Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen Waterschapspersoneel (SAW) (Waterschap Scheldestromen)
Waar gaat deze regeling over?
Deze wet regelt de arbeidsvoorwaarden voor personeel van waterschappen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen bindende regelingen, basisregelingen en overgangsrecht. Het dagelijks bestuur van het waterschap stelt deze regelingen formeel vast.
Voor wie: Ambtenaren en arbeidscontractanten die werkzaam zijn bij het waterschap; Het dagelijks bestuur van het waterschap.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Arbeidsrecht
- Artikelen
- 423
- Bron
- cvdr.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- De formele vaststelling van de Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen Waterschapspersoneel (SAW) door het dagelijks bestuur.
- De toepassing van de SAW op ambtenaren en in bijzondere gevallen, inclusief afwijkingen.
- De vaststelling van voorschriften en instructies door het dagelijks bestuur ter uitvoering van de SAW.
- De procedure bij organisatiewijzigingen binnen het waterschap.
Voor wie geldt deze regeling?
- Ambtenaren en arbeidscontractanten die werkzaam zijn bij het waterschap.
- Het dagelijks bestuur van het waterschap.
Wat zijn de kernpunten?
- De SAW bestaat uit drie delen: Deel 1 (bindend voor alle waterschappen), Deel 2 (basisregelingen, tenzij lokaal anders overeengekomen), en Deel 3 (overgangsrecht).
- Bepalingen voor gehuwde ambtenaren gelden ook voor ambtenaren met een levenspartner.
- Het dagelijks bestuur kan in bijzondere gevallen afwijken van de SAW, na overleg met de medezeggenschap en mits niet in strijd met hogere regelgeving.
- Alle geldende regelingen en wijzigingen worden aan de ambtenaar bekendgemaakt, digitaal of op verzoek schriftelijk.
Arbeidsrecht
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (423)
- Artikel 1.1.1
- Artikel 1.1.2
- Artikel 1.1.3
- Artikel 1.1.4
- Artikel 1.1.5
- Artikel 1.1.6
- Artikel 1.1.7
- Artikel 1.1.8
- Artikel 1.1.9
- Artikel1.1.1
- Artikel1.1.2
- Artikel1.1.3
- Artikel1.1.4
- Artikel1.1.5
- Artikel1.1.6
- Artikel1.1.7
- Artikel1.1.8
- Artikel1.1.9
- Artikel 1.2.1
- Artikel1.2.1
- Artikel 2.1.1
- Artikel 2.1.2
- Artikel 2.1.3
- Artikel 2.1.4
- Artikel 2.1.5
- Artikel 2.1.6
- Artikel 2.1.7
- Artikel 2.1.8
- Artikel 2.1.9
- Artikel 2.1.10
- Artikel 2.1.11
- Artikel 2.1.12
- Artikel 2.1.13
- Artikel2.1.1
- Artikel2.1.2
- Artikel2.1.3
- Artikel2.1.4
- Artikel2.1.5
- Artikel2.1.6
- Artikel2.1.8
- Artikel2.1.9
- Artikel2.1.10
- Artikel2.1.11
- Artikel2.1.12
- Artikel2.1.13
- Artikel 2.2.1
- Artikel 2.2.2
- Artikel 2.2.3
- Artikel 2.2.4
- Artikel 2.2.5
- Artikel 2.2.6
- Artikel2.2.1
- Artikel2.2.2
- Artikel2.2.3
- Artikel2.2.4
- Artikel2.2.5
- Artikel2.2.6
- Artikel 3.1.1
- Artikel 3.1.2
- Artikel 3.1.3
- Artikel 3.1.4
- Artikel 3.1.5
- Artikel 3.1.6
- Artikel 3.1.7
- Artikel 3.1.8
- Artikel 3.1.9
- Artikel 3.1.10
- Artikel 3.1.11
- Artikel 3.1.12
- Artikel 3.1.13
- Artikel 3.1.14
- Artikel3.1.1
- Artikel3.1.2
- Artikel3.1.3
- Artikel3.1.4
- Artikel3.1.5
- Artikel3.1.6
- Artikel3.1.7
- Artikel3.1.8
- Artikel3.1.9
- Artikel3.1.10
- Artikel3.1.11
- Artikel3.1.12
- Artikel3.1.13
- Artikel3.1.14
- Artikel 3.2.1
- Artikel 3.2.2
- Artikel 3.2.3
- Artikel 3.2.4
- Artikel 3.2.5
- Artikel 3.2.6
- Artikel 3.2.7
- Artikel 3.2.8
- Artikel 3.2.9
- Artikel3.2.1
- Artikel3.2.2
- Artikel3.2.3
- Artikel3.2.4
- Artikel3.2.5
- Artikel3.2.6
- Artikel3.2.7
- Artikel3.2.8
- Artikel3.2.9
- Artikel 3.3.1
- Artikel 3.3.2
- Artikel 3.3.3
- Artikel 3.3.4
- Artikel 3.3.5
- Artikel 3.3.6
- Artikel 3.3.7
- Artikel 3.3.8
- Artikel 3.3.9
- Artikel 3.3.10
- Artikel 3.3.11
- Artikel 3.3.12
- Artikel3.3.1
- Artikel3.3.2
- Artikel3.3.3
- Artikel3.3.4
- Artikel3.3.5
- Artikel3.3.6
- Artikel3.3.7
- Artikel3.3.8
- Artikel3.3.9
- Artikel3.3.10
- Artikel3.3.11
- Artikel3.3.12
- Artikel 3.4.1
- Artikel 3.4.2
- Artikel 3.4.3
- Artikel 3.4.4
- Artikel 3.4.5
- Artikel 3.4.6
- Artikel 3.4.7
- Artikel 3.4.8
- Artikel 3.4.9
- Artikel 3.4.10
- Artikel 3.4.11
- Artikel 3.4.12
- Artikel 3.4.13
- Artikel 3.4.14
- Artikel 3.4.15
- Artikel 3.4.16
- Artikel 3.4.17
- Artikel 3.4.18
- Artikel 3.4.19
- Artikel 3.4.20
- Artikel 3.4.21
- Artikel3.4.1
- Artikel3.4.2
- Artikel3.4.3
- Artikel3.4.4
- Artikel3.4.5
- Artikel3.4.6
- Artikel3.4.7
- Artikel3.4.8
- Artikel3.4.9
- Artikel3.4.10
- Artikel3.4.11
- Artikel3.4.12
- Artikel3.4.13
- Artikel3.4.14
- Artikel3.4.15
- Artikel3.4.16
- Artikel3.4.17
- Artikel3.4.18
- Artikel3.4.19
- Artikel3.4.20
- Artikel3.4.21
- Artikel 4.1.1
- Artikel 4.1.2
- Artikel 4.1.3
- Artikel 4.1.4
- Artikel 4.1.5
- Artikel4.1.1
- Artikel4.1.2
- Artikel4.1.3
- Artikel4.1.4
- Artikel4.1.5
- Artikel 4.2.1
- Artikel 4.2.2
- Artikel 4.2.3
- Artikel 4.2.4
- Artikel 4.2.5
- Artikel 4.2.6
- Artikel 4.2.7
- Artikel 4.2.8
- Artikel 4.2.9
- Artikel 4.2.10
- Artikel4.2.1
- Artikel4.2.2
- Artikel4.2.3
- Artikel4.2.4
- Artikel4.2.5
- Artikel4.2.6
- Artikel4.2.7
- Artikel4.2.8
- Artikel 4.3.1
- Artikel 4.3.2
- Artikel 4.3.3
- Artikel4.3.1
- Artikel4.3.2
- Artikel4.3.3
- Artikel 4.4.1
- Artikel 4.4.2
- Artikel4.4.1
- Artikel4.4.2
- Artikel 4.5.1
- Artikel 4.5.2
- Artikel4.5.1
- Artikel4.5.2
- Artikel 5.1.1
- Artikel 5.1.2
- Artikel 5.1.3
- Artikel 5.1.4
- Artikel 5.1.5
- Artikel5.1.1
- Artikel5.1.2
- Artikel5.1.4
- Artikel5.1.5
- Artikel 5.2.1
- Artikel 5.2.2
- Artikel 5.2.3
- Artikel 5.2.4
- Artikel5.2.1
- Artikel5.2.2
- Artikel5.2.3
- Artikel5.2.4
- Artikel 5.3.1
- Artikel 5.3.2
- Artikel 5.3.3
- Artikel 5.3.4
- Artikel5.3.1
- Artikel5.3.2
- Artikel5.3.3
- Artikel5.3.4
- Artikel 5.4.1
- Artikel 5.4.2
- Artikel 5.4.3
- Artikel 5.4.4
- Artikel 5.4.5
- Artikel 5.4.6
- Artikel 5.4.7
- Artikel 5.4.8
- Artikel 5.4.9
- Artikel 5.4.10
- Artikel 5.4.11
- Artikel 5.4.12
- Artikel 5.4.13
- Artikel5.4.1
- Artikel5.4.2
- Artikel5.4.3
- Artikel5.4.4
- Artikel5.4.5
- Artikel5.4.6
- Artikel5.4.7
- Artikel5.4.8
- Artikel5.4.9
- Artikel5.4.10
- Artikel5.4.11
- Artikel5.4.12
- Artikel5.4.13
- Artikel 5.5.1
- Artikel 5.5.2
- Artikel 5.5.3
- Artikel 5.5.4
- Artikel 5.5.5
- Artikel 5.5.6
- Artikel 5.5.7
- Artikel 5.5.8
- Artikel 5.5.9
- Artikel 5.5.10
- Artikel 5.5.11
- Artikel 5.5.12
- Artikel 5.5.13
- Artikel 5.5.14
- Artikel 5.5.15
- Artikel 5.5.16
- Artikel 5.5.17
- Artikel 5.5.18
- Artikel 5.5.19
- Artikel5.5.1
- Artikel5.5.2
- Artikel5.5.3
- Artikel5.5.4
- Artikel5.5.5
- Artikel5.5.6
- Artikel5.5.7
- Artikel5.5.8
- Artikel5.5.9
- Artikel5.5.10
- Artikel5.5.11
- Artikel5.5.12
- Artikel5.5.13
- Artikel5.5.14
- Artikel5.5.15
- Artikel5.5.16
- Artikel5.5.17
- Artikel5.5.18
- Artikel5.5.19
- Artikel 5.6.1
- Artikel 5.6.2
- Artikel 5.6.3
- Artikel 5.6.4
- Artikel 5.6.5
- Artikel 5.6.6
- Artikel5.6.1
- Artikel5.6.2
- Artikel5.6.3
- Artikel5.6.4
- Artikel5.6.5
- Artikel5.6.6
- Artikel 6.1.1
- Artikel 6.1.2
- Artikel 6.1.3
- Artikel 6.1.4
- Artikel 6.1.5
- Artikel 6.1.6
- Artikel 6.1.7
- Artikel6.1.1
- Artikel6.1.2
- Artikel6.1.3
- Artikel6.1.4
- Artikel6.1.5
- Artikel6.1.6
- Artikel6.1.7
- Artikel 6.2.1
- Artikel 6.2.2
- Artikel 6.2.3
- Artikel 6.2.4
- Artikel 6.2.5
- Artikel 6.2.6
- Artikel 6.2.7
- Artikel 6.2.8
- Artikel 6.2.9
- Artikel 6.2.10
- Artikel 6.2.11
- Artikel 6.2.12
- Artikel6.2.1
- Artikel6.2.2
- Artikel6.2.3
- Artikel6.2.4
- Artikel6.2.5
- Artikel6.2.6
- Artikel6.2.7
- Artikel6.2.8
- Artikel6.2.9
- Artikel6.2.10
- Artikel6.2.11
- Artikel6.2.12
- Artikel7.1
- Artikel7.2
- Artikel7.3
- Artikel7.4
- Artikel7.5
- Artikel7.6
- Artikel8.1
- Artikel8.2
- Artikel8.3
- Artikel8.4
- Artikel8.5
- Artikel8.6
- Artikel8.7
- Artikel8.8
- Artikel8.9
- Artikel8.10
- Artikel8.11
- Artikel8.12
- Artikel 8.13
- Artikel8.14
- Artikel9.1
- Artikel9.2
- Artikel10.1
- Artikel10.2
- Artikel 1.1
- Artikel 1.2
- Artikel 1.3
- Artikel 1.4
- Artikel 2.1
- Artikel 3.1
- Artikel 4.1
- Artikel 4.5.3
- Artikel 4.5.4
- Artikel 4.5.5
- Artikel 4.5.6
- Artikel 4.5.7
- Artikel 4.5.8
- Artikel 4.5.9
- Artikel 4.5.10
- Artikel 3.1.15
- Artikel 4.5.11
- Artikel 4.5.12
- Artikel 4.5.13
- Artikel 8.2.1
- Artikel 8.2.2
- Artikel 8.2.3
- Artikel 8.2.4
- Artikel 8.2.5
- Artikel 8.2.6
- Artikel 8.2.7
- Artikel 8.2.8
- Artikel 8.2.9
- Artikel 8.2.10
- Artikel 8.2.11
- Artikel 8.2.12
- Artikel 8.2.13
- Artikel 8.2.14
- Artikel 8.2.15
- Artikel 8.2.16
- Artikel 8.2.17
- Artikel 8.2.18
- Artikel 8.2.19
- Artikel 8.2.20
- Artikel 8.2.21
- Artikel 8.2.22
- Artikel 8.2.23
- Artikel 8.2.24
- Artikel 8.2.25
- Artikel 8.2.26
- Artikel 8.2.27
- Artikel 8.2.28
- Artikel 8.2.29
- Artikel 3.6.7
Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen Waterschapspersoneel (SAW)Arbeidsvoorwaarden 1 Werking en begripsbepaling 1.1 Werking
Artikel 1.1.1SAW
Artikel 1.1.2Toepassing en bijzondere gevallen
Artikel 1.1.3Voorschriften en instructies
Artikel 1.1.4Organisatiewijziging
Artikel 1.1.5Beschikbaar zijn rechtspositieregelingen
Artikel 1.1.6Belangenbehartiging
Artikel 1.1.7Vaststelling SAW deel 1
Artikel 1.1.8Vaststelling SAW deel 2
Artikel 1.1.9Vaststelling SAW deel 3
Artikel1.1.1SAW
Lid 1 Het dagelijks bestuur van het waterschap stelt de SAW formeel vast na vaststelling van de tekst door het LAWA zoals bedoeld in artikel 1.1.7.
