27

Artikel 28

Artikel 29

Artikel 30

Artikel 31

Artikel 32

Artikel 33

Artikel 34

Artikel 35

Artikel 36

Artikel 37

Artikel 38

Artikel 39

Artikel 40

Artikel 41

Artikel 42

Artikel 43

Artikel 44

Artikel 45

Artikel 46

Artikel 47

Artikel 48

Artikel 49

Artikel 50

Artikel 51

Afdeling 7 Opschortingsrechten (Artikelen 52-57)

Artikel 52

Artikel 53

Artikel 54

Artikel 55

Artikel 56

Artikel 57

Afdeling 8 Schuldeisersverzuim (Artikelen 58-73)

Artikel 58

Artikel 59

Artikel 60

Artikel 61

Artikel 62

Artikel 63

Artikel 64

Artikel 65

Artikel 66

Artikel 67

Artikel 68

Artikel 69

Artikel 70

Artikel 71

Artikel 72

Artikel 73

Afdeling 9 De gevolgen van het niet nakomen van een verbintenis (Artikelen 74-94)

§ 1Algemene bepalingen (Artikelen 74-80)

Artikel 74

Artikel 75

Artikel 76

Artikel 77

Artikel 78

Artikel 79

Artikel 80

§ 2Verzuim van de schuldenaar (Artikelen 81-87)

Artikel 81

Artikel 82

Artikel 83

Artikel 84

Artikel 85

Artikel 86

Artikel 87

§ 3Verdere gevolgen van niet-nakoming (Artikelen 88-90)

Artikel 88

Artikel 89

Artikel 90

§ 4Boetebeding (Artikelen 91-94)

Artikel 91

Artikel 92

Artikel 93

Artikel 94

Afdeling 10 Wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding (Artikelen 95-110)

Artikel 95

Artikel 96

Artikel 97

Artikel 98

Artikel 99

Artikel 100

Artikel 101

Artikel 102

Artikel 103

Artikel 104

Artikel 105

Artikel 106

Artikel 107

Artikel 107a

Artikel 108

Artikel 109

Artikel 110

Afdeling 11 Verbintenissen tot betaling van een geldsom (Artikelen 111-126)

Artikel 111

Artikel 112

Artikel 113

Artikel 114

Artikel 115

Artikel 116

Artikel 117

Artikel 118

Artikel 119

Artikel 119a

Artikel 119b

Artikel 120

Artikel 121

Artikel 122

Artikel 123

Artikel 124

Artikel 125

Artikel 126

Afdeling 12 Verrekening (Artikelen 127-141)

Artikel 127

Artikel 128

Artikel 129

Artikel 130

Artikel 131

Artikel 132

Artikel 133

Artikel 134

Artikel 135

Artikel 136

Artikel 137

Artikel 138

Artikel 139

Artikel 140

Artikel 141

Titel 2 Overgang van vorderingen en schulden en afstand van vorderingen (Artikelen 142-161)

Afdeling 1 Gevolgen van overgang van vorderingen (Artikelen 142-149)

Artikel 142

Artikel 143

Artikel 144

Artikel 145

Artikel 146

Artikel 147

Artikel 148

Artikel 149

Afdeling 2 Subrogatie (Artikelen 150-154)

Artikel 150

Artikel 151

Artikel 152

Artikel 153

Artikel 154

Afdeling 3 Schuld- en contractsoverneming (Artikelen 155-159)

Artikel 155

Artikel 156

Artikel 157

Artikel 158

Artikel 159

Afdeling 4 Afstand en vermenging (Artikelen 160-161)

Artikel 160

Artikel 161

Titel 3 Onrechtmatige daad (Artikelen 162-197)

Afdeling 1 Algemene bepalingen (Artikelen 162-168)

Artikel 162

Artikel 163

Artikel 164

Artikel 165

Artikel 166

Artikel 167

Artikel 168

Afdeling 2 Aansprakelijkheid voor personen en zaken (Artikelen 169-184)

Artikel 169

Artikel 170

Artikel 171

Artikel 172

Artikel 173

Artikel 174

Artikel 175

Artikel 176

Artikel 177

Artikel 177a

Artikel 178

Artikel 179

Artikel 180

Artikel 181

Artikel 182

Artikel 183

Artikel 184

Afdeling 3 Produktenaansprakelijkheid (Artikelen 185-193)

Artikel 185

Artikel 186

Artikel 187

Artikel 188

Artikel 189

Artikel 190

Artikel 191

Artikel 192

Artikel 193Afdeling 3A Oneerlijke handelspraktijken (Artikelen 193a-193j)

Artikel 193a

Artikel 193b

Artikel 193c

Artikel 193d

Artikel 193e

Artikel 193f

Artikel 193g

Artikel 193h

Artikel 193i

Artikel 193jAfdeling 3B Schending van mededingingsrecht (Artikelen 193k-193t)

Artikel 193k

Artikel 193l

Artikel 193m

Artikel 193n

Artikel 193o

Artikel 193p

Artikel 193q

Artikel 193r

Artikel 193s

Artikel 193t

Afdeling 4 Misleidende en vergelijkende reclame (Artikelen 194-196)

Artikel 194

Artikel 194a

Artikel 195

Artikel 196Afdeling 4A Aansprakelijkheid bij elektronisch rechtsverkeer (Artikelen 196b-196c)

Artikel 196b

Artikel 196c

Afdeling 5 Tijdelijke regeling verhaalsrechten (Artikel 197)

Artikel 197

Titel 4 Verbintenissen uit andere bron dan onrechtmatige daad of overeenkomst (Artikelen 198-212)

Afdeling 1 Zaakwaarneming (Artikelen 198-202)

Artikel 198

Artikel 199

Artikel 200

Artikel 201

Artikel 202

Afdeling 2 Onverschuldigde betaling (Artikelen 203-211)

Artikel 203

Artikel 204

Artikel 205

Artikel 206

Artikel 207

Artikel 208

Artikel 209

Artikel 210

Artikel 211

Afdeling 3 Ongerechtvaardigde verrijking (Artikel 212)

Artikel 212

Titel 5 Overeenkomsten in het algemeen (Artikelen 213-279)

Afdeling 1 Algemene bepalingen (Artikelen 213-216)

Artikel 213

Artikel 214

Artikel 215

Artikel 216

Afdeling 2 Het tot stand komen van overeenkomsten (Artikelen 217-230)

Artikel 217

Artikel 218

Artikel 219

Artikel 220

Artikel 221

Artikel 222

Artikel 223

Artikel 224

Artikel 225

Artikel 226

Artikel 227

Artikel 227a

Artikel 227b

Artikel 227c

Artikel 228

Artikel 229

Artikel 230

Afdeling 2a Informatie over dienstverrichters en hun diensten naar aanleiding van de dienstenrichtlijn (Artikelen 230a-230f)

Artikel 230a

Artikel 230b

Artikel 230c

Artikel 230d

Artikel 230e

Artikel 230fAfdeling 2ab Toegankelijkheidsvoorschriften voor dienstverleners en hun e-handelsdiensten naar

aanleiding van de toegankelijkheidsrichtlijn (Artikelen 230fa-230fd) Artikel 230fa Artikel 230fb Artikel 230fc Artikel 230fd

Afdeling 2b Bepalingen voor overeenkomsten tussen handelaren en consumenten (Artikelen 230g-230z)

Paragraaf 1 – Algemene bepalingen (Artikelen 230g-230k)

Artikel 230g

Artikel 230h

Artikel 230i

Artikel 230j

Artikel 230k

Paragraaf 2 – Bepalingen voor overeenkomsten anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte (Artikel 230l)

Artikel 230l

Paragraaf 3 – Bepalingen voor overeenkomsten op afstand en overeenkomsten buiten de verkoopruimte (Artikelen 230m-230s)

Artikel 230m

Artikel 230n

Artikel 230oArtikel 230oa

Artikel 230p

Artikel 230q

Artikel 230r

Artikel 230s

Paragraaf 4 – Aanvullende bepalingen voor overeenkomsten buiten de verkoopruimte (Artikelen 230t-230u)

Artikel 230t

Artikel 230u

Paragraaf 5 – Aanvullende bepalingen voor overeenkomsten op afstand (Artikel 230v)

Artikel 230v

Paragraaf 6 – Specifieke bepalingen voor overeenkomsten op afstand en buiten de verkoopruimte

inzake financiële producten en financiële diensten (Artikelen 230w-230z)

Artikel 230w

Artikel 230x

Artikel 230y

Artikel 230z

Afdeling 3 Algemene voorwaarden (Artikelen 231-247)

Artikel 231

Artikel 232

Artikel 233

Artikel 234

Artikel 235

Artikel 236

Artikel 237

Artikel 238

Artikel 239

Artikel 240

Artikel 241

Artikel 242

Artikel 243

Artikel 244

Artikel 245

Artikel 246

Artikel 247

Afdeling 4 Rechtsgevolgen van overeenkomsten (Artikelen 248-260)

Artikel 248

Artikel 249

Artikel 250

Artikel 251

Artikel 252

Artikel 253

Artikel 254

Artikel 255

Artikel 256

Artikel 257

Artikel 258

Artikel 259

Artikel 260

Afdeling 5 Wederkerige overeenkomsten (Artikelen 261-279)

Artikel 261

Artikel 262

Artikel 263

Artikel 264

Artikel 265

Artikel 266

Artikel 267

Artikel 268

Artikel 269

Artikel 270

Artikel 271

Artikel 272

Artikel 273

Artikel 274

Artikel 275

Artikel 276

Artikel 277

Artikel 278

Artikel 279Burgerlijk Wetboek Boek 6

Wijziging(en) zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht . Geraadpleegd op 10-07-2026. Geldend van 25-06-2026 t/m heden.

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie Vergelijk met andere versie tekst regeling Druk de regeling af Sla de regeling op Origineel opschrift en aanhef Burgerlijk Wetboek Boek 6, Verbintenissenrecht

Boek 6. Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Titel 1. Verbintenissen in het algemeen

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Artikel 1Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Verbintenissen kunnen slechts ontstaan, indien dit uit de wet voortvloeit.

Artikel 2Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Schuldeiser en schuldenaar zijn verplicht zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid.

2 Een tussen hen krachtens wet, gewoonte of rechtshandeling geldende regel is niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

Artikel 3Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een natuurlijke verbintenis is een rechtens niet- afdwingbare verbintenis.

2 Een natuurlijke verbintenis bestaat: a. wanneer de wet of een rechtshandeling aan een verbintenis de afdwingbaarheid onthoudt; b. wanneer iemand jegens een ander een dringende morele verplichting heeft van zodanige aard dat naleving daarvan, ofschoon rechtens niet afdwingbaar, naar maatschappelijke opvattingen als voldoening van een aan die ander toekomende prestatie moet worden aangemerkt.

Artikel 4Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Op natuurlijke verbintenissen zijn de wettelijke bepalingen betreffende verbintenissen van overeenkomstige toepassing, tenzij de wet of haar strekking meebrengt dat een bepaling geen toepassing mag vinden op een niet-afdwingbare verbintenis.

Artikel 5Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een natuurlijke verbintenis wordt omgezet in een rechtens afdwingbare door een overeenkomst van de schuldenaar met de schuldeiser.

2 Een door de schuldenaar tot de schuldeiser gericht aanbod tot een zodanige overeenkomst om niet, geldt als aanvaard, wanneer het aanbod ter kennis van de schuldeiser is gekomen en deze het niet onverwijld heeft afgewezen.

