Decreet tot wijziging van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisering met het oog op een sterker bestuur en een sterkere transpa
In het kort
Dit decreet wijzigt het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisering om het bestuur en de transparantie van openbare mandaten in lokale en bovenlokale structuren te versterken. Het introduceert nieuwe regels voor de verkiesbaarheid, bezoldiging, cumulatie van mandaten en de samenstelling van bestuursorganen.
Wat het reguleert
- De vereisten voor verkiesbaarheid en de procedure bij het niet voldoen hieraan.
- De bezoldiging en voordelen van gemeenteraadsleden, burgemeesters en schepenen.
- De onverenigbaarheid van bepaalde functies met het voorzitterschap van de gemeenteraad of lidmaatschap van het gemeentecollege.
- De samenstelling en werking van bestuursorganen in lokale en bovenlokale entiteiten, inclusief aanwezigheidsquota en volmachten.
Wie het betreft
- Verkozenen in lokale en bovenlokale structuren (gemeenteraadsleden, burgemeesters, schepenen).
- Leden van secretariaten van gemeentecolleges.
- Bestuurders en leden van bestuursorganen in intercommunales, verenigingen, gemeente- of provinciebedrijven, vzw's en maatschappijen met lokale overheidsparticipatie.
Kernpunten
- Een verkozen persoon die op de dag van installatie niet voldoet aan de verkiesbaarheidsvereisten, kan niet beëdigd worden.
- Gemeenteraadsleden ontvangen geen wedde of voordelen in natura; burgemeesters en schepenen mogen geen andere vergoedingen van de gemeente ontvangen dan hun wedde, met uitzondering van door de Regering bepaalde voordelen in natura.
- Leden van een secretariaat mogen geen bloed- of aanverwanten zijn tot in de tweede graad, noch gehuwd of wettelijk samenwonend zijn met een lid van het gemeentecollege.
- Een gemeenteraadslid of lid van het gemeentecollege mag niet meer dan drie bezoldigde mandaten van bestuurder bekleden in een intercommunale of maatschappij met significante lokale overheidsparticipatie.
- Bestuursorganen beraadslagen en besluiten enkel als de meerderheid van hun werkende leden fysiek aanwezig is; volmachten tellen niet mee voor het aanwezigheidsquorum, en elke bestuurder is houder van één enkele volmacht.
Wettekst
Wettekst
29 MAART 2018. - Decreet tot wijziging van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisering met het oog op een sterker bestuur en een sterkere transparantie in de uitvoering van de openbare mandaten in de lokale en bovenlokale structuren en hun filialen
(1)Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.In het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie wordt artikel L1122-5, waarvan de huidige tekst paragraaf 2 zal vormen, aangevuld met een § 1, luidend als volgt : " § 1. De verkozene die, de dag van diens installatie, de verkiesbaarheidsvereisten niet vervult, kan niet beëdigd worden. Het college stelt er de raad en de belanghebbende van in kennis. Laatstgenoemde kan zijn verweermiddelen binnen een termijn van vijftien dagen mededelen aan het college. De raad neemt akte van de ontstentenis van de ene of de andere verkiesbaarheidsvereisten en gaat tot de vervanging van het betrokken lid over. Een beroep, gegrond op artikel 16 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan tegen deze beslissing ingesteld worden. Het wordt ingesteld binnen de acht dagen na de kennisgeving ervan.". Art. 2.In artikel L1122-7 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° lid 1 van paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : "De gemeenteraadsleden krijgen geen enkele wedde en geen enkel voordeel in natura."; 2° paragraaf 2 wordt opgeheven. Art. 3.In hetzelfde Wetboek, in artikel L1122-14, § 2, lid 2, worden de woorden "sinds minstens zes maanden" opgeheven. Art. 4.In artikel L1123-15 van hetzelfde Wetboek wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt : " § 3. Behalve die wedden, en onder uitsluiting van eventuele voordelen in natura, mogen de burgemeesters en schepenen geen enkele vergoeding van de gemeente genieten, om welke reden en onder welke benaming ook. De Regering bepaalt de lijst van de toelaatbare voordelen in natura.". Art. 5.Artikel L1123-17 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 6.In artikel L1123-31van hetzelfde Wetboek wordt paragraaf 1 aangevuld met een tweede lid luidend als volgt : "De leden van een secretariaat mogen geen bloed- of aanverwanten zijn tot in de tweede graad, noch door de echt verbonden zijn of wettelijk samenwonen met een lid van het gemeentecollege.". Art. 7.In artikel L1125-1 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° de huidige tekst, die paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2 luidend als volgt : " § 2.Kunnen geen voorzitter van de gemeenteraad of lid van het gemeentecollege zijn : 1° de titularissen van een lokale leidinggevende functie en de titularissen van een directiefunctie in een intercommunale, een vereniging van overheden bedoeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, een gemeente- of provinciebedrijf, een gemeentelijke of een provinciale vzw, een projectvereniging, een huisvestingsmaatschappij, een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie. Onder titularis van een directiefunctie dienen de personen te worden verstaan die een staffunctie bekleden met als kenmerk de uitoefening van een deel van het gezag, een verantwoordelijkheidsgraad en een bezoldigingsregeling die uiting is van de plaats die ze in het organogram bekleden; 2° de beheerders zoals omschreven in artikel 2 van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder en in artikel 2 van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet."; 3° de titularissen van een leidinggevende functie en een directiefunctie in een stichting van openbaar nut voor zover de totale participatie van de gemeenten, OCMW's, intercommunales of provincies, alleen of in vereniging met de Waalse gewestelijke overheid, met inbegrip van haar openbare bestuurseenheden, rechtstreeks of onrechtstreeks een percentage van meer dan 50 percent aan gewestelijke, gemeentelijke, provinciale, intercommunale of OCMW-subsidies bereikt in het totaal van hun opbrengsten."; 2° in paragraaf 1, 11°, worden de woorden "de secretarissen en ontvangers" vervangen door de woorden "de directeurs-generaal en de financieel directeurs". Art. 8.In artikel L1125-11 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "of een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie" toegevoegd na het woord "intercommunale". De woorden "maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie" worden verstaan in de zin van artikel L5111-1, lid 1, 10°, van het Wetboek. Art. 9.Artikel L1125-12 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "Een gemeenteraadslid of een lid van het gemeentecollege mag niet meer dan drie bezoldigde mandaten van bestuurder bekleden in een intercommunale of in een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie. Het aantal mandaten wordt berekend door optelling van de bezoldigde mandaten die binnen de intercommunales of de maatschappijen met een significante lokale overheidsparticipatie gehouden worden, vermeerderd, in voorkomend geval, met de bezoldigde mandaten waarover de verkozene in die instellingen zou beschikken in zijn hoedanigheid van raadslid van de raad van de raad voor maatschappelijk welzijn of van provincieraadslid.". Art. 10.In artikel L1126-1, § 2, lid 5, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "en de voorzitter van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn" ingevoegd tussen de woorden "De schepenen" en de woorden "leggen voor hun ambtsaanvaarding de eed af". Art. 11.In artikel L1231-5 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 2° in paragraaf 1 worden de woorden "directiecomité" vervangen door de woorden "uitvoerend bureau";2° in paragraaf 2, lid 2, worden de woorden "directiecomité" vervangen door de woorden "uitvoerend bureau";3° in paragraaf 2, lid 3, wordt het woord "achttien" vervangen door het woord "twaalf" en worden de woorden "in eigen kring" ingevoegd tussen het woord "wijst" en de woorden "de leden";4° in paragraaf 2, lid 4, worden de woorden "die de gemeenteraad vertegenwoordigen" ingevoegd tussen de woorden "bestuurders" en "worden";5° in paragraaf 2, wordt het vijfde lid vervangen als volgt : "Elke democratische politieke fractie die niet vertegenwoordigd is volgens de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in vorig lid heeft recht op een zetel als waarnemer zoals omschreven in artikel L5111-1 met raadgevende stem.Onder "democratische politieke fractie" dienen de politieke formaties te worden verstaan die de beginselen van de democratie in acht nemen, zoals, onder anderen, verwoord door het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, door de protocollen bij het Verdrag, geldend in België, door de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1981 pub. 20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd of welke andere genocide ook, alsmede de rechten en vrijheden gewaarborgd door de Grondwet."; 6° in paragraaf 2 wordt het achtste lid vervangen als volgt : "De raad van bestuur kiest een voorzitter en eventueel een ondervoorzitter uit zijn leden."; 7° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : " § 3.Het uitvoerend bureau of, bij ontstentenis, de voorzitter is belast met het dagelijks bestuur, met de vertegenwoordiging die bij dat bestuur hoort en met met de uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur. De voorzitter en de eventuele ondervoorzitter van de raad van bestuur krijgen geen enkele vergoeding voor dat dagelijks bestuur. Het uitvoerend bureau bestaat uit maximum drie bestuurders, waaronder inbegrepen de voorzitter en de eventuele ondervoorzitter, uit eigen kring gekozen door de raad van bestuur. Het voorzitterschap van het uitvoerend bureau wordt waargenomen door de voorzitter. Bij staking van stemmen in het uitvoerend bureau is diens stem doorslaggevend."; 8° er wordt een paragraaf 4 toegevoegd, luidend als volgt : " § 4.De beheersorganen van het bedrijf beraadslagen en besluiten enkel als de meerderheid van hun werkende leden fysiek aanwezig is. Met volmachten wordt geen rekening gehouden in de berekening van het aanwezigheidsquorum. Elke bestuurder is houder van één enkele volmacht.". Art. 12.In artikel L1234-2 van hetzelfde Wetboek worden de paragrafen 2 en 3 vervangen door hetgeen volgt : " § 2. In zoverre de statuten de meerderheid van de mandaten binnen de beheers- en controleorganen aan de gemeente toekennen, heeft elke, overeenkomstig artikel L1231-5, § 2, lid 5, omschreven democratische politieke fractie die niet vertegenwoordigd is overeenkomstig het kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging bedoeld in paragraaf 1 recht op een zetel als waarnemer zoals omschreven in artikel L5111-1 met raadgevende stem. § 3. Als verschillende gemeenten lid zijn van een vzw en voor zover ze over de meerderheid van de stemmen beschikken, heeft elke democratische politieke fractie die binnen een van de aangesloten gemeenten over minstens één verkozene beschikt en over minstens één verkozene in het Waalse Parlement en die niet wordt vertegenwoordigd overeenkomstig het kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging bedoeld in § 1, recht op een zetel als waarnemer zoals omschreven in artikel L5111-1 met raadgevende stem.". In artikel L1234-2, § 1, lid 5, van hetzelfde Wetboek dienen de woorden "de protocollen bij dat Verdrag, geldend in België," ingevoegd te worden tussen de woorden "fundamentele vrijheden" en de woorden "de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1981 pub. 20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten". Art. 13.Artikel L1234-3 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 14.In hetzelfde Wetboek wordt boek IV van deel I, omvattende de artikelen L1411-1 tot L1451-3, opgeheven. Art. 15.In artikel L1522-4 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen als volgt : "Elke democratische politieke fractie, omschreven overeenkomstig artikel L1231-5, § 