Artikel 3:316 BW – Stuiting van de verjaring door rechtsvervolging
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 11. Rechtsvorderingen · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 3:316 BW bepaalt dat verjaring wordt gestuit door het instellen van een eis of een andere daad van rechtsvervolging in de vereiste vorm. Leidt de eis niet tot toewijzing, dan stuit dit alleen als binnen zes maanden na afloop van het geding een nieuwe eis wordt ingesteld die wel tot toewijzing leidt; intrekking stuit niet. Een handeling tot verkrijging van bindend advies stuit eveneens, mits tijdig meegedeeld en het advies tot stand komt, anders geldt dezelfde termijn. Ook stuit een eis die niet tot toewijzing leidt indien het scheidsgerecht of de rechter zich onherroepelijk onbevoegd heeft verklaard op specifiek genoemde wettelijke gronden.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Rechtspraak over Artikel 3:316 BW
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
- Artikel 3:86Bescherming van derden te goeder trouw bij beschikkingsonbevoegdheid
- Artikel 3:319Nieuwe verjaringstermijn na stuiting
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:308Verjaring van periodieke betalingen
- Artikel 3:309Verjaring van vordering uit onverschuldigde betaling
- Artikel 3:310Verjaring van schadevorderingen
- Artikel 3:310aVerjaring van vordering tot teruggave van cultuurgoederen
- Artikel 3:310bVerjaring van opeising van cultuurgoederen
- Artikel 3:310cVerjaring van teruggave van cultuurgoederen
- Artikel 3:310dVerjaring van rechtsvordering tot bescherming bedrijfsgeheim
- Artikel 3:311Verjaring van vorderingen uit tekortkoming
- Artikel 3:312Verjaring van nevenvorderingen
- Artikel 3:313Aanvang van de verjaringstermijn
- Artikel 3:314Aanvang verjaringstermijn bij onrechtmatige toestand
- Artikel 3:315Verjaring van vordering tot opeising van nalatenschap
- Artikel 3:317Stuiting van verjaring
- Artikel 3:318Stuiting van verjaring door erkenning
- Artikel 3:319Nieuwe verjaringstermijn na stuiting
- Artikel 3:320Verlenging van de verjaringstermijn
- Artikel 3:321Gronden voor verlenging van de verjaring
- Artikel 3:322Ambtshalve toepassing en afstand van verjaring
- Artikel 3:323Verjaring en tenietgaan van zekerheidsrechten
- Artikel 3:324Verjaring van de tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken
- Artikel 3:325Stuiting van de verjaring
- Artikel 3:326Overeenkomstige toepassing buiten vermogensrecht