3 Op de overeenkomst zijn de bepalingen betreffende schenkingen en giften niet van toepassing.

Afdeling 2. Pluraliteit van schuldenaren en hoofdelijke verbondenheid

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Artikel 6Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Is een prestatie door twee of meer schuldenaren verschuldigd, dan zijn zij ieder voor een gelijk deel verbonden, tenzij uit wet, gewoonte of rechtshandeling voortvloeit dat zij voor ongelijke delen of hoofdelijk verbonden zijn.

2 Is de prestatie ondeelbaar of vloeit uit wet, gewoonte of rechtshandeling voort dat de schuldenaren ten aanzien van een zelfde schuld ieder voor het geheel aansprakelijk zijn, dan zijn zij hoofdelijk verbonden.

3 Uit een overeenkomst van een schuldenaar met zijn schuldeiser kan voortvloeien dat, wanneer de schuld op twee of meer rechtsopvolgers overgaat, dezen voor ongelijke delen of hoofdelijk verbonden zullen zijn.

Artikel 7Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien twee of meer schuldenaren hoofdelijk verbonden zijn, heeft de schuldeiser tegenover ieder van hen recht op nakoming voor het geheel.

2 Nakoming door een der schuldenaren bevrijdt ook zijn medeschuldenaren tegenover de schuldeiser. Hetzelfde geldt, wanneer de schuld wordt gedelgd door inbetalinggeving of verrekening, alsmede wanneer de rechter op vordering van een der schuldenaren artikel 60 toepast, tenzij hij daarbij anders bepaalt.

Artikel 8Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Op de rechtsbetrekkingen tussen de hoofdelijke schuldenaren onderling is artikel 2 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Iedere hoofdelijke schuldenaar is bevoegd namens de overige schuldenaren een aanbod tot afstand om niet van het vorderingsrecht te aanvaarden, voor zover de afstand ook de andere schuldenaren betreft.

2 Uitstel van betaling, door de schuldeiser aan een der schuldenaren verleend, werkt ook ten aanzien van zijn medeschuldenaren, voor zover blijkt dat dit de bedoeling van de schuldeiser is.

Artikel 10Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Hoofdelijke schuldenaren zijn, ieder voor het gedeelte van de schuld dat hem in hun onderlinge verhouding aangaat, verplicht overeenkomstig de volgende leden in de schuld en in de kosten bij te dragen.

2 De verplichting tot bijdragen in de schuld die ten laste van een der hoofdelijke schuldenaren wordt gedelgd voor meer dan het gedeelte dat hem aangaat, komt op iedere medeschuldenaar te rusten voor het bedrag van dit meerdere, telkens tot ten hoogste het gedeelte van de schuld dat de medeschuldenaar aangaat.

3 In door een hoofdelijke schuldenaar in redelijkheid gemaakte kosten moet iedere medeschuldenaar bijdragen naar evenredigheid van het gedeelte van de schuld dat hem aangaat, tenzij de kosten slechts de schuldenaar persoonlijk betreffen.

Artikel 11Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een uit hoofde van het vorige artikel tot bijdragen aangesproken medeschuldenaar kan de verweermiddelen die hij op het tijdstip van het ontstaan van de verplichting tot bijdragen jegens de schuldeiser had, ook inroepen tegen de hoofdelijke schuldenaar die de bijdrage van hem verlangt.

2 Niettemin kan hij een zodanig verweermiddel niet tegen deze schuldenaar inroepen, indien het na hun beider verbintenis is ontstaan uit een rechtshandeling die de schuldeiser met of jegens de aangesprokene heeft verricht.

3 Een beroep op verjaring van de rechtsvordering van de schuldeiser komt de tot bijdragen aangesprokene slechts toe, indien op het tijdstip van het ontstaan van de verplichting tot bijdragen zowel hijzelf als degene die de bijdrage verlangt, jegens de schuldeiser de voltooiing van de verjaring had kunnen inroepen.

4 De vorige leden zijn slechts van toepassing, voor zover uit de rechtsverhouding tussen de schuldenaren niet anders voortvloeit.

Artikel 12Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Wordt de schuld ten laste van een hoofdelijke schuldenaar gedelgd voor meer dan het gedeelte dat hem aangaat, dan gaan de rechten van de schuldeiser jegens de medeschuldenaren en jegens derden krachtens subrogatie voor dit meerdere op die schuldenaar over, telkens tot ten hoogste het gedeelte dat de medeschuldenaar of de derde aangaat in zijn verhouding tot die schuldenaar.

2 Door de subrogatie wordt de vordering, indien zij een andere prestatie dan geld betrof, omgezet in een geldvordering van gelijke waarde.

Artikel 13Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Blijkt verhaal op een hoofdelijke schuldenaar voor een vordering als bedoeld in de artikelen 10 en 12 geheel of gedeeltelijk onmogelijk, dan wordt het onverhaalbaar gebleken deel over al zijn medeschuldenaren omgeslagen naar evenredigheid van de gedeelten waarvoor de schuld ieder van hen in hun onderlinge verhouding aanging.

2 Werd de schuld geheel of gedeeltelijk gedelgd ten laste van een hoofdelijke schuldenaar wie de schuld zelf niet aanging en blijkt op geen van de medeschuldenaren wie de schuld wel aanging verhaal mogelijk, dan wordt het onverhaalbaar gebleken deel over alle medeschuldenaren wie de schuld niet aanging, omgeslagen naar evenredigheid van de bedragen waarvoor ieder op het tijdstip van de delging van de schuld jegens de schuldeiser aansprakelijk was.

3 Ieder der in een omslag betrokkenen blijft gerechtigd het bijgedragene alsnog van hem die geen verhaal bood, terug te vorderen.

Artikel 14Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Afstand door de schuldeiser van zijn vorderingsrecht jegens een hoofdelijke schuldenaar bevrijdt deze niet van zijn verplichting tot bijdragen. De schuldeiser kan hem niettemin van zijn verplichting tot bijdragen jegens een medeschuldenaar bevrijden door zich jegens deze laatste te verbinden zijn vordering op hem te verminderen met het bedrag dat als bijdrage gevorderd had kunnen worden.

Afdeling 3. Pluraliteit van schuldeisers

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Artikel 15Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Is een prestatie aan twee of meer schuldeisers verschuldigd, dan heeft ieder van hen een vorderingsrecht voor een gelijk deel, tenzij uit wet, gewoonte of rechtshandeling voortvloeit dat de prestatie hun voor ongelijke delen toekomt of dat zij gezamenlijk één vorderingsrecht hebben.

2 Is de prestatie ondeelbaar of valt het recht daarop in een gemeenschap, dan hebben zij gezamenlijk één vorderingsrecht.

3 Aan de schuldenaar kan niet worden tegengeworpen dat het vorderingsrecht in een gemeenschap valt, wanneer dit recht voortspruit uit een overeenkomst die hij met de deelgenoten heeft gesloten, maar hij niet wist noch behoefde te weten dat dit recht van die gemeenschap ging deel uitmaken.

Artikel 16Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Wanneer met de schuldenaar is overeengekomen dat twee of meer personen als schuldeiser de prestatie van hem voor het geheel kunnen vorderen, des dat de voldoening aan de een hem ook jegens de anderen bevrijdt, doch in de onderlinge verhouding van die personen de prestatie niet aan hen allen gezamenlijk toekomt, zijn op hun rechtsverhouding jegens de schuldenaar de in geval van gemeenschap geldende regels van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 4. Alternatieve verbintenissen

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Artikel 17Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een verbintenis is alternatief, wanneer de schuldenaar verplicht is tot één van twee of meer verschillende prestaties ter keuze van hemzelf, van de schuldeiser of van een derde.

2 De keuze komt toe aan de schuldenaar, tenzij uit wet, gewoonte of rechtshandeling anders voortvloeit.

Artikel 18Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een alternatieve verbintenis wordt enkelvoudig door het uitbrengen van de keuze door de daartoe bevoegde.

Artikel 19Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Wanneer de keuze aan een der partijen toekomt, gaat de bevoegdheid om te kiezen op de andere partij over, indien deze haar wederpartij een redelijke termijn heeft gesteld tot bepaling van haar keuze en deze daarbinnen haar keuze niet heeft uitgebracht.

2 De bevoegdheid om te kiezen gaat echter niet over op de schuldeiser voordat deze het recht heeft om nakoming te vorderen, noch op de schuldenaar voordat deze het recht heeft om te voldoen.

3 Indien op de vordering een pandrecht of een beslag rust en de aangevangen executie bij gebreke van een keuze niet kan worden voortgezet, kan de pandhouder of de beslaglegger aan beide partijen een redelijke termijn stellen om overeenkomstig hun onderlinge rechtsverhouding een keuze uit te brengen. Indien de keuze niet binnen deze termijn geschiedt, gaat de bevoegdheid tot kiezen op de pandhouder of beslaglegger over. Zij zijn gehouden niet nodeloos van deze bevoegdheid gebruik te maken.

Artikel 20Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De onmogelijkheid om een of meer der prestaties te verrichten doet geen afbreuk aan de bevoegdheid om te kiezen.

2 Indien de keuze aan de schuldenaar toekomt, is deze echter niet bevoegd een onmogelijke prestatie te kiezen, tenzij de onmogelijkheid een gevolg is van een aan de schuldeiser toe te rekenen oorzaak of deze met de keuze instemt.

Afdeling 5. Voorwaardelijke verbintenissen

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Artikel 21Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een verbintenis is voorwaardelijk, wanneer bij rechtshandeling haar werking van een toekomstige onzekere gebeurtenis afhankelijk is gesteld.

Artikel 22Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een opschortende voorwaarde doet de werking der verbintenis eerst met het plaatsvinden der gebeurtenis aanvangen; een ontbindende voorwaarde doet de verbintenis met het plaatsvinden der gebeurtenis vervallen.

Artikel 23Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Wanneer de partij die bij de niet-vervulling belang had, de vervulling heeft belet, geldt de voorwaarde als vervuld, indien redelijkheid en billijkheid dit verlangen.

2 Wanneer de partij die bij de vervulling belang had, deze heeft teweeggebracht, geldt de voorwaarde als niet vervuld, indien redelijkheid en billijkheid dit verlangen.

Artikel 24Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Nadat een ontbindende voorwaarde is vervuld, is de schuldeiser verplicht de reeds verrichte prestaties ongedaan te maken, tenzij uit de inhoud of strekking van de rechtshandeling anders voortvloeit.

2 Strekt de verplichting tot ongedaanmaking tot teruggave van een goed, dan komen de na de vervulling van de voorwaarde afgescheiden natuurlijke of opeisbaar geworden burgerlijke vruchten aan de schuldenaar toe en zijn de artikelen 120-124 van Boek 3 van overeenkomstige toepassing met betrekking tot hetgeen daarin is bepaald omtrent de vergoeding van kosten en van schade, voor zover die kosten en die schade na de vervulling zijn ontstaan.

Artikel 25Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Is een krachtens een verbintenis onder opschortende voorwaarde verschuldigde prestatie vóór de vervulling van de voorwaarde verricht, dan kan overeenkomstig afdeling 2 van titel 4 ongedaanmaking van de prestatie worden gevorderd, zolang de voorwaarde niet in vervulling is gegaan.

Artikel 26Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Op voorwaardelijke verbintenissen zijn de bepalingen betreffende onvoorwaardelijke verbintenissen van toepassing, voor zover het voorwaardelijk karakter van de betrokken verbintenis zich daartegen niet verzet.

