Artikel 3:307 BW – Verjaring van vorderingen tot nakoming
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 11. Rechtsvorderingen · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 3:307 BW bepaalt dat een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst om iets te geven of te doen verjaart vijf jaar na de dag volgend op die waarop de vordering opeisbaar werd. Gaat het om een verbintenis die moet worden nagekomen na onbepaalde tijd, dan begint die termijn van vijf jaar pas te lopen vanaf de dag na de mededeling van de schuldeiser dat hij tot opeising overgaat. In dat laatste geval verjaart de vordering hoe dan ook na twintig jaar, gerekend vanaf de dag volgend op het vroegst mogelijke moment van opeising, zo nodig na opzegging door de schuldeiser.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Rechtspraak over Artikel 3:307 BW
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:301Inschrijving van leveringsuitspraak
- Artikel 3:302Verklaring van recht
- Artikel 3:303Vereiste van voldoende belang
- Artikel 3:304Onsplitsbaarheid van rechtsvordering en recht
- Artikel 3:305Bevoegdheden van arbiters
- Artikel 3:305aCollectieve belangenvordering door rechtspersonen
- Artikel 3:305bCollectieve vordering ter bescherming van belangen
- Artikel 3:305cCollectieve actie door buitenlandse organisatie
- Artikel 3:305caCollectieve actie bij oneerlijke handelspraktijken onlinetussenhandel
- Artikel 3:305dCollectieve vordering van belangenorganisaties
- Artikel 3:305eAanwijzing van bevoegde instantie voor representatieve vordering
- Artikel 3:306Verjaringstermijn van twintig jaren
- Artikel 3:308Verjaring van periodieke betalingen
- Artikel 3:309Verjaring van vordering uit onverschuldigde betaling
- Artikel 3:310Verjaring van schadevorderingen
- Artikel 3:310aVerjaring van vordering tot teruggave van cultuurgoederen
- Artikel 3:310bVerjaring van opeising van cultuurgoederen
- Artikel 3:310cVerjaring van teruggave van cultuurgoederen
- Artikel 3:310dVerjaring van rechtsvordering tot bescherming bedrijfsgeheim
- Artikel 3:311Verjaring van vorderingen uit tekortkoming
- Artikel 3:312Verjaring van nevenvorderingen
- Artikel 3:313Aanvang van de verjaringstermijn
- Artikel 3:314Aanvang verjaringstermijn bij onrechtmatige toestand
- Artikel 3:315Verjaring van vordering tot opeising van nalatenschap