Artikel 3:119 BW – Bezitsvermoeden van rechthebbendheid
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 5. Bezit en houderschap · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Wie een goed bezit, wordt vermoed daarvan rechthebbende te zijn. Bij registergoederen geldt dit vermoeden niet zodra vaststaat dat de wederpartij of diens rechtsvoorganger ooit rechthebbende was en de bezitter zich niet kan beroepen op een latere verkrijging onder bijzondere titel waarvoor inschrijving in de registers vereist is.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
1De bezitter van een goed wordt vermoed rechthebbende te zijn.
2Ten aanzien van registergoederen wijkt dit vermoeden, wanneer komt vast te staan dat de wederpartij of diens rechtsvoorganger te eniger tijd rechthebbende was en dat de bezitter zich niet kan beroepen op verkrijging nadien onder bijzondere titel waarvoor inschrijving in de registers vereist is.
Rechtspraak over Artikel 3:119 BW
165
2026-04-01
2026-03-27
2026-03-03
2026-02-11
2026-01-14
2025-11-18
2025-11-18
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:107Onmiddellijk en middellijk bezit en houderschap
- Artikel 3:108Beoordeling van houderschap
- Artikel 3:109Vermoeden van houderschap voor zichzelf
- Artikel 3:110Houderschap voor een ander krachtens rechtsverhouding
- Artikel 3:111Voortzetting van houderschap
- Artikel 3:112Wijzen van bezitsverkrijging
- Artikel 3:113Inbezitneming van een goed
- Artikel 3:114Overdracht van bezit
- Artikel 3:115Bezitsoverdracht zonder feitelijke handeling
- Artikel 3:116Opvolging in bezit en houderschap onder algemene titel
- Artikel 3:117Verlies van bezit
- Artikel 3:118Goede trouw van de bezitter
- Artikel 3:120Vruchten en kostenvergoeding bij bezit te goeder trouw
- Artikel 3:121
- Artikel 3:122Overdracht van het goed aan de bezitter
- Artikel 3:123Wegneemrecht van de bezitter
- Artikel 3:124Houder jegens opeisende derde
- Artikel 3:125Bezitsactie tegen derden