Afdeling 6. Nakoming van verbintenissen

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Artikel 27Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Hij die een individueel bepaalde zaak moet afleveren, is verplicht tot de aflevering voor deze zaak zorg te dragen op de wijze waarop een zorgvuldig schuldenaar dit in de gegeven omstandigheden zou doen.

Artikel 28Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien de verschuldigde zaak of zaken slechts zijn bepaald naar de soort en binnen de aangeduide soort verschil in kwaliteit bestaat, mag hetgeen de schuldenaar aflevert, niet beneden goede gemiddelde kwaliteit liggen.

Artikel 29Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De schuldenaar is zonder toestemming van de schuldeiser niet bevoegd het verschuldigde in gedeelten te voldoen.

Artikel 30Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een verbintenis kan door een ander dan de schuldenaar worden nagekomen, tenzij haar inhoud of strekking zich daartegen verzet.

2 De schuldeiser komt niet in verzuim, indien hij een door een derde aangeboden voldoening weigert met goedvinden van de schuldenaar.

Artikel 31Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Betaling aan een onbekwame schuldeiser bevrijdt de schuldenaar, voor zover het betaalde de onbekwame tot werkelijk voordeel heeft gestrekt of in de macht is gekomen van diens wettelijke vertegenwoordiger.

Artikel 32Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Betaling aan een ander dan de schuldeiser of dan degene die met hem of in zijn plaats bevoegd is haar te ontvangen, bevrijdt de schuldenaar, voor zover degene aan wie betaald moest worden de betaling heeft bekrachtigd of erdoor is gebaat.

Artikel 33Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Is de betaling gedaan in weerwil van een beslag of terwijl de schuldeiser wegens een beperkt recht, een bewind of een soortgelijk beletsel onbevoegd was haar te ontvangen, en wordt de schuldenaar deswege genoodzaakt opnieuw te betalen, dan heeft hij verhaal op de schuldeiser.

Artikel 34Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De schuldenaar die heeft betaald aan iemand die niet bevoegd was de betaling te ontvangen, kan aan degene aan wie betaald moest worden, tegenwerpen dat hij bevrijdend heeft betaald, indien hij op redelijke gronden heeft aangenomen dat de ontvanger der betaling als schuldeiser tot de prestatie gerechtigd was of dat uit anderen hoofde aan hem moest worden betaald.

2 Indien iemand zijn recht om betaling te vorderen verliest, in dier voege dat het met terugwerkende kracht aan een ander toekomt, kan de schuldenaar een inmiddels gedane betaling aan die ander tegenwerpen, tenzij hetgeen hij omtrent dit verlies kon voorzien, hem van de betaling had behoren te weerhouden.

Artikel 35Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Is in geval van betaling door een derde te zijnen aanzien aan de vereiste van één der leden van het vorige artikel voldaan, dan kan hij te zijnen behoeve de bevrijdende werking van die betaling inroepen.

2 De schuldenaar kan de bevrijdende werking van die betaling te zijnen behoeve inroepen, indien, bij betaling door hemzelf, ook wat hem betreft aan die vereisten zou zijn voldaan.

Artikel 36Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op In de gevallen, bedoeld in de twee voorgaande artikelen, heeft de ware gerechtigde verhaal op degene die de betaling zonder recht heeft ontvangen.

Artikel 37Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De schuldenaar is bevoegd de nakoming van zijn verbintenis op te schorten, indien hij op redelijke gronden twijfelt aan wie de betaling moet geschieden.

Artikel 38Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien geen tijd voor de nakoming is bepaald, kan de verbintenis terstond worden nagekomen en kan terstond nakoming worden gevorderd.

Artikel 39Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Is wel een tijd voor de nakoming bepaald, dan wordt vermoed dat dit slechts belet dat eerdere nakoming wordt gevorderd.

2 Betaling vóór de vervaldag geldt niet als onverschuldigd.

Artikel 40Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De schuldenaar kan de tijdsbepaling niet meer inroepen: a. wanneer hij in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard; b. wanneer hij in gebreke blijft de door hem toegezegde zekerheid te verschaffen; c. wanneer door een aan hem toe te rekenen oorzaak de voor de vordering gestelde zekerheid verminderd is, tenzij het overgeblevene nog een voldoende waarborg voor de voldoening oplevert.

Artikel 41Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien geen plaats voor de nakoming is bepaald, moet de aflevering van een verschuldigde zaak geschieden: a. in geval van een individueel bepaalde zaak: ter plaatse waar zij zich bij het ontstaan van de verbintenis bevond; b. in geval van een naar de soort bepaalde zaak: ter plaatse waar de schuldenaar zijn beroep of bedrijf uitoefent of, bij gebreke daarvan, zijn woonplaats heeft.

Artikel 42Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Hij die ter nakoming van een verbintenis een zaak heeft afgeleverd waarover hij niet bevoegd was te beschikken, kan vorderen dat deze wordt afgegeven aan degene aan wie zij toekomt, mits hij tegelijkertijd een andere, aan de verbintenis beantwoordende zaak aanbiedt en het belang van de schuldeiser zich niet tegen teruggave verzet.

Artikel 43Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Verricht de schuldenaar een betaling die zou kunnen worden toegerekend op twee of meer verbintenissen jegens een zelfde schuldeiser, dan geschiedt de toerekening op de verbintenis welke de schuldenaar bij de betaling aanwijst.

2 Bij gebreke van zodanige aanwijzing geschiedt de toerekening in de eerste plaats op de opeisbare verbintenissen. Zijn er ook dan nog meer verbintenissen waarop de toerekening zou kunnen plaatsvinden, dan geschiedt deze in de eerste plaats op de meest bezwarende en zijn de verbintenissen even bezwarend, op de oudste. Zijn de verbintenissen bovendien even oud, dan geschiedt de toerekening naar evenredigheid.

Artikel 44Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Betaling van een op een bepaalde verbintenis toe te rekenen geldsom strekt in de eerste plaats in mindering van de kosten, vervolgens in mindering van de verschenen rente en ten slotte in mindering van de hoofdsom en de lopende rente.

2 De schuldeiser kan, zonder daardoor in verzuim te komen, een aanbod tot betaling weigeren, indien de schuldenaar een andere volgorde voor de toerekening aanwijst.

3 De schuldeiser kan volledige aflossing van de hoofdsom weigeren, indien daarbij niet tevens de verschenen en lopende rente alsmede de kosten worden voldaan.

Artikel 45Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Slechts met toestemming van de schuldeiser kan een schuldenaar zich van zijn verbintenis bevrijden door een andere prestatie dan de verschuldigde, al mocht zij van gelijke of zelfs hogere waarde zijn.

Artikel 46Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Wanneer de schuldeiser een cheque, postcheque, overschrijvingsorder of een ander hem bij wijze van betaling aangeboden papier in ontvangst neemt, wordt vermoed dat dit geschiedt onder voorbehoud van goede afloop.

2 Is de schuldeiser bevoegd de nakoming van een op hem rustende verplichting tot het tijdstip van de betaling op te schorten, dan behoudt hij dit opschortingsrecht totdat zekerheid van goede afloop bestaat of door hem had kunnen worden verkregen.

Artikel 47Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De kosten van betaling komen ten laste van degene die de verbintenis nakomt.

2 De kosten van een kwitantie komen ten laste van degene ten behoeve van wie het stuk wordt afgegeven.

Artikel 48Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De schuldeiser is verplicht voor iedere voldoening een kwitantie af te geven, tenzij uit overeenkomst, gewoonte of billijkheid anders voortvloeit.

2 Indien de schuldeiser een ter zake van de schuld afgegeven bewijsstuk heeft, kan de schuldenaar bij voldoening bovendien de afgifte van dat bewijsstuk vorderen, tenzij de schuldeiser een redelijk belang heeft bij het behoud van het stuk en daarop de nodige aantekening tot bewijs van de bevrijding van de schuldenaar stelt.

3 De schuldenaar kan de nakoming van zijn verbintenis opschorten, indien de schuldeiser niet voldoet aan het voorschrift van het eerste lid.

Artikel 49Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Bij voldoening van een vordering aan toonder of order kan de schuldenaar eisen dat een kwijting op het papier wordt gesteld en dat hem het papier wordt afgegeven.

2 Indien de voldoening niet de gehele vordering betreft of de schuldeiser het papier nog voor de uitoefening van andere rechten nodig heeft, kan hij het papier behouden, mits hij naast de kwijting die op het papier is gesteld, tevens een afzonderlijke kwijting afgeeft.

3 Hij kan, ongeacht of geheel of gedeeltelijk voldaan wordt volstaan met de enkele afgifte van een kwijting, mits hij op verlangen van de wederpartij aantoont dat het papier vernietigd of waardeloos geworden is, of zekerheid stelt voor twintig jaren of een zoveel kortere tijdsduur als verwacht mag worden dat de wederpartij nog aan een vordering uit hoofde van het papier bloot zal kunnen staan.

4 De schuldenaar kan de nakoming van zijn verbintenis opschorten, indien de schuldeiser niet aan de vorige leden voldoet.

Artikel 50Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Moeten op achtereenvolgende tijdstippen gelijksoortige prestaties worden verricht, dan leveren de kwitanties van twee achtereenvolgende termijnen het vermoeden op dat ook de vroegere termijnen zijn voldaan.

2 Indien de schuldeiser een kwitantie afgeeft voor de hoofdsom, wordt vermoed dat ook de rente en de kosten zijn voldaan.

Artikel 51Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Wanneer uit de wet voortvloeit dat iemand verplicht is tot het stellen van zekerheid of dat het stellen van zekerheid voorwaarde is voor het intreden van enig rechtsgevolg, heeft hij die daartoe overgaat, de keuze tussen persoonlijke en zakelijke zekerheid.

2 De aangeboden zekerheid moet zodanig zijn, dat de vordering en, zo daartoe gronden zijn, de daarop vallende rente en kosten behoorlijk gedekt zijn en dat de schuldeiser daarop zonder moeite verhaal zal kunnen nemen.

3 Is de gestelde zekerheid door een niet aan de schuldeiser toe te rekenen oorzaak onvoldoende geworden, dan is de schuldenaar verplicht haar aan te vullen of te vervangen.

Afdeling 7. Opschortingsrechten

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Artikel 52Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Een schuldenaar die een opeisbare vordering heeft op zijn schuldeiser, is bevoegd de nakoming van zijn verbintenis op te schorten tot voldoening van zijn vordering plaatsvindt, indien tussen vordering en verbintenis voldoende samenhang bestaat om deze opschorting te rechtvaardigen.

2 Een zodanige samenhang kan onder meer worden aangenomen ingeval de verbintenissen over en weer voortvloeien uit dezelfde rechtsverhouding of uit zaken die partijen regelmatig met elkaar hebben gedaan.

Artikel 53Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een opschortingsrecht kan ook worden ingeroepen tegen de schuldeisers van de wederpartij.

Artikel 54Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Geen bevoegdheid tot opschorting bestaat: a. voor zover de nakoming van de verbintenis van de wederpartij wordt verhinderd door schuldeisersverzuim; b. voor zover de nakoming van de verbintenis van de wederpartij blijvend onmogelijk is; c. voor zover op de vordering van de wederpartij geen beslag is toegelaten.

Artikel 55Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Zodra zekerheid is gesteld voor de voldoening van de verbintenis van de wederpartij, vervalt de bevoegdheid tot opschorting, tenzij deze voldoening daardoor onredelijk zou worden vertraagd.

