Artikel 3:310d BW – Verjaring van rechtsvordering tot bescherming bedrijfsgeheim
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 11. Rechtsvorderingen · niet-officieel opschrift
Een rechtsvordering tot bescherming van een bedrijfsgeheim als bedoeld in artikel 5 , 6 en 9 van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de houder van het bedrijfsgeheim bekend is geworden met de inbreuk op het bedrijfsgeheim, en in ieder geval door verloop van twintig jaren na de aanvang van de dag dat de inbreuk is begonnen.
Rechtspraak over Artikel 3:310d BW
1
2024-07-17
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:305cCollectieve actie door buitenlandse organisatie
- Artikel 3:305caCollectieve actie bij oneerlijke handelspraktijken onlinetussenhandel
- Artikel 3:305dCollectieve vordering van belangenorganisaties
- Artikel 3:305eAanwijzing van bevoegde instantie voor representatieve vordering
- Artikel 3:306Verjaringstermijn van twintig jaren
- Artikel 3:307Verjaring van vorderingen tot nakoming
- Artikel 3:308Verjaring van periodieke betalingen
- Artikel 3:309Verjaring van vordering uit onverschuldigde betaling
- Artikel 3:310Verjaring van schadevorderingen
- Artikel 3:310aVerjaring van vordering tot teruggave van cultuurgoederen
- Artikel 3:310bVerjaring van opeising van cultuurgoederen
- Artikel 3:310cVerjaring van teruggave van cultuurgoederen
- Artikel 3:311Verjaring van vorderingen uit tekortkoming
- Artikel 3:312Verjaring van nevenvorderingen
- Artikel 3:313Aanvang van de verjaringstermijn
- Artikel 3:314Aanvang verjaringstermijn bij onrechtmatige toestand
- Artikel 3:315Verjaring van vordering tot opeising van nalatenschap
- Artikel 3:316Stuiting van de verjaring door rechtsvervolging
- Artikel 3:317Stuiting van verjaring
- Artikel 3:318Stuiting van verjaring door erkenning
- Artikel 3:319Nieuwe verjaringstermijn na stuiting
- Artikel 3:320Verlenging van de verjaringstermijn
- Artikel 3:321Gronden voor verlenging van de verjaring
- Artikel 3:322Ambtshalve toepassing en afstand van verjaring