Lid 2 Personele c.q. rechtspositionele verordeningen worden door het dagelijks bestuur vastgesteld, nadat overleg heeft plaatsgevonden met vakorganisaties conform de overlegregeling of de Ondernemingsraad conform de Wet op de Ondernemingsraden.
Lid 3 De SAW bestaat uit drie delen, deel 1, deel 2 en deel 3.
Lid 4 Deel 1 betreft de regelingen die voor de waterschappen bindend zijn. Dit houdt in dat deze regelingen bij alle waterschappen onverkort van kracht zijn. Waterschappen kunnen geen betere of slechtere regelingen vaststellen.
Lid 5 Deel 2 betreft de basisregelingen. De basisregelingen gelden als een waterschap geen vergelijkbare regeling of geen regeling van vergelijkbare strekking kent. Lokaal kan met overeenstemming van het GO of instemming (artikel 27 WOR) van de OR een vergelijkbare regeling of regeling van vergelijkbare strekking gehandhaafd of overeengekomen worden.
Lid 6 Deel 3 betreft het overgangsrecht. Overgangsrecht zijn regelingen of bepalingen die in voorgaande versies van de SAW waren opgenomen en die na afschaffing voor een vastgestelde groep ambtenaren geheel of deels van kracht blijft.
Artikel1.1.2Toepassing en bijzondere gevallen
Lid 1 De in de SAW opgenomen bepalingen die gelden voor de gehuwde ambtenaar, zijn op overeenkomstige wijze van toepassing op de ambtenaar met een levenspartner. Waar staat ‘echtgeno(o)t(e)’ moet ook worden gelezen ‘levenspartner’.
Lid 2 De bepalingen van deel 1 SAW kunnen tevens van toepassing zijn op ambtenaren van wie de rechtstoestand dwingendrechtelijk bij of op grond van de wet is geregeld. In dat geval gelden de bepalingen van deel 1 SAW slechts aanvullend.
Lid 3 Het dagelijks bestuur kan, voor zover daarmee niet in strijd wordt gehandeld met hogere regelgeving, om bijzondere redenen, na overleg met de medezeggenschap, besluiten dat de bepalingen of sommige daarvan, van de SAW deel 1 niet van toepassing zijn op ambtenaren of groepen van ambtenaren.
Lid 4 Het dagelijks bestuur kan, voor zover daarmee niet in strijd wordt gehandeld met hogere regelgeving, in geval van bijzondere omstandigheden of wanneer een strikte toepassing naar zijn oordeel in strijd zou zijn met de redelijkheid en billijkheid, voor een individuele ambtenaar van de SAW afwijken of in gevallen waarin de SAW niet voorziet, een besluit nemen.
Artikel1.1.3Voorschriften en instructies
Met inachtneming van het bepaalde in de SAW deel 1 kan het dagelijks bestuur, indien dit naar zijn oordeel nodig of wenselijk is: bijzondere voorschriften vaststellen ter uitvoering van de bepalingen van deze regeling, alsmede ten behoeve van het functioneren van de dienst; instructies vaststellen ten aanzien van functies en bij de vervulling daarvan te volgen werkwijzen.
Artikel1.1.4Organisatiewijziging
Lid 1 Indien door het dagelijks bestuur wordt voorgesteld verandering te brengen in de inrichting van enig dienstonderdeel, vallend onder het adviesrecht van artikel 25 WOR, dan stelt het dagelijks bestuur de commissie voor georganiseerd overleg volgens artikel 10.1 SAW hiervan op de hoogte.
Lid 2 Het dagelijks bestuur stelt in geval van een ingrijpende verandering in de inrichting van enig dienstonderdeel regels vast betreffende: de fase waarin over die verandering het overleg wordt gevoerd met de commissie volgens artikel 10.1 SAW; de wijze waarop en de fase waarin de bij die verandering betrokken ambtenaren worden gehoord; de personele gevolgen van die verandering.
Lid 3 Over het voornemen al dan niet regels als bedoeld in het vorige lid vast te stellen wordt overleg gevoerd met de commissie volgens artikel 10.1 SAW.
Artikel1.1.5Beschikbaar zijn rechtspositieregelingen
Lid 1 De SAW en alle wijzigingen in de SAW en de door het dagelijks bestuur vastgestelde regelingen worden de ambtenaar, al dan niet digitaal bekend gemaakt.
Lid 2 Op verzoek ontvangt de ambtenaar kosteloos een exemplaar van alle voor hem/haar geldende regelingen.
Lid 3 Wanneer de ambtenaar regels volgens lid 2 heeft na te leven, die niet schriftelijk zijn vastgesteld, worden deze bekend gemaakt.
Lid 4 Op verzoek ontvangen eveneens kosteloos een exemplaar van de in het eerste lid bedoelde stukken: de centrales van overheidspersoneel die deelnemen aan het arbeidsvoorwaardenoverleg in het Landelijk Arbeidsvoorwaardenoverleg Waterschapsambtenaren; de organisaties die blijkens hun statuten de belangen van waterschapsambtenaren behartigen en aangesloten zijn bij de onder a aangeduide centrales; ieder ander die daarvoor naar het oordeel van het dagelijks bestuur in aanmerking komt.
Artikel1.1.6Belangenbehartiging
De ambtenaar heeft het recht zijn/haar belangen rechtstreeks bij de (algemeen) directeur en bij het dagelijks bestuur voor te dragen.
Artikel1.1.7Vaststelling SAW deel 1
Lid 1 De SAW deel 1 is, als onderdeel van het akkoord over de arbeidsvoorwaarden van de waterschapsambtenaren, vastgesteld door het LAWA; dat heeft tot instemming geleid.
Lid 2 De SAW deel 1 is het laatst gewijzigd per 31 december 2016.
Artikel1.1.8Vaststelling SAW deel 2
Lid 1 De SAW deel 2 is, als onderdeel van het akkoord over de arbeidsvoorwaarden van de waterschapsambtenaren, vastgesteld door het LAWA; dat heeft tot instemming geleid.
Lid 2 De SAW deel 2 is het laatst gewijzigd per 1 juli 2013.
Artikel1.1.9Vaststelling SAW deel 3
Lid 1 De SAW deel 3 is, als onderdeel van het akkoord over de arbeidsvoorwaarden van de waterschapsambtenaren, vastgesteld door het LAWA; dat heeft tot instemming geleid.
Lid 2 De SAW deel 3 is het laatst gewijzigd per 15 december 2016.
1.2 Begripsbepaling
Artikel 1.2.1Begripsbepalingen en -omschrijvingen
Artikel1.2.1Begripsbepalingen en –omschrijvingen
Lid 1 Tot de openbare dienst van het waterschap behoren alle diensten en bedrijven door het waterschap beheerd.
Lid 2 Voor de toepassing van de in deze regeling aangehaalde artikelen van het Burgerlijk Wetboek wordt onder ‘werkgever’ verstaan: het dagelijks bestuur en onder ‘werknemer’ de ambtenaar of arbeidscontractant.
Lid 3 Voor de toepassing van deze regeling en de bijlagen wordt verstaan onder:
A&O fonds: de Stichting Arbeidsmarkt- en Ontwikkelingsfonds Waterschappen;
ABP:
Stichting Pensioenfonds ABP;
Activerend personeelsbeleid: in alle levensfasen van ambtenaren aantrekkelijk en inspirerend werk bieden. Het bevordert gezondheid, employability en welzijn. De drie kernbegrippen zijn: activeren, verbinden en bewegen. activeringsperiode (eerste en tweede): de periode waarin de (ex) ambtenaar geen functie heeft en waarin dagelijks bestuur en ambtenaar zich samen inspannen om passend werk te vinden voor de ambtenaar; ambtenaar: hij/zij die door of vanwege het waterschap is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn; arbeidscontractant: degene met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is gesloten, hij/zij wordt niet beschouwd als ambtenaar; arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid volgens hoofdstuk 1 van de WIA; beoordelingsbevoegde: degene die gemandateerd is tot het formeel vaststellen en wijzigen van de beoordeling; bezoldiging: het salaris vermeerderd met de vaste toelagen, indien en voor zover deze toelagen niet het karakter hebben van een onkostenvergoeding en uitgezonderd het IKB-collectief; bovenwettelijke uitkering: de aanspraken die de ambtenaar kan ontlenen aan hoofdstuk 5.5 SAW, te weten de aanvullende uitkering en de aansluitende uitkering; competenties: de competenties waarover concrete afspraken zijn gemaakt volgens artikel 5.2.2 lid 4 SAW; conversie: de vertaling van de functierangorde naar functieschalen; dagvenster: de periode waarop de ambtenaar werkt zonder toeslagen, te weten maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag van 07.00 uur tot 19.00 uur. deeltijdaanstelling: een aanstelling of contract waarbij de gemiddelde arbeidsduur over een jaar minder is dan bij een volledige aanstelling of contract; doel: de arbeidsvoorwaardelijke bestemmingsmogelijkheden in het Individueel KeuzeBudget waaruit de ambtenaar kan kiezen; feestdagen: nieuwjaarsdag, tweede paasdag, Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag, de beide kerstdagen en de dag waarop de verjaardag van de koning wordt gevierd;
FPU: de regeling Flexibel Pensioen en Uittreden bedoeld in artikel 2 van de Centrale VUT–overeenkomst overheid- en onderwijspersoneel en artikel 1.1 van het Pensioenreglement; functie: het geheel van werkzaamheden dat door de ambtenaar dient te worden uitgevoerd in opdracht van het dagelijks bestuur; functiewaardering: het door het dagelijks bestuur op methodische wijze naar zwaarte rang ordenen van functies volgens het daarvoor vastgestelde regels; garantiesalaris: het gegarandeerde salaris bij plaatsing in een lagere functieschaal. Naast salaris krijgt de ambtenaar een toelage onder benamingen als: fusietoelage, herplaatsingstoelage, garantietoelage, functiewaarderingstoelage; geregistreerd partnerschap: waar staat echtgeno(o)t(e) of huwelijk moet tevens levenspartner/geregistreerd partnerschap als bedoeld in boek 1 titel 5a, art. 80a t/m 809 van het BW; gezinsleden: de echtgenoot of levenspartner van de ambtenaar en de kinderen, stief– en pleegkinderen van hem/haarzelf en/of van zijn/haar echtgenoot of levenspartner, voor zover zij met hem/haar samenwonen; graden van bloed- aanverwantschap:
IKB-collectief: een collectieve aanspraak in geld opgebouwd volgens artikel 3.2.3 SAW en artikel 3.2.4 SAW;
IVA:
Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten; klacht: een klacht over ongewenst gedrag binnen of in samenhang met de werksituatie, tot uiting komend in verbaal, fysiek en/of ander non–verbaal gedrag; klager: de natuurlijke persoon die een klacht heeft ingediend;
LAWA:
Landelijk Arbeidsvoorwaardenoverleg Waterschappen;
Loonsom: loon voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen (kolom 14 van de modelloonstaat van de Belastingdienst). maximum salaris: het hoogste bedrag in een salarisschaal; medezeggenschap: een commissie voor georganiseerd overleg volgens artikel 10.1 of de ondernemingsraad volgens de Wet op de Ondernemingsraden;
Osv 1997:
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997; pensioen: een pensioen in de zin van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; pensioenreglement: het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; pensioenwet: de Algemene burgerlijke pensioenwet, zoals die gold tot en met 31 december 1995; persoonsgebonden basis budget (PBB): een budget dat de ambtenaar tot zijn/haar beschikking heeft om in een bepaalde periode in te zetten voor zijn/haar eigen opleiding, ontwikkeling, loopbaan en vitaliteit volgens artikel 5.3.1 SAW. resultaten: de resultaten waarover concrete afspraken zijn gemaakt conform artikel 3.1.7 lid 2 SAW en artikel 5.2.2 SAW; salaris: het bruto bedrag per maand dat aan de ambtenaar is toegekend volgens een salarisschaal of, indien voor de functie een vast bedrag geldt, dit bedrag.