Artikel 56Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een bevoegdheid tot opschorting blijft ook na verjaring van de rechtsvordering op de wederpartij in stand.

Artikel 57Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien een bevoegdheid tot opschorting voldoet aan de omschrijving van het retentierecht in artikel 290 van Boek 3 , zijn de bepalingen van de onderhavige afdeling van toepassing, voor zover daarvan in afdeling 4 van titel 10 van Boek 3 niet is afgeweken.

Afdeling 8. Schuldeisersverzuim

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Artikel 58Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De schuldeiser komt in verzuim, wanneer nakoming van de verbintenis verhinderd wordt doordat hij de daartoe noodzakelijke medewerking niet verleent of doordat een ander beletsel van zijn zijde opkomt, tenzij de oorzaak van verhindering hem niet kan worden toegerekend.

Artikel 59Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De schuldeiser komt eveneens in verzuim, wanneer hij ten gevolge van hem toe te rekenen omstandigheden niet voldoet aan een verplichting zijnerzijds jegens de schuldenaar en deze op die grond bevoegdelijk de nakoming van zijn verbintenis jegens de schuldeiser opschort.

Artikel 60Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Is de schuldeiser in verzuim, dan kan de rechter op vordering van de schuldenaar bepalen dat deze van zijn verbintenis bevrijd zal zijn, al dan niet onder door de rechter te stellen voorwaarden.

Artikel 61Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Verzuim van de schuldeiser maakt een einde aan verzuim van de schuldenaar.

2 Zolang de schuldeiser in verzuim is, kan de schuldenaar niet in verzuim geraken.

Artikel 62Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Gedurende het verzuim van de schuldeiser is deze niet bevoegd maatregelen tot executie te nemen.

Artikel 63Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De schuldenaar heeft, binnen de grenzen der redelijkheid, recht op vergoeding van de kosten, gevallen op een aanbod of een inbewaringstelling als bedoeld in de artikelen 66-70 of op andere wijze als gevolg van het verzuim gemaakt.

Artikel 64Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Komt tijdens het verzuim van de schuldeiser een omstandigheid op, die behoorlijke nakoming geheel of gedeeltelijk onmogelijk maakt, dan wordt dit niet aan de schuldenaar toegerekend, tenzij deze door zijn schuld of die van een ondergeschikte is tekortgeschoten in de zorg die in de gegeven omstandigheden van hem mocht worden gevergd.

Artikel 65Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Wanneer bij een verbintenis tot aflevering van soortzaken de schuldenaar bepaalde, aan de verbintenis beantwoordende zaken voor de aflevering heeft aangewezen en de schuldeiser daarvan heeft verwittigd, dan is hij in geval van verzuim van de schuldeiser nog slechts tot aflevering van deze zaken verplicht. Hij blijft echter bevoegd tot aflevering van andere zaken die aan de verbintenis beantwoorden.

Artikel 66Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Strekt de verbintenis tot betaling van een geldsom of tot aflevering van een zaak, dan is in geval van verzuim van de schuldeiser de schuldenaar bevoegd het verschuldigde ten behoeve van de schuldeiser in bewaring te stellen.

Artikel 67Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De inbewaringstelling van een geldsom geschiedt door consignatie overeenkomstig de wet, die van een af te leveren zaak door deze in bewaring te geven aan iemand die zijn bedrijf maakt van het bewaren van zaken als de betrokkene ter plaatse waar de aflevering moet geschieden. Op deze bewaring zijn de regels betreffende gerechtelijke bewaring van toepassing, voor zover uit de artikelen 68-71 niet anders voortvloeit.

Artikel 68Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Gedurende de bewaring loopt over een in bewaring gestelde geldsom geen rente ten laste van de schuldenaar.

Artikel 69Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Gedurende de bewaring kan de schuldeiser zijn verzuim slechts zuiveren door het in bewaring gestelde te aanvaarden.

2 Zolang de schuldeiser het in bewaring gestelde niet heeft aanvaard, is de bewaargever bevoegd het uit de bewaring terug te nemen.

Artikel 70Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De bewaarder mag de zaak slechts aan de schuldeiser afgeven, indien deze hem alle kosten van de bewaring voldoet. Hij is na de afgifte verplicht aan de bewaargever terug te betalen, wat deze reeds had voldaan. Is de zaak afgegeven, vóórdat de schuldeiser alle kosten voldeed, dan gaan de rechten te dier zake door de betaling aan de bewaargever op de bewaarder over.

Artikel 71Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De rechtsvordering tegen de schuldenaar verjaart niet later dan de rechtsvordering tot uitlevering van het in bewaring gestelde.

Artikel 72Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op In geval van hoofdelijke verbondenheid gelden de rechtsgevolgen van het verzuim van de schuldeiser jegens ieder van de schuldenaren.

Artikel 73Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Weigert de schuldeiser een aanbod van een derde, dan zijn de artikelen 60 , 62 , 63 en 66-70 ten behoeve van de derde van overeenkomstige toepassing, mits het aanbod aan de verbintenis beantwoordt en de derde bij de voldoening een gerechtvaardigd belang heeft.

Afdeling 9. De gevolgen van het niet nakomen van een verbintenis

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

§ 1Algemene bepalingen

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Artikel 74Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis verplicht de schuldenaar de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend.

2 Voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is, vindt lid 1 slechts toepassing met inachtneming van hetgeen is bepaald in de tweede paragraaf betreffende het verzuim van de schuldenaar.

Artikel 75Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een tekortkoming kan de schuldenaar niet worden toegerekend, indien zij niet is te wijten aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.

Artikel 76Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Maakt de schuldenaar bij de uitvoering van een verbintenis gebruik van de hulp van andere personen, dan is hij voor hun gedragingen op gelijke wijze als voor eigen gedragingen aansprakelijk.

Artikel 77Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Wordt bij de uitvoering van een verbintenis gebruik gemaakt van een zaak die daartoe ongeschikt is, dan wordt de tekortkoming die daardoor ontstaat de schuldenaar toegerekend, tenzij dit, gelet op inhoud en strekking van de rechtshandeling waaruit de verbintenis voortspruit, de in het verkeer geldende opvattingen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk zou zijn.

Artikel 78Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien een tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend, maar hij in verband met die tekortkoming een voordeel geniet dat hij bij behoorlijke nakoming niet zou hebben gehad, heeft de schuldeiser met toepassing van de regels betreffende ongerechtvaardigde verrijking recht op vergoeding van zijn schade tot ten hoogste het bedrag van dit voordeel.

2 Bestaat dit voordeel uit een vordering op een derde, dan kan de schuldenaar aan het vorige lid voldoen door overdracht van die vordering.

Artikel 79Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Is de schuldeiser wiens schuldenaar door een hem niet toe te rekenen oorzaak verhinderd is na te komen, desondanks in staat zelf zich door executie of verrekening het verschuldigde te verschaffen, dan is hij daartoe bevoegd.

Artikel 80Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De gevolgen van niet-nakoming treden reeds in voordat de vordering opeisbaar is: a. indien vaststaat dat nakoming zonder tekortkoming onmogelijk zal zijn; b. indien de schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming zal tekortschieten; of c. indien de schuldeiser goede gronden heeft te vrezen dat de schuldenaar in de nakoming zal tekortschieten en deze niet voldoet aan een schriftelijke aanmaning met opgave van die gronden om zich binnen een bij die aanmaning gestelde redelijke termijn bereid te verklaren zijn verplichtingen na te komen.

2 Het oorspronkelijke tijdstip van opeisbaarheid blijft gelden voor de verschuldigdheid van schadevergoeding wegens vertraging en de toerekening aan de schuldenaar van onmogelijk worden van nakoming tijdens zijn verzuim.

§ 2Verzuim van de schuldenaar

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Artikel 81Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De schuldenaar is in verzuim gedurende de tijd dat de prestatie uitblijft nadat zij opeisbaar is geworden en aan de eisen van de artikelen 82 en 83 is voldaan, behalve voor zover de vertraging hem niet kan worden toegerekend of nakoming reeds blijvend onmogelijk is.

Artikel 82Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Het verzuim treedt in, wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, en nakoming binnen deze termijn uitblijft.

2 Indien de schuldenaar tijdelijk niet kan nakomen of uit zijn houding blijkt dat aanmaning nutteloos zou zijn, kan de ingebrekestelling plaatsvinden door een schriftelijke mededeling waaruit blijkt dat hij voor het uitblijven van de nakoming aansprakelijk wordt gesteld.

Artikel 83Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in: a. wanneer een voor de voldoening bepaalde termijn verstrijkt zonder dat de verbintenis is nagekomen, tenzij blijkt dat de termijn een andere strekking heeft; b. wanneer de verbintenis voortvloeit uit onrechtmatige daad of strekt tot schadevergoeding als bedoeld in artikel 74 lid 1 en de verbintenis niet terstond wordt nagekomen; c. wanneer de schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming van de verbintenis zal tekortschieten.

Artikel 84Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Elke onmogelijkheid van nakoming, ontstaan tijdens het verzuim van de schuldenaar en niet toe te rekenen aan de schuldeiser, wordt aan de schuldenaar toegerekend; deze moet de daardoor ontstane schade vergoeden, tenzij de schuldeiser de schade ook bij behoorlijke en tijdige nakoming zou hebben geleden.

Artikel 85Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Tot vergoeding van schade wegens vertraging in de nakoming is de schuldenaar slechts verplicht over de tijd waarin hij in verzuim is geweest.

Artikel 86Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De schuldeiser kan een na het intreden van het verzuim aangeboden nakoming weigeren, zolang niet tevens betaling wordt aangeboden van de inmiddels tevens verschuldigd geworden schadevergoeding en van de kosten.

Artikel 87Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is, wordt de verbintenis omgezet in een tot vervangende schadevergoeding, wanneer de schuldenaar in verzuim is en de schuldeiser hem schriftelijk mededeelt dat hij schadevergoeding in plaats van nakoming vordert.

2 Geen omzetting vindt plaats, die door de tekortkoming, gezien haar ondergeschikte betekenis, niet wordt gerechtvaardigd.

§ 3Verdere gevolgen van niet-nakoming

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Artikel 88Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De schuldenaar die in de nakoming van zijn verbintenis is tekort geschoten, kan aan de schuldeiser een redelijke termijn stellen, waarbinnen deze moet mededelen welke van de hem bij de aanvang van de termijn ten dienste staande middelen hij wenst uit te oefenen, op straffe van slechts aanspraak te kunnen maken: a. op de schadevergoeding waarop de tekortkoming recht geeft en, zo de verbintenis strekt tot betaling van een geldsom, op die geldsom; b. op ontbinding van de overeenkomst waaruit de verbintenis voortspruit, indien de schuldenaar zich erop beroept dat de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend.

2 Heeft de schuldeiser nakoming verlangd, doch wordt daaraan niet binnen een redelijke termijn voldaan, dan kan hij al zijn rechten wederom doen gelden; het vorige lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 89Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De schuldeiser kan op een gebrek in de prestatie geen beroep meer doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar terzake heeft geprotesteerd.

Artikel 90Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Bij een verhindering tot aflevering van een zaak die aan snel tenietgaan of achteruitgaan onderhevig is of waarvan om een andere reden de verdere bewaring zo bezwaarlijk is dat zij in de gegeven omstandigheden niet van de schuldenaar kan worden gevergd, is deze bevoegd de zaak op een geschikte wijze te doen verkopen. De schuldenaar is jegens de schuldeiser tot een zodanige verkoop gehouden, wanneer diens belangen deze verkoop onmiskenbaar eisen of de schuldeiser te kennen geeft de verkoop te verlangen.

