Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Artikel 3:316 BW – Stuiting van de verjaring door rechtsvervolging

Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 11. Rechtsvorderingen · niet-officieel opschrift

Kort uitgelegd

Artikel 3:316 BW bepaalt dat verjaring wordt gestuit door het instellen van een eis of een andere daad van rechtsvervolging in de vereiste vorm. Leidt de eis niet tot toewijzing, dan stuit dit alleen als binnen zes maanden na afloop van het geding een nieuwe eis wordt ingesteld die wel tot toewijzing leidt; intrekking stuit niet. Een handeling tot verkrijging van bindend advies stuit eveneens, mits tijdig meegedeeld en het advies tot stand komt, anders geldt dezelfde termijn. Ook stuit een eis die niet tot toewijzing leidt indien het scheidsgerecht of de rechter zich onherroepelijk onbevoegd heeft verklaard op specifiek genoemde wettelijke gronden.

Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.

1De verjaring van een rechtsvordering wordt gestuit door het instellen van een eis, alsmede door iedere andere daad van rechtsvervolging van de zijde van de gerechtigde, die in de vereiste vorm geschiedt.
2Leidt een ingestelde eis niet tot toewijzing, dan is de verjaring slechts gestuit, indien binnen zes maanden, nadat het geding door het in kracht van gewijsde gaan van een uitspraak of op andere wijze is geëindigd, een nieuwe eis wordt ingesteld en deze alsnog tot toewijzing leidt. Wordt een daad van rechtsvervolging ingetrokken, dan stuit zij de verjaring niet.
3De verjaring van een rechtsvordering wordt ook gestuit door een handeling, strekkende tot verkrijging van een bindend advies, mits van die handeling met bekwame spoed mededeling wordt gedaan aan de wederpartij en zij tot verkrijging van een bindend advies leidt. Is dit laatste niet het geval, dan is het vorige lid van overeenkomstige toepassing.
4De verjaring van een rechtsvordering wordt ook gestuit door een ingestelde eis die niet tot toewijzing leidt, indien:
a)het scheidsgerecht zich onbevoegd heeft verklaard op grond van artikel 1052, vijfde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en die uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan; of
b)de rechter zich onbevoegd heeft verklaard op grond van artikel 1022, eerste lid , 1067 of 1074d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en die uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan.

Officiële bron: wetten.overheid.nl · Volledige tekst · Inhoudsopgave

Rechtspraak over Artikel 3:316 BW

336

Artikelen die naar dit artikel verwijzen

2

Andere artikelen in dit onderdeel

Tekst volgens de officiële bron. Alleen de officiële bekendmaking is rechtsgeldig.