Het bruto maandsalaris wordt tevens gebaseerd op het aantal arbeidsuren in de aanstelling; salaris per uur:
1/156ste van het salaris per maand volgens een salarisschaal bij een 36-urige aanstelling; salarisschaal: een bandbreedte waarbinnen het salaris wordt vastgesteld. Het minimumbedrag en het maximum bedrag bij een gemiddelde arbeidsduur van 36 uur zijn opgenomen in de Salarisschalen Waterschapspersoneel, behorende bij deze regeling;
SAW: de Sectorale arbeidsvoorwaardenregelingen waterschapspersoneel; sector waterschappen: organisaties die de SAW toepassen; standplaats: het met name genoemde gedeelte van het waterschap waar of van waaruit de ambtenaar gewoonlijk zijn/haar werkzaamheden verricht. Indien de uitoefening van de functie zich uitstrekt over een gebied, de door het dagelijks bestuur aangewezen plaats;
SUWI: de wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen; transferbudget: een budget dat de ambtenaar tot zijn/haar beschikking heeft om in een bepaalde periode in te zetten voor de loopbaan, binnen of buiten het waterschap; uitvoeringsinstelling: een uitvoeringsinstelling als bedoeld in artikel 39, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;
Uwv: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, als bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet SUWI; verplaatsen en verplaatsing: veranderen respectievelijk verandering van het woongebied van de ambtenaar in opdracht van het dagelijks bestuur in het belang van de dienst; volledige aanstelling of contract: een aanstelling of contract waarvan de arbeidsduur gemiddeld over een jaar berekend 36 uur per week bedraagt; wachtdienst: het buiten de voor de ambtenaar geldende werktijden in opdracht van het dagelijks bestuur verplicht bereikbaar en beschikbaar zijn om zo nodig arbeid te verrichten.
Hiervoor wordt de ambtenaar schriftelijk aangewezen.
Wajong:
Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;
WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
WAZ:
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
WAZO Wet Arbeid en Zorg:de wettekst is te vinden op www.wetten.overheid.nl werkloosheid: werkloosheid in de zin van artikel 16 van de Werkloosheidswet;
WGA:
Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten;
WIA:
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; woongebied: het gebied waarin de ambtenaar volgens artikel 3.5.1 SAW verplicht is te wonen; woonplaats: de gemeente of het bij name genoemde deel daarvan, waar de ambtenaar woonachtig is;
ZW: de Ziektewet;
ZW–uitkering: uitkering krachtens de ZW, bekend als ziekengeld.
2 Dienstverband 2.1 Aanstellingen
Artikel 2.1.1Aanstelling in algemene dienst
Artikel 2.1.2Geneeskundig onderzoek bij aanstelling
Artikel 2.1.3Vast of tijdelijk aanstellen
Artikel 2.1.4Plaatsing in functie
Artikel 2.1.5Plicht verrichten (andere) werkzaamheden
Artikel 2.1.6Tijdelijke aanstelling als trainee
Artikel 2.1.7Volledige of deeltijd aanstelling
Artikel 2.1.8Structureel aanpassen gemiddelde arbeidsduur van de aanstelling
Artikel 2.1.9Aanstellen voor 40 uur per week gemiddeld over een jaar
Artikel 2.1.10Arbeidsvoorwaarden bij aanstellen voor 40 uur
Artikel 2.1.11Besluit van aanstelling
Artikel 2.1.12Elektronische berichtgeving
Artikel 2.1.13Calamiteiten, oorlog en andere buitengewone omstandigheden
Artikel2.1.1Aanstelling in algemene dienst
Lid 1 De ambtenaar wordt door het dagelijks bestuur in algemene dienst aangesteld, tenzij bij of krachtens wet of besluit van het algemeen bestuur anders is bepaald.
Lid 2 Voor aanstelling kan slechts in aanmerking komen hij/zij van wie – na een daartoe door of vanwege het tot aanstelling bevoegde bestuursorgaan gehouden onderzoek – kan worden aangenomen dat hij/zij in voldoende mate beschikt over de kwaliteiten tot het verrichten van de hem/haar op te dragen werkzaamheden.
Lid 3 Voor aanstelling kan als vereiste worden gesteld dat betrokkene in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.
Lid 4 De vreemdeling zoals omschreven in de Vreemdelingenwet 2000 kan slechts voor een aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in aanmerking komen indien hij/zij beschikt over een tewerkstellingsvergunning, tenzij hij/zij van deze verplichting is uitgesloten volgens artikel 3 van de Wet arbeid vreemdelingen (WAV).
Lid 5 Het dagelijks bestuur treft maatregelen, waardoor de vertrouwelijkheid van de gegevens, ontvangen volgens het in lid 1 bedoelde onderzoek, te allen tijde wordt gegarandeerd.
Artikel2.1.2Geneeskundig onderzoek bij aanstelling
Lid 1 Het dagelijks bestuur stelt, met inachtneming van het bepaalde in de Wet op de medische keuringen, vast voor welke functies op grond van functie–eisen een geneeskundig onderzoek volgens het tweede lid noodzakelijk is.
Lid 2 In de functies bedoeld in artikel 2.1.2 SAW is aanstelling alleen mogelijk na een geneeskundig onderzoek, gericht op de te vervullen functie. Uit dit onderzoek moet blijken dat tegen het vervullen van de functie uit medisch oogpunt geen bezwaren bestaan. Het geneeskundig onderzoek wordt ingesteld door de geneeskundige(n), daartoe aangewezen door het dagelijks bestuur.
Lid 3 De kosten van het geneeskundig onderzoek komen ten laste van het waterschap.
Lid 4 De uitslag van het in lid 2 bedoelde geneeskundig onderzoek wordt uiterlijk binnen veer- tien dagen ter kennis gebracht van belanghebbende. Indien gebleken is dat tegen het vervullen van de in lid 2 bedoelde functie uit medisch oogpunt bezwaren bestaan, kan de ambtenaar binnen veertien dagen na ontvangst van deze kennisneming een verzoek om herkeuring indienen bij het dagelijks bestuur.
De herkeuring vindt zo spoedig mogelijk plaats en geschiedt door een commissie van drie geneeskundigen bestaande uit: een geneeskundige die niet aan het in lid 2 bedoelde onderzoek heeft deelgenomen, aan te wijzen door het dagelijks bestuur; een geneeskundige door de ambtenaar aan te wijzen; een door de onder a en b bedoelde geneeskundigen in onderling overleg of, indien dit overleg niet tot overeenstemming leidt, door het dagelijks bestuur aan te wijzen derde geneeskundige die eveneens niet aan het in lid 2 bedoelde onderzoek heeft deelgenomen.
Lid 5 Over de uitslag van de herkeuring wordt de ambtenaar schriftelijk geïnformeerd. De kosten verbonden aan de herkeuring komen ten laste van het waterschap. Indien echter de commissie of de meerderheid van de in deze commissie zitting hebbende geneeskundigen de medische bezwaren tegen de ambtenaar voor het vervullen van de in lid 2 bedoelde functie gegrond acht, blijven de kosten van de geneeskundige bedoeld onder b ten laste van de ambtenaar.
Artikel2.1.3Vast of tijdelijk aanstellen
Lid 1 Aanstelling geschiedt vast of tijdelijk.
Lid 2 Vanaf de dag dat het bestuursorgaan aan dezelfde ambtenaar: tijdelijke aanstellingen heeft gegeven die elkaar met tussenpozen van niet meer dan 6 maanden hebben opgevolgd en een periode van 24 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, hebben overschreden, geldt met ingang van die dag de laatste aanstelling als een vaste aanstelling; meer dan 3 tijdelijke aanstellingen heeft gegeven en die elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan 6 maanden, geldt de laatste aanstelling als een vaste aanstelling.
Sub a is van overeenkomstige toepassing op elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten/aanstellingen gegeven aan een ambtenaar door verschillende werkgevers/bestuursorganen, die ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn.
Tijdelijke contracten van een uitzendkracht (in fase A), die wegens arbeidsongeschiktheid zijn onderbroken, tellen voor de toepassing van dit artikel als één ononderbroken arbeidsovereenkomst.
Sub a, onderdeel 1 en laatste zinsnede, is niet van toepassing op een aanstelling gegeven voor niet meer dan 6 maanden die onmiddellijk volgt op een door het bestuursorgaan aan dezelfde ambtenaar gegeven aanstelling voor 24 maanden of langer.
Lid 3 Voor de ambtenaar die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, geldt de aanstelling als aanstelling voor onbepaalde tijd vanaf de dag waarop: de aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar met tussenpozen van niet meer dan zes maanden hebben opgevolgd en een periode van 48 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, hebben overschreden; meer dan zes aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan zes maanden.
Lid 4 Voor de vaststelling of de bedoelde periode of het aantal opvolgende aanstellingen is overschreden, worden alleen de aanstellingen in tijdelijke dienst in aanmerking genomen die zijn aangegaan na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
Lid 5 Voor tijdelijke aanstellingen met een ingangsdatum voor 1 juli 2015 blijven voor de bepalingen van termijnen uit lid 2 de afspraken uit de SAW van 1 juli 2015 gelden.
Lid 6 Bij een tijdelijke aanstelling die is aangegaan voor vervulling van de functie bij wijze van proef geldt een termijn van ten hoogste 12 maanden. Deze termijn kan bij uitzondering met ten hoogste 12 maanden worden verlengd.
Artikel2.1.4Plaatsing in functie
Lid 1 De ambtenaar wordt in een functie geplaatst. De plaatsing in de functie duurt in principe vijf jaar, tenzij in overleg met de ambtenaar anders wordt bepaald.
Lid 2 Met de ambtenaar wordt als onderdeel van de gesprekscyclus, jaarlijks over de loopbaan, de duur en de toekomst van de functie gesproken met toepassing van het gestelde in hoofdstuk 5 SAW. Dit gesprek richt zich op de loopbaan, het in overleg komen tot een volgende plaatsing in een andere functie of dezelfde functie, na afloop van de periode van plaatsing.
Lid 3 De salarisschaal wordt vastgesteld op het niveau van de functie waarop de ambtenaar geplaatst wordt. Dit is bij een volgende plaatsing tenminste het niveau van de huidige salarisschaal.
Lid 4 Zolang er na afloop van de in lid 1 van dit artikel genoemde periode geen andere passende functie beschikbaar is blijft de ambtenaar zijn/haar functie vervullen.
Lid 5 De ambtenaar kan op eigen verzoek in een andere functie worden geplaatst dan wel tijdelijk met ander werk worden belast als hij/zij voldoet aan de daaraan gesteld eisen van bekwaamheid en geschiktheid.
Artikel2.1.5Plicht verrichten (andere) werkzaamheden
Lid 1 De ambtenaar is – nadat hij/zij is gehoord – verplicht de plaatsing in een andere functie te aanvaarden voor de vervulling waarvan hij/zij in het belang van de dienst is aangewezen. Dit geldt als de functie hem/haar redelijkerwijs kan worden opgedragen in verband met zijn/haar persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem/haar bestaande vooruitzichten.
Lid 2 Indien het dagelijks bestuur dit in het dienstbelang nodig acht, is de ambtenaar tijdelijk verplicht om: niet tot zijn/haar functie behorende werkzaamheden te verrichten dan wel tijdelijk een andere functie waar te nemen; werkzaamheden te verrichten buiten de voor hem/haar vastgestelde werktijden.
Lid 3 Wanneer de ambtenaar meent dat in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden de plaatsing in de functie in lid 1 of de in lid 2 bedoelde werkzaamheden redelijkerwijs niet van hem/haar kunnen worden gevraagd, geeft hij/zij daarvan door tussenkomst van de (algemeen) directeur direct kennis aan het dagelijks bestuur, dat zo spoedig mogelijk een beslissing neemt. De ambtenaar is verplicht in afwachting van een beslissing de werkzaamheden aan te vangen.
Lid 4 De ambtenaar kan niet worden verplicht, indien bij enig particulier werkgever een staking is uitgebroken of een uitsluiting plaats heeft, ter vervanging van stakers of uitgesloten werkzaamheden te verrichten of werknemers bij het verrichten van werkzaamheden behulpzaam te zijn, tenzij naar het oordeel van het dagelijks bestuur zulks met het oog op de openbare veiligheid of gezondheid of voor de regelmatige functionering van de openbare dienst van het waterschap noodzakelijk is.
Lid 5 Bij toepassing van het bepaalde in lid 4 wordt zo spoedig mogelijk overleg gepleegd in de commissie, volgens artikel 10.1 SAW.
Artikel2.1.6Tijdelijke aanstelling als trainee
Lid 1 De ambtenaar die in dienst treedt als trainee, wordt door het dagelijks bestuur aangesteld in algemene dienst voor bepaalde tijd.
Lid 2 Voor de duur van de tijdelijke aanstelling wordt een ontwikkelingsplan opgesteld.
Lid 3 Gedurende de tijdelijke aanstelling voert de ambtenaar taken uit die passen in dit ontwikkelingsplan. In het aanstellingsbesluit wordt als functie trainee vermeld.
Lid 4 De salarisschaal wordt vastgesteld op het niveau van de toegewezen taken.
Artikel 2.1.7Volledige of deeltijd aanstelling
De ambtenaar kan worden aangesteld in een volledige of een deeltijd aanstelling.
