Artikel 3:113 BW – Inbezitneming van een goed
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 5. Bezit en houderschap · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Dit artikel bepaalt dat men een goed in bezit neemt door zich daarover de feitelijke macht te verschaffen. Is het goed al in het bezit van een ander, dan zijn op zichzelf staande machtsuitoefeningen onvoldoende om van inbezitneming te spreken.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
1Men neemt een goed in bezit door zich daarover de feitelijke macht te verschaffen.
2Wanneer een goed in het bezit van een ander is, zijn enkele op zichzelf staande machtsuitoefeningen voor een inbezitneming onvoldoende.
Rechtspraak over Artikel 3:113 BW
160
2026-05-20
2026-04-14
2026-03-11
2026-03-11
2026-03-04
2026-01-28
2025-09-15
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:107Onmiddellijk en middellijk bezit en houderschap
- Artikel 3:108Beoordeling van houderschap
- Artikel 3:109Vermoeden van houderschap voor zichzelf
- Artikel 3:110Houderschap voor een ander krachtens rechtsverhouding
- Artikel 3:111Voortzetting van houderschap
- Artikel 3:112Wijzen van bezitsverkrijging
- Artikel 3:114Overdracht van bezit
- Artikel 3:115Bezitsoverdracht zonder feitelijke handeling
- Artikel 3:116Opvolging in bezit en houderschap onder algemene titel
- Artikel 3:117Verlies van bezit
- Artikel 3:118Goede trouw van de bezitter
- Artikel 3:119Bezitsvermoeden van rechthebbendheid
- Artikel 3:120Vruchten en kostenvergoeding bij bezit te goeder trouw
- Artikel 3:121
- Artikel 3:122Overdracht van het goed aan de bezitter
- Artikel 3:123Wegneemrecht van de bezitter
- Artikel 3:124Houder jegens opeisende derde
- Artikel 3:125Bezitsactie tegen derden