Artikel 3:118 BW – Goede trouw van de bezitter
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 5. Bezit en houderschap · niet-officieel opschrift
1Een bezitter is te goeder trouw, wanneer hij zich als rechthebbende beschouwt en zich ook redelijkerwijze als zodanig mocht beschouwen.
2Is een bezitter eenmaal te goeder trouw, dan wordt hij geacht dit te blijven.
3Goede trouw wordt vermoed aanwezig te zijn; het ontbreken van goede trouw moet worden bewezen.
Rechtspraak over Artikel 3:118 BW
108
2026-03-04
2025-11-19
2025-10-22
2025-10-15
2025-10-15
2025-09-02
2025-05-13
2025-04-02
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:107Onmiddellijk en middellijk bezit en houderschap
- Artikel 3:108Beoordeling van houderschap
- Artikel 3:109Vermoeden van houderschap voor zichzelf
- Artikel 3:110Houderschap voor een ander krachtens rechtsverhouding
- Artikel 3:111Voortzetting van houderschap
- Artikel 3:112Wijzen van bezitsverkrijging
- Artikel 3:113Inbezitneming van een goed
- Artikel 3:114Overdracht van bezit
- Artikel 3:115Bezitsoverdracht zonder feitelijke handeling
- Artikel 3:116Opvolging in bezit en houderschap onder algemene titel
- Artikel 3:117Verlies van bezit
- Artikel 3:119Bezitsvermoeden van rechthebbendheid
- Artikel 3:120Vruchten en kostenvergoeding bij bezit te goeder trouw
- Artikel 3:121
- Artikel 3:122Overdracht van het goed aan de bezitter
- Artikel 3:123Wegneemrecht van de bezitter
- Artikel 3:124Houder jegens opeisende derde
- Artikel 3:125Bezitsactie tegen derden