Artikel2.1.8Structureel aanpassen gemiddelde arbeidsduur van de aanstelling
Het dagelijks bestuur zal een verzoek van de ambtenaar om zijn/haar gemiddelde arbeidsduur structureel te veranderen in beginsel honoreren, tenzij zwaarwegende bedrijf- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.
Artikel2.1.9Aanstellen voor 40 uur per week gemiddeld over een jaar
Lid 1 Het dagelijks bestuur kan voor een moeilijk vervulbare functie de ambtenaar aanstellen voor 40 uur per week gemiddeld over een jaar.
Lid 2 Voorafgaand aan de externe werving voor een moeilijk vervulbare functie is voor deze aanstellingsduur overleg met de ondernemingsraad noodzakelijk.
Lid 3 Het bestuur besluit in principe voor een termijn van vijf jaar de vacature in te vullen voor 40 uur.
Lid 4 Bij verandering van functie wordt de aanstelling van de ambtenaar aangepast naar 36 uur.
Artikel2.1.10Arbeidsvoorwaarden bij aanstellen voor 40 uur
Lid 1 Het salaris kan bij een aanstelling voor 40 uur vastgesteld worden op of doorgroeien naar 40/36ste van het maximum van de salarisschaal.
Lid 2 De ambtenaar die wordt aangesteld voor 40 uur is uitgesloten van het minderwerk uit artikel 4.1.4.
Artikel2.1.11Besluit van aanstelling
Lid 1 De ambtenaar ontvangt voor zijn/haar indiensttreding schriftelijk het besluit van aanstelling. Dit besluit vermeldt dat de ambtenaar in algemene dienst is en: de naam van het waterschap en de plaats van vestiging; de naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum van de ambtenaar; de plaats of de plaatsen waar het werk wordt verricht; de functie waarin de ambtenaar geplaatst wordt; de dag met ingang waarvan de ambtenaar is aangesteld; de bezoldiging die de ambtenaar wordt toegekend en de termijn van uitbetaling van de bezoldiging; de aanspraak op verlof; de gemiddelde arbeidsduur per week; of de ambtenaar vast of tijdelijk wordt aangesteld; indien de aanstelling tijdelijk is wat de reden van de tijdelijkheid is en de duur van de aanstelling; dat de SAW van toepassing is.
Lid 2 Indien er wijzigingen in de aanstelling optreden betreffende de punten a tot en met k vermeld in het eerste lid, worden deze de ambtenaar bekend gemaakt.
Artikel2.1.12Elektronische berichtgeving
Lid 1 Berichten inzake het maandelijkse in geld vastgestelde loon, de jaaropgave en besluiten die voortkomen uit de SAW kunnen uitsluitend elektronisch te worden verzonden.
Lid 2 De in het eerste lid bedoelde berichten worden ook schriftelijk verzonden: indien de ambtenaar geen mogelijkheid heeft om kennis te nemen van een elektronisch verzonden bericht; bij ontslag of overlijden van de ambtenaar; op verzoek van de ambtenaar in het geval deze een zwaarwegend belang heeft bij incidentele verzending op andere wijze.
Artikel2.1.13Calamiteiten, oorlog en andere buitengewone omstandigheden
Lid 1 De ambtenaar is verplicht, indien hij/zij daartoe door of namens het dagelijks bestuur wordt aangewezen, in tijden van calamiteiten, oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden andere werkzaamheden te verrichten dan die welke hij/zij gewoonlijk verricht. Mits die werkzaamheden zijn voor de uitvoering van de taak die het waterschap in die tijden heeft of zal krijgen, dan wel er voor zijn een zo goed en ongestoord mogelijke uitvoering van die taak te verzekeren.
Lid 2 De ambtenaar die, op grond van lid 1 aangewezen is, is te allen tijde verplicht lessen te volgen en deel te nemen aan oefeningen welke verband houden met de aangewezen taak.
Lid 3 De aanwijzing als bedoeld in lid 1 gebeurt alleen als de persoonlijke omstandigheden van de ambtenaar dit redelijkerwijs toelaten.
2.2 Arbeidsovereenkomst
Artikel 2.2.1Voorwaarden en duur
Artikel 2.2.2Arbeidsovereenkomst
Artikel 2.2.3Aanvullende voorwaarden
Artikel 2.2.4Bijzondere opzegging
Artikel 2.2.5Beëindiging
Artikel 2.2.6Voortzetting
Artikel2.2.1Voorwaarden en duur
Indienstneming op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht kan plaatsvinden: voor tijdelijke aanpassing van het personeelsbestand aan een wisselende behoefte, met een maximale duur van zes maanden; voor personen, die blijkens de bewoordingen van de arbeidsovereenkomst in dienst zijn genomen hoofdzakelijk ten behoeve van een reguliere opleiding of vorming, voor de nominale duur van de opleiding; voor het verrichten van werkzaamheden in het kader van een door de overheid getroffen regeling voor gesubsidieerde arbeid, die het karakter draagt door een tijdelijke tewerkstelling de opneming in het arbeidsproces te bevorderen van personen die behoren tot één of meer bepaalde groepen van werklozen, voor ten hoogste de termijn gedurende welke de regeling op de arbeidscontractant van toepassing is; voor het verrichten van werkzaamheden die naar hun aard slechts beschikbaar zijn gedurende één of meer jaarlijks terugkerende perioden, voor een seizoen of een deel van een seizoen;
Artikel2.2.2Arbeidsovereenkomst
Lid 1 De arbeidsovereenkomst wordt schriftelijk aangegaan, in tweevoud opgemaakt en door beide partijen ondertekend.
Lid 2 De arbeidscontractant ontvangt voor zijn/haar indiensttreding kosteloos een schriftelijk bericht betreffende de arbeidsovereenkomst. Dit bericht vermeldt: de naam van het waterschap en de plaats van vestiging; de naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum van de arbeidscontractant; de plaats of de plaatsen waar het werk wordt verricht; de functie van de arbeidscontractant; de datum van indiensttreding; het salaris en de eventuele toelagen en de termijn van uitbetaling van het salaris; de aanspraak op verlof; de gemiddelde arbeidsduur per week; de duur van de arbeidsovereenkomst; welke van de in artikel 2.2.1 SAW genoemde gevallen van toepassing is; de van toepassing zijnde rechtspositieregeling.
Lid 3 Indien er wijzigingen in de arbeidsovereenkomst optreden betreffende de punten a tot en met k vermeld in het tweede lid, worden deze de arbeidscontractant kosteloos bekend gemaakt.
Artikel2.2.3Aanvullende voorwaarden
Lid 1 De bepalingen van Boek 7 titel 10, van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op de arbeidsovereenkomst, met inachtneming van het gestelde in het tweede lid.
Lid 2 In afwijking van het gestelde in het eerste lid geldt dat bij de beëindiging van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan voor onbepaalde tijd, door werkgever dan wel door arbeidscontractant de volgende opzegtermijn in acht wordt genomen. De werkgever neemt een opzegtermijn in acht van tenminste twee maanden, indien de arbeidscontractant tenminste gedurende twee jaar onafgebroken werkzaam is geweest in de functie die eindigt.
In alle andere gevallen neemt de werkgever een opzegtermijn van een maand in acht bij het beëindigen van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan voor onbepaalde tijd. De opzegtermijn die de arbeidscontractant in acht dient te nemen, bedraagt de helft van de periode die door de werkgever als opzegtermijn gehanteerd dient te worden, met een minimum van één maand.
Lid 3 In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid zijn de volgende bepalingen zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op de arbeidsovereenkomst die is aangegaan op grond van het bepaalde in artikel 2.2.1, lid 1 SAW: a artikel 1.1.6 Belangenbehartiging; b artikel 2.1.7 Aanzeggen bij tijdelijke aanstelling c artikel 3.1.1 Uitgangspunten d artikel 3.1.10 Individuele prestatietoeslag e artikel 3.1.13 Overwerk f paragraaf 3.2 Individueel KeuzeBudget g artikel 3.3.12 Arbeidsmarkttoelage h paragraaf 3.4.2 tot en met 3.4.11 Vergoeding reiskosten i paragraaf 3.4.12 Vergoeding verhuiskosten j artikel 3.4.17 Ambtsjubilea k artikel 3.4.18 Uitkering na overlijden ambtenaar l hoofdstuk 4 Werktijd en verlof m paragraaf 5.1, 5.2, 5.3, 5.4 en 5.6 Activerend personeelsbeleid n hoofdstuk 6 Deskundige begeleiding bij ziekte en arbeidsongeschiktheid o hoofdstuk 7 Disciplinaire maatregelen p artikel 8.5 Ontslag bij arbeidsongeschiktheid
Artikel2.2.4Bijzondere opzegging
De arbeidsovereenkomst kan te allen tijde zonder opzeggingstermijn worden beëindigd, indien de arbeidscontractant niet langer voldoet aan het gestelde in artikel 2.1.2 SAW.
Artikel2.2.5Beëindiging
Lid 1 Voor de arbeidscontractant waarmee een arbeidsovereenkomst is aangegaan op grond van artikel 2.2.1, zijn in geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan op grond van een dringende reden in de zin van artikel 678, Boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 5.5.8 tot en met 5.5.18 SAW (bovenwettelijke werkloosheidsregeling) van overeenkomstige toepassing.
Lid 2 Ten aanzien van de arbeidscontractant, volgens artikel 2.2.1, letter a SAW, is ook in geval van ziekte het gestelde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel2.2.6Voortzetting
Indien de arbeidscontractant, volgens artikel 2.2.1 letter a SAW, gedurende een aaneengesloten periode van zes maanden in dezelfde functie op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is geweest, kan deze dienstbetrekking slechts worden voortgezet door een tijdelijke of vaste aanstelling.
3 Beloning 3.1 Bezoldiging/salariëring
Artikel 3.1.1Uitgangspunten
Artikel 3.1.2Recht op bezoldiging
Artikel 3.1.3Deeltijd aanstelling
Artikel 3.1.4FuWater
Artikel 3.1.5Salaristabel
Artikel 3.1.6Vaststelling salarisniveau
Artikel 3.1.7Verhoging van het salaris
Artikel 3.1.8Geen salarisverhoging
Artikel 3.1.9Niet te beoordelen
Artikel 3.1.10Individuele prestatietoeslag
Artikel 3.1.11Overgangsbepalingen individuele prestatietoeslag
Artikel 3.1.12Extra vrije tijd en beloning
Artikel 3.1.13Overwerk
Artikel 3.1.14Non–activiteit in verband met functie invulling publieke colleges
Artikel3.1.1Uitgangspunten
Lid 1 Het uitgangspunt voor het salaris is functiewaardering.
Bij de vaststelling van het salarisniveau kunnen in aanmerking worden genomen: leeftijd en dienstjaren van de ambtenaar; andere omstandigheden, voor zover deze voor het dienstbelang en of de verhoudingen binnen de dienst, van betekenis zijn.
De wijze waarop de ambtenaar functioneert, bepaalt de verhoging van het salaris. Dit met toepassing van artikel 3.1.7 SAW.
Lid 2 De ambtenaar die in dienst komt op basis van de “Participatie- en Quotumwet” wordt aangesteld in algemene dienst en kan worden geplaatst in een reguliere functie gewaardeerd volgens FuWater. Als deze ambtenaar niet geplaatst wordt in een reguliere functie, krijgt hij/zij de opdracht voor het uitvoeren van een samenstel van werkzaamheden. De ambtenaar kan daarbij worden ingedeeld in schaal nul. In beide situaties dient volgens de wet de loonwaarde te worden vastgesteld.
Lid 3 De bezoldiging wordt in beginsel per kalendermaand uitbetaald. Over de wijze waarop, kan het bestuur nadere regels vaststellen.
Lid 4 De ambtenaar krijgt geen bezoldiging over de tijd waarin, hij/zij in strijd met zijn verplichtingen, opzettelijk nalaat zijn/haar functie te vervullen.
Artikel3.1.2Recht op bezoldiging
Lid 1 Het recht op bezoldiging begint op de dag van aanstelling.
Lid 2 Het recht op bezoldiging eindigt met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat of met ingang van de dag na het overlijden van de ambtenaar.
Lid 3 Als het salaris, IKB-collectief of een toelage moeten worden berekend over een gedeelte van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door dertig.
Artikel3.1.3Deeltijd aanstelling
Het salaris van de ambtenaar met een deeltijd aanstelling, wordt vastgesteld naar evenredigheid van het aantal uren van de aanstelling.
Artikel3.1.4FuWater
Lid 1 FuWater is het systeem dat wordt gebruikt voor het beschrijven en waarderen van functies. De door het LAWA vastgestelde referentiefuncties maken onderdeel uit van FuWater.
Lid 2 De procedure FuWater is opgenomen in bijlage II van de SAW. In deze procedure wordt behalve de beschrijving en waardering van functies, de te volgen bezwarenprocedure geregeld en de instelling van een paritaire regionale bezwarencommissies vastgelegd.
Lid 3 Het dagelijks bestuur stelt met behulp van de conversietabel uit bijlage III van de SAW de voor de functie geldende salarisschaal vast. Voor de ambtenaar die als gevolg van functiewaardering met FuWater uitkomt op een lagere inschaling, zal geen lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem/haar vastgelegde salarisschaal gelden.
Lid 4 Totdat alle waterschappen FuWater hebben ingevoerd blijft het artikel 4.1.5 SAW, dat op 1 januari 2004 gold, van kracht.
