Artikel 3:125 BW – Bezitsactie tegen derden
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 5. Bezit en houderschap · niet-officieel opschrift
1Hij die het bezit van een goed heeft verkregen, kan op grond van een daarna ingetreden bezitsverlies of bezitsstoornis tegen derden dezelfde rechtsvorderingen instellen tot terugverkrijging van het goed en tot opheffing van de stoornis, die de rechthebbende op het goed toekomen. Nochtans moeten deze rechtsvorderingen binnen het jaar na het verlies of de stoornis worden ingesteld.
2De vordering wordt afgewezen, indien de verweerder een beter recht dan de eiser heeft tot het houden van het goed of de storende handelingen krachtens een beter recht heeft verricht, tenzij de verweerder met geweld of op heimelijke wijze aan de eiser het bezit heeft ontnomen of diens bezit heeft gestoord.
3Het in dit artikel bepaalde laat voor de bezitter, ook nadat het in het eerste lid bedoelde jaar is verstreken, en voor de houder onverlet de mogelijkheid een vordering op grond van onrechtmatige daad in te stellen, indien daartoe gronden zijn.
Rechtspraak over Artikel 3:125 BW
13
2026-02-18
2020-07-28
2020-04-22
2017-03-07
2016-10-04
2016-09-27
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:113Inbezitneming van een goed
- Artikel 3:114Overdracht van bezit
- Artikel 3:115Bezitsoverdracht zonder feitelijke handeling
- Artikel 3:116Opvolging in bezit en houderschap onder algemene titel
- Artikel 3:117Verlies van bezit
- Artikel 3:118Goede trouw van de bezitter
- Artikel 3:119Bezitsvermoeden van rechthebbendheid
- Artikel 3:120Vruchten en kostenvergoeding bij bezit te goeder trouw
- Artikel 3:121
- Artikel 3:122Overdracht van het goed aan de bezitter
- Artikel 3:123Wegneemrecht van de bezitter
- Artikel 3:124Houder jegens opeisende derde