2 De netto-opbrengst treedt voor de zaak in de plaats, onverminderd de rechten van de schuldeiser wegens tekortkomingen in de nakoming van de verbintenis.

§ 4Boetebeding

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Artikel 91Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Als boetebeding wordt aangemerkt ieder beding waarbij is bepaald dat de schuldenaar, indien hij in de nakoming van zijn verbintenis tekortschiet, gehouden is een geldsom of een andere prestatie te voldoen, ongeacht of zulks strekt tot vergoeding van schade of enkel tot aansporing om tot nakoming over te gaan.

Artikel 92Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De schuldeiser kan geen nakoming vorderen zowel van het boetebeding als van de verbintenis waaraan het boetebeding verbonden is.

2 Hetgeen ingevolge een boetebeding verschuldigd is treedt in de plaats van de schadevergoeding op grond van de wet.

3 De schuldeiser kan geen nakoming vorderen van het boetebeding, indien de tekortkoming niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend.

Artikel 93Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Voor het vorderen van nakoming van het boetebeding is een aanmaning of een andere voorafgaande verklaring nodig in dezelfde gevallen als deze is vereist voor het vorderen van schadevergoeding op grond van de wet.

Artikel 94Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Op verlangen van de schuldenaar kan de rechter, indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, de bedongen boete matigen, met dien verstande dat hij de schuldeiser ter zake van de tekortkoming niet minder kan toekennen dan de schadevergoeding op grond van de wet.

2 Op verlangen van de schuldeiser kan de rechter, indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, naast een bedongen boete die bestemd is in de plaats te treden van de schadevergoeding op grond van de wet, aanvullende schadevergoeding toekennen.

3 Van lid 1 afwijkende bedingen zijn nietig.

Afdeling 10. Wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Artikel 95Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De schade die op grond van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding moet worden vergoed, bestaat in vermogensschade en ander nadeel, dit laatste voor zover de wet op vergoeding hiervan recht geeft.

2 Het recht op een vergoeding voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, is niet vatbaar voor beslag. Voor overgang onder algemene titel is voldoende dat de gerechtigde aan de wederpartij heeft medegedeeld op de vergoeding aanspraak te maken.

Artikel 96Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Vermogensschade omvat zowel geleden verlies als gederfde winst.

2 Als vermogensschade komen mede voor vergoeding in aanmerking: a. redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade die als gevolg van de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, mocht worden verwacht; b. redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid; c. redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte.

3 Lid 2 onder b en c is niet van toepassing voor zover in het gegeven geval krachtens artikel 241 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de regels betreffende de proceskosten van toepassing zijn.

4 In geval van een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 119a lid 1 of artikel 119b lid 1 bestaat de vergoeding van kosten bedoeld in lid 2 onder c uit ten minste een bedrag van 40 euro. Dit bedrag is zonder aanmaning verschuldigd vanaf de dag volgende op de dag waarop de wettelijke of overeengekomen uiterste dag van betaling is verstreken.

Hiervan kan niet ten nadele van de schuldeiser worden afgeweken.

5 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor de vergoeding van kosten als bedoeld in lid 2 onder c. Van deze regels kan niet ten nadele van de schuldenaar worden afgeweken indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. In dit geval mist artikel 241, eerste volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering toepassing .

6 De vergoeding volgens de nadere regels kan indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, eerst verschuldigd worden nadat de schuldenaar na het intreden van het verzuim, bedoeld in artikel 81 , onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling, waaronder de vergoeding die in overeenstemming met de nadere regels wordt gevorderd, vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van veertien dagen, aanvangende de dag na aanmaning.

7 Indien een schuldenaar voor meer dan een vordering door een schuldeiser kan worden aangemaand als bedoeld in lid 6, dan dient dit in één aanmaning te geschieden. Voor de berekening van de vergoeding worden de hoofdsommen van deze vorderingen bij elkaar opgeteld.

8 Zijn op grond van eenzelfde rechtsverhouding termijnbetalingen verschuldigd en wordt aangemaand als bedoeld in lid 6 voor een termijnbetaling waarvoor op grond van de in lid 5 bedoelde algemene maatregel van bestuur de laagste vergoeding geldt, dan wordt voor de berekening van de vergoeding vanaf de dag dat wordt aangemaand, rekening gehouden met een of meerdere aanmaningen voor termijnbetalingen die geheel of gedeeltelijk onbetaald zijn gebleven in een periode van zes maanden voorafgaand aan de dag van de aanmaning.

De in de eerste zin genoemde algemene maatregel van bestuur bevat nadere regels voor de vergoeding. Hierin wordt, in afwijking van lid 7, tevens de vergoeding bepaald in het geval één aanmaning meerdere termijnbetalingen betreft.

Van dit lid kan niet ten nadele van de in lid 5 bedoelde schuldenaar worden afgeweken.

Artikel 97Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De rechter begroot de schade op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Kan de omvang van de schade niet nauwkeurig worden vastgesteld, dan wordt zij geschat.

Artikel 98Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Voor vergoeding komt slechts in aanmerking schade die in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van de schuldenaar berust, dat zij hem, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend.

Artikel 99Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Kan de schade een gevolg zijn van twee of meer gebeurtenissen voor elk waarvan een andere persoon aansprakelijk is, en staat vast dat de schade door ten minste één van deze gebeurtenissen is ontstaan, dan rust de verplichting om de schade te vergoeden op ieder van deze personen, tenzij hij bewijst dat deze niet het gevolg is van een gebeurtenis waarvoor hijzelf aansprakelijk is.

Artikel 100Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Heeft een zelfde gebeurtenis voor de benadeelde naast schade tevens voordeel opgeleverd, dan moet, voor zover dit redelijk is, dit voordeel bij de vaststelling van de te vergoeden schade in rekening worden gebracht.

Artikel 101Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Wanneer de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend, wordt de vergoedingsplicht verminderd door de schade over de benadeelde en de vergoedingsplichtige te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, met dien verstande dat een andere verdeling plaatsvindt of de vergoedingsplicht geheel vervalt of in stand blijft, indien de billijkheid dit wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval eist.

2 Betreft de vergoedingsplicht schade, toegebracht aan een zaak die een derde voor de benadeelde in zijn macht had, dan worden bij toepassing van het vorige lid omstandigheden die aan de derde toegerekend kunnen worden, toegerekend aan de benadeelde.

Artikel 102Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Rust op ieder van twee of meer personen een verplichting tot vergoeding van dezelfde schade, dan zijn zij hoofdelijk verbonden. Voor de bepaling van hetgeen zij krachtens artikel 10 in hun onderlinge verhouding jegens elkaar moeten bijdragen, wordt de schade over hen verdeeld met overeenkomstige toepassing van artikel 101 , tenzij uit wet of rechtshandeling een andere verdeling voortvloeit.

2 Wanneer de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend, vindt artikel 101 toepassing op de vergoedingsplicht van ieder van de in het vorige lid bedoelde personen afzonderlijk, met dien verstande dat de benadeelde in totaal van hen niet meer kan vorderen dan hem zou zijn toegekomen, indien voor de omstandigheden waarop hun vergoedingsplichten berusten, slechts één persoon aansprakelijk zou zijn geweest. Indien verhaal op een der tot bijdragen verplichte personen niet ten volle mogelijk blijkt, kan de rechter op verlangen van een hunner bepalen dat bij toepassing van artikel 13 het onvoldaan gebleven deel mede over de benadeelde omgeslagen wordt.

Artikel 103Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Schadevergoeding wordt voldaan in geld. Nochthans kan de rechter op vordering van de benadeelde schadevergoeding in andere vorm dan betaling van een geldsom toekennen.

Wordt niet binnen redelijke termijn aan een zodanige uitspraak voldaan, dan herkrijgt de benadeelde zijn bevoegdheid om schadevergoeding in geld te verlangen.

Artikel 104Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien iemand die op grond van onrechtmatige daad of een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis jegens een ander aansprakelijk is, door die daad of tekortkoming winst heeft genoten, kan de rechter op vordering van die ander de schade begroten op het bedrag van die winst of op een gedeelte daarvan.

Artikel 105Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De begroting van nog niet ingetreden schade kan door de rechter geheel of gedeeltelijk worden uitgesteld of na afweging van goede en kwade kansen bij voorbaat geschieden.

In het laatste geval kan de rechter de schuldenaar veroordelen, hetzij tot betaling van een bedrag ineens, hetzij tot betaling van periodiek uit te keren bedragen, al of niet met verplichting tot zekerheidstelling; deze veroordeling kan geschieden onder door de rechter te stellen voorwaarden.

2 Voor zover de rechter de schuldenaar veroordeelt tot betaling van periodiek uit te keren bedragen, kan hij in zijn uitspraak bepalen dat deze op verzoek van elk van de partijen door de rechter die in eerste aanleg van de vordering tot schadevergoeding heeft kennis genomen, kan worden gewijzigd, indien zich na de uitspraak omstandigheden voordoen, die voor de omvang van de vergoedingsplicht van belang zijn en met de mogelijkheid van het intreden waarvan bij de vaststelling der bedragen geen rekening is gehouden.

Artikel 106Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding: a. indien de aansprakelijke persoon het oogmerk had zodanig nadeel toe te brengen; b. indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast; c. indien het nadeel gelegen is in aantasting van de nagedachtenis van een overledene en toegebracht is aan de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, de geregistreerde partner of een bloedverwant tot in de tweede graad van de overledene, mits de aantasting plaatsvond op een wijze die de overledene, ware hij nog in leven geweest, recht zou hebben gegeven op schadevergoeding wegens het schaden van zijn eer of goede naam.

Artikel 107Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien iemand ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, is die ander behalve tot vergoeding van de schade van de gekwetste zelf, ook verplicht tot vergoeding van: a. de kosten die een derde anders dan krachtens een verzekering ten behoeve van de gekwetste heeft gemaakt en die deze laatste, zo hij ze zelf zou hebben gemaakt, van die ander had kunnen vorderen; en b. een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag of bedragen voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat geleden door de in lid 2 genoemde naasten van de gekwetste met ernstig en blijvend letsel.

2 De naasten, bedoeld in lid 1 onder b, zijn: a. de ten tijde van de gebeurtenis niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of geregistreerde partner van de gekwetste; b. de levensgezel van de gekwetste, die ten tijde van de gebeurtenis duurzaam met deze een gemeenschappelijke huishouding voert; c. degene die ten tijde van de gebeurtenis de ouder van de gekwetste is; d. degene die ten tijde van de gebeurtenis het kind van de gekwetste is; e. degene die ten tijde van de gebeurtenis duurzaam in gezinsverband de zorg voor de gekwetste heeft; f. degene voor wie de gekwetste ten tijde van de gebeurtenis duurzaam in gezinsverband de zorg heeft; g. een andere persoon die in een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot de gekwetste staat, dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat hij voor de toepassing van lid 1 onder b als naaste wordt aangemerkt.

3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld waarmee nader wordt bepaald wanneer letsel als ernstig en blijvend letsel als bedoeld in lid 1 onder b wordt aangemerkt.

4 Onverminderd artikel 6, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen kunnen aanspraken van derden ter zake van als gevolg van het letsel geleden schade niet ten nadele van het recht op schadevergoeding van de gekwetste worden uitgeoefend.

5 Hij die krachtens lid 1 tot schadevergoeding wordt aangesproken kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de gekwetste ten dienste zou hebben gestaan.