2, vijfde lid, die binnen een van de aangesloten gemeenten over minstens één verkozene beschikt en over minstens één verkozene in het Waalse Parlement en die niet wordt vertegenwoordigd overeenkomstig het kiessysteem van de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in deze paragraaf, heeft recht op een zetel als waarnemer zoals omschreven in artikel L5111-1 met raadgevende stem."; 2° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen als volgt : "Het beheerscomité neemt akte van de samenstelling ervan op grond van de voordrachten van elk lid van de vereniging.". Art. 16.In artikel L1522-5 van hetzelfde Wetboek wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt : " § 1. Het beheerscomité van de projectvereniging beraadslaagt en beslist enkel als de meerderheid van zijn werkende leden fysiek aanwezig is. Met volmachten wordt geen rekening gehouden in de berekening van het aanwezigheidsquorum. Elke bestuurder is houder van één enkele volmacht.". Art. 17.Artikel L1523-1 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "De intercommunales nemen de juridische vorm van de naamloze maatschappij of van de samenwerkende maatschappij met beperkte aansprakelijkheid aan. De wetten betreffende de handelsmaatschappijen zijn van toepassing op de intercommunales, voor zover de statuten er wegens de bijzondere aard van de vereniging niet van afwijken .". Art. 18.In hetzelfde Wetboek wordt in artikel L1523-5 een 5° ingevoegd, luidend als volgt : "5° als de gemeente- en, in voorkomend geval, de provincieraden, na afloop van de procedure bedoeld in artikel L1523-6, § 2, beslissen zich terug te trekken en onder voorbehoud van de verplichting voor degene die zich terugtrekt om de naar schatting van een deskundige beoordeelde schade die zijn terugtrekking berokkent aan de intercommunale en aan de andere leden, te vergoeden.". Art. 19.In hetzelfde Wetboek wordt artikel L1523-6 vervangen als volgt : "Art. L1523-6. § 1. De publiekrechtelijke rechtspersonen die bij de intercommunale zijn aangesloten, kunnen zich alleen afzonderlijk en elk tot beloop van een bepaalde som verbinden. Over iedere wijziging van de statuten die voor de gemeenten, of in voorkomend geval voor de provincies, bijkomende verplichtingen of een vermindering van hun rechten meebrengt, moet in de gemeenteraden, en in voorkomend geval, in de provincieraden worden beraadslaagd en besloten. § 2. Voor elke inbreng van algemeenheden of bedrijfstakken dienen de gemeenteraden en, in voorkomend geval, de provincieraden in de gelegenheid te worden gesteld erover te beraadslagen en te besluiten. In dat geval is de intercommunale ertoe gehouden, de ontwerp-inbreng en het strategisch plan mede te delen aan de leden, tegelijk met de indiening ervan bij de griffie van de rechtbank van koophandel en het omstandig verslag opgesteld overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen. Bij eventueel bestaan van een reguleringsoverheid wordt haar advies vereist. § 3. Enkel de algemene vergadering is bevoegd om te beslissen over de inbreng van algemeenheden of van bedrijfstakken. § 4. Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 2 voegt de intercommunale alle desbetreffende stukken bij de oproeping voor de algemene vergadering die moet beslissen over de inbreng bedoeld in paragraaf 2.". Art. 20.In artikel L1523-10 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : "1° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid luidend als volgt : "Tenzij anders bepaald in het huishoudelijk reglement worden de notulen van de vorige vergadering bij het openen van elke vergadering voorgelezen. De notulen worden bij de oproeping bedoeld in lid 1 gevoegd. In de behoorlijk gemotiveerde gevallen van dringende noodzakelijkheid, bedoeld in lid 1, worden ze tegelijk met de agenda ter beschikking gesteld. »; 2° er wordt een paragraaf 3 ingevoegd, luidend als volgt : « § 3.De beheersorganen van de intercommunale beraadslagen en besluiten enkel als de meerderheid van hun leden fysiek aanwezig is. Met volmachten wordt geen rekening gehouden in de berekening van het aanwezigheidsquorum. Elke bestuurder is houder van één enkele volmacht. ». Art. 21.In artikel L1523-12 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, lid 1, worden de woorden "over elk agendapunt" toegevoegd na de woorden "binnen hun raad";2° in paragraaf 1, lid 2, wordt het woord "vrij" ingevoegd tussen de woorden "over een" en "stemrecht";3° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidend als volgt : " § 1/1.De gemeenteraad en, in voorkomend geval, de provincieraad en de raad voor maatschappelijk welzijn, stemmen over de gezamenlijke agendapunten. Elkeen van zijn leden kan eisen dat over één of meerdere punten die hij of zij aanduidt, afzonderlijk wordt gestemd. In dat geval wordt de gezamenlijke stemming pas na het stemmen over het (
- de)aldus aangeduide punt(
- en)gehouden, en houdt deze stemming verband met de punten waarover geen enkel lid een afzonderlijke stemming heeft gevraagd."; 4° paragraaf 1, derde lid, vervalt. Art. 22.In artikel L1523-13 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen als volgt : "De oproepingen voor iedere algemene vergadering bevatten de agenda, evenals een synthesenota en een voorstel tot beslissing voor elk agendapunt, samen met alle dienovereenkomstige stukken.Zij kunnen elektronisch verstuurd worden. Op verzoek van één vijfde van de leden kan er een punt aan de agenda van de algemene vergadering worden toegevoegd."; 2° in paragraaf 1, lid 5, worden de woorden "vanaf minstens zes maanden" opgeheven;3° in paragraaf 3 wordt het eerste lid aangevuld met volgende zin : "De jaarrekeningen worden systematisch door de leidinggevende lokale ambtenaar en/of de financieel directeur voorgelegd.Ze beantwoorden de vragen samen met de revisor, die aanwezig moet zijn."; 4° in paragraaf 3 wordt een vijfde lid toegevoegd, luidend als volgt : "De jaarrekeningen, het verslag van de revisor van de instellingen, het beheersverslag en de specifieke verslagen over de participaties worden aan het Rekenhof overgemaakt binnen de dertig dagen na de goedkeuring door de algemene vergadering.Het Rekenhof kan de revisor vragen stellen in verband met diens verslag. Het hof stelt driejaarlijks een verslag op. De aanvullende opdracht van het Rekenhof wordt vergoed met een jaarlijks bedrag van 120.000 euro. Bedoeld bedrag wordt om de zes jaar geëvalueerd en hernieuwd."; 5° in paragraaf 4 wordt het derde lid vervangen als volgt : "Het ontwerpplan wordt door de raad van bestuur opgesteld en, in voorkomend geval, ter gelegenheid van voorbereidende zittingen, overgelegd aan de gemeentelijke afgevaardigden, in voorkomend geval, aan de provinciale afgevaardigden en afgevaardigden va -n het OCMW, aan de betrokken schepenen, eventueel in aanwezigheid van leden van het management of van de raad van bestuur.Het wordt vervolgens besproken in de gemeente- en provincieraden van de aangesloten leden en door de algemene vergadering vastgelegd.". Art. 23.In artikel L1523-14, 4°, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord "functievergoedingen" wordt vervangen door het woord "vergoedingen";2° de woorden "binnen de door de Waalse Regering bepaalde grenzen" worden vervangen door de woorden "binnen de grenzen vastgelegd bij artikel L5311-1" en de woorden "aan de leden van de beperkte bestuursorganen" worden vervangen door de woorden "aan de leden van de beperkte bestuursorganen en van het auditcomité";3° de woorden "de bezoldigingen" worden vervangen door de woorden "de vergoedingen". Art. 24.In artikel L1523-15 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt aangevuld met twee leden, luidend als volgt : "De bestuurders vertegenwoordigen ofwel aangesloten gemeenten, provincies of OCMW's ofwel andere publiekrechtelijke rechtspersonen, ofwel privé-aangeslotenen, die als onafhankelijk worden beschouwd. Het aantal onafhankelijke bestuurders wordt vastgesteld op maximum twee. Zij worden door de algemene vergadering benoemd bij een drie vierde meerderheid van de stemmen en na voordracht door de raad van bestuur, uitgedrukt bij een drie vierde meerderheid van de stemmen. De voorwaarden, titels, hoedanigheden en verboden, vereist of van toepassing op die bestuurders, zijn zoals bepaald in artikel 526ter van het Wetboek van vennootschappen."; 2° in paragraaf 3 wordt het eerste lid aangevuld met volgende zin : "Voor de intercommunales waarbij gemeenten uit meer dan één Gewest aangesloten zijn, worden de bestuurders evenwel overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het Kieswetboek aangewezen voor wat betreft de Waalse gemeenten, en overeenkomstig de statutaire bepalingen van de intercommunale voor wat de gemeenten van de andere Gewesten betreft."; 3° in paragraaf 3 wordt lid 5 opgeheven; 4° in paragraaf 3 wordt lid 6 vervangen door hetgeen volgt : "Elke democratische politieke fractie, omschreven overeenkomstig artikel L1231-5, § 2, vijfde lid, die binnen een van de aangesloten gemeenten over minstens één verkozene beschikt en over minstens één verkozene in het Waalse Parlement en die niet wordt vertegenwoordigd overeenkomstig het kiessysteem van de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in deze paragraaf, heeft recht op een zetel als waarnemer zoals omschreven in artikel L5111-1 met raadgevende stem."; 5° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid luidend als volgt : "De leden 1 tot 4 van deze paragraaf zijn mutatis mutandis van toepassing op de bestuurders die de aangesloten OCMW's vertegenwoordigen."; 6° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden "dertig leden" vervangen door de woorden "twintig leden";7° in paragraaf 5 wordt het vierde lid vervangen als volgt : "Een intercommunale met tot drie aangesloten gemeenten mag maximum zeven bestuurders tellen.Wanneer, onder de aangeslotenen, de gemeenten vier in getal zijn of wanneer meer dan vier gemeenten aangesloten zijn en ze minder dan honderdduizend inwoners bedienen, kan de raad van bestuur een maximum van elf bestuurders omvatten."; 8° het wordt aangevuld met de paragrafen 8 en 9, luidend als volgt : " § 8.De raad van bestuur wijst in eigen kring en maximum één voorzitter en één ondervoorzitter aan. Hij wijst zijn vertegenwoordigers aan in de maatschappijen met een significante lokale overheidsparticipatie.". § 9. De raad van bestuur houdt minstens zes jaarvergaderingen. Bij ontstentenis worden dan, door de raad van bestuur, de redenen daarvoor in het jaarlijks beheersverslag opgegeven. ». Art. 25.Artikel L1523-17 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : " § 1. De raad van bestuur richt in eigen kring een bezoldigingscomité op, dat bestaat uit maximum vijf bestuurders aangewezen onder de vertegenwoordigers van de aangesloten gemeenten, provincies of O.C.M.W.'s volgens de evenredige vertegenwoordiging van het geheel van de raden van de aangesloten gemeenten, provincies of O.C.M.W.'s, overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het Kieswetboek, met uitzondering van de bestuurders die lid zijn van het uitvoerend bureau. De mandaten binnen dat comité worden om niet uitgeoefend. § 2. Het bezoldigingscomité geeft, na de raad van bestuur daarvan op de hoogte te hebben gebracht, de algemene vergadering aanbevelingen met betrekking tot elke beslissing betreffende presentiegeld, eventuele functievergoedingen en elk ander al dan niet geldelijk voordeel, rechtstreeks of onrechtstreeks toegekend aan de leden van de bestuursorganen en het auditcomité.Jaarlijks wordt een schriftelijk evaluatieverslag opgesteld en goedgekeurd in verband met de relevantie van de vergoedingen en ieder ander eventueel al dan niet geldelijk voordeel, in de loop van het voorgaande werkjaar toegekend aan de leden van de beheersorganen en de directiefuncties, evenals in verband met het globaal bezoldigingsbeleid. Er worden aanbevelingen ter attentie van de raad van bestuur uitgebracht. De raad van bestuur wordt een omstandige verantwoording voorgelegd in verband met de andere vergoedingen dan het enkele aanwezigheidsgeld. Dat