Artikel3.1.5Salaristabel
Lid 1 De salaristabel maakt onderdeel uit van de SAW en staat op de site van de Unie van Waterschappen.
Lid 2 Per salarisschaal is het minimumsalaris en het maximumsalaris bepaald.
Artikel3.1.6Vaststelling salarisniveau
Lid 1 Bij aanstelling wordt aan de ambtenaar het salaris toegekend op het minimum van de salarisschaal van de functie waarop de ambtenaar geplaatst is.
Lid 2 Van het voorgaande lid kan positief worden afgeweken ingeval daarvoor naar het oordeel van het dagelijks bestuur aanleiding bestaat.
Lid 3 Wanneer voor de ambtenaar een salarisschaal gaat gelden met een hoger maximumsalaris, wordt het salaris in de voor hem/haar geldende nieuwe salarisschaal opnieuw bepaald. Het salaris is hoger dan het salaris waarop de ambtenaar in de oude salarisschaal aanspraak zou hebben gehad.
Lid 4 Bij een disciplinaire maatregel volgens hoofdstuk 7 SAW, of bij het wijzigen van de aanstelling in verband met plaatsing in een passende functie in geval van arbeidsongeschiktheid volgens artikel 6.1.7 SAW, kan zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar een salarisschaal gelden met een lager maximumsalaris.
Artikel3.1.7Verhoging van het salaris
Lid 1 De structurele salarisverhoging binnen de voor de ambtenaar geldende salarisschaal wordt gebaseerd op het eindoordeel dat gevormd wordt op basis van de gesprekscyclus uit hoofdstuk 5.2. schriftelijk, al dan niet digitaal meegedeeld.
Lid 2 Het eindoordeel bepaalt het percentage waarmee het salaris van de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem/haar geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt wordt verhoogd:
Eindoordeel Verhoging A 5% van het maximum van de voor de ambtenaar geldende salarisschaal op 31 december.
B 3,5% van het maximum van de voor de ambtenaar geldende salarisschaal op 31 december.
C 2,5% van het maximum van de voor de ambtenaar geldende salarisschaal op 31 december.
D 1,5% van het maximum van de voor de ambtenaar geldende salarisschaal op 31 december.
E 0% Lid 3 De salarisverhoging kan slechts worden toegekend tot het maximum van de salarisschaal.
Artikel3.1.8Geen salarisverhoging
Lid 1 Indien aan de ambtenaar een eindoordeel van D of E wordt toegekend maken ambtenaar en dagelijks bestuur afspraken die moeten leiden tot verbetering van het functioneren van de ambtenaar.
Lid 2 De ambtenaar die gedurende twee achtereenvolgende jaren een eindoordeel D of E krijgt, ontvangt de eerste twee jaren de salarisverhoging behorend bij eindoordeel D. Pas indien het derde jaar een eindoordeel E wordt toegekend aan het functioneren van de ambtenaar vindt geen verhoging plaats.
Artikel3.1.9Niet te beoordelen
Lid 1 Het tijdvak waarover beoordeeld wordt beslaat minimaal zes maanden. Indien dit tijdvak korter is kan de ambtenaar niet beoordeeld worden en komt de ambtenaar voor dat jaar niet in aanmerking voor een salarisverhoging.
Lid 2 Met de ambtenaar die nieuw in dienst treedt na 31 mei van enig jaar en die vanwege het bepaalde in lid 1 in dat jaar niet in aanmerking komt voor een salarisverhoging, kunnen in het arbeidsvoorwaardengesprek maatwerkafspraken worden gemaakt.
Lid 3 Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor de ambtenaar die wegens ziekte of zwangerschapen/of bevallingsverlof niet beoordeeld kan worden over een tijdvak van minimaal 6 maanden. In deze situaties krijgt de ambtenaar in beginsel een bij eindoordeel C behorende salarisverhoging. In uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken.
Lid 4 Indien het eindoordeel namens het dagelijks bestuur niet door de eigen leidinggevende kan worden opgemaakt dient deze tijdig opgemaakt te worden door de plaatsvervangend leidinggevende.
Lid 5 Indien buiten schuld of toedoen van de ambtenaar en met inachtneming van het bepaalde in het vierde lid, in enig jaar het eindoordeel niet (tijdig) wordt opgemaakt, zal aan de ambtenaar in beginsel een eindoordeel C met de daarbij behorende salarisverhoging worden toegekend.
Lid 6 Indien het niet (tijdig) opmaken van het eindoordeel te wijten is aan grove nalatigheid van het dagelijks bestuur wordt in beginsel aan de ambtenaar een salarisverhoging toegekend die hoger ligt dan het bepaalde in het vijfde lid.
Artikel3.1.10Individuele prestatietoeslag
Lid 1 De ambtenaar, die bij aanvang van het beoordelingsjaar het maximum heeft bereikt, kan in aanmerking komen voor een individuele prestatietoeslag.
Lid 2 De beoordeling van het functioneren wordt vastgesteld op basis van de gesprekscyclus en resulteert in een volgens artikel 5.2.4 SAW vastgelegd eindoordeel.
Lid 3 Is het eindoordeel zeer goed, een B beoordeling, dan is de individuele prestatietoeslag 3,5%. Is het eindoordeel uitstekend, een A beoordeling, dan is de individuele prestatietoeslag 5%.
Lid 4 De individuele prestatietoeslag is gebaseerd op twaalf keer het uitbetaalde maandsalaris in het jaar waarover beoordeeld wordt. Deze toeslag wordt uiterlijk in februari van het daaropvolgende jaar in zijn geheel opgenomen in het IKB van de ambtenaar (artikel 3.2.5 SAW).
Lid 5 Indien het niet (tijdig) opmaken van het eindoordeel te wijten is aan grove nalatigheid van de leidinggevende/de organisatie wordt in beginsel aan de ambtenaar een individuele prestatietoeslag volgens lid 1 toegekend.
Artikel3.1.11Overgangsbepalingen individuele prestatietoeslag
Lid 1 De ambtenaar die op basis van een regeling persoonlijke toelage op 1 januari 2011 een toelage gebaseerd op goed functioneren boven het maximum van de voor hem/haar geldende salarisschaal ontvangt, kan eenmalig kiezen voor behoud van de regeling van het waterschap c.q. deze persoonlijke toelage of de individuele prestatietoeslag. Kiest hij/zij voor het gegarandeerd krijgen van de waterschapsregeling dan is hij/zij daarmee uitgesloten van de prestatietoeslag volgens artikel 3.1.10 SAW.
Lid 2 De ambtenaar die anders dan in lid 1 een gegarandeerd salaris(perspectief) boven het maximum van de voor hem/haar geldende salarisschaal heeft, waarbij een goed functioneren criterium ten grondslag heeft gelegen aan de nu gegarandeerde toeslag, kan eenmalig kiezen voor behoud van de garantie of de individuele prestatietoeslag. Kiest hij/zij voor behoud van de garantie dan is hij/zij daarmee uitgesloten van de prestatietoeslag volgens artikel 3.1.10 SAW. De genoemde persoonlijke toelage is gebaseerd op artikel 3.1.15 SAW van 2010. Dit artikel is opgenomen in deel 3 SAW.
Artikel3.1.12Extra vrije tijd en beloning
Wegens buitengewone inzet of bijzondere vervulling van een deel van de functie kan aan de ambtenaar extra vrije tijd (niet zijnde IKB) of een bijzondere beloning worden toegekend.
Artikel3.1.13Overwerk
Lid 1 De ambtenaar verricht overwerk als in opdracht van of namens het dagelijks bestuur werkzaamheden worden verricht gedurende meer dan een half uur vóór het begin of onmiddellijk na het einde van het voor de ambtenaar vastgestelde rooster.
Indien de opgedragen werkzaamheden een regelmatig karakter hebben is er ook sprake van overwerk als er gedurende minder dan een half uur voor het begin of onmiddellijk na het einde van het voor de ambtenaar vastgestelde rooster wordt overgewerkt.
Lid 2 Het dagelijks bestuur bepaalt welke ambtenaren gelet op de aard en het niveau van hun functie aanspraak hebben op vergoeding voor overwerk.
Het dagelijks bestuur is bevoegd aan de ambtenaar die op grond van het bovenstaande geen aanspraak heeft op vergoeding voor overwerk in bijzondere gevallen een door het dagelijks bestuur te bepalen vergoeding toe te kennen, indien en naarmate dit naar zijn oordeel, gelet op de aard of omvang van het overwerk en de onvermijdelijkheid daarvan, redelijk is te achten.
Lid 3 De ambtenaar die overwerk verricht ontvangt daarvoor een vergoeding ter grootte van het salaris per uur.
Lid 4 Voor overwerk, op andere tijden dan op het dagvenster, wordt naast de in lid 3 genoemde vergoeding een geldelijke toeslag toegekend. De geldelijke toeslag is een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur en wel:
100% op een zondag tussen 0.00 en 24.00 uur;
75% op een zaterdag tussen 0.00 en 24.00 uur;
75% op een maandag tussen 0.00 en 7.00 uur;
50% op een dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag tussen 0.00 en 7.00 uur;
50% op een maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag tussen 19.00 en 24.00 uur.
Voor overwerk op een feestdag als bedoeld in artikel 1.2.1, en op de dag volgende op die feestdag tussen 0.00 en 7.00 uur, geldt het percentage respectievelijk voor een zondag en voor een maandag tussen 0.00 en 7.00 uur.
Is voor de ambtenaar met een rooster volgens artikel 3.3.8 SAW, in plaats van een zaterdag, zondag, een feestdag, als bedoeld in artikel 1.2.1, een andere dag als vrije dag aangewezen dan wordt overwerk op die dag beschouwd als overwerk op een zondag.
Lid 5 Indien het uitbetalen van overwerkuren volgens lid 1 er toe leidt dat de ambtenaar de rusttijden uit de Arbeidstijdenwet binnen een bepaalde termijn niet kan naleven, dan worden de gewerkte uren binnen deze termijn zodanig als vrij ingeroosterd dat de ambtenaar voldoet aan de wettelijke eisen van de Arbeidstijdenwet.
Voor die ingeroosterde uren vervalt betaling volgens lid 3. Een eventuele toeslag volgens lid 4 wordt uitbetaald.
Lid 6 Het dagelijks bestuur is bevoegd om voor werkzaamheden die door ambtenaren met een verschillende bezoldiging en eventueel een verschillende functie samen en gelijktijdig als overwerk moeten worden verricht, een naar zijn oordeel voor deze ambtenaren billijke gelijke vergoeding vast te stellen.
Lid 7 Dit artikel is niet van toepassing op overwerk dat voortvloeit uit een van de in artikel 2.1.13 SAW (Calamiteiten, oorlog en andere buitengewone omstandigheden) bedoelde verplichtingen. Het dagelijks bestuur regelt afzonderlijk de vergoeding voor zodanig overwerk.
Lid 8 De ambtenaar van 58 jaar of ouder, is niet verplicht tot het verrichten van overwerk, tenzij hij/zij overwerk verricht in het kader van de wachtdienstregeling als bedoeld in paragraaf 3.3.1 SAW.
Artikel3.1.14Non–activiteit in verband met functie invulling publieke colleges
Lid 1 Bij non–activiteit volgens artikel 125c, eerste lid Ambtenarenwet bestaat geen recht op doorbetaling van het salaris.
Lid 2 Indien de ambtenaar uit hoofde van zijn/haar benoeming of verkiezing, volgens artikel 125c, tweede lid Ambtenarenwet, aanspraak heeft op een vaste vergoeding – niet zijnde een onkostenvergoeding – wordt op zijn/haar salaris over de tijd dat hij/zij het volgens artikel 125c, eerste lid Ambtenarenwet verleende verlof geniet, een inhouding toegepast. Deze inhouding is niet meer dan hij/zij zou ontvangen als salaris voor de met het verlof overeenkomende tijd.
Lid 3 Het dagelijks bestuur kan voor de uitvoering van de vorige leden nadere regels vaststellen.
3.2 Individueel KeuzeBudget
Artikel 3.2.1Algemeen
Artikel 3.2.2Opbouw budget
Artikel 3.2.3Opbouw van het pensioengevend deel van het IKB
Artikel 3.2.4Opbouw van het niet pensioengevende deel van het IKB
Artikel 3.2.5Doelen
Artikel 3.2.6Keuzemoment
Artikel 3.2.7Garantiesalaris
Artikel 3.2.8Financiële gevolgen
Artikel 3.2.9Fiscale regelgeving
Artikel3.2.1Algemeen
Lid 1 Voor de ambtenaar is er een IKB, dat door het dagelijks bestuur wordt beheerd.
Lid 2 . Het IKB wordt voorzien van in geldwaarde uitgedrukte rechten. Deze rechten kan de ambtenaar aanwenden voor een door hem/haar te kiezen bestemming, een en ander op een wijze en onder de voorwaarden als in deze paragraaf is bepaald.
Artikel3.2.2Opbouw budget
Het IKB bestaat uit een recht opgebouwd volgens artikelen 3.2.3 SAW en 3.2.4 SAW.