Artikel 107aToon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien iemand ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, houdt de rechter bij de vaststelling van de schadevergoeding waarop de gekwetste aanspraak kan maken rekening met de aanspraak op loon die de gekwetste heeft krachtens artikel 629, lid 1, van Boek 7 of krachtens individuele of collectieve arbeidsovereenkomst.

2 Indien een werkgever krachtens artikel 629, lid 1, van Boek 7 of krachtens individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verplicht is tijdens ziekte of arbeidsongeschiktheid van de gekwetste het loon door te betalen, heeft hij, indien de ongeschiktheid tot werken van de gekwetste het gevolg is van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, jegens deze ander recht op schadevergoeding ten bedrage van de door hem betaalde loon, doch ten hoogste tot het bedrag, waarvoor de aansprakelijke persoon, bij het ontbreken van de loondoorbetalingsverplichting aansprakelijk zou zijn, verminderd met een bedrag, gelijk aan dat van de schadevergoeding tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de gekwetste is gehouden.

3 De in lid 2 bedoelde aansprakelijke is eveneens verplicht tot vergoeding van de door de werkgever gemaakte redelijke kosten ter nakoming van zijn in artikel 658a van Boek 7 bedoelde verplichtingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de gekwetste ten dienste zou hebben gestaan.

4 Indien de aansprakelijke persoon een werknemer is, heeft de werkgever slechts recht op schadevergoeding indien de ongeschiktheid tot werken het gevolg is van diens opzet of bewuste roekeloosheid.

Artikel 108Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien iemand ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander jegens hem aansprakelijk is overlijdt, is die ander verplicht tot vergoeding van schade door het derven van levensonderhoud: a. aan de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, de geregistreerde partner en de minderjarige kinderen van de overledene, tot ten minste het bedrag van het hun krachtens de wet verschuldigde levensonderhoud; b. aan andere bloed- of aanverwanten van de overledene, mits deze reeds ten tijde van het overlijden geheel of ten dele in hun levensonderhoud voorzag of daartoe krachtens rechterlijke uitspraak verplicht was; c. aan degenen die reeds vóór de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, met de overledene in gezinsverband samenwoonden en in wier levensonderhoud hij geheel of voor een groot deel voorzag, voor zover aannemelijk is dat een en ander zonder het overlijden zou zijn voortgezet en zij redelijkerwijze niet voldoende in hun levensonderhoud kunnen voorzien; d. aan degene die met de overledene in gezinsverband samenwoonde en in wiens levensonderhoud de overledene bijdroeg door het doen van de gemeenschappelijke huishouding, voor zover hij schade lijdt doordat na het overlijden op andere wijze in de gang van deze huishouding moet worden voorzien.

2 Bovendien is de aansprakelijke verplicht aan degene te wiens laste de kosten van lijkbezorging zijn gekomen, deze kosten te vergoeden, voor zover zij in overeenstemming zijn met de omstandigheden van de overledene.

3 Voorts is de aansprakelijke verplicht tot vergoeding van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag of bedragen voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, geleden door de in lid 4 genoemde naasten als gevolg van het overlijden.

4 De naasten, bedoeld in lid 3, zijn: a. de ten tijde van de gebeurtenis niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of geregistreerde partner van de overledene; b. de levensgezel van de overledene, die ten tijde van de gebeurtenis duurzaam met deze een gemeenschappelijke huishouding voert; c. degene die ten tijde van de gebeurtenis ouder van de overledene is; d. degene die ten tijde van de gebeurtenis het kind van de overledene is; e. degene die ten tijde van de gebeurtenis duurzaam in gezinsverband de zorg voor de overledene heeft; f. degene voor wie de overledene ten tijde van de gebeurtenis duurzaam in gezinsverband de zorg heeft; g. een andere persoon die ten tijde van de gebeurtenis in een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot de overledene staat, dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat hij voor de toepassing van lid 3 als naaste wordt aangemerkt.

5 Hij die krachtens de vorige leden tot schadevergoeding wordt aangesproken, kan hetzelfde verweer voeren, dat hem tegenover de overledene zou hebben ten dienste gestaan.

6 Geen recht op vergoeding van de in lid 3 bedoelde schade bestaat, voor zover de rechthebbende op grond van dezelfde gebeurtenis reeds een vergoeding uit hoofde van artikel 107 lid 1 onder b heeft ontvangen.

Artikel 109Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Indien toekenning van volledige schadevergoeding in de gegeven omstandigheden waaronder de aard van de aansprakelijkheid, de tussen partijen bestaande rechtsverhouding en hun beider draagkracht, tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden, kan de rechter een wettelijke verplichting tot schadevergoeding matigen.

2 De matiging mag niet geschieden tot een lager bedrag dan waarvoor de schuldenaar zijn aansprakelijkheid door verzekering heeft gedekt of verplicht was te dekken.

3 Ieder beding in strijd met lid 1 is nietig.

Artikel 110Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Opdat de aansprakelijkheid die ter zake van schade kan ontstaan niet hetgeen redelijkerwijs door verzekering kan worden gedekt, te boven gaat, kunnen bij algemene maatregel van bestuur bedragen worden vastgesteld, waarboven de aansprakelijkheid zich niet uitstrekt.

Afzonderlijke bedragen kunnen worden bepaald naar gelang van onder meer de aard van de gebeurtenis, de aard van de schade en de grond van de aansprakelijkheid.

Afdeling 11. Verbintenissen tot betaling van een geldsom

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Artikel 111Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een verbintenis tot betaling van een geldsom moet naar haar nominale bedrag worden voldaan, tenzij uit wet, gewoonte of rechtshandeling anders voortvloeit.

Artikel 112Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Het geld dat ter voldoening van de verbintenis wordt betaald, moet op het tijdstip van de betaling gangbaar zijn in het land in welks geld de betaling geschiedt.

Artikel 113Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op [Vervallen per 01-01-2002] [Wijziging(en) zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht .]

Artikel 114Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Bestaat in een land waar de betaling moet of mag geschieden ten name van de schuldeiser een rekening, bestemd voor girale betaling, dan kan de schuldenaar de verbintenis voldoen door het verschuldigde bedrag op die rekening te doen bijschrijven, tenzij de schuldeiser betaling op die rekening geldig heeft uitgesloten.

2 In het geval van het vorige lid geschiedt de betaling op het tijdstip waarop de rekening van de schuldeiser wordt gecrediteerd.

Artikel 115Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De plaats waar de betaling moet geschieden wordt bepaald door de artikelen 116-118 , tenzij uit wet, gewoonte of rechtshandeling voortvloeit dat op een andere plaats moet of mag worden betaald.

Artikel 116Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De betaling moet worden gedaan aan de woonplaats van de schuldeiser op het tijdstip van de betaling.

2 De schuldeiser is bevoegd een andere plaats voor de betaling aan te wijzen in het land van de woonplaats van de schuldeiser op het tijdstip van de betaling of op het tijdstip van het ontstaan van de verbintenis.

Artikel 117Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien de betaling overeenkomstig artikel 116 moet geschieden op een andere plaats dan de woonplaats van de schuldeiser op het tijdstip van het ontstaan van de verbintenis en het voldoen aan de verbintenis daardoor voor de schuldenaar aanmerkelijk bezwaarlijker zou worden, is deze bevoegd de betaling op te schorten, totdat de schuldeiser in een der in artikel 116, lid 2 bedoelde landen een andere plaats voor de betaling heeft aangewezen, waaraan een zodanig bezwaar niet is verbonden.

Artikel 118Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien de verbintenis is ontstaan bij de uitoefening van bedrijfs- of beroepsbezigheden van de schuldeiser, geldt in de artikelen 116 en 117 de plaats van vestiging waar die bezigheden worden uitgeoefend, als woonplaats van de schuldeiser.

Artikel 119Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De schadevergoeding, verschuldigd wegens vertraging in de voldoening van een geldsom, bestaat in de wettelijke rente van die som over de tijd dat de schuldenaar met de voldoening daarvan in verzuim is geweest.

2 Telkens na afloop van een jaar wordt het bedrag waarover de wettelijke rente wordt berekend, vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde rente.

3 Een bedongen rente die hoger is dan die welke krachtens de vorige leden verschuldigd zou zijn, loopt in plaats daarvan door nadat de schuldenaar in verzuim is gekomen.

Artikel 119aToon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De schadevergoeding, verschuldigd wegens vertraging in de voldoening van een geldsom, bestaat in het geval van een handelsovereenkomst in de wettelijke rente van die som met ingang van de dag volgend op de dag die is overeengekomen als de uiterste dag van betaling tot en met de dag waarop de schuldenaar de geldsom heeft voldaan. Onder handelsovereenkomst wordt verstaan de overeenkomst om baat die een of meer van de partijen verplicht iets te geven of te doen en die tot stand is gekomen tussen een of meer natuurlijke personen die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf of rechtspersonen.

2 Indien geen uiterste dag van betaling is overeengekomen, is de wettelijke rente van rechtswege verschuldigd: a. vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldenaar de factuur heeft ontvangen, of b. indien de datum van ontvangst van de factuur niet vaststaat, of indien de schuldenaar de factuur ontvangt voordat hij de prestatie heeft ontvangen, vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de prestatie is ontvangen, of c. indien de schuldenaar een termijn heeft bedongen waarbinnen hij de ontvangen prestatie kan aanvaarden dan wel kan beoordelen of deze aan de overeenkomst beantwoordt, en indien hij de factuur ontvangt voordat hij de prestatie heeft aanvaard of beoordeeld, vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldenaar de prestatie heeft aanvaard of beoordeeld, dan wel, indien hij zich niet over goedkeuring of aanvaarding uitspreekt, vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag volgende op die waarop de termijn verstrijkt.

3 Telkens na afloop van een jaar wordt het bedrag waarover de wettelijke rente wordt berekend, vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde rente.

4 De termijn bedoeld in lid 2 onder c bedraagt niet meer dan 30 dagen vanaf de datum van ontvangst van de prestatie, tenzij partijen uitdrukkelijk een langere termijn overeenkomen en deze termijn niet kennelijk onbillijk is jegens de schuldeiser, mede gelet op: a. de vraag of de schuldenaar objectieve redenen heeft om af te wijken van de 30 dagen termijn; b. de aard van de prestatie; en c. elke aanmerkelijke afwijking van goede handelspraktijken.

5 Partijen kunnen een uiterste dag van betaling overeenkomen van ten hoogste 60 dagen, tenzij zij uitdrukkelijk een langere termijn van betaling in de overeenkomst opnemen en deze termijn niet kennelijk onbillijk is jegens de schuldeiser, mede gelet op: a. de vraag of de schuldenaar objectieve redenen heeft om af te wijken van de 60 dagen termijn; b. de aard van de prestatie; en c. elke aanmerkelijke afwijking van goede handelspraktijken.

6 In afwijking van lid 5 kunnen partijen geen uiterste dag van betaling overeenkomen van meer dan 30 dagen indien de schuldenaar een rechtspersoon is die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, niet heeft voldaan aan ten minste twee van de vereisten, bedoeld in artikel 397, leden 1 en 2 van Boek 2 , en de schuldeiser een natuurlijk persoon is die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf of een rechtspersoon, die gedurende die periode aan ten minste twee van die vereisten heeft voldaan. Een beding in een overeenkomst in strijd met de vorige zin is nietig.

7 Geen wettelijke rente is verschuldigd wanneer de schuldeiser zelf in verzuim is.

8 De wettelijke rente is verschuldigd behalve voor zover de vertraging niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend.