verslag, overgemaakt aan de raad van bestuur, wordt gevoegd bij het beheersverslag opgemaakt door de bestuurders krachtens artikel L1523-16, vierde lid. In afwijking van artikel L1523-10 neemt de raad van bestuur op voorstel van het bezoldigingscomité het huishoudelijk reglement van het bezoldigingscomité aan.". Art. 26.Artikel L1523-18 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "L1523-18. § 1. De raad van bestuur kan, onverminderd paragraaf 5, onder eigen verantwoordelijkheid het dagelijks bestuur van de intercommunale afvaardigen aan de titularis van de lokale leidinggevende functie.". De beraadslaging en het besluit in verband met de delegatie van het dagelijks bestuur geeft de gedelegeerde bestuurshandelingen nauwkeurig op, evenals de duur van deze delegatie, die maximaal drie jaar, verlengbaar, mag duren. Zij wordt bij eenvoudige meerderheid gestemd, bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad en medegedeeld aan de aangesloten leden, de bestuurders en de eventuele afgevaardigden voor de controle. Ze wordt beëindigd na elke algehele hernieuwing van de raad van bestuur. Het huishoudelijk reglement kan in bijzondere meerderheden voorzien. § 2. De raad van bestuur kan zijn bevoegdheden op eigen verantwoordelijkheid gedeeltelijk overdragen aan één of verscheidene eventuele beperkte bestuursorganen.De beperkte bestuursorganen zijn uitvloeisels van de raad van bestuur. Ze zijn samengesteld uit minstens vier bestuurders, aangewezen door de raad van bestuur. De bestuurders die de aangesloten gemeenten, provincies en OCMW's, vertegenwoordigen zijn van een ander geslacht en worden aangewezen met dezelfde evenredigheid als die, welke alle raden van de aangesloten gemeenten, provincies en OCMW's kenmerkt overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het Kieswetboek. De beraadslaging en het besluit in verband met de delegatie van de beperkte bestuursorganen geeft de gedelegeerde bestuurshandelingen nauwkeurig op, evenals de duur van deze delegatie, die maximaal drie jaar, verlengbaar, mag duren. Zij wordt bij eenvoudige meerderheid gestemd, bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad en medegedeeld aan de aangesloten leden, de bestuurders en de eventuele afgevaardigden voor de controle. Ze wordt beëindigd na elke algehele hernieuwing van de raad van bestuur. Het huishoudelijk reglement kan in bijzondere meerderheden voorzien. De beslissingen inzake de financiële strategie, de algemene personeelsbepalingen zoals bedoeld in artikel L1523-27, § 1, lid 5, en de bijzondere regels betreffende de lokale leidinggevende functie zoals omschreven in artikel L5111-1 van dit Wetboek kunnen niet het voorwerp uitmaken van een delegatie door de raad van bestuur. Elke beraadslaging en elk besluit genomen op grond van een delegatie van de raad van bestuur wordt medegedeeld aan de bestuurders. De beperkte beheersorganen beschikken over een eigen beslissingsbevoegdheid, zelfs als deze beslissing krachtens de statuten door de raad van bestuur bekrachtigd dient te worden. § 3. In afwijking van artikel L1523-10 stelt het beperkte beheersorgaan een huishoudelijk reglement, waarin het kader voor diens functioneren verduidelijkt wordt, aan de raad van bestuur voor, die het vastlegt. Het huishoudelijk reglement bepaalt de modaliteiten, de inhoud en de periodiciteit volgens welke de beperkte beheersorganen of de afgevaardigde voor het dagelijks bestuur over hun actie verslag uitbrengen aan de raad van bestuur alsook de beslissingen van de beperkte beheersorganen of van de afgevaardigde voor het dagelijkse beheer die bekrachtigd moeten worden door de raad van bestuur. Dat verslag wordt minstens één keer per jaar voorgelegd. § 4. Als dat beperkte beheersorgaan opgericht wordt om een activiteitensector te beheren, wordt de evenredigheid bedoeld in paragraaf 2 berekend op basis van de bij bedoelde sector aangesloten gemeenten, provincies en OCMW's. Het aantal leden van het beperkte bestuursorgaan verbonden met een activiteitensector wordt beperkt tot maximum het aantal bestuurders uit de bij bedoelde sector aangesloten gemeenten, provincies en OCMW's. De leden van het beperkte beheersorgaan dat ingesteld is om een activiteitssector te beheren tellen minstens één bestuurder bedoeld in artikel L1523-15, § 1, lid 3, wanneer laatstgenoemde op de raad van bestuur van toepassing is. § 5. In het kader van de installatie van een eventueel uitvoerend bureau, dat enig bureau moet zijn voor de gezamenlijke activiteiten van de intercommunale, kan het maximumaantal leden, voor de intercommunales met minstens elf bestuurders, niet hoger zijn dan vijfentwintig percent van het aantal leden van de raad van bestuur. Ze zijn van een ander geslacht en worden aangewezen naar evenredigheid van het geheel van de raden van de aangesloten gemeenten, provincies en OCMW's, overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het Kieswetboek. De voorzitter en de ondervoorzitter van de intercommunale zijn lid van het uitvoerend bureau. In afwijking van paragraaf 4, lid 1, zijn ze afkomstig van verschillende democratische politieke fracties. Het voorzitterschap van het uitvoerend bureau wordt waargenomen door de voorzitter. Bij staking van stemmen is diens stem doorslaggevend. De lokale leidinggevende ambtenaar in de intercommunale, zoals omschreven in artikel L5111-1 van dit Wetboek, wordt systematisch opgeroepen voor de vergaderingen met raadgevende stem zonder lid van het bureau te zijn. Het uitvoerend bureau telt minstens één bestuurder bedoeld in artikel L1523-15, § 1, lid 3, wanneer dit artikel van toepassing is op de raad van bestuur.". Art. 27.Artikel L1523-19 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 28.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel L1523-26 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. 1523-26. § 1. Iedere intercommunale vormt een auditcomité in haar raad van bestuur. § 2. Het auditcomité is samengesteld uit leden van de raad van bestuur die geen lid zijn van het uitvoerend bureau. Het maximumaantal leden van het auditcomité kan niet hoger zijn dan vijfentwintig percent van het aantal leden van de raad van bestuur. De voorzitter van het auditcomité wordt aangewezen door de leden van het comité. Minstens één lid van het auditcomité beschikt over een praktische ervaring en/of technische kennis inzake boekhouding of audit. De titularis van de lokale leidinggevende functie in de intercommunale wordt systematisch opgeroepen voor de vergaderingen, met raadgevende stem. § 3. De raad van bestuur bepaalt de opdrachten van het auditcomité, die minstens volgende opdrachten omvatten : 1° de mededeling aan de raad van bestuur van informatie over de resultaten van de wettelijke controle van de jaarrekeningen en, in voorkomend geval, van de geconsolideerde rekeningen en van duiding over de wijze waarop de wettelijke controle van de jaarrekeningen en, in voorkomend geval, van de geconsolideerde rekeningen bijgedragen hebben tot de integriteit van de financiële informatie en over de rol van het auditcomité in dat proces;2° de opvolging van het proces voor de uitwerking van de financiële informatie en overlegging van aanbevelingen of voorstellen om er de integriteit van te vrijwaren;3° de opvolging van de doeltreffendheid van de systemen voor interne controle en beheersing van de risico's van de intercommunale of de instelling, evenals de opvolging van de interne audit en de doeltreffendheid ervan;4° de opvolging van de wettelijke controle van de jaarrekeningen en, in voorkomend geval, van de geconsolideerde jaarrekeningen, met inbegrip van de vragen en aanbevelingen geformuleerd door de bedrijfsrevisor belast met de wettelijke controle van de geconsolideerde rekeningen;5° het onderzoek en de opvolging van de onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor belast met de wettelijke controle van de geconsolideerde rekeningen, in het bijzonder wat betreft de gegrondheid van de levering van aanvullende diensten aan de maatschappij. Het auditcomité brengt regelmatig verslag uit bij de raad van bestuur over de uitoefening van diens opdrachten, minstens bij het opstellen door laatstgenoemde van de jaarrekeningen en, in voorkomend geval, van de geconsolideerde rekeningen.". Art. 29.In hoofdstuk III van titel I van boek V van het eerste deel van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 6 ingevoegd met als opschrift "Personeel". Art. 30.In afdeling 6, ingevoegd bij artikel 29, wordt een artikel L1523-27 ingevoegd, luidend als volgt : " L1523- 27. § 1. Het personeel van de intercommunale is onderworpen aan een statutair en/of contractueel stelsel. Het personeel van de intercommunale wordt aangewezen op basis van een functieprofiel bepaald door de raad van bestuur en van een kandidatenoproep. Het statutair personeelslid beoogt elk personeelslid dat in vast verband benoemd is door eenzijdige beslissing van de overheid, evenals elk personeelslid dat bij eenzijdige beslissing van de overheid tot de stage toegelaten wordt met het oog op een vaste benoeming. Het contractueel personeelslid beoogt elk lid van het personeel dat met een arbeidsovereenkomst in dienst is genomen overeenkomstig de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten. Het personeel dat de lokale leidinggevende functie bekleedt, wordt aangewezen door de raad van bestuur. De raad van bestuur legt de objectieve algemene bepalingen in personeelszaken vast, waaronder met name : 1° de voorwaarden voor de toegang tot de betrekkingen en, in voorkomend geval, voor de bevordering, de regels voor de bekendmaking van de oproep tot de kandidaten, evenals de procedure voor de evaluatie van het personeel van de intercommunale;2° de weddeschalen, de toelagen, vergoedingen en ieder voordeel van het personeel van de intercommunale. Voor de lokale leidinggevende functie en de directiefuncties omvatten de voorwaarden voor de toegang tot de betrekkingen met name het functieprofiel en de samenstelling van de selectiejury. Het personeel van de intercommunale wordt geëvalueerd en kan van ambtswege ontslagen worden wegens beroepsonbekwaamheid in de voorwaarden van hoofdstuk VII van titel I van boek II van deel I van het Wetboek. Voorgaande leden zijn van toepassing op de lokale leidinggevende functie onverminderd de bijzondere bepalingen van dit Wetboek. § 2. De bezoldigingsregeling en de weddeschalen worden inzonderheid vastgesteld volgens de omvang van de bevoegdheden, de verantwoordelijkheidsgraad en de vereiste algemene en beroepsbekwaamheid, rekening houdend meer bepaald met de plaats die de personeelsleden bekleden in het organogram van de intercommunale. § 3. De raad van bestuur is bevoegd inzake personeel, maar kan de uitvoering van de beslissingen die hij genomen heeft in het kader van de algemene bepalingen in personeelszaken delegeren.". Art. 31.In artikel L1531-2 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : "1° in paragraaf 1, lid 1, worden de woorden "en elk lid van een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie aangewezen door een publiekrechtelijke rechtspersoon" toegevoegd na de woorden "projectvereniging"; 2° in paragraaf 2, lid 1, worden de woorden "of in de maatschappijen met een significante lokale overheidsparticipatie" ingevoegd tussen de woorden "projectverenigingen" en de woorden "waarbij zijn gemeente";3° in paragraaf 5, lid 1, worden de woorden "of in een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie" ingevoegd tussen de woorden "een intercommunale" en de woorden "of lid";4° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt : " § 6.De titularis van een lokale leidinggevende functie en de titularis van een directiefunctie in een intercommunale of een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie mogen geen lid zijn van een provinciecollege of van een gemeentecollege of lid zijn van het Europees Parlement, de federale wetgevende Kamers of een Gewest- of Gemeenschapsparlement. De hoedanigheid van voorzitter of ondervoorzitter van een intercommunale of een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie