Artikel 3:121 BW
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 5. Bezit en houderschap
1Een bezitter die niet te goeder trouw is, is jegens de rechthebbende behalve tot afgifte van het goed ook verplicht tot het afgeven van de afgescheiden natuurlijke en de opeisbaar geworden burgerlijke vruchten, onverminderd zijn aansprakelijkheid op grond van het in titel 3 van Boek 6 bepaalde voor door de rechthebbende geleden schade.
2Hij heeft tegen de rechthebbende alleen een vordering tot vergoeding van de kosten die hij ten behoeve van het goed of tot winning van de vruchten heeft gemaakt, voor zover hij deze vergoeding van de rechthebbende kan vorderen op grond van het bepaalde omtrent ongerechtvaardigde verrijking.
3Het in dit artikel bepaalde is ook op de bezitter te goeder trouw van toepassing vanaf het tijdstip waarop de rechthebbende zijn recht tegen hem heeft ingeroepen.
Rechtspraak over Artikel 3:121 BW
13
2021-04-07
2019-10-08
2017-11-08
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
3
- Artikel 3:86aOpeising van cultuurgoederen
- Artikel 3:86bBescherming van cultuurgoederen bij opeising
- Artikel 3:123Wegneemrecht van de bezitter
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:109Vermoeden van houderschap voor zichzelf
- Artikel 3:110Houderschap voor een ander krachtens rechtsverhouding
- Artikel 3:111Voortzetting van houderschap
- Artikel 3:112Wijzen van bezitsverkrijging
- Artikel 3:113Inbezitneming van een goed
- Artikel 3:114Overdracht van bezit
- Artikel 3:115Bezitsoverdracht zonder feitelijke handeling
- Artikel 3:116Opvolging in bezit en houderschap onder algemene titel
- Artikel 3:117Verlies van bezit
- Artikel 3:118Goede trouw van de bezitter
- Artikel 3:119Bezitsvermoeden van rechthebbendheid
- Artikel 3:120Vruchten en kostenvergoeding bij bezit te goeder trouw
- Artikel 3:122Overdracht van het goed aan de bezitter
- Artikel 3:123Wegneemrecht van de bezitter
- Artikel 3:124Houder jegens opeisende derde
- Artikel 3:125Bezitsactie tegen derden