Artikel 3:117 BW – Verlies van bezit
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 5. Bezit en houderschap · niet-officieel opschrift
1Een bezitter van een goed verliest het bezit, wanneer hij het goed kennelijk prijsgeeft, of wanneer een ander het bezit van het goed verkrijgt.
2Zolang niet een der in het vorige lid genoemde gronden van bezitsverlies zich heeft voorgedaan, duurt een aangevangen bezit voort.
Rechtspraak over Artikel 3:117 BW
34
2025-03-19
2024-11-12
2024-03-13
2024-03-12
2022-11-23
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:107Onmiddellijk en middellijk bezit en houderschap
- Artikel 3:108Beoordeling van houderschap
- Artikel 3:109Vermoeden van houderschap voor zichzelf
- Artikel 3:110Houderschap voor een ander krachtens rechtsverhouding
- Artikel 3:111Voortzetting van houderschap
- Artikel 3:112Wijzen van bezitsverkrijging
- Artikel 3:113Inbezitneming van een goed
- Artikel 3:114Overdracht van bezit
- Artikel 3:115Bezitsoverdracht zonder feitelijke handeling
- Artikel 3:116Opvolging in bezit en houderschap onder algemene titel
- Artikel 3:118Goede trouw van de bezitter
- Artikel 3:119Bezitsvermoeden van rechthebbendheid
- Artikel 3:120Vruchten en kostenvergoeding bij bezit te goeder trouw
- Artikel 3:121
- Artikel 3:122Overdracht van het goed aan de bezitter
- Artikel 3:123Wegneemrecht van de bezitter
- Artikel 3:124Houder jegens opeisende derde
- Artikel 3:125Bezitsactie tegen derden