is onverenigbaar met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement, de federale wetgevende Kamers of een Gewest- of Gemeenschapsparlement."; 3° in paragraaf 7 worden de woorden "of van een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie" ingevoegd tussen de woorden "een intercommunale" en de woorden "dat houder is";6° er wordt een paragraaf 8 ingevoegd, luidend als volgt : " § 8.De titularis van een lokale leidinggevende functie en de houder van een directiefunctie in een intercommunale of een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie die de hoedanigheid bezit of verkrijgt van kabinetschef of adjunct-kabinetschef van een lid van de federale Regering, van een deelgebied van of van een staatssecretaris in de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt als verhinderd beschouwd. ». Art. 32.In artikel L1532-1 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : "1° in paragraaf 2 worden de woorden "minstens één derde" ingevoegd tussen de woorden "Op verzoek van" en de woorden "de gemeenteraadsleden"; 2° paragraaf 2 wordt aangevuld met twee leden luidend als volgt : "Eén keer jaarlijks organiseren de intercommunales, na de algemene vergadering van het eerste halfjaar, een vergadering van de raad van bestuur, opengesteld voor het publiek, tijdens welke het bestuursverslag en, eventueel, het activiteitenverslag worden voorgesteld.Deze vergadering wordt gevolgd door een debat. De data, uren en agenda van die vergadering worden op de website van de intercommunale en van de betrokken gemeenten of provincies bekendgemaakt.". Art. 33.Artikel L1532-3 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "Art. L1532-3. Aan de leden van het beheerscomité van de projectvereniging kan per daadwerkelijk bijgewoonde zitting presentiegeld toegekend worden overeenkomstig artikel L5311-1 en onder uitsluiting van elke andere vergoeding, ongeacht het type.". Art. 34.Artikel L1532-4 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "Art. L1532-4. De algemene vergadering kan per daadwerkelijk bijgewoonde zitting presentiegeld, vergoedingen en voordelen in natura toekennen overeenkomstig artikel L5311-1 en onder uitsluiting van elke andere vergoeding, ongeacht het type.". Art. 35.Artikel L1532-5 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "Art. L1532-5. Het filiaal van een intercommunale, evenals alle maatschappijen waarin een intercommunale of een filiaal ervan een participatie bezitten, ongeacht de graad daarvan, voor zover de totale participatie die enkel in haar handen is of rechtstreeks of onrechtstreeks gedeeld wordt met de gemeenten, provincies, OCMW's, intercommunales, zelfstandige gemeente- of provinciebedrijven, gemeentelijke of provinciale vzw's, projectverenigingen, verenigingen van overheden bedoeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de huisvestingsmaatschappijen of rechtspersonen of feitelijke verenigingen waarin meerdere voornoemde overheden verenigd zijn, of hoger is dan vijftig percent van het kapitaal of meer dan vijftig percent van de leden van het voornaamste beheersorgaan bereikt, maken aan de raad van bestuur van de intercommunale de ontwerp-beslissingen over in verband met het nemen of intrekken van participaties in elke publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon, met het afstoten van bedrijfstakken of algemeenheden, evenals met de vergoedingen die onder de algemene vergadering of het voornaamste beheersorgaan vallen. De raad van bestuur van de intercommunale beschikt over een termijn van dertig dagen om een eensluidend advies in te dienen. De betrokken maatschappijen brengen hun statuut in overeenstemming met dit artikel. Bij ontstentenis trekt de intercommunale zich uit het kapitaal van de maatschappij terug.". Art. 36.In artikel L2212-7 van hetzelfde Wetboek wordt paragraaf 2 opgeheven. Art. 37.In artikel L2212-45 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : "1° in paragraaf 1 wordt het woord "senator" vervangen door de woorden "Waals parlementslid"; 2° paragraaf 3 wordt opgeheven; 3° in paragraaf 5 wordt er een tweede lid ingevoegd, luidend als volgt : "De leden van een secretariaat mogen geen bloed- of aanverwanten zijn tot in de tweede graad, noch door de echt verbonden zijn of wettelijk samenwonen met een lid van het provinciecollege."; 4° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt : " § 6.Behalve die wedden, en onder uitsluiting van eventuele voordelen in natura, mogen de provinciaal gedeputeerden geen enkele vergoeding van de provincie genieten, om welke reden en onder welke benaming ook. De Regering bepaalt de lijst van de toelaatbare voordelen in natura.". Art. 38.In artikel L2212-77, § 1, van hetzelfde Wetboek, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 5° wordt vervangen als volgt : "5° de titularissen van een ambt binnen een instelling van openbaar nut van het Gewest, de Gemeenschap of de federale overheid en dat erin bestaat de algemene leiding erover te waarborgen;"; 2° er worden een punt 6°, een punt 7° en een punt 8° ingevoegd, luidend als volgt : "6° de beheerders zoals omschreven in artikel 2 van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder en in artikel 2 van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet";7° de titularissen van een lokale leidinggevende functie en de titularissen van een directiefunctie in een intercommunale, een vereniging van overheden bedoeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, een gemeente- of provinciebedrijf, een gemeentelijke of een provinciale vzw, een projectvereniging, een huisvestingsmaatschappij, een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie. Onder titularis van een directiefunctie dienen de personen te worden verstaan, die een staffunctie bekleden met als kenmerk de uitoefening van een deel van het gezag, een verantwoordelijkheidsgraad en een bezoldigingsregeling die uiting is van de plaats die ze in het organogram bekleden; 8° de titularissen van een lokale leidinggevende functie en een directiefunctie in een stichting van openbaar nut voor zover de totale participatie van de gemeenten, OCMW's, intercommunales of provincies, alleen of in vereniging met de Waalse gewestelijke overheid, met inbegrip van haar openbare bestuurseenheden, rechtstreeks of onrechtstreeks een percentage van meer dan 50 percent aan gewestelijke, gemeentelijke, provinciale, intercommunale of OCMW-subsidies bereikt in het totaal van hun opbrengsten.". Art. 39.In hetzelfde Wetboek wordt artikel L2212-78 waarvan de huidige tekst paragraaf 1 zal vormen, aangevuld met een paragraaf 2, luidend als volgt : " § 2. Kunnen geen voorzitter van de provincieraad zijn : 1° de titularissen van een lokale leidinggevende functie en de titularissen van een directiefunctie in een intercommunale, een vereniging van overheden bedoeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, een gemeente- of provinciebedrijf, een gemeentelijke of een provinciale vzw, een projectvereniging, een huisvestingsmaatschappij, een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie. Onder titularis van een directiefunctie dienen de personen te worden verstaan, die een staffunctie bekleden met als kenmerk de uitoefening van een deel van het gezag, een verantwoordelijkheidsgraad en een bezoldigingsregeling die uiting is van de plaats die ze in het organogram bekleden; 2° de beheerders zoals omschreven in artikel 2 van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder en in artikel 2 van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet."; 3° de titularissen van een lokale leidinggevende functie en een directiefunctie in een stichting van openbaar nut voor zover de totale participatie van de gemeenten, OCMW's, intercommunales of provincies, alleen of in vereniging met de Waalse gewestelijke overheid, met inbegrip van haar openbare bestuurseenheden, rechtstreeks of onrechtstreeks een percentage van meer dan 50 percent aan gewestelijke, gemeentelijke, provinciale, intercommunale of OCMW-subsidies bereikt in het totaal van hun opbrengsten.". Art. 40.In hetzelfde Wetboek worden, in artikel L2212-81ter, de woorden "of een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie" toegevoegd na het woord "intercommunale". Art. 41.In hetzelfde Wetboek worden, in artikel L2212-81quater, de woorden "of een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie" toegevoegd na het woord "intercommunale".". Art. 42.In artikel L2223-5 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : "1° in paragraaf 1 worden de woorden "directiecomité" vervangen door de woorden "uitvoerend bureau"; 2° in paragraaf 2, lid 2, worden de woorden "directiecomité" vervangen door de woorden "uitvoerend bureau";3° in paragraaf 2 wordt het vierde lid vervangen als volgt : "De bestuurders die de provincie vertegenwoordigen worden naar evenredigheid van de provincieraad aangewezen overeenkomstig de artikelen 167 en 168 van het Kieswetboek.Elke democratische politieke fractie, omschreven overeenkomstig artikel L1231-5, § 2, lid 5, die niet vertegenwoordigd is overeenkomstig het kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging bedoeld in deze paragraaf, heeft recht op een zetel als waarnemer zoals omschreven in artikel L5111-1, met raadgevende stem."; 4° in paragraaf 2 wordt het zesde lid vervangen als volgt : "De raad van bestuur kiest een voorzitter en eventueel een ondervoorzitter uit zijn leden aangewezen door de provincieraad."; 5° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : " § 3.Het uitvoerend bureau of, bij ontstentenis, de voorzitter is belast met het dagelijks bestuur, met de vertegenwoordiging die bij dat bestuur hoort en met de uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur. De voorzitter en de eventuele ondervoorzitter van de raad van bestuur krijgen geen enkele vergoeding voor dat dagelijks bestuur. Het uitvoerend bureau bestaat uit maximum drie bestuurders, waaronder inbegrepen de voorzitter en de eventuele ondervoorzitter, allen door de raad van bestuur aangewezen in eigen kring, in de meerderheid onder de leden aangewezen door de provincieraad. Het voorzitterschap van het uitvoerend bureau wordt waargenomen door de voorzitter. Bij staking van stemmen in het uitvoerend bureau is diens stem doorslaggevend."; 6° er wordt een paragraaf 4 ingevoegd, luidend als volgt : " § 4.De beheersorganen van het bedrijf beraadslagen en besluiten enkel als de meerderheid van hun werkende leden fysiek aanwezig is. Met volmachten wordt geen rekening gehouden in de berekening van het aanwezigheidsquorum. Elke bestuurder is houder van één enkele volmacht.". Art. 43.In artikel L2223-14 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : "1° de paragrafen 2 en 3 worden vervangen door wat volgt : " § 2. Indien de statuten de meerderheid van de mandaten in de beheers- en controleorganen aan de provincie toewijst, heeft elke democratische politieke fractie die niet vertegenwoordigd is overeenkomstig de regel van de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in paragraaf 1, recht op één zetel als waarnemer zoals bepaald in artikel L5111-1 met raadgevende stem. § 3. Indien meerdere provincies lid zijn van een vzw en de provincies over de meerderheid der stemmen beschikken, heeft elke democratische politieke fractie, bepaald overeenkomstig artikel L1231-5, § 2, vijfde lid, die over minstens één verkozene beschikt in één van de verenigde provincies en over minstens één verkozene in het Waals Parlement en die niet vertegenwoordigd is overeenkomstig de regel van de evenredige vertegenwoordiging bedoeld in paragraaf 1 recht op één zetel als waarnemer zoals bepaald in artikel L5111-1 met raadgevende stem."; 2° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt : "Elk lid van een provincieraad dat in deze hoedanigheid een mandaat in een vzw uitoefent, wordt geacht van rechtswege ontslag te nemen zodra hij niet langer deel uitmaakt van de provincieraad. Alle mandaten in de verschillende organen van de vzw vervallen onmiddellijk na de eerste algemene vergadering die volgt op de hernieuwing van de provincieraden." ". Art. 44.In artikel L3111-1, § 1, van hetzelfde Wetboek, wordt een punt 8° ingevoegd, luidend als volgt : "8° een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie, zoals omschreven in artikel L5111-1, lid 1, 10°. ". Art. 45.Artikel L3116-1 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "De toezichthoudende overheid mag, bij besluit, een bijzondere commissaris aanwijzen wanneer een publiekrechtelijke rechtspersoon of een instelling bedoeld in artikel L3111-1, § 1, het algemeen belang schaadt, verzuimt de aangevraagde inlichtingen en elementen te verstrekken of de voorschriften van de wetten, decreten, besluiten, regelingen of statuten, of van een in kracht van gewijsde getreden rechterlijke beslissing uit te voeren. De bijzondere commissaris is gemachtigd om alle maatregelen te treffen in de plaats van de in gebreke gebleven overheid, binnen de perken van het mandaat dat hem bij het aanwijzingsbesluit is toegekend.". Art. 46.In hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van het vijfde deel vervangen als volgt : "Vijfde deel - De verplichtingen van de mandatarissen inzake de aangifte van mandaten, functies en vergoeding". Art. 47.Artikel L5111-1 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "Art. L5111-1. Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder : 1° oorspronkelijk mandaat : het mandaat van gemeenteraadslid, schepen, burgemeester, provinciaal gedeputeerde, provincieraadslid of voorzitter van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, als de wetgeving die op hem toepasselijk is, in zijn aanwezigheid in het gemeentecollege voorziet;2° afgeleid mandaat : elk mandaat dat uitgeoefend wordt door de titularis van een oorspronkelijk mandaat en dat hem toevertrouwd is wegens zijn oorspronkelijk mandaat ofwel door de overheid waarin hij zijn mandaat uitoefent, ofwel op enige andere wijze of dat hem toevertrouwd is bij beslissing van één van de organen, of wegens de vertegenwoordiging :
- a)van een gemeente;
- b)van een provincie ;
- c)van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
- d)van een intercommunale ;
- e)van een zelfstandig gemeentelijk of provinciaal bedrijf;
- f)van een vereniging van openbare besturen bedoeld in artikel 118 van de Organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
- g)van een huisvestingsmaatschappij ;
- h)van elke rechtspersoon of feitelijke vereniging waarbij één of meerdere van de bovenvermelde overheden betrokken worden;3° mandataris : elke titularis van een oorspronkelijk mandaat of een afgeleid mandaat;4° privémandaat : elk mandaat dat uitgeoefend wordt in een beheersorgaan van een rechtspersoon of een feitelijke vereniging en dat geen afgeleid mandaat is, een mandaat toevertrouwd aan een niet-verkozen persoon in de zin van punt 9°, een mandaat uitgeoefend in een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie, een openbaar mandaat, openbare functie of openbaar ambt van politieke aard, een lokale leidinggevende functie of een functie van beheerder;5° uitvoerend oorspronkelijk mandaat : de mandaten van burgemeester, schepen, provinciaal gedeputeerde en voorzitter van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn als de op hem toepasselijke wetgeving in zijn aanwezigheid in de gemeenteraad voorziet;6° openbaar mandaat, functie of ambt van politieke aard : elk openbaar mandaat, elke openbare functie of elk openbaar ambt van politieke aard die niet verstaan worden als een oorspronkelijk mandaat, een afgeleid mandaat, een mandaat toevertrouwd aan een niet-verkozen persoon in de zin van punt 9°, of een mandaat uitgeoefend in een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie;7° lokale leidinggevende functie : de persoon die de hoogste hiërarchische positie bekleedt, krachtens een arbeidsovereenkomst of een statuut in dienst genomen in een intercommunale, een vereniging van overheden bedoeld in artikel 118 van de Organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, een zelfstandig gemeentelijk of provinciaal bedrijf, een gemeentelijke of provinciale vzw, een projectvereniging, een huisvestingsmaatschappij, een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie;8° mandaat, leidinggevende functie of beroep, ongeacht de aard ervan, uitgeoefend zowel in de overheidssector als in opdracht van elke natuurlijke of rechtspersoon, elke instelling of feitelijke vereniging, gevestigd in België of in het buitenland : mandaten, leidinggevende functies of beroepen die niet verstaan worden als een oorspronkelijk mandaat of een afgeleid mandaat, noch als een mandaat toevertrouwd aan een niet-verkozen persoon in de zin van punt 9°, noch als een openbaar mandaat, functie of ambt van politieke aard, noch als de lokale leidinggevende functie, noch als de functie van beheerder;9° niet-verkozen personen : de personen die niet titularis zijn van een oorspronkelijk mandaat en aan wie een mandaat is toevertrouwd in een publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon bij beslissing van één van de organen, of wegens de vertegenwoordiging :
- a)van een gemeente;
- b)van een provincie ;
- c)van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
- d)van een intercommunale ;
- e)van een zelfstandig gemeentelijk of provinciaal bedrijf;
- f)van een vereniging van openbare besturen bedoeld in artikel 118 van de Organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
- g)van een huisvestingsmaatschappij ;
- h)van elke rechtspersoon of feitelijke vereniging waarbij één of meerdere van de bovenvermelde overheden betrokken zijn;10° maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie : maatschappij die aan volgende criteria beantwoordt :
- a)een maatschappij naar Belgisch recht zijn of waarvan een bedrijfszetel in België is gevestigd;
- b)geen intercommunale zijn, noch een vereniging van overheden bedoeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, een gemeente- of provinciebedrijf, een gemeentelijke of een provinciale vzw, een projectvereniging, een huisvestingsmaatschappij, een een organisme bedoeld in artikel 3 van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder of in het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet;
- c)en waarin één of meerdere gemeenten, provincies, OCMW's, intercommunales, zelfstandige gemeente- of provinciebedrijven, projectverenigingen, vereniningen van overheden bedoeld in artikel 118 van de Organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, huisvestingsmaatschappijen, of rechtspersoon of feitelijke vereniging waarbij meerdere voornoemde overheden aangesloten zijn, alleen of samen met het Waalse Gewest, een organisme bedoeld in artikel 3, § 1 tot 7, lid 1, van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder of in het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet, een kapitaalparticipatie in handen hebben die meer bedraagt dan vijftig percent van het kapitaal;of meer dan vijftig percent van de leden van het voornaamste bestuursorgaan aanwijzen. Wanneer de kapitaalparticipatie van de gemeenten, provincies, OCMW's, intercommunales, zelfstandige gemeente- en provinciebedrijven, projectverenigingen, verenigingen van overheden bedoeld in artikel 118 van de Organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, huisvestingsmaatschappijen hoger is dan de kapitaalparticipatie van het Waalse Gewest, een organisme bedoeld in artikel 3, § 1 tot 7, lid 1, van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder of in het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet, is de maatschappij een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie. In het tegenovergestelde geval en onverminderd hiernavolgende hypothese valt de maatschappij, in voorkomend geval, onder artikel 3, § 7, van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder of artikel 3, § 5, van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 2004 van de Grondwet"; Wanneer het aantal leden van het voornaamste beheersorgaan aangewezen door de gemeenten, provincies, OCMW's, intercommunales, zelfstandige gemeente- en provinciebedrijven, projectverenigingen, verenigingen van overheden bedoeld in artikel 118 van de Organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, huisvestingsmaatschappijen hoger is dan de kapitaalparticipatie van het Waalse Gewest, een organisme bedoeld in artikel 3, § 1 tot 7, lid 1e&van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder of in het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet, is de maatschappij een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie. In het tegenovergestelde geval en onverminderd hiernavolgende hypothese valt de maatschappij, in voorkomend geval, onder artikel 3, § 7, van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder of artikel 3, § 5, van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet"; 11° presentiegeld : bezoldiging toegekend aan een lid van een instelling dat zetelt tijdens een vergadering van een beheersorgaan, wegens zijn aanwezigheid en zijn deelneming aan het geheel van deze vergadering;12° bezoldiging : elke som die betaald wordt als tegenprestatie voor de uitoefening van een oorspronkelijk mandaat, een afgeleid mandaat, een mandaat uitgeoefend door een niet-verkozen persoon, een openbaar mandaat, functie of ambt van politieke aard, een lokale leidinggevende functie, een functie van beheerder of een mandaat, een leidinggevende functie of beroep, ongeacht de aard ervan, uitgeoefend zowel in de openbare sector als in opdracht van elke natuurlijke of rechtspersoon, van elke instelling of feitelijke vereniging, gevestigd in België of in het buitenland;13° voordeel in natura : onverminderd de definitie van voordeel in natura bedoeld in bijlage 4, elk voordeel dat niet resulteert in de storting van een som en die verleend wordt als tegenprestatie voor de uitoefening van een oorspronkelijk mandaat, een afgeleid mandaat, een mandaat uitgeoefend door een niet-verkozen persoon, een openbaar mandaat, functie of ambt van politieke aard, een lokale leidinggevende functie, een functie van beheerder of een mandaat, een leidinggevende functie of beroep, ongeacht de aard ervan, uitgeoefend zowel in de openbare sector als in opdracht van elke natuurlijke of rechtspersoon, van elke instelling of feitelijke vereniging, gevestigd in België of in het buitenland;14° beveiligde elektronische weg : elke beveiligde communicatiewijze om de elektronische verzending van informatie tot stand te brengen, uitgaande van het controleorgaan of gericht aan het orgaan in het kader van zijn bevoegdheden, volgens de modaliteiten die de Regering bepaalt met inachtneming van de eisen vastgesteld in artikel 5 van het decreet van 27 maar 2014 betreffende de communicaties via elektronische weg tussen de gebruikers en de Waalse openbare overheden;15° controleorgaan : de rechtspersoon of de dienst daartoe ingesteld door de decreetgever of door de Regering;16° waarnemer : persoon aangewezen om met raadgevende stem te zetelen, die over dezelfde rechten en verplichtingen beschikt als de bestuurders, met inbegrip van de deontologische en etische regels, binnen een beheersorgaan van een instelling die aan dit Wetboek wordt onderworpen;17° functie van beheerder : functie uitgeoefend door elke persoon belast met het dagelijks beheer of die optreedt in het orgaan belast met het dagelijks bestuur binnen de instelling bedoeld in het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder of in het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet;18° plaatselijke vzw : vereniging zonder winstoogmerk naar Belgisch recht en waarvan de bedrijfszetel in België is gevestigd waarin één of meerdere gemeenten, provincies, OCMW's, intercommunales, zelfstandige gemeentelijke of provinciale bedrijven, projectverenigingen, vereniging van openbare besturen bedoeld in artikel 118 van de Organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, huisvestingsmaatschappijen, of rechtspersoon of feitelijke vereniging waarbij meerdere bovenvermelde overheden betrokken worden, die hetzij bij meerderheid, alleen of gezamenlijk, de activiteit