Artikel 3:311 BW – Verjaring van vorderingen uit tekortkoming
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 11. Rechtsvorderingen · niet-officieel opschrift
1Een rechtsvordering tot ontbinding van een overeenkomst op grond van een tekortkoming in de nakoming daarvan of tot herstel van een tekortkoming verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldeiser met de tekortkoming bekend is geworden en in ieder geval twintig jaren nadat de tekortkoming is ontstaan.
2Een rechtsvordering tot ongedaanmaking als bedoeld in artikel 271 van Boek 6 verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de overeenkomst is ontbonden.
Rechtspraak over Artikel 3:311 BW
63
2025-11-19
2025-05-06
2024-10-17
2024-10-02
2023-03-07
2023-02-22
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:305caCollectieve actie bij oneerlijke handelspraktijken onlinetussenhandel
- Artikel 3:305dCollectieve vordering van belangenorganisaties
- Artikel 3:305eAanwijzing van bevoegde instantie voor representatieve vordering
- Artikel 3:306Verjaringstermijn van twintig jaren
- Artikel 3:307Verjaring van vorderingen tot nakoming
- Artikel 3:308Verjaring van periodieke betalingen
- Artikel 3:309Verjaring van vordering uit onverschuldigde betaling
- Artikel 3:310Verjaring van schadevorderingen
- Artikel 3:310aVerjaring van vordering tot teruggave van cultuurgoederen
- Artikel 3:310bVerjaring van opeising van cultuurgoederen
- Artikel 3:310cVerjaring van teruggave van cultuurgoederen
- Artikel 3:310dVerjaring van rechtsvordering tot bescherming bedrijfsgeheim
- Artikel 3:312Verjaring van nevenvorderingen
- Artikel 3:313Aanvang van de verjaringstermijn
- Artikel 3:314Aanvang verjaringstermijn bij onrechtmatige toestand
- Artikel 3:315Verjaring van vordering tot opeising van nalatenschap
- Artikel 3:316Stuiting van de verjaring door rechtsvervolging
- Artikel 3:317Stuiting van verjaring
- Artikel 3:318Stuiting van verjaring door erkenning
- Artikel 3:319Nieuwe verjaringstermijn na stuiting
- Artikel 3:320Verlenging van de verjaringstermijn
- Artikel 3:321Gronden voor verlenging van de verjaring
- Artikel 3:322Ambtshalve toepassing en afstand van verjaring
- Artikel 3:323Verjaring en tenietgaan van zekerheidsrechten