Artikel3.2.3Opbouw van het pensioengevend deel van het IKB
Het pensioengevend IKB wordt per kalendermaand als volgt opgebouwd:
Met 8% van de voor de ambtenaar in die maand geldende bezoldiging, met dien verstande dat dit bedrag niet lager kan zijn dan de voor waterschapspersoneel vastgestelde minimum vakantietoelage.
Het minimum bedrag is opgenomen in de salaristabel en wordt bij deeltijd naar evenredigheid berekend.
Met het percentage volgens onderstaande tabel van het voor de ambtenaar in die maand geldende salaris:
Voor de ambtenaar:
Berekeningsgrondslag Ambtenaar geboren voor 1-1-1950 Ambtenaar geboren na 31-12-1949 en voor 1-1-1955 Ambtenaar geboren na 31-12-1954 en voor 1-1-1960 Ambtenaar geboren na 31-12-1959 % van het maandsalaris 8,69% 8,91% 9,27% 9,97% die is geboren voor 1-1-1955 en die niet deelneemt aan de op 30 september 2009 beëindigde seniorenregeling wordt het percentage uit de tabel in dit lid verhoogd met 0,36 procentpunt. die is geboren voor 1-1-1950, en op 1 april 1997 geen deelnemer was bij het ABP wordt het percentage uit de tabel in dit lid verhoogd met 0,22 procentpunt. die is geboren op of voor 31-12-1959 en in dienst is getreden op of na 1 januari 2009 wordt het percentage uit de tabel in dit lid verhoogd met 0,7 procentpunt.
Met het percentage volgens onderstaande tabel van het maximum salaris van de in die maand voor de ambtenaar geldende functieschaal. Het bedrag wordt naar evenredigheid van de in de aanstelling vastgelegde arbeidsduur berekend.
Salarisschaal 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 % IKB van het maximum salaris van de functieschaal 5,66% 5,15% 4,63% 4,15% 3,76% 3,3% 2,12% 1,47% 1,3% 1,14% 1,01% 0,89% 0,78% 0,71% 0,65% 0,59% 0,53% 0,49%
Artikel3.2.4Opbouw van het niet pensioengevende deel van het IKB
Het niet pensioengevend IKB wordt per kalendermaand als volgt opgebouwd:
Met het percentage volgens onderstaande tabel van het voor de ambtenaar in die maand geldende salaris:
Berekeningsgrondslag Ambtenaar geboren voor 1-1-1950 Ambtenaar geboren na 31-12-49 en voor 1-1-55 Ambtenaar geboren na 31-12-54 en voor 1-1-60 Ambtenaar geboren na 31-12-1959 % van het maandsalaris 1,33% 2,2% 2,2% 2,2% Voor de ambtenaar: die geboren is voor 1950, en op 1 april 1997 geen deelnemer was bij het ABP wordt het percentage uit de tabel in dit artikel verhoogd met 0,87 procentpunt. die voor 1 januari 2009 een aanstelling of arbeidsovereenkomst in de sector waterschappen heeft die sedert dat moment nog ononderbroken voortduurt en die geboren is tussen 31-12-1954 en 01-01-1960 wordt het percentage uit de tabel in dit artikel verhoogd met 1,53 procentpunt. die voor 1 januari 2009 een aanstelling of arbeidsovereenkomst in de sector waterschappen heeft die sedert dat moment nog ononderbroken voortduurt en die geboren is voor 01-01-1955 wordt het percentage uit de tabel in dit artikel verhoogd met 1,92 procentpunt.
Voor de ambtenaar die op basis van 3.3.6 SAW onregelmatige dienst verricht, waarin ook de zaterdagen en zondagen als dagen waarop arbeid wordt verricht zijn opgeno- men, wordt het percentage uit de tabel in dit artikel verhoogd met 2,69 procentpunt.
Artikel3.2.5Doelen
De ambtenaar kan zijn aanspraken uit het IKB inzetten voor de volgende doelen:
Vakbondscontributie De ambtenaar kan budget inzetten voor de betaling van zijn/haar vakbondslidmaatschap, indien en voor zover de geldende fiscale bepalingen deze bestemming belastingvrij mogelijk maken.
Opleidingskosten De ambtenaar kan budget inzetten voor betaling en/of vergoeding van de kosten van een studie of opleiding, indien en voor zover: die niet door het waterschap worden vergoed de geldende fiscale bepalingen deze bestemming belastingvrij mogelijk maken.
Uitbetalen De ambtenaar kan het budget laten uitbetalen.
Verlof De ambtenaar kan met het budget verlof kopen. In het IKB mag verlof gekocht worden, waarbij het verlofsaldo van de ambtenaar niet hoger mag worden dan 26 keer de arbeidsduur die in de aanstelling is vastgelegd. Met IKB gekocht verlof kent geen vervaltermijn. Eventuele aanpassingen van het salaris met terugwerkende kracht, leiden niet tot een herberekening van een eerder gekocht verlofuur.
Op de verlofuren die de ambtenaar uit het budget koopt zijn de artikelen 4.2.2 SAW en 4.2.10 SAW van toepassing.
Artikel3.2.6Keuzemoment
Lid 1 De ambtenaar kan tot de maandelijkse sluitingsdatum van de salarisverwerking keuzen maken.
Lid 2 De ambtenaar kan het budget voor meerdere doelen in één kalendermaand aanwenden, echter alleen voor zover het budget toereikend is.
Lid 3 Maakt de ambtenaar geen keuze dan wordt het niet aangewende deel van het budget automatisch gereserveerd.
Lid 4 De keuze van de ambtenaar heeft uitsluitend betrekking op het kalenderjaar. De ambtenaar kan dus uitsluitend budget reserveren voor keuzes in hetzelfde kalenderjaar.
Lid 5 Budget waarvoor de ambtenaar in de maand december geen keuzes heeft gemaakt wordt automatisch uitbetaald. De ambtenaar mag over minimaal € 1,00 van het december budget geen keuze maken.
Artikel3.2.7Garantiesalaris
Bij de ambtenaar met een gegarandeerd salaris wordt in deze paragraaf: met salaris het garantiesalaris bedoeld; en in artikel 3.2.3, lid 3 SAW met functieschaal de functieschaal die hoort bij het garantiesalaris.
Artikel3.2.8Financiële gevolgen
Bij de keuzen kunnen fiscale gevolgen, gevolgen in de zin van sociale verzekeringen en andere gevolgen, bijvoorbeeld voor de pensioenopbouw een rol spelen.
De werkgever informeert de ambtenaar over mogelijke consequenties.
De gevolgen van het maken van keuzen in het kader van het bepaalde in deze paragraaf zijn voor rekening van de ambtenaar.
Indien achteraf blijkt dat door onjuiste informatie van de kant van de ambtenaar een vergoeding ten onrechte belastingvrij is aangewend, worden de loonheffing die hierover verschuldigd is, alsmede de eventuele boetes, alsnog op de ambtenaar of in voorkomend geval, op de ex ambtenaar verhaald.
Artikel3.2.9Fiscale regelgeving
Indien wijziging van fiscale wet- en regelgeving van invloed is op de inhoud of de werking van deze regeling, zullen vervallen netto–voordelen voor ambtenaren door de werkgever niet worden gecompenseerd.
3.3 Toelagen Naast het salaris gebaseerd op functiewaardering en functioneren, krijgt de ambtenaar voor niet in de functiewaardering meegewogen elementen een beloning in de vorm van een toelage.
Wachtdienst
Artikel 3.3.1Toelage wachtdienst
Artikel 3.3.2Arbeid tijdens wachtdienst
Artikel 3.3.3Geneeskundig onderzoek
Artikel 3.3.4Afbouwregeling
Artikel 3.3.5Overgangsrecht wachtdienst
Onregelmatige dienst
Artikel 3.3.6Onregelmatige dienst
Artikel 3.3.7Toelage onregelmatige dienst
Artikel 3.3.8Vrijwillig stoppen met nachtarbeid
Artikel 3.3.9Overgangstoelage onregelmatige dienst
Overige toelagen
Artikel 3.3.10Arbeidsmarkttoelage
Artikel 3.3.11Waarneming andere functie
Artikel 3.3.12Lokale toelagen
Artikel3.3.1Toelage wachtdienst
Lid 1 De toelage wachtdienst per dag bereikbaarheid bedraagt 0,154% van het salaris.
Lid 2 De toelage wachtdienst per uur bedraagt: op maandag t/m vrijdag 7,5%; op zaterdag, zondag en feestdagen 15%; van het maximum salaris per uur van salarisschaal 6.
Artikel3.3.2Arbeid tijdens wachtdienst
Indien een ambtenaar tijdens de wachtdienst en op grond daarvan werk verricht, wordt dit betaald volgens artikel 3.1.13 SAW (overwerk).
Artikel3.3.3Geneeskundig onderzoek
Lid 1 De ambtenaar die is aangewezen voor het verrichten van wachtdiensten ondergaat, vanaf het bereiken van de leeftijd van 50 jaar, periodiek een geneeskundig onderzoek volgens artikel 6.1.5 SAW om te beoordelen of hij/zij medisch gezien nog in staat is om wachtdienst te verrichten.
Lid 2 Dit onderzoek vindt elke twee jaar plaats of vaker indien daartoe aanleiding bestaat.
Lid 3 Indien de ambtenaar de leeftijd van 50 jaar nog niet heeft bereikt vindt een geneeskundig onderzoek plaats op zijn/haar verzoek.
Artikel3.3.4Afbouwregeling
Lid 1 Indien naar aanleiding van het geneeskundig onderzoek de ambtenaar geen wachtdienst meer verricht of als buiten zijn/haar eigen schuld of toedoen de wachtdienst, die een regelmatig karakter draagt en tenminste 24 maanden heeft geduurd, wordt beëindigd of blijvend sterk verminderd, is een afbouwregeling van kracht.
Lid 2 Het dagelijks bestuur bepaalt wat er in het kader van deze paragraaf wordt gezien als een blijvende sterke vermindering van de wachtdienst, echter een blijvende vermindering van 50% of meer wordt in ieder geval gezien als een sterke vermindering.
Lid 3 De grondslag voor berekening van de afbouwtoelage is de gemiddelde maandelijkse toelage over de laatste 24 maanden waarop de ambtenaar recht had voor de blijvend sterke vermindering, verminderd met de toelage wachtdienst die de ambtenaar behoudt na de blijvend sterke vermindering.
Lid 4 Voor elk jaar dat de ambtenaar wachtdienst heeft verricht wordt gedurende 2 maanden een afbouw toegekend. De toelage wordt in drie even lange termijnen afgebouwd. De eerste termijn bedraagt de afbouwtoelage 75%, volgende termijn 50% en de laatste termijn 25% van de in lid drie aangegeven grondslag.
Artikel3.3.5Overgangsrecht wachtdienst
De ambtenaar die op 31 december 2007 in dienst was bij het waterschap en was aangewezen voor het verrichten van wachtdiensten heeft vóór 31 december 2007 een eenmalige keuze gemaakt De ambtenaar kon kiezen voor de regeling van wachtdienst zoals deze luidt vanaf 1 januari 2008 of voor de wachtdienstregeling van de artikelen 3.3.1 SAW, 3.3.2 SAW, 3.3.5 SAW en 3.3.6 SAW zoals deze luidden tot 31 december 2007. Deze laatstgenoemde artikelen zijn opgenomen in deel 3 SAW.
Artikel3.3.6Onregelmatige dienst
De ambtenaar voor wiens functie werktijden zijn vastgesteld of bij rooster wisselende werktijden zijn vastgesteld anders dan tussen 7.00 en 19.00 uur op maandag tot en met vrijdag, ontvangt daarvoor een toelage, conform artikel 3.3.7 SAW.
Artikel3.3.7Toelage onregelmatige dienst
Lid 1 Aan de ambtenaar die, anders dan bij wijze van overwerk, regelmatig arbeid verricht op andere tijden dan op het dagvenster: maandag tot en met vrijdag tussen 7.00 en 19.00 uur, wordt een toelage toegekend, bestaand uit twee componenten, te weten een vaste toelage per maand conform lid 2 en een variabele toelage per gewerkt uur volgens lid 3.
Lid 2 De toelage bedraagt 0,77% van het voor de ambtenaar in die maand geldende salaris.
Lid 3 Aan de ambtenaar voor wie een salaris geldt lager dan het maximum van schaal 11, bedraagt de toelage per gewerkt uur een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur, waarbij de percentages ten hoogste worden berekend over het salaris per uur, dat is afgeleid van het maximum van salarisschaal 7 van de salarisschalen Waterschapspersoneel:
25% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 19.00 en 22.00 uur;
40% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 00.00 en 07.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur; voor de uren op zaterdag:
45% voor de uren tussen 00.00 en 08.00 uur;
25% voor de uren tussen 08.00 en 18.00 uur;
70% voor de uren tussen 18.00 en 24.00 uur;
70% voor de uren op zondag;
100% voor feestdagen volgens artikel 1.2.1 SAW, inclusief eerste paasdag en eerste pinksterdag.
Lid 4 In bijzondere gevallen kan het dagelijks bestuur een regeling treffen, die het bepaalde in dit artikel aanvult of daarvan afwijkt.
Artikel3.3.8Vrijwillig stoppen met nachtarbeid
Lid 1 De ambtenaar, van 58 jaar of ouder is niet verplicht tot het verrichten van diensten, tussen 22.00 en 07.00 uur.
Lid 2 Lid 1 is niet van toepassing als de ambtenaar door het vervallen van de verplichting tot het verrichten van nachtdiensten onmogelijk zijn/haar functie kan uitoefenen.
Lid 6 De ambtenaar die gebruik maakt van het recht omschreven in het eerste lid van dit artikel en die tenminste tien jaar direct voorafgaande aan het moment van beëindiging van nachtdiensten zonder wezenlijke onderbreking een toelage voor het verrichten van diensten gelegen tussen 22.00 en 07.00 uur heeft ontvangen, wordt een blijvende toelage toegekend. Het dagelijks bestuur stelt voor de uitvoering van dit lid nadere regels vast.
Artikel3.3.9Overgangstoelage onregelmatige dienst
Lid 1 Aan de ambtenaar van wie de bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn/haar toedoen beëindigen of verminderen van een toelage volgens artikel 3.3.7 SAW, een blijvende verlaging ondergaat, die minstens 3% van de som van het salaris en de maandelijkse toelage bedraagt, wordt door het dagelijks bestuur een in drie jaar aflopende overgangstoelage toegekend van respectievelijk 75%, 50% en 25% van de oorspronkelijke vermindering van de toelage onregelmatige dienst, mits de toelage onregelmatige dienst, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering, gedurende tenminste twee jaar zonder wezenlijke onderbreking voor hem/haar van toepassing is geweest.
Lid 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt door het dagelijks bestuur aan de ambtenaar die de leeftijdsgrens volgens lid 2 heeft bereikt en wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn/haar toedoen beëindigen of verminderen van een toelage volgens artikel 3.3.8 SAW een blijvende verlaging ondergaat, een blijvende toelage toegekend, mits de toelage onregelmatige dienst, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste tien jaren zonder wezenlijke onderbreking voor hem/haar van toepassing is geweest.
Lid 3 De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat over in een blijvende toelage als bedoeld in het vorige lid, wanneer de ambtenaar de leeftijd volgens lid 2 heeft bereikt en, onmiddellijk vóór de aanvang van die toelage, gedurende tenminste tien jaar zonder wezenlijke onderbreking een toelage volgens artikel 3.3.7 SAW voor hem/haar van toepassing is geweest.
Lid 4 Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.
Lid 5 Het dagelijks bestuur stelt voor de uitvoering van dit artikel nadere regels vast.
Artikel3.3.10Arbeidsmarkttoelage
Lid 1 Aan de ambtenaar kan door het dagelijks bestuur voor werving of behoud een toelage worden toegekend van maximaal 10% van zijn salaris.
Lid 2 De toepassing van dit artikel zal jaarlijks met de Ondernemingsraad worden besproken.
Artikel3.3.11Waarneming andere functie
Lid 1 De ambtenaar die in opdracht van of namens het dagelijks bestuur volledig een andere functie waarneemt, ontvangt, indien voor die functie een hogere schaal geldt dan voor zijn functie, over de tijd van deze waarneming een vergoeding.
Lid 2 De vergoeding in lid 1 bedraagt 8% van het eigen salaris per uur van de ambtenaar. De vergoeding wordt alleen toegekend bij een hele werkdag waarneming.
Lid 3 Voor de ambtenaar van wie het salaris hoger is dan het maximum van schaal 9, bestaat pas aanspraak op deze vergoeding, indien de waarneming in een aaneengesloten tijdvak van zes weken tenminste twintig hele werkdagen heeft geduurd, in welk geval hem/haar de vergoeding over de dagen waarop hij/zij reeds waargenomen heeft alsnog wordt uitbetaald.
Lid 4 De ambtenaar die in opdracht van of namens het dagelijks bestuur een andere functie waarneemt, waarvoor andere werktijden zijn vastgesteld dan voor zijn/haar functie gelden, ontvangt – zulks onverminderd het bepaalde in lid 1 – in zoverre op de waar te nemen functie volgens artikel 3.3.6 SAW (onregelmatige dienst) van toepassing is een vergoeding overeenkomstig de in dat artikel bedoelde regelen. Op de eerste twee dagen en op de eerste zaterdag en zondag van de waarneming ontvangt hij/zij evenwel voor de uren die liggen buiten de voor zijn/haar functie geldende werktijd, tenminste een bedrag gelijk aan de vergoeding volgens artikel 3.1.13 SAW (overwerk). Wordt achtereenvolgens en zonder onderbreking meer dan één functie als hier bedoeld waargenomen, dan geldt dit als één geval van waarneming.
Lid 5 Geen vergoeding ingevolge de leden 1 en 3 wordt genoten door de ambtenaar voor wie krachtens zijn/haar aanstelling een bijzondere regeling geldt.
Lid 6 Het dagelijks bestuur is bevoegd om in andere gevallen van waarneming een naar zijn oordeel billijke vergoeding toe te kennen, gelet op de aard en de omvang van de ingevolge de waarneming verrichte werkzaamheden, alsmede op de duur en de wijze van de waarneming.
Artikel3.3.12Lokale toelagen
Het dagelijks bestuur kan een lokale regeling voor een toelage treffen, waarbij voor de toelage het uitgangspunt geldt dat het een vorm van belonen is, die niet in de functiewaardering is meegewogen.
3.4 Vergoedingen en verstrekkingen Bij vergoedingen en verstrekkingen staat het uitgangspunt voorop dat de ambtenaar de daadwerkelijke kosten vergoed krijgt, die hij/zij gerelateerd aan het werk maakt. Hierbij worden de fiscale mogelijkheden voor netto vergoedingen zoveel mogelijk benut.
Vergoeding woon-werkverkeer
Artikel 3.4.1Recht vergoeding woon–werkverkeer
Artikel 3.4.2Vergoeding eigen vervoer woon–werkverkeer
Artikel 3.4.3Vergoeding openbaar vervoer woon–werkverkeer
Artikel 3.4.4Keuze uitvoering vergoeding woon-werkverkeer
Artikel 3.4.5Vaste maandelijkse vergoeding woon-werkverkeer
Artikel 3.4.6Declareren vergoeding woon-werkverkeer
Vergoeding dienstreizen
Artikel 3.4.7Recht vergoeding reis– en verblijfskosten dienstreizen
Artikel 3.4.8Vergoeding reis– en verblijfskosten dienstreizen
Artikel 3.4.9Samenloop dienst– en woon–werkkilometers bij een vaste maandelijkse vergoeding
Artikel 3.4.10Overige bepalingen
Vergoeding verhuiskosten
Artikel 3.4.11Verhuiskosten
Overige vergoedingen
Artikel 3.4.12Vergoeding voor de kosten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering
Artikel 3.4.13Bedrijfskleding en persoonlijke beschermingsmiddelen
Artikel 3.4.14Schadevergoeding
Artikel 3.4.15Plicht tot schadevergoeding
Artikel 3.4.16Aanvullingsplicht rekenplichtige ambtenaar
Artikel 3.4.17Ambtsjubilea
Artikel 3.4.18Uitkering na overlijden ambtenaar
Artikel 3.4.19Collectieve rechtsbijstandsverzekering
Artikel 3.4.20Vergoeding geneeskundige kosten
Artikel 3.4.21Lokale vergoedingen en verstrekkingen
Artikel3.4.1Recht vergoeding woon–werkverkeer
De ambtenaar heeft recht op een vergoeding in verband met daadwerkelijke kosten voor het reizen tussen de woning en de standplaats.
Artikel3.4.2Vergoeding eigen vervoer woon–werkverkeer
Lid 1 De vergoeding voor eigen vervoer is € 0,19 per kilometer.
Lid 2 De afstand tussen de woning en de standplaats van de ambtenaar wordt bepaald met de meest recente versie van de ’ANWB routeplanner’ waarbij het gebruikelijke vervoermiddel en de gebruikelijke route worden gekozen.
Lid 3 De vergoeding wordt toegekend over de hele kilometers van de woning naar de standplaats en van de standplaats naar de woning.
Artikel3.4.3Vergoeding openbaar vervoer woon–werkverkeer
Lid 1 De ambtenaar die het woon-werkverkeer per openbaar vervoer aflegt, ontvangt een vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer tegen het laagste tarief.
Lid 2 De ambtenaar ontvangt een vergoeding eigen vervoer conform artikel 3.4.2 SAW voor de kilometers van de woning naar het opstappunt openbaar vervoer en voor de kilometers van het uitstappunt openbaar vervoer tot de standplaats.
Lid 3 De ambtenaar kan voor zowel het opstappunt als het uitstappunt kiezen voor de optimale reisroute.
Artikel3.4.4Keuze uitvoering vergoeding woon-werkverkeer
Voor de uitvoering van de vergoeding woon-werkverkeer kan de ambtenaar kiezen tussen een vaste maandelijkse vergoeding of onder voorwaarden (zie artikel 3.4.6) declareren van de kosten.
Artikel3.4.5Vaste maandelijkse vergoeding woon-werkverkeer
Lid 1 De ambtenaar die in de regel vijf dagen per week tussen de woning en de standplaats reist, kan een vaste maandelijkse kilometervergoeding ontvangen, over het door de fiscus vastgestelde aantal reisdagen per jaar en/of een maandelijkse vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer tegen het laagste tarief op jaarbasis.
Lid 2 De ambtenaar die met enige regelmaat minder dan vijf dagen per week tussen de woning en de standplaats reist, ontvangt een vaste maandelijkse vergoeding naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij/zij naar het werk reist.
Lid 3 Indien de ambtenaar ten gevolge van ziekte niet reist tussen de woning en de standplaats dan wordt de vaste reiskostenvergoeding binnen de door de fiscus vastgestelde grenzen voor netto reiskostenvergoedingen stopgezet.
Artikel3.4.6Declareren vergoeding woon-werkverkeer
Lid 1 Indien de ambtenaar ten gevolge van ziekte niet reist tussen de woning en de standplaats dan wordt de vaste reiskostenvergoeding binnen de door de fiscus vastgestelde grenzen voor netto reiskostenvergoedingen stopgezet.
Lid 2 De keuze voor declareren wordt in principe voorafgaand aan het kalenderjaar gemaakt.
Lid 3 Declareren kan uitsluitend indien de ambtenaar minimaal 20 keer per jaar op incidentele basis van de woning naar een andere plaats dan de standplaats reist.
Of als de ambtenaar meer dan 150 kilometer woon- werkverkeer per reisdag heeft.
Lid 4 De ambtenaar kan de reiskosten declareren voor zowel eigen vervoer als voor openbaar vervoer.
Lid 5 De ambtenaar die gebruik maakt van het openbaar vervoer voor het woon-werkverkeer declareert de daadwerkelijk gereisde kilometers naar het opstappunt openbaar vervoer en vanaf het uitstappunt openbaar vervoer tot de standplaats en de kosten van het openbaar vervoer tegen het laagste tarief op maandbasis.
Artikel3.4.7Recht vergoeding reis– en verblijfskosten dienstreizen
De ambtenaar heeft recht op een vergoeding van reis– en verblijfkosten in verband met reizen die hij/zij in opdracht van de dienst, buiten de standplaats, met openbaarvervoer, auto of motorfiets, maakt.
Artikel3.4.8Vergoeding reis– en verblijfskosten dienstreizen
Lid 1 Dienstreizen worden in beginsel gemaakt per openbaar vervoer, dit ter beoordeling door het dagelijks bestuur.
Lid 2 De kosten van dienstreizen per openbaar vervoer worden volledig vergoed.
Lid 3 De ambtenaar kan voor dienstreizen, indien het dagelijks bestuur toestemming geeft, zijn/haar eigen motorvoertuig gebruiken voor dienstreizen. Indien de ambtenaar geen eigen motorvoertuig in kan– of wenst te zetten en reizen per openbaar vervoer niet mogelijk is, zorgt het waterschap voor vervoer vanwege de dienst.
Lid 4 De vergoeding voor kosten van dienstreizen per eigen motorvoertuig bedraagt € 0,33 per kilometer.
Lid 5 De vergoeding voor overige reis– en verblijfkosten voor dienstreizen wordt vastgesteld en uitgekeerd in overeenstemming met de door het rijk vastgestelde regels (de Reisregeling binnenland van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties).
Lid 6 De ambtenaar declareert maandelijks de daadwerkelijk gemaakte reis- en verblijfskosten dienstreizen.
Artikel3.4.9Samenloop dienst– en woon–werkkilometers bij een vaste maandelijkse vergoeding
Lid 1 Indien de ambtenaar, die een vaste maandelijkse vergoeding ontvangt, door het maken van een dienstreis, minder kilometers van de woning naar de standplaats en/of van de standplaats naar de woning reist, dan de kilometers waarop de vaste vergoeding is gebaseerd, dan wordt de vergoeding van deze daadwerkelijk minder gereden kilometers in mindering gebracht op de vergoeding van de dienstreiskilometers.
Lid 2 Lid 1 is niet van toepassing voor zover de ambtenaar voor de kilometers woonwerkverkeer gebruik maakt van een abonnement openbaar vervoer of voor de dienstreis het openbaar vervoer gebruikt en hiervoor een vervoersbewijs aanschaft.
Artikel3.4.10Overige bepalingen
Het dagelijks bestuur kan, bij organisatiewijzigingen volgens artikel 25 Wet op de Ondernemingsraden, een bijzondere regeling voor vergoeding van reiskosten woon-werkverkeer treffen.