9 Voor de toepassing van dit artikel wordt met de wettelijke rente gelijkgesteld een andere overeengekomen rente.

Artikel 119bToon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De schadevergoeding, verschuldigd door een overheidsinstantie wegens vertraging in de voldoening van een geldsom, bestaat in geval van een handelsovereenkomst met een overheidsinstantie in de wettelijke rente van die som met ingang van de dag volgend op de dag die is overeengekomen als uiterste dag van betaling tot en met de dag waarop de schuldenaar de geldsom heeft voldaan. Onder overheidsinstantie wordt verstaan de Staat, een provincie, een gemeente, een waterschap of een publiekrechtelijke instelling dan wel een samenwerkingsverband van deze overheden of publiekrechtelijke instellingen als bedoeld in artikel 2 lid 2 van richtlijn nr. 2011/7 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties (PbEU L48/11).

2 Indien geen uiterste dag van betaling is overeengekomen, is de wettelijke rente van rechtswege verschuldigd: a. vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldenaar de factuur heeft ontvangen, of b. indien de datum van ontvangst van de factuur niet vaststaat, of indien de schuldenaar de factuur ontvangt voordat hij de prestatie heeft ontvangen, vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de prestatie is ontvangen, of c. indien de schuldenaar een termijn heeft bedongen waarbinnen hij de ontvangen prestatie kan aanvaarden dan wel kan beoordelen of deze aan de overeenkomst beantwoordt, en indien hij de factuur ontvangt voordat hij de prestatie heeft aanvaard of beoordeeld, vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldenaar de prestatie heeft aanvaard of beoordeeld, dan wel, indien hij zich niet over goedkeuring of aanvaarding uitspreekt, vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag volgende op die waarop de termijn verstrijkt.

3 Telkens na afloop van een jaar wordt het bedrag waarover de wettelijke rente wordt berekend, vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde rente.

4 De termijn bedoeld in lid 2 onder c bedraagt niet meer dan 30 dagen vanaf de datum van ontvangst van de prestatie, tenzij partijen uitdrukkelijk een langere termijn in de overeenkomst en aanbestedingsdocumenten opnemen en deze termijn niet kennelijk onbillijk is jegens de schuldeiser, mede gelet op: a. de vraag of de schuldenaar objectieve redenen heeft om af te wijken van de 30 dagen termijn; b. de aard van de prestatie; en c. elke aanmerkelijke afwijking van goede handelspraktijken.

5 Bij overeenkomst kan niet van een uiterste dag van betaling van ten hoogste 30 dagen, overeenkomstig het tweede lid, worden afgeweken, tenzij partijen uitdrukkelijk een langere termijn van betaling in de overeenkomst opnemen en de bijzondere aard of eigenschappen van de overeenkomst dit objectief rechtvaardigen. De betalingstermijn bedraagt in dat geval ten hoogste 60 dagen.

6 Geen wettelijke rente is verschuldigd wanneer de schuldeiser zelf in verzuim is.

7 De wettelijke rente is verschuldigd behalve voor zover de vertraging niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend.

8 Voor de toepassing van dit artikel wordt met de wettelijke rente gelijkgesteld een hogere overeengekomen rente.

Artikel 120Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De wettelijke rente bedoeld in artikel 119 wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld. Wettelijke rente die loopt op het tijdstip van inwerkingtreding van een nieuwe bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde rentevoet, wordt met ingang van dat tijdstip volgens de nieuwe rentevoet berekend.

2 De wettelijke rente bedoeld in artikel 119a en artikel 119b is gelijk aan de herfinancieringsrente die door de Europese Centrale Bank is vastgesteld voor haar meest recente basisherfinancieringstransactie die heeft plaatsgevonden voor de eerste kalenderdag van het betreffende halfjaar, vermeerderd met acht procentpunten.

Wettelijke rente die loopt op de eerste dag van het betreffende halfjaar, wordt met ingang van dat tijdstip volgens de nieuwe rentevoet berekend gedurende een half jaar.

Artikel 121Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Strekt een verbintenis tot betaling van ander geld dan dat van het land waar de betaling moet geschieden, dan is de schuldenaar bevoegd de verbintenis in het geld van de plaats van betaling te voldoen.

2 Het vorige lid geldt niet, indien uit wet, gewoonte of rechtshandeling voortvloeit dat de schuldenaar verplicht is tot betaling effectief in het geld tot betaling waarvan de verbintenis strekt.

Artikel 122Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Strekt een verbintenis tot betaling van ander geld dan dat van het land waar de betaling moet geschieden en is de schuldenaar niet in staat of beweert hij niet in staat te zijn in dit geld te voldoen, dan kan de schuldeiser voldoening in het geld van de plaats van betaling vorderen.

2 Het vorige lid geldt mede, indien de schuldenaar verplicht is tot betaling effectief in het geld tot betaling waarvan de verbintenis strekt.

Artikel 123Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Ingeval in Nederland een rechtsvordering wordt ingesteld ter verkrijging van een geldsom, uitgedrukt in buitenlands geld, kan de schuldeiser veroordeling vorderen tot betaling te zijner keuze in dat buitenlandse geld of in Nederlands geld.

2 De schuldeiser die een in buitenlands geld luidende executoriale titel in Nederland kan executeren, kan het hem verschuldigde bij deze executie opeisen in Nederlands geld.

3 De vorige leden gelden mede, indien de schuldenaar verplicht is tot betaling effectief in het geld tot betaling waarvan de verbintenis strekt.

Artikel 124Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Wordt de verbintenis als gevolg van toepassing van de artikelen 121 , 122 of 123 of van omzetting in een vordering tot schadevergoeding overeenkomstig het bepaalde in afdeling 9 van titel 1 voldaan in ander geld dan tot betaling waarvan zij strekt, dan geschiedt de omrekening naar de koers van de dag waarop de betaling plaatsvindt.

Artikel 125Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Artikel 119 laat onverlet het recht van de schuldeiser op vergoeding van de schade die hij heeft geleden, doordat na het intreden van het verzuim de koers van het geld tot betaling waarvan de verbintenis strekt, zich ten opzichte van die van het geld van een of meer andere landen heeft gewijzigd.

2 Het vorige lid is niet van toepassing, indien de verbintenis strekt tot betaling van Nederlands geld, de betaling in Nederland moet geschieden en de schuldeiser op het tijdstip van het ontstaan van de verbintenis zijn woonplaats in Nederland had.

Artikel 126Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Voor de toepassing van deze afdeling geldt als koers de koers tegen welke de schuldeiser zich onverwijld het geld kan verschaffen, zulks met inachtneming van hetgeen uit wet, gewoonte en inhoud of strekking van de verbintenis mocht voortvloeien.

Afdeling 12. Verrekening

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Artikel 127Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Wanneer een schuldenaar die de bevoegdheid tot verrekening heeft, aan zijn schuldeiser verklaart dat hij zijn schuld met een vordering verrekent, gaan beide verbintenissen tot hun gemeenschappelijk beloop teniet.

2 Een schuldenaar heeft de bevoegdheid tot verrekening, wanneer hij een prestatie te vorderen heeft die beantwoordt aan zijn schuld jegens dezelfde wederpartij en hij bevoegd is zowel tot betaling van de schuld als tot het afdwingen van de betaling van de vordering.

3 De bevoegdheid tot verrekening bestaat niet ten aanzien van een vordering en een schuld die in van elkaar gescheiden vermogens vallen.

Artikel 128Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De schuldeiser van een vordering aan toonder of order brengt deze in verrekening door zijn verrekeningsverklaring op het papier te stellen en dit aan de wederpartij af te geven.

2 Indien de verrekening niet zijn gehele vordering betreft of hij het papier nog voor de uitoefening van andere rechten nodig heeft, kan hij het papier behouden, mits hij de verklaring niet alleen op het papier stelt, maar haar ook schriftelijk tot de wederpartij richt.

3 Hij kan, ongeacht of de verrekening de gehele vordering betreft, bij enkele, niet op het papier gestelde schriftelijke verklaring verrekenen, mits hij op verlangen van de wederpartij aantoont dat het papier vernietigd of waardeloos geworden is, of zekerheid stelt voor twintig jaren of voor een zoveel kortere tijdsduur als verwacht mag worden dat de wederpartij nog aan een vordering uit hoofde van het papier bloot zal kunnen staan.

Artikel 129Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De verrekening werkt terug tot het tijdstip, waarop de bevoegdheid tot verrekening is ontstaan.

2 Is over één der vorderingen of over beide reeds opeisbare rente betaald, dan werkt de verrekening niet verder terug dan tot het einde van de laatste termijn waarover rente is voldaan.

3 Indien voor de bepaling van de werking van een verrekening bij geldschulden een koersberekening nodig is, geschiedt deze volgens dezelfde maatstaven als wanneer op de dag der verrekening wederzijdse betaling had plaatsgevonden.

Artikel 130Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Is een vordering onder bijzondere titel overgegaan, dan is de schuldenaar bevoegd ondanks de overgang ook een tegenvordering op de oorspronkelijke schuldeiser in verrekening te brengen, mits deze tegenvordering uit dezelfde rechtsverhouding als de overgegane vordering voortvloeit of reeds vóór de overgang aan hem is opgekomen en opeisbaar geworden.

2 Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing, wanneer op een vordering beslag is gelegd of een beperkt recht is gevestigd waarvan mededeling aan de schuldenaar is gedaan.

3 De vorige leden zijn niet van toepassing, indien de overgang of de vestiging van het beperkte recht een vordering aan toonder of order betrof en is geschied overeenkomstig artikel 93 van Boek 3 .

Artikel 131Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De bevoegdheid tot verrekening eindigt niet door verjaring van de rechtsvordering.

2 Uitstel van betaling of van executie, bij wijze van gunst door de schuldeiser verleend, staat aan verrekening door de schuldeiser niet in de weg.

Artikel 132Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Wordt een verrekeningsverklaring uitgebracht door een daartoe bevoegde, dan kan niettemin de wederpartij die grond had om nakoming van haar verbintenis te weigeren, aan de verrekeningsverklaring haar werking ontnemen door op de weigeringsgrond een beroep te doen, onverwijld nadat die verklaring werd uitgebracht en zij tot dit beroep in staat was.

Artikel 133Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Nadat de ene partij een verrekeningsverklaring heeft uitgebracht, kan de andere partij, mits onverwijld, aan die verklaring haar werking ontnemen door alsnog gebruik te maken van een eigen bevoegdheid tot verrekening, doch alleen indien deze laatste verrekening verder terugwerkt.

Artikel 134Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De schuldenaar uit een wederkerige overeenkomst, die tot verrekening bevoegd is, kan aan de verklaring van zijn wederpartij, strekkende tot ontbinding van de overeenkomst wegens niet-nakoming, haar werking ontnemen door onverwijld van zijn bevoegdheid tot verrekening gebruik te maken.

Artikel 135Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een schuldenaar is niet bevoegd tot verrekening: a. voor zover beslag op de vordering van de wederpartij niet geldig zou zijn; b. indien zijn verplichting strekt tot vergoeding van schade die hij opzettelijk heeft toegebracht.

Artikel 136Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De rechter kan een vordering ondanks een beroep van de verweerder op verrekening toewijzen, indien de gegrondheid van dit verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen en de vordering overigens voor toewijzing vatbaar is.

Artikel 137Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Voor zover een verrekeningsverklaring onvoldoende aangeeft welke verbintenissen in de verrekening zijn betrokken, geldt de volgorde van toerekening, aangegeven in de artikelen 43 lid 2 en 44 lid 1 .

2 De wederpartij van degene die heeft verklaard te verrekenen, kan door een onverwijld protest aan die verklaring haar werking ontnemen, indien de toerekening op de haar verschuldigde hoofdsom, kosten en met inachtneming van artikel 129 te berekenen rente in deze verklaring in een andere volgorde is geschied dan die van artikel 44 lid 1 .

Artikel 138Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De omstandigheid dat de plaats van voldoening der verbintenissen niet dezelfde is, sluit verrekening niet uit. Hij die verrekent, is in dit geval verplicht zijn wederpartij de schade te vergoeden die deze lijdt, doordat niet wederzijds te bestemder plaatse voldoening geschiedt.

2 De wederpartij van degene die ondanks een verschil in de plaats van nakoming heeft verrekend, kan door een onverwijld protest aan de verklaring tot verrekening haar werking ontnemen, als zij er een gerechtvaardigd belang bij heeft dat geen verrekening, maar nakoming plaatsvindt.

Artikel 139Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 De borg en degene wiens goed voor de schuld van een ander verbonden is, kunnen de opschorting van hun aansprakelijkheid inroepen, voor zover de schuldeiser bevoegd is zijn vordering met een opeisbare schuld aan de schuldenaar te verrekenen.

2 Zij kunnen de bevrijding van hun aansprakelijkheid inroepen, voor zover de schuldeiser een bevoegdheid tot verrekening met een schuld aan de schuldenaar heeft doen verloren gaan, tenzij hij daartoe een redelijke grond had of hem geen schuld treft.

Artikel 140Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Moeten tussen twee partijen krachtens wet, gewoonte of rechtshandeling geldvorderingen en geldschulden in één rekening worden opgenomen, dan worden zij in de volgorde waarin partijen volgens de voorgaande artikelen van deze afdeling of krachtens hun onderlinge rechtsverhouding tot verrekening bevoegd worden, dadelijk van rechtswege verrekend en is op ieder tijdstip alleen het saldo verschuldigd. Artikel 137 is niet van toepassing.

2 De partij die de rekening bijhoudt, sluit deze jaarlijks af en deelt het op dat tijdstip verschuldigde saldo mede aan de wederpartij met opgave van de aan deze nog niet eerder medegedeelde posten waaruit het is samengesteld.

3 Indien de wederpartij niet binnen redelijke tijd tegen het ingevolge het vorige lid medegedeelde saldo protesteert, geldt dit als tussen partijen vastgesteld.

4 Na vaststelling van het saldo kan ten aanzien van de afzonderlijke posten geen beroep meer worden gedaan op het intreden van verjaring of op het verstrijken van een vervaltermijn.

De rechtsvordering tot betaling van het saldo verjaart door verloop van vijf jaren na de dag, volgende op die waarop de rekening is geëindigd en het saldo opeisbaar is geworden.

5 Uit de tussen partijen bestaande rechtsverhouding kan anders voortvloeien dan in de vorige leden is bepaald.

Artikel 141Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Indien een verbintenis geheel of gedeeltelijk door verrekening tenietgaat, zijn de leden 1 en 2 van artikel 48 van overeenkomstige toepassing.

Titel 2. Overgang van vorderingen en schulden en afstand van vorderingen

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Afdeling 1. Gevolgen van overgang van vorderingen

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Artikel 142Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Bij overgang van een vordering op een nieuwe schuldeiser verkrijgt deze de daarbij behorende nevenrechten, zoals rechten van pand en hypotheek en uit borgtocht, voorrechten en de bevoegdheid om de ter zake van de vordering en de nevenrechten bestaande executoriale titels ten uitvoer te leggen.

2 Onder de nevenrechten zijn tevens begrepen het recht van de vorige schuldeiser op bedongen rente of boete of op een dwangsom, behalve voor zover de rente opeisbaar of de boete of dwangsom reeds verbeurd was op het tijdstip van de overgang.

Artikel 143Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 In geval van overgang van een vordering is de vorige schuldeiser verplicht de op de vordering en op de nevenrechten betrekking hebbende bewijsstukken af te geven aan de nieuwe schuldeiser. Behoudt hij zelf belang bij een bewijsstuk, dan is hij slechts verplicht om aan de nieuwe schuldeiser op diens verlangen en op diens kosten een afschrift of uittreksel af te geven, waaruit met overeenkomstige bewijskracht als uit het oorspronkelijke stuk van de vordering blijkt.

2 De vorige schuldeiser is tevens verplicht tot afgifte van de in het vorige artikel bedoelde executoriale titels of, indien hijzelf belang bij deze titels behoudt, om de nieuwe schuldeiser tot tenuitvoerlegging daarvan in de gelegenheid te stellen.

3 In geval van overgang van de gehele vordering is de vorige schuldeiser verplicht de zich in zijn handen bevindende panden af te geven aan de nieuwe schuldeiser.

4 In geval van overgang van een vordering waaraan hypotheek is verbonden, is de vorige schuldeiser verplicht desverlangd ertoe mede te werken dat uit de openbare registers van deze overgang blijkt.

Artikel 144Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Brengt de overdracht van een vordering mee dat verplichtingen die uit het schuldeiserschap of uit nevenrechten voortvloeien, overgaan op de nieuwe schuldeiser, dan staat de vorige schuldeiser in voor de nakoming van deze verplichtingen.

2 Lid 1 is niet van toepassing in geval van overdracht van een vordering aan toonder of order overeenkomstig artikel 93 van Boek 3 .

Artikel 145Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Overgang van een vordering laat de verweermiddelen van de schuldenaar onverlet.

Artikel 146Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Na een overdracht overeenkomstig artikel 93 van Boek 3 van een vordering aan toonder of aan order kan de schuldenaar een verweermiddel, gegrond op zijn verhouding tot een vorige schuldeiser, niet tegenwerpen aan de verkrijger en diens rechtsopvolgers, tenzij op het tijdstip van de overdracht het verweermiddel bekend was aan de verkrijger of voor hem kenbaar was uit het papier.

2 Een beroep op onbekwaamheid of onbevoegdheid kan ook jegens een daarmee niet bekende verkrijger worden gedaan, indien zij ten tijde van zijn verkrijging kenbaar was uit een in een openbaar register opgenomen inschrijving, bij of krachtens de wet voorgeschreven teneinde kennisneming mogelijk te maken van de feiten waarop de onbevoegdheid of onbekwaamheid berust.

Artikel 147Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op In geval van overdracht van een papier aan toonder of aan order verliest degene die volgens dat papier schuldenaar is, en aan wie is toe te rekenen dat het papier tegen zijn wil in omloop is of dat zijn handtekening vals of het papier vervalst is, de bevoegdheid zich daarop te beroepen tegenover de verkrijger te goeder trouw en diens rechtsopvolgers.

Artikel 148Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De artikelen 146 en 147 zijn van overeenkomstige toepassing in geval van vestiging van een beperkt recht op een vordering aan toonder of aan order.

Artikel 149Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Oefent de schuldenaar na overgang van de vordering onder bijzondere titel jegens de oorspronkelijke schuldeiser een bevoegdheid uit tot vernietiging of ontbinding van de rechtshandeling waaruit de vordering voortspruit, dan is hij verplicht om de nieuwe schuldeiser zo spoedig mogelijk daarvan mededeling te doen, tenzij de vernietiging of ontbinding niet aan deze kan worden tegengeworpen.

2 Na verjaring van de rechtsvordering tot vernietiging of ontbinding wordt een beroep op de vernietigings- of ontbindingsgrond ter afwering van een op de rechtshandeling steunende rechtsvordering of andere rechtsmaatregel gericht tot de nieuwe schuldeiser en is de schuldenaar verplicht zo spoedig mogelijk nadien mededeling daarvan aan de oorspronkelijke schuldeiser te doen.

3 De vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing ter zake van de uitoefening van een bevoegdheid van de schuldenaar tot vernietiging of ontbinding, nadat op de vordering met mededeling aan hem een beperkt recht is gevestigd.

Afdeling 2. Subrogatie

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Artikel 150Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een vordering gaat bij wijze van subrogatie over op een derde: a. indien een hem toebehorend goed voor de vordering wordt uitgewonnen; b. indien hij de vordering voldoet omdat een hem toebehorend goed voor de vordering verbonden is; c. indien hij de vordering voldoet om uitwinning te voorkomen van een hem niet toebehorend goed, mits door de uitwinning een recht dat hij op het goed heeft, verloren zou gaan of de voldoening van een hem toekomend vorderingsrecht in gevaar zou worden gebracht; d. krachtens overeenkomst tussen de derde die de vordering voldoet en de schuldenaar, mits de schuldeiser op het tijdstip van de voldoening deze overeenkomst kende of hem daarvan kennis was gegeven.

Artikel 151Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Subrogatie overeenkomstig artikel 150 vindt niet plaats voor zover de schuld de derde aangaat in zijn verhouding tot de schuldenaar.

2 De rechten van de schuldeiser jegens borgen en personen die geen schuldenaar zijn, gaan slechts op de derde over tot ten hoogste de bedragen, waarvoor de schuld ieder van hen aangaat in hun verhouding tot de schuldenaar.

Artikel 152Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Blijkt verhaal krachtens subrogatie overeenkomstig artikel 150 geheel of gedeeltelijk onmogelijk, dan wordt het onvoldaan gebleven deel over de gesubrogeerde en andere in lid 2 van het vorige artikel genoemde derden omgeslagen naar evenredigheid van de bedragen waarvoor ieder op het tijdstip van de voldoening jegens de schuldeiser aansprakelijk was.

2 De gesubrogeerde kan van geen der andere bij de omslag betrokken derden een groter bedrag vorderen dan de oorspronkelijke schuldeiser op het tijdstip van de voldoening op deze had kunnen verhalen.

3 Ieder der in de omslag betrokkenen blijft gerechtigd het bijgedragene alsnog van hem die geen verhaal bood, terug te vorderen.

Artikel 153Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op In het geval van subrogatie in de hoofdvordering verkrijgt de gesubrogeerde het recht op bedongen rente slechts voor zover deze betrekking heeft op het tijdvak na de overgang.

Artikel 154Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op De schuldeiser is jegens degene die, zo hij de vordering voldoet, zal worden gesubrogeerd, verplicht zich te onthouden van elke gedraging die ten koste van deze afbreuk doet aan de rechten waarin hij mag verwachten krachtens de subrogatie te zullen treden.

Afdeling 3. Schuld- en contractsoverneming

Toon relaties in LiDO Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op

Artikel 155Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op Een schuld gaat van de schuldenaar over op een derde, indien deze haar van de schuldenaar overneemt. De schuldoverneming heeft pas werking jegens de schuldeiser, indien deze zijn toestemming geeft nadat partijen hem van de overneming kennis hebben gegeven.

Artikel 156Toon relaties in LiDO

Maak een permanente link Toon wetstechnische informatie ...

Druk het regelingonderdeel af Sla het regelingonderdeel op 1 Heeft de schuldeiser bij voorbaat zijn toestemming tot een schuldoverneming gegeven, dan vindt de overgang plaats, zodra de schuldenaar tot overeenstemming is gekomen met de derde en partijen de schuldeiser schriftelijk van de overneming kennis hebben gegeven.

2 De schuldeiser kan een bij voorbaat gegeven toestemming niet herroepen, tenzij hij zich de bevoegdheid daartoe bij de toestemming heeft voorbehouden.

Verder lezen ↓

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.