van de vereniging subsidiëren, hetzij meer dan vijftig percent van de leden van het voornaamste beheersorgaan in handen hebben. Wat punt 2° betreft, wordt op onweerlegbare wijze beschouwd als een afgeleid mandaat : 1° het mandaat uitgeoefend door de houder van een oorspronkelijk mandaat binnen een vennootschap met een significante plaatselijke openbare participatie;2° het mandaat van bestuurder die niet plaatselijk verkozen is, zoals bedoeld in artikel L1523-15, § 1, tweede lid. Wat punt 4° betreft, wordt het openbaar mandaat in de zin van artikel 1, § 2, 1°, van het samenwerkingsakkoord van 20 maart 2014Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 20/03/2014 pub. 20/05/2014 numac 2014203286 bron waalse overheidsdienst Samenwerkingsakkoord tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap betreffende het bestuur in de uitvoering van de openbare mandaten in de overheidsinstellingen en in de van de overheid afgeleide entiteiten sluiten tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap betreffende het bestuur in de uitvoering van de openbare mandaten in de overheidsinstellingen en in de van de overheid afgeleide entiteiten, niet beschouwd als een privémandaat. Wat punt 6° betreft, worden het mandaat, de functie en openbaar ambt van politieke aard, toegekend door de Europese Unie, de Staat, een Gewest of een Gemeenschap, met inbegrip van de speciale functies toevertrouwd binnen een Parlement als het reglement van het Parlement het nader bepaalt, beschouwd als mandaat functie en openbaar ambt van politieke aard. Voor de toepassing van artikel L5321-1, worden niet beschouwd als mandaat, functie en openbaar ambt van politieke aard, de functie van beheerder, de lokale leidinggevende functie, de functies van Ministers, van federale Staatssecretarissen en de leden van een gemeenschaps- of gewestregering. Wat punt 8° betreft, wordt het privémandaat beschouwd als een mandaat, een leidinggevende functie of een beroep. Wat betreft punt 13°, wordt het voordeel geëvalueerd overeenkomstig artikel L5321,2, § 1, van dit Wetboek. Wat punt 15° betreft, is het controleorgaan, voor de titularissen van een oorspronkelijk mandaat die lid zijn van de Kamer van volksvertegenwoordigers, van de Senaat, van het Waals Parlement, van het Parlement van de Franse Gemeenschap of van het Europees parlement de daartoe door de parlementaire Assemblee ingestelde instelling, waarin ze hun mandaat uitoefenen. Voor wat onder de leden van het Waals Parlement valt, maakt het controleorgaan van het Waals Parlement jaarlijks een verslag op over de uitvoering van de krachtens dit deel van het Wetboek toevertrouwde opdrachten. Het Waals Parlement is belast met de bekendmaking van het kadaster zoals bedoeld in artikel L5511-1 voor de houders van een oorspronkelijk mandaat die lid zijn van het Waals Parlement Zolang het controleorgaan bedoeld in punt 15° van het eerste lid niet is opgericht, worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door de Regering of de dienst die voor deze opdracht gemachtigd is door de Regering.". Art. 48.Artikel L5211-1 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "Art. L5211-1 § 1. De aangifte die ingevuld dient te worden door de houders van een oorspronkelijk mandaat bevat voor het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aangifte wordt ingevuld, volgende delen : 1° opgave van de oorspronkelijke mandaten, alsook van de bedragen van het presentiegeld en van de bezoldiging die betaald wordt als tegenprestatie voor de uitoefening van deze mandaten en de daaraan verbonden voordelen in natura - deel 1;2° opgave van de afgeleide mandaten, alsook van de bedragen van het presentiegeld en van de bezoldiging die betaald wordt als tegenprestatie voor de uitoefening van deze mandaten en de daaraan verbonden voordelen in natura - deel 2;3° opgave van de openbare mandaten, functies of ambten van politieke aard, alsook van de bedragen van het presentiegeld en van de bezoldiging die betaald wordt als tegenprestatie voor de uitoefening van deze openbare mandaten, functies of ambten van politieke aard en de daaraan verbonden voordelen in natura - deel 3;4° opgave van de lokale leidinggevende functies, alsook van het bedrag van de bezoldiging die betaald wordt als tegenprestatie voor de uitoefening van deze lokale leidinggevende functies en de daaraan verbonden voordelen in natura - deel 4;5° opgave van de functies van beheerder, alsook van de bezoldiging die betaald wordt als tegenprestatie voor de uitoefening van deze functies van beheerder en de daaraan verbonden voordelen in natura - deel 5;6° opgave van de mandaten, leidinggevende functies of beroepen, ongeacht de aard ervan, uitgeoefend zowel in de openbare sector als in opdracht van elke natuurlijke of rechtspersoon, elke instelling of feitelijke vereniging, gevestigd in België of in het buitenland - deel 6. Wat punt 6° betreft, vermeldt de aangifte welke van deze mandaten, leidinggevende functies of beroepen aanleiding geven tot de toekenning van presentiegeld, bezoldigingen of voordelen in natura. § 2. De aangifte die ingevuld dient te worden door de titularissen van een uitvoerend oorspronkelijk mandaat bevat voor het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aangifte wordt ingevuld, dezelfde delen als die vermeld in paragraaf 1 en een deel 7 dat de opgave bevat van de bezoldigingen verkregen in het kader van de privémandaten. Dat deel wordt onder verzegelde omslag bij het controleorgaan ingediend. § 3. De aangifte die ingevuld dient te worden door de niet-verkozen personen bevat voor het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aangifte wordt ingevuld, volgende delen : 1° opgave van de toevertrouwde mandaten in een publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon ten gevolge van de beslissing van één van de organen, of wegens de vertegenwoordiging van een gemeente, een provincie, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een intercommunale, een zelfstandig gemeentelijk of provinciaal bedrijf, een vereniging van openbare besturen bedoeld in artikel 118 van de Organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, een huisvestingsmaatschappij, elke rechtspersoon of feitelijke vereniging waarbij een of meerdere van deze bovenvermelde overheden betrokken worden, van het orgaan die ze heeft toevertrouwd, alsook van de bedragen van het presentiegeld en van de bezoldiging die betaald wordt als tegenprestatie voor de uitoefening van deze mandaten en de daaraan verbonden voordelen in natura - deel 1;2° opgave van de openbare mandaten, functies of ambten van politieke aard, alsook van de bedragen van het presentiegeld en van de bezoldiging die betaald wordt als tegenprestatie voor de uitoefening van deze openbare mandaten, functies of ambten van politieke aard en de daaraan verbonden voordelen in natura - deel 2;3° opgave van de lokale leidinggevende functies, alsook van de bezoldiging die betaald wordt als tegenprestatie voor de uitoefening van deze lokale leidinggevende functies en de daaraan verbonden voordelen in natura - deel 3;4° opgave van de functies van beheerder, alsook van de bezoldiging die betaald wordt als tegenprestatie voor de uitoefening van deze functies van beheerder en de daaraan verbonden voordelen in natura - deel 4;5° opgave van de mandaten, leidinggevende functies of beroepen, ongeacht de aard ervan, uitgeoefend zowel in de openbare sector als in opdracht van elke natuurlijke of rechtspersoon, elke instelling of feitelijke vereniging, gevestigd in België of in het buitenland - deel 5. Wat punt 5° betreft, vermeldt de aangifte welke van deze mandaten, leidinggevende functies of beroepen aanleiding geven tot de toekenning van presentiegeld, bezoldigingen of voordelen in natura. § 4. De aangifte die ingevuld dient te worden door de titularis van een lokale leidinggevende functie die niet titularis is van een oorspronkelijk mandaat of niet-verkozen persoon in de zin van artikel L5111-1, bevat voor het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aangifte wordt ingevuld, volgende delen : 1° opgave van de lokale leidinggevende functies, alsook van de bezoldiging die betaald wordt als tegenprestatie voor de uitoefening van deze lokale leidinggevende functies en de daaraan verbonden voordelen in natura - deel 1;2° opgave van de mandaten die het gevolg zijn van de lokale leidinggevende functie - deel 2;3° opgave van de openbare mandaten, functies of ambten van politieke aard, alsook van de bedragen van het presentiegeld en van de bezoldiging die betaald wordt als tegenprestatie voor de uitoefening van deze openbare mandaten, functies of ambten van politieke aard en de daaraan verbonden voordelen in natura - deel 3;4° opgave van de functies van beheerder, alsook van de bezoldiging die betaald wordt als tegenprestatie voor de uitoefening van deze functies van beheerder en de daaraan verbonden voordelen in natura - deel 4;5° opgave van de mandaten, leidinggevende functies of beroepen, ongeacht de aard ervan, uitgeoefend zowel in de openbare sector als in opdracht van elke natuurlijke of rechtspersoon, elke instelling of feitelijke vereniging, gevestigd in België of in het buitenland - deel 5. Wat punt 5° betreft, vermeldt de aangifte welke van deze mandaten, leidinggevende functies of beroepen aanleiding geven tot de toekenning van presentiegeld, bezoldigingen of voordelen in natura. § 5. De modellen van aangifte worden door het controleorgaan bepaald. Deze modellen kunnen de opgave van de instelling die het mandaat toevertrouwd of voorgesteld heeft of die de declarant vertegenwoordigt, bevatten. § 6. Het controle-orgaan bewaart de aangiften die het toegezonden krijgt, en de daarbij gevoegde fiscale fiches, tijdens een periode van zes jaar. Na afloop van die termijn zorgt het ervoor dat ze vernietigd worden. ». Art. 49.Artikel L5211-2 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "Art. L5211-2. Uiterlijk op 30 juni van elk jaar : 1° richten de titularissen van een oorspronkelijk mandaat, per aangetekend schrijven, per beveiligde elektronische weg of op de door het controleorgaan bepaalde wijze, een aangifte aan dat orgaan met de delen zoals vernoemd in artikel L5211-1, § 1;2° richten de titularissen van een uitvoerend oorspronkelijk mandaat, per aangetekend schrijven, per beveiligde elektronische weg of op de door het controleorgaan bepaalde wijze, een aangifte aan dat orgaan met de delen zoals vernoemd in artikel L5211-1, § 2.Het deel 7 vermeld in artikel L5211-1, § 2, wordt gericht aan het controleorgaan per aangetekend schrijven of op de door het controleorgaan bepaalde wijze; 3° richten de niet-verkozen personen per aangetekend schrijven, per beveiligde elektronische weg of op de door het controle-orgaan bepaalde wijze een aangifte aan dat controleorgaan met de delen zoals vernoemd in artikel L5211-1, § 3, als minstens een mandaat dat hen wordt toevertrouwd in een publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon ten gevolge van de beslissing van één van de organen, of wegens de vertegenwoordiging van een gemeente, een provincie, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een intercommunale, een zelfstandig gemeentelijk of provinciaal bedrijf, een vereniging van openbare besturen bedoeld in artikel 118 van de Organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, een huisvestingsmaatschappij, elke rechtspersoon of feitelijke vereniging waarbij een of meerdere van deze bovenvermelde overheden betrokken worden, wordt bezoldigd;4° richten de titularissen van een lokale leidinggevende functie, per aangetekend schrijven, beveiligde elektronische weg of op de door het controleorgaan bepaalde wijze, een aangifte aan dat orgaan met de delen zoals vernoemd in artikel L5211-1, § 4. De fiscale fiches die de controle van de aangiftes door de het controleorgaan toelaten worden gevoegd bij de aangifte door de declaranten.". Art. 50.In hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van boek III van het vijfde deel vervangen als volgt : "Boek III - Bezoldigingen en voordelen in natura". Art. 