Artikel3.4.11Verhuiskosten
Lid 1 Het dagelijks bestuur kan, bij indiensttreding of doorstroming, afspraken maken over vergoeding van verblijfskosten en of verhuiskosten, waarbij rekening wordt gehouden met de lokale woningmarkt, privé omstandigheden en reisafstanden.
Lid 2 Het dagelijks bestuur kan, bij organisatiewijzigingen volgens artikel 25 Wet op de Ondernemingsraden, een regeling voor vergoeding van verhuiskosten treffen, die recht doet aan de (lokale) woningmarkt en reisafstanden.
Artikel3.4.12Vergoeding voor de kosten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering
Maandelijks wordt als vergoeding voor de kosten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering, 0,3 procent van het voor de ambtenaar in die maand geldende salaris uitbetaald.
Artikel3.4.13Bedrijfskleding en persoonlijke beschermingsmiddelen
Lid 1 De ambtenaar is verplicht tijdens de vervulling van zijn/haar functie de door het dagelijks bestuur voor die functie of voor bepaalde werkzaamheden voorgeschreven kleding of uniform en persoonlijke beschermingsmiddelen te dragen.
Lid 2 Het dagelijks bestuur stelt regels over de verstrekking, reiniging en herstelling van de in lid 1 bedoelde kleding.
Artikel3.4.14Schadevergoeding
Lid 1 Aan de ambtenaar wordt de schade vergoed, die buiten zijn/haar schuld of nalatigheid ontstaat aan hem/haar toebehorende kleding en uitrusting, bij de vervulling van zijn functie. Dit voor zover die schade niet bestaat uit normale slijtage van de goederen en geen motorrijtuigen in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen zijn.
Lid 2 Schade aan een motorrijtuig in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, die de ambtenaar lijdt, bij de vervulling van zijn/haar functie wordt vergoed, tenzij: die schade bestaat uit de normale slijtage of er sprake is van aan opzet of bewuste roekeloosheid grenzende verwijtbaarheid of de ambtenaar in de regel 10.000 of meer kilometers per jaar rijdt ten behoeve van de dienst.
Lid 3 Het dagelijks bestuur kan bepalen in welke niet elders voorziene gevallen schadeloosstelling en vergoeding van kosten zullen worden verleend.
Artikel3.4.15Plicht tot schadevergoeding
Lid 1 De ambtenaar kan worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van door het waterschap geleden schade, voor zover deze aan zijn/haar schuld of nalatigheid is te wijten.
Lid 2 Het bedrag van de schadevergoeding en de wijze van inhouding daarvan op de bezoldiging van de ambtenaar worden niet eerder vastgesteld voordat hij/zij in de gelegenheid is gesteld zich schriftelijk of mondeling te verantwoorden en ter zake van de wijze van inhouding zijn/haar wensen kenbaar te maken.
Artikel3.4.16Aanvullingsplicht rekenplichtige ambtenaar
Lid 1 De rekenplichtige ambtenaar is verplicht tot aanvulling van een tekort. De ambtenaar kan naarmate hij/zij het beheer nauwgezet heeft gevoerd en de nodige voorzorgen heeft genomen voor de bewaring van gelden en geldswaardige papieren, geheel of gedeeltelijk ontheven worden van de aanvullingsplicht.
Lid 2 Vloeit de verplichting tot aanvulling van een tekort voort uit aansprakelijkheid voor ondergeschikt personeel, dan wordt bovendien in aanmerking genomen in hoeverre hij/zij op de handelingen van dat personeel deugdelijk toezicht heeft gehouden.
Lid 3 De rekenplichtige ambtenaar is van zijn/haar verantwoordelijkheid ontheven gedurende de tijd dat hij/zij door ziekte of wettige afwezigheid zijn beheer niet persoonlijk heeft gevoerd. Dit als gedurende die tijd zijn/haar functie wordt waargenomen krachtens aanwijzing door of namens het dagelijks bestuur.
Artikel3.4.17Ambtsjubilea
Lid 1 In de maand waarin de ambtenaar gedurende 25, 40 of 50 jaar een functie bij de overheid heeft vervuld, ontvangt hij/zij een gratificatie gelijk aan een bedrag, overeenkomende met de gehele bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief waarop hij/zij in de maand van deze jubilea aanspraak heeft. De op grond van het vorenstaande berekende bedragen worden naar boven afgerond tot een volle euro.
Lid 2 De ambtenaar die volledig uittreedt om gebruik te maken van de regeling Keuzepensioen, ontvangt een ambtsjubileumgratificatie bedoeld in het eerste lid. Voorwaarde is dat hij/zij, ware hij/zij in dienst gebleven tot het bereiken van de volgens artikel 7.3 eerste lid van het Pensioenreglement ABP voor het recht op ouderdomspensioenvereiste leeftijd, hiervoor in aanmerking zou zijn gekomen.
Lid 3 De in het vorige lid bedoelde gratificatie bedraagt een deelbedrag van de gratificatie, zoals omschreven in lid 1, berekend naar het werkelijk aantal dienstjaren gedeeld door 25, 40 of 50, al naar gelang welke gratificatie aan de orde is.
Artikel3.4.18Uitkering na overlijden ambtenaar
Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de ambtenaar wordt aan de erfgenamen een bedrag uitgekeerd gelijk aan de bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief over een periode van drie maanden.
Uitgegaan wordt van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging per maand op de dag van overlijden.
Artikel3.4.19Collectieve rechtsbijstandsverzekering
Het dagelijks bestuur van het waterschap sluit een collectieve rechtsbijstandsverzekering ten behoeve van de ambtenaar voor die gevallen: waarin de ambtenaar uit hoofde van zijn/haar functie strafrechtelijk wordt vervolgd of civielrechtelijk aansprakelijk wordt gesteld; voor de ambtenaar die door hem/haar geleden schade als gevolg van fysiek en/of verbaal geweld door derden tijdens de functievervulling gerechtelijk op die derde wil verhalen.
De rechtsbijstandsverzekering geldt niet in geval van disciplinaire maatregelen van de werkgever tegen de ambtenaar, in procedures van de ambtenaar tegen het waterschap of een strafbaar feit van de ambtenaar waarvan het waterschap aangifte heeft gedaan.
Artikel3.4.20Vergoeding geneeskundige kosten
Lid 1 In geval van ziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn/haar schuld of nalatigheid is te wijten, worden hem/haar vergoed de ten laste blijvende, naar het oordeel van het dagelijks bestuur noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling of verzorging.
Lid 2 Het dagelijks bestuur kan omtrent het bepaalde in lid 1 nadere voorschriften geven.
Artikel3.4.21Lokale vergoedingen en verstrekkingen
Het dagelijks bestuur kan een lokale regeling voor een vergoeding treffen, waarbij voor de vergoeding of verstrekking het uitgangspunt voorop staat dat de ambtenaar de daadwerkelijke kosten vergoed krijgt, die hij/zij gerelateerd aan het werk maakt.
4 Werktijd en verlof 4.1 Arbeidsduur en werktijden
Artikel 4.1.1Arbeidsduur
Artikel 4.1.2Arbeidsduur verminderen of uitbreiden
Artikel 4.1.3Jaarlijkse keuze meerwerk
Artikel 4.1.4Jaarlijkse keuze minderwerk
Artikel 4.1.5Werktijden
Artikel4.1.1Arbeidsduur
In de aanstelling wordt de gemiddelde arbeidsduur over een jaar vastgelegd.
Artikel4.1.2Arbeidsduur verminderen of uitbreiden
Lid 1 Overeenkomstig de Wet flexibel werken heeft een persoon die is aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan, het recht de formele arbeidsduur per week te verminderen of de formele arbeidsduur per week uit te breiden tot het aantal uur van een volledige betrekking, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich hiertegen verzetten.
Lid 2 Overeenkomstig de Wet flexibel werken heeft een persoon die is aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan, het recht de werktijden aan te passen, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich hiertegen verzetten.
Lid 3 Overeenkomstig de Wet flexibel werken kan een persoon die is aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan het college verzoeken tot aanpassing van zijn/haar arbeidsplaats.
Lid 4 De bepaling in lid 1 geldt niet voor de ambtenaar of de persoon met wie een arbeidsovereenkomst is aangegaan die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt.
Artikel4.1.3Jaarlijkse keuze meerwerk
Lid 1 De ambtenaar met een voltijd aanstelling kan, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel, kiezen voor maximaal 288 uur meerwerk per jaar.
Lid 2 Voor de ambtenaar met een deeltijd aanstelling geldt het bepaalde in lid 1 naar evenredigheid van de arbeidsduur volgens de aanstelling.
Lid 3 De ambtenaar met een aanstelling voor 40 uur (artikel 2.1.10 SAW) kan, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel, kiezen voor maximaal 96 uur meerwerk per jaar.
Lid 4 De keuze voor meerwerk wordt voor één kalenderjaar gemaakt.
Lid 5 De ambtenaar ontvangt maandelijks een vergoeding ter grootte van het salaris per uur over de in het rooster opgenomen aantal uren meerwerk van de betreffende maand.
Lid 6 De tijdelijk verlengde arbeidsduur werkt door in de pensioenopbouw. Hiertoe wordt de deeltijdfactor verhoogd die aan het ABP wordt doorgegeven.
De verhoogde deeltijdfactor wordt vastgesteld als het product van de deeltijdfactor en een verhogingsfactor. Deze verhogingsfactor is het quotiënt van het pensioengevend inkomen bij verlengde arbeidsduur zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel gedeeld door het pensioengevend inkomen zonder de verlenging van de arbeidsduur zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel.
Lid 7 De tijdelijke verlenging van de arbeidsduur heeft geen consequenties voor de aanspraken op grond van andere arbeidsvoorwaarden.
Lid 8 Indien de ambtenaar een kalendermaand aaneengesloten verhinderd is zijn functie te vervullen eindigt de maandelijkse vergoeding voor het geroosterde meerwerk met ingang van de eerste dag van de opvolgende kalendermaand.
De vergoeding van het geroosterde meerwerk herleeft binnen het kalenderjaar op de eerste dag van de kalendermaand na volledige hervatting van de functie.
Lid 9 De ambtenaar die wenst te kiezen voor een langere arbeidsduur als bedoeld in dit artikel, dient hiertoe een schriftelijk verzoek in bij het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur kan het verzoek op organisatorische gronden, budget, formatie, begroting en/of het niet voorhanden zijn van voldoende werk en/of geld afwijzen. Een afwijzing van het verzoek gebeurt schriftelijk en gemotiveerd.
Lid 10 Op de ambtenaar die bij aanvang van het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft gebruik maakt van korting arbeidsduur op medische indicatie, een regeling voor langdurig verlof of een aanvraag heeft ingediend om in dat kalenderjaar daarvan gebruik te maken, is dit artikel niet van toepassing. Ook voor de ambtenaar aan wie gedeeltelijk ontslag is verleend onder toekenning van deeltijdpensioen staat de keuze voor meerwerk in het kader van dit artikel niet open.
Lid 11 Ambtenaren die op 1 januari van het kalenderjaar een arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens de WAO of WIA ontvangen zijn uitgesloten van de toepassing van dit artikel.
Lid 12 Het is niet mogelijk om binnen hetzelfde kalenderjaar gelijktijdig de keuzemogelijkheid meerwerk te combineren met de keuzemogelijkheid minderwerk (artikel 4.1.4 SAW).
Artikel4.1.4Jaarlijkse keuze minderwerk
Lid 1 De ambtenaar met een voltijd aanstelling kan, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel, kiezen voor maximaal 288 uur minderwerk per jaar.
Lid 2 Voor de ambtenaar met een deeltijd aanstelling geldt het bepaalde in lid 1 naar evenredigheid van de arbeidsduur volgens de aanstelling.
Lid 3 De keuze voor minderwerk wordt voor één kalenderjaar gemaakt.
Lid 4 Bij de ambtenaar wordt maandelijks op het salaris ingehouden het uurloon van de in het rooster opgenomen aantal uren minderwerk van de betreffende maand.
Lid 5 De keuze voor minderwerk heeft tot 10% vermindering van de arbeidsduur in het kalenderjaar geen gevolgen voor de hoogte van de berekeningsgrondslag voor het pensioen.
Lid 6 De tijdelijke vermindering van de arbeidsduur heeft met uitzondering van het bepaalde in lid 5 gevolgen voor de aanspraken op grond van andere arbeidsvoorwaarden.
Lid 7 Indien de ambtenaar een kalendermaand aaneengesloten verhinderd is zijn functie te vervullen eindigt de maandelijkse vermindering van het salaris voor het geroosterde minderwerk met ingang van de eerste dag van de opvolgende kalendermaand. De vermindering voor het geroosterde minderwerk herleeft binnen het kalenderjaar op de eerst dag van de kalendermaand na volledige hervatting van de functie.
Lid 8 De ambtenaar die wenst te kiezen voor een kortere arbeidsduur dan zijn aanstellingsduur, dient hiertoe een schriftelijk verzoek in bij het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur kan het verzoek op grond van organisatorische gronden of formatie afwijzen. Een afwijzing van het verzoek gebeurt schriftelijk en gemotiveerd.
Lid 