Artikel 7:670 BW – Opzegverbod tijdens ziekte
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 10. Arbeidsovereenkomst › Afdeling 9. Einde van de arbeidsovereenkomst · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Dit artikel verbiedt de werkgever de arbeidsovereenkomst op te zeggen tijdens beschermde periodes, zoals ziekte (tenzij deze twee jaar, of zes weken na AOW-leeftijd, heeft geduurd, of na ontvangst van een ontslagaanvraag is ontstaan), zwangerschap en bevallingsverlof, militaire of vervangende dienstplicht, lidmaatschap van medezeggenschapsorganen, vakbondslidmaatschap of -activiteiten (tenzij zonder toestemming tijdens werktijd verricht), verlofvergaderingen, diverse wettelijke verlofvormen, overgang van onderneming voor de daar werkzame werknemer, weigering van zondagswerk of het geldend maken van bepaalde rechten, en voor kandidaten, oud-leden en arbodeskundigen. Specifieke termijnen en uitzonderingen gelden per situatie, en van het verbod bij dienstplicht kan bij cao worden afgeweken.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
a. ten minste twee jaren heeft geduurd, dan wel zes weken voor de werknemer die de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt, of
b. een aanvang heeft genomen nadat een verzoek om toestemming als bedoeld in artikel 671a door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of door de commissie, bedoeld in artikel 671a, lid 2, is ontvangen.
Indien de ongeschiktheid wegens ziekte een aanvang heeft genomen voor de datum waarop de werknemer de in onderdeel a bedoelde leeftijd heeft bereikt, geldt vanaf die datum de in dat onderdeel genoemde termijn van zes weken, voor zover het totale tijdvak gedurende welke de werkgever niet kan opzeggen niet meer bedraagt dan twee jaren. Voor de berekening van de termijn, bedoeld in onderdeel a, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid ten gevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschapsverlof en perioden van ongeschiktheid tijdens het zwangerschaps- of bevallingsverlof, bedoeld in artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg , niet in aanmerking genomen. Voorts worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid, anders dan bedoeld in de vorige zin, samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg , tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.
1°. een ondernemingsraad, een centrale ondernemingsraad, een groepsondernemingsraad, een vaste commissie van die raden of van een onderdeelcommissie van de ondernemingsraad, of van een personeelsvertegenwoordiging;
2°. een bijzondere onderhandelingsgroep of een Europese ondernemingsraad als bedoeld in de Wet op de Europese ondernemingsraden , dan wel die krachtens die wet optreedt als vertegenwoordiger bij een andere wijze van informatieverstrekking en raadpleging van werknemers;
3°. een bijzondere onderhandelingsgroep, of een SE-ondernemingsraad of als werknemersvertegenwoordiger lid is van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de SE als bedoeld in hoofdstuk 1 van de Wet rol werknemers bij Europese rechtspersonen , dan wel die krachtens die wet optreedt als vertegenwoordiger bij een andere wijze van informatieverstrekking en raadpleging van werknemers;
4°. een bijzondere onderhandelingsgroep, of een SCE-ondernemingsraad of als werknemersvertegenwoordiger lid is van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de SCE als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wet rol werknemers bij Europese rechtspersonen dan wel die krachtens hoofdstuk 2 van die wet optreedt als vertegenwoordiger bij een andere wijze van informatieverstrekking en raadpleging van werknemers.
Indien de werkgever aan de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging een secretaris heeft toegevoegd, is de eerste volzin op die secretaris van overeenkomstige toepassing. Indien de werkgever aan de ondernemingsraad een secretaris heeft toegevoegd, is de eerste volzin van dit lid van overeenkomstige toepassing op die secretaris.
a. geplaatst is op een kandidatenlijst voor een ondernemingsraad dan wel een personeelsvertegenwoordiging of korter dan twee jaar geleden lid is geweest van een ondernemingsraad, van een centrale ondernemingsraad, van een groepsondernemingsraad of van een commissie van die raden, van een personeelsvertegenwoordiging of van een bijzondere onderhandelingsgroep of een Europese ondernemingsraad, een SE-ondernemingsraad of een SCE-ondernemingsraad als bedoeld in de Wet op de Europese ondernemingsraden respectievelijk de hoofdstukken 1 respectievelijk 2 van de Wet rol werknemers bij Europese rechtspersonen dan wel korter dan twee jaar geleden krachtens een van die wetten is opgetreden als vertegenwoordiger bij een andere wijze van informatieverstrekking en raadpleging van werknemers;
b. lid is van een voorbereidingscommissie van een ondernemingsraad, van een centrale ondernemingsraad of van een groepsondernemingsraad; of
c. als deskundige werknemer als bedoeld in artikel 13, leden 1 en 2, van de Arbeidsomstandighedenwet of als deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, lid 1, van die wet werkzaam is.
a. met de duur van de vertraging indien de aanvraag, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen later wordt gedaan dan in of op grond van dat artikel is voorgeschreven;
b. met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering , indien die wachttijd op grond van het zevende lid van dat artikel wordt verlengd; en
c. met de duur van het tijdvak dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 24, eerste lid , of artikel 25, negende lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel op grond van artikel 71a, negende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft vastgesteld.
Rechtspraak over Artikel 7:670 BW
Verwijzingen in dit artikel
- Artikel 3:1Begrip goederen
- Artikel 5:6Eigendomsverkrijging door de vinder
- Artikel 7:4Prijsbepaling bij ontbrekende prijsafspraak
- Artikel 7:611aScholing van de werknemer
- Artikel 7:628bOproepovereenkomst met onvoorspelbare arbeidstijden
- Artikel 7:643Verlof voor het bijwonen van vertegenwoordigende organen
- Artikel 7:653a
- Artikel 7:662Definities overgang van onderneming
- Artikel 7:671aToestemming UWV voor opzegging
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
- Artikel 7:666Uitzonderingen bij overgang van onderneming
- Artikel 7:669Opzegging door werkgever wegens redelijke grond
- Artikel 7:670aUitzonderingen op opzegverboden
- Artikel 7:671aToestemming UWV voor opzegging
- Artikel 7:671bOntbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter
- Artikel 7:673eVergoeding door UWV bij transitievergoeding
- Artikel 7:675Voortzetting arbeidsovereenkomst bij overlijden werkgever
- Artikel 7:681Vernietiging van opzegging en billijke vergoeding
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:667
- Artikel 7:668Informatieplicht bij einde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
- Artikel 7:668aKetenregeling bij opvolgende arbeidsovereenkomsten
- Artikel 7:669Opzegging door werkgever wegens redelijke grond
- Artikel 7:670aUitzonderingen op opzegverboden
- Artikel 7:670bBeëindigingsovereenkomst en bedenktijd
- Artikel 7:671Instemmingsvereiste bij opzegging door werkgever
- Artikel 7:671aToestemming UWV voor opzegging
- Artikel 7:671bOntbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter
- Artikel 7:671cOntbinding op verzoek wegens gewichtige redenen
- Artikel 7:672Opzegtermijnen bij arbeidsovereenkomst
- Artikel 7:673Transitievergoeding bij einde arbeidsovereenkomst
- Artikel 7:673a
- Artikel 7:673bUitsluiting transitievergoeding bij cao
- Artikel 7:673cTransitievergoeding bij betalingsonmacht werkgever
- Artikel 7:673d