51.In hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van de Enige titel van boek III van het vijfde deel vervangen als volgt : "Titel I - Bezoldigingen en voordelen in natura betaald als tegenprestatie voor de uitoefening van de afgeleide mandaten". Art. 52.Artikel L5311-1 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "Art. L5311-1. § 1. Dit artikel geldt bij de uitoefening van de afgeleide mandaten in elk beheersorgaan van een rechtspersoon of een feitelijke vereniging, onder voorbehoud van bijzondere regels bedoeld in artikel L6434-1, § 3, voor de titularis van een lokale leidinggevende functie. De afgeleide mandaten uitgeoefend binnen een zelfstandig gemeentelijk of provinciaal bedrijf of binnen een gemeentelijke of provinciale vzw door de titularis van een uitvoerend oorspronkelijk mandaat worden kosteloos uitgeoefend. § 2. Een bestuurder kan, met uitsluiting van elke andere bezoldiging of voordeel in natura, alleen maar presentiegeld krijgen. Onverminderd het derde lid, krijgt hij één enkele presentievergoeding voor elke vergadering van het beheersorgaan die hij bijwoont. Het bedrag van het presentiegeld mag niet hoger zijn dan 125 euro. Aan hetzelfde lid kan slechts één presentievergoeding per dag worden toegekend, ongeacht de aard en het aantal vergaderingen die hij heeft bijgewoond in de rechtspersoon of de feitelijke vereniging. Met uitzondering van de vergaderingen van het auditcomité en binnen de perken bepaald in paragraaf 11, wordt geen enkel presentiegeld, bezoldiging en voordeel in natura ontvangen voor de deelname aan vergadering van organen die geen beperkte beheersorganen zijn in de zin van artikel L1523-18, § 2. Het mandaat van waarnemer zoals bepaald in artikel L5111-1 wordt kosteloos uitgeoefend. § 3. Alleen de voorzitter en de ondervoorzitter van een rechtspersoon of de feitelijke vereniging, kunnen, in plaats van presentiegeld, een bezoldiging en voordelen in natura krijgen voor de uitoefening van hun functie. De voorzitter en de ondervoorzitter mogen niet, in dat geval, genieten van andere bezoldigingen of presentievergoedingen in de uitoefening van hun functies binnen de rechtspersoon of een feitelijke vereniging. Bij gebrek aan een bezoldiging zoals bedoeld in het eerste lid, kunnen de voorzitter en de ondervoorzitter, voor hun deelname aan het geheel van de vergadering van de raad van bestuur, presentiegeld krijgen voor een maximumbedrag van respectievelijk 180 euro en 150 euro. § 4. Het maximale jaarlijkse brutobedrag van het presentiegeld date en bestuurder krijgt, mag niet hoger zijn dan 4999,28 euro. § 5. Het maximale jaarlijkse brutobedrag van het presentiegeld of de bezoldiging en de voordelen in natura van de ondervoorzitter mag niet hoger zijn dan vijfenzeventig percent van het maximumbedrag van de bezoldiging en de voordelen in natura gekregen door de voorzitter van dezelfde rechtspersoon. § 6. Het maximale jaarlijkse brutobedrag van het presentiegeld of van de bezoldiging en de voordelen in natura van de voorzitter mag niet hoger zijn dan het bedrag opgenomen in de bijlage 1 bij dit Wetboek. Het vloeit voort uit de samentelling van de punten volgens de parameters en de berekeningsmethodes die in dezelfde bijlage zijn bepaald. § 7. Onverminderd de voorafgaande paragrafen, is, voor hun deelname aan de beperkte beheersorganen, het maximum bedrag van het presentiegeld voor een andere voorzitter en ondervoorzitter dan de voorzitter en de ondervoorzitter van de rechtspersoon of feitelijke vereniging als deze een bezoldiging krijgen zoals voorzien in paragraaf 3, respectievelijk 180 euro en 150 euro. De andere bestuurders die lid zijn van het beperkte beheersorgaan kunnen presentiegeld voor maximum 125 euro krijgen. § 8. Het presentiegeld, de bezoldigingen of andere voordelen die verschuldigd zijn wegens de deelname van een bestuurder van een intercommunale aan de vergaderingen van organen in de maatschappijen met een significante lokale overheidsparticipatie waar ze zetelen ten gevolge van een uitdrukkelijke aanwijzing of wegens de vertegenwoordiging van de intercommunale worden rechtstreeks aan deze gestort. § 9. Het oorspronkelijk mandaat, afgeleid mandaat, mandaat toevertrouwd aan een niet-verkozen persoon, mandaat, functie en openbaar ambt van politieke aard mag niet worden uitgeoefend noch via een managementvennootschap of tussenkomende vennootschap noch als zelfstandige. § 10. De bezoldiging van de voorzitter en de ondervoorzitter zoals bedoeld in paragraaf 3 wordt berekend voor de deelname aan het geheel van de vergaderingen van de beheersorganen waaraan de bovenvermelde functies dienen deel te nemen. Bij gebreke van deelname wordt het bedrag van de bezoldiging naar verhouding verminderd. De voorzitter en de ondervoorzitter die niet deelgenomen hebben aan het geheel van de vergadering worden beschouwd als in gebreke van deelneming. Een volledige of gedeeltelijke afwezigheid op een vergadering van een beheersorgaan wegens ziekte, moederschapverlof of geval van overmacht wordt niet beschouwd als een gebreke van deelneming, voor zover dat deze feitelijke toestand behoorlijk gerechtvaardigd kan worden. De bezoldiging wordt aan het einde van elke maand uitbetaald. Het voornaamste beheersorgaan van de instelling die de voorzitter en de ondervoorzitter betaalt, voegt bij het bezoldigingsverslag zoals bedoeld in artikel L6421-1, een jaarlijkse samenvattende fiche, met de gestorte bedragen en hun rechtvaardiging voor elke maand. § 11. Het aantal vergaderingen die aanleiding geven tot de toekenning van presentiegeld mag de volgende getallen niet overschrijden : - voor een raad van bestuur : twaalf per jaar ; - voor een beperkt beheersorgaan dat een activiteitensector beheert : twaalf per jaar ; - voor een uitvoerend bureau : achttien per jaar. Het aantal vergaderingen van het auditcomité die aanleiding geven tot de toekenning van presentiegeld mag niet hoger liggen dan drie per jaar. Het aantal vergaderingen van het beheercomité van de projectvereniging die aanleiding geven tot de toekenning van presentiegeld mag niet hoger liggen dan twaalf per jaar. § 12. De mandaten binnen het bezoldigingscomité worden kosteloos uitgeoefend. Het bedrag van het presentiegeld toegekend aan de leden van het auditcomité mag niet hoger zijn dan 125 euro. Het mandaat binnen het beheerscomité van een overeenkomst tussen gemeenten wordt kosteloos uitgeoefend. Het bedrag van het presentiegeld toegekend aan de leden van het beheerscomité van de projectvereniging mag niet hoger zijn dan 125 euro. § 13. De maximumbedragen vastgesteld in de vorige paragrafen zijn ook van toepassing op de mandaten toevertrouwd aan de niet-verkozen personen bij beslissing van één van de organen, of wegens de vertegenwoordiging van :
- a)een gemeente;
- b)een provincie;
- c)een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
- d)een intercommunale;
- e)een zelfstandig gemeentelijk of provinciaal bedrijf;
- f)een vereniging van openbare besturen bedoeld in artikel 118 van de Organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
- g)een huisvestingsmaatschappij ;
- h)elke rechtspersoon of feitelijke vereniging waarbij één of meerdere van de bovenvermelde overheden betrokken worden. § 14. De maximumbedragen bedoeld in dit artikel worden gekoppeld aan het indexcijfer overeenkomstig de regels bepaald bij de wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Ze worden gekoppeld aan de spilindex 138,01 van 1 januari 1990. Art. 53.Artikel L5311-2 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 54.Artikel L5311-3 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 55.In boek III, vijfde deel van hetzelfde Wetboek, wordt een titel II ingevoegd met als opschrift "Titel II - Maximumbedragen van toepassing inzake de bezoldigingen en de voordelen in natura". Art. 56.In titel II, ingevoegd bij artikel 53, wordt een artikel L5321-1 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. L5321-1. § 1. De som van het presentiegeld van het gemeenteraadslid en van de presentiegelden, bezoldigingen en voordelen in natura die hij geniet wegens zijn oorspronkelijke mandaten, zijn afgeleide mandaten en zijn openbare mandaten, functies of ambten van politieke aard, is gelijk aan of lager dan anderhalve keer het bedrag van de parlementaire vergoeding van de leden van de Kamer der Volksvertegenwoordigers. Indien het maximumbedrag vastgesteld in het eerste lid overschreden wordt, wordt het bedrag van het presentiegeld of van de bezoldigingen en voordelen in natura ontvangen door het gemeenteraadslid wegens zijn afgeleide mandaten en zijn openbare mandaten, functies of ambten van politieke aard, dienovereenkomstig verminderd. § 2. De som van de burgemeesters- of schepenenwedde en van de presentiegelden, bezoldigingen en voordelen in natura die hij geniet wegens zijn oorspronkelijke mandaten, zijn afgeleide mandaten en zijn openbare mandaten, functies of ambten van politieke aard, is gelijk aan of lager dan anderhalve keer het bedrag van de parlementaire vergoeding van de leden van de Kamer der Volksvertegenwoordigers. Indien het maximumbedrag vastgesteld in het eerste lid overschreden wordt, wordt het bedrag van de burgemeesters- of schepenenwedde of van de presentiegelden, bezoldigingen en voordelen in natura ontvangen door de burgemeester of de schepen wegens zijn afgeleide mandaten en zijn openbare mandaten, functies of ambten van politieke aard, dienovereenkomstig verminderd. § 3. De som van het presentiegeld van het provincieraadslid en van de presentiegelden, bezoldigingen en voordelen in natura die hij geniet wegens zijn oorspronkelijke mandaten, zijn afgeleide mandaten en zijn openbare mandaten, functies of ambten van politieke aard, is gelijk aan of lager dan anderhalve keer het bedrag van de parlementaire vergoeding van de leden van de Kamer der Volksvertegenwoordigers. Indien het maximumbedrag vastgesteld in het eerste lid overschreden wordt, wordt het bedrag van het presentiegeld of van de bezoldigingen en voordelen in natura ontvangen door het provincieraadslid wegens zijn afgeleide mandaten en zijn openbare mandaten, functies of ambten van politieke aard, dienovereenkomstig verminderd. § 4. De presentiegelden, bezoldigingen en voordelen in natura waarover een provinciaal gedeputeerde beschikt wegens zijn afgeleide mandaten en zijn openbare mandaten, functies of ambten van politieke aard mogen de helft van het bedrag van de in artikel L2212-45, § 1 vastgestelde wedden niet overschrijden. Indien het maximumbedrag vastgesteld in het eerste lid overschreden wordt, wordt het bedrag van de wedde van provinciaal gedeputeerde en/of van de presentiegelden, bezoldigingen en voordelen in natura ontvangen door de provinciaal gedeputeerde wegens zijn afgeleide mandaten en zijn openbare mandaten, functies of ambten van politieke aard, dienovereenkomstig verminderd. § 5. De som van de presentiegelden, bezoldigingen en voordelen in natura waarover een niet-verkozen persoon beschikt wegens zijn mandaten toevertrouwd in een publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon bij beslissing van één van de organen, of wegens de vertegenwoordiging van een gemeente, een provincie, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een intercommunale, een zelfstandig gemeentelijk of provinciaal bedrijf, een vereniging van openbare besturen bedoeld in artikel 118 van de Organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, een huisvestingsmaatschappij, elke rechtspersoon of feitelijke vereniging waarbij een of meerdere van deze bovenvermelde overheden betrokken worden, en van zijn openbare mandaten, functies of ambten van politieke aard mag niet vijftig percent van het bedrag van de parlementaire vergoeding van de leden van de Kamer der Volksvertegenwoordigers overschrijden. Indien het maximumbedrag vastgesteld in het eerste lid overschreden wordt, wordt het bedrag van de bezoldigingen en voordelen in natura ontvangen door de niet verkozen persoon, dienovereenkomstig verminderd. § 6. Het maximale jaarlijkse brutobedrag van de bezoldiging van de houder van de plaatselijke leidinggevende functie mag niet hoger zijn dan het bedrag opgenomen in bijlage 4.". Art. 57.In dezelfde titel II wordt een artikel L5321-2 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. L5321-2. § 1. Het bedrag van de voordelen in natura wordt berekend op basis van de regels toegepast door de fiscale Administratie inzake belastingen op de inkomsten. § 2. Een mandataris mag niet titularis zijn of gebruik maken van een kredietkaart uitgaande van de rechtspersoon waarin hij zijn mandaat uitoefent.". Art. 58.In artikel L5411-1 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : " § 2.Het controleorgaan gaat na of alle aangiften overeenstemmen met de bepalingen van het vijfde deel. Het orgaan zorgt ervoor dat de verplichtingen inzake de maximumbedragen voor de bezoldiging en de bedragen voor de bezoldiging en de voordelen in natura zoals bepaald bij het vijfde deel van dit Wetboek worden nageleefd."; 2° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "van de mandataris of van de niet-verkozen persoon" vervangen door "van de mandataris, van de niet-verkozen persoon of van de houder van de lokale leidinggevende functie". Art. 59.In hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van Titel II van boek IV van het vijfde deel vervangen als volgt : "Titel II - Procedure voor het nazicht van de aangiften van de mandatarissen, van de niet-verkozen personen en van de houders van de lokale leidinggevende functie". Art. 60.In artikel L5421-1 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de mandataris of de niet-verkozen persoon" vervangen door "mandataris, de niet-verkozen persoon of de titularis van de lokale leidinggevende functie";2° in paragraaf 2, worden de woorden "Die termijn wordt opgeschort tussen 15 juli en 15 augustus" opgeheven;3° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt : " § 5.Het controleorgaan verzendt het advies bedoeld in paragraaf 1, binnen de elf maanden volgend op de ontvangst van de aangifte. De aangifte wordt geacht overeen te stemmen met de bepalingen van dit Wetboek voor het referentiejaar als het controleorgaan het advies bedoeld in paragraaf 1 binnen de termijn niet verzonden heeft.". Art. 61.In artikel L5421-2 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "de mandataris" vervangen door "de mandataris, de niet-verkozen persoon of de titularis van de lokale leidinggevende functie";2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : " § 2.De betrokken persoon betaalt binnen de zestig volle dagen na de ontvangst van de kennisgeving van de beslissing van het controleorgaan de te veel gekregen sommen bedoeld in paragraaf 1, lid 2, terug. Het controleorgaan kan die termijn verlengen met een duur die het bepaalt voor zover betrokkene per aangetekend schrijven binnen de vijftien volle dagen na de kennisgeving van de beslissing uitzonderlijke motieven die te gronde liggen aan zijn verzoek, te kennen heeft gegeven. Als de betrokken persoon titularis is van een oorspronkelijk mandaat, gebeurt de terugbetaling van de ten opzichte van artikel L5321-1 te veel gekregen sommen bij de gemeente of de provincie waarin zij haar oorspronkelijke mandaat (mandaten) uitoefent. Indien de mandataris houder is van een oorspronkelijk mandaat zowel in een provincie als in een gemeente, gebeurt de terugbetaling ten voordele van de gemeente. De terugbetaling van de te veel gekregen sommen door een mandataris in het kader van de uitoefening van de afgeleide mandaten gebeurt ten voordele van de instelling die het te veel gekregen bedrag heeft gestort. Als de betrokken persoon een niet-verkozen persoon is, gebeurt de terugbetaling van de ten opzichte van artikel L5321-1, § 5, te veel gekregen sommen ten voordele van de instellingen waarin hij zijn bezoldigde mandaat (mandaten) uitoefent naar evenredigheid van de te veel gekregen som. De terugbetaling van de te veel gekregen sommen door een niet-verkozen persoon in het kader van de uitoefening van de mandaten die hem worden toevertrouwd bij beslissing van één van de organen, of wegens de vertegenwoordiging :
- a)van een gemeente;
- b)van een provincie ;
- c)van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
- d)van een intercommunale ;
- e)van een zelfstandig gemeentelijk of provinciaal bedrijf;
- f)van een vereniging van openbare besturen bedoeld in artikel 118 van de Organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
- g)van een huisvestingsmaatschappij ;
- h)van elke rechtspersoon of feitelijke vereniging waarbij één of meerdere van de bovenvermelde overheden betrokken zijn; gebeurt ten voordele van de instelling die het te veel gekregen bedrag heeft gestort. Als de betrokken persoon titularis is van de lokale leidinggevende functie, gebeurt de terugbetaling van de te veel gekregen sommen, indien het maximumbedrag voor de bezoldiging zoals ingevoerd bij artikel L5321-1, § 6 overschreden wordt, ten voordele van zijn werkgever. De betrokken persoon richt onverwijld het bewijs van de terugbetaling aan het controleorgaan."; 3° in paragraaf 3 worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "aan de gemeente, de provincie, de publiekrechtelijke rechtspersoon, de privaatrechtelijke rechtspersoon of de feitelijke vereniging in kwestie" worden vervangen door "aan de gemeente, de provincie, het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, de publiekrechtelijke rechtspersoon, de privaatrechtelijke rechtspersoon of de feitelijke vereniging in kwestie alsook de Regering"; 2° het woord "dienst"wordt vervangen door het woord "orgaan".". Art. 62.Artikel L5431-1 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "Art. L5431-1. § 1. Indien de betrokken persoon geen aangifte heeft ingediend, willens en wetens een valse aangifte heeft ingediend of nagelaten heeft de onverschuldigd gekregen sommen binnen de haar door de Regering toebedeelde termijn terug te betalen, na afloop van de procedure bepaald in paragraaf 3, kan de Regering het verval vaststellen : 1° van de oorspronkelijke mandaten, met inbegrip van de uitvoerende oorspronkelijke mandaten, en van de afgeleide mandaten van elke gemeente- of provinciemandataris ;2° van de mandaten toevertrouwd aan niet-verkozen personen bij een publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon ten gevolge van een beslissing getroffen door een van de organen, en ten gevolge van de vertegenwoordiging :
- a)van een gemeente;
- b)van een provincie ;
- c)van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
- d)van een intercommunale ;
- e)van een zelfstandig gemeentelijk of provinciaal bedrijf;
- f)van een vereniging van openbare besturen bedoeld in artikel 118 van de Organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
- g)van een huisvestingsmaatschappij ;
- h)van elke rechtspersoon of feitelijke vereniging waarbij één of meerdere van de bovenvermelde overheden betrokken zijn;3° van de mandaten die uit de lokale leidinggevende functie voortvloeien. Tijdens een periode van 6 jaar die ingaat op de dag na de kennisgeving van de beslissing van de Regering die het verval vaststelt : 1° zal de titularis van een oorspronkelijke mandaat of de niet-verkozen persoon geen titularis meer kunnen zijn van een mandaat bedoeld in artikel L5111-1,9° ;2° zal de titularis van de lokale leidinggevende functie geen intercommunale, vereniging van overheden bedoeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, autonoom gemeente- of provinciebedrijf, gemeentelijke of provinciale vzw, projectvereniging, huisvestingsmaatschappij, maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie meer kunnen vertegenwoordigen. § 2. Als de betrokken persoon, na afloop van de procedure bepaald in paragraaf 3, geen titularis meer is van een mandaat waarvoor de Regering het verval kan vaststellen, kan de Regering voor een periode van 6 jaar na de kennisgeving van haar beslissing het volgende uitspreken : 1° een onverkiesbaarheid voor de gemeente- of provincieraad voor de betrokken persoon die titularis van een oorspronkelijke mandaat was alsook een verbod titularis van een mandaat bedoeld in artikel L5111-1, 9° te zijn ;2° een verbod titularis te zijn van een mandaat bedoeld in artikel L5111-1,9° voor de niet-verkozen persoon ;3° een verbod om een intercommunale, een vereniging van overheden bedoeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, een autonoom gemeente- of provinciebedrijf, een gemeentelijke of provinciale vzw, een projectvereniging, een huisvestingsmaatschappij, een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie voor de lokale leidinggevende functie te vertegenwoordigen. § 3. Het controleorgaan deelt aan betrokkene per aangetekend schrijven een kennisgeving mee van de feiten die het verval of de beslissing van de Regering zoals bedoeld in paragraaf 2 kunnen inhouden. Ten vroegste twintig dagen na het overmaken van de kennisgeving en na de betrokken persoon, eventueel bijgestaan door een raadsman van haar keuze, te hebben gehoord als zij daarom heeft verzocht binnen een termijn van acht dagen te rekenen van de ontvangst van de kennisgeving, kan de Regering het verval vaststellen zoals bedoeld in paragraaf 1 of, als de betrokken persoon niet meer titularis is van een mandaat waarvoor de Regering het verval kan vaststellen, een beslissing uitspreken als bedoeld in paragraaf 2. De beslissing van de Regering wordt binnen een termijn van hoogstens één maand na afloop van de procedure bepaald in leden 1 en 2 genomen. Van die beslissing wordt kennis gegeven aan de betrokken persoon. Er kan op grond van artikel 16 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een beroep tegen die beslissing worden ingediend. Het moet ingediend worden binnen de vijftien dagen na kennisgeving ervan. In geval van verval van de mandaten wordt van de beslissing ook kennis gegeven aan het orgaan waarin de betrokken persoon de mandaten uitoefent die aan het verval onderworpen zijn. Als de betrokkene, na de kennisgeving bedoeld in paragraaf 3, lid 3, te hebben ontvangen, zijn bediening blijft uitoefenen hoewel hij kennis heeft van de oorzaak van het verval, is hij strafbaar met de straffen bepaald in artikel 262 van het Strafwetboek. » Art. 63.In artikel L5511-1 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1er wordt vervangen als volgt : « § 1.Het controleorgaan maakt een kadaster van de mandaten op voor elke titularis van een oorspronkelijke mandaat, niet-verkozen persoon en titularis van de lokale leidinggevende functie. Dit kadaster bevat de opgave geleverd door de aangever in de verschillende delen van zijn aangifte zoals vermeld in artikel L5211-1, met uitzondering van deel 7 van de aangifte van de titularis van een uitvoerend oorspronkelijk mandaat en van de bezoldigingen verkregen in het kader van een privémandaat. Dit kadaster wordt jaarlijks bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad evenals op de website van het Waalse Gewest. De bekendmaking gebeurt uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de functie of mandaten uitgeoefend zijn. De lijst met de titularissen van een oorspronkelijke mandaat, de niet-verkozen personen en de titularissen van een lokale leidinggevende functie die de aangiften bedoeld in artikel L5211-1 na afloop van de nazichtprocedure van de aangiften bedoeld in artikel L5421-1 niet ingediend hebben, wordt samen met het kadaster in het Belgisch Staatsblad evenals op de website van het Waalse Gewest bekendgemaakt. Als de titularis van een oorspronkelijke mandaat, de niet-verkozen persoon of de titularis van een lokale leidinggevende functie binnen een termijn van twee maanden na de bekendmaking een verschil tussen het bekendgemaakte kadaster en de aangifte die hij aan het controleorgaan gericht heeft, vaststelt, maakt hij per aangetekend schrijven een verbetering aan het controleorgaan volgens de door deze bepaalde modaliteiten over. De verbeteringen die de titularis van een oorspronkelijke mandaat, de niet-verkozen persoon of de titularis van een lokale leidinggevende functie tussen 15 november en de bekendmaking van het kadaster aangebracht heeft, kunnen v