Artikel 3:108 BW – Beoordeling van houderschap
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 5. Bezit en houderschap · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Dit artikel bepaalt dat de vraag of iemand een goed houdt, en of hij dit voor zichzelf of voor een ander doet, wordt beoordeeld naar verkeersopvatting. Daarbij gelden de in de wet opgenomen regels, en voor het overige wordt de beoordeling gebaseerd op uiterlijke feiten.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Of iemand een goed houdt en of hij dit voor zichzelf of voor een ander doet, wordt naar verkeersopvatting beoordeeld, met inachtneming van de navolgende regels en overigens op grond van uiterlijke feiten.
Rechtspraak over Artikel 3:108 BW
633
2026-06-01
2026-05-20
2026-05-20
2026-04-14
2026-04-14
2026-04-14
2026-04-10
2026-03-27
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:107Onmiddellijk en middellijk bezit en houderschap
- Artikel 3:109Vermoeden van houderschap voor zichzelf
- Artikel 3:110Houderschap voor een ander krachtens rechtsverhouding
- Artikel 3:111Voortzetting van houderschap
- Artikel 3:112Wijzen van bezitsverkrijging
- Artikel 3:113Inbezitneming van een goed
- Artikel 3:114Overdracht van bezit
- Artikel 3:115Bezitsoverdracht zonder feitelijke handeling
- Artikel 3:116Opvolging in bezit en houderschap onder algemene titel
- Artikel 3:117Verlies van bezit
- Artikel 3:118Goede trouw van de bezitter
- Artikel 3:119Bezitsvermoeden van rechthebbendheid
- Artikel 3:120Vruchten en kostenvergoeding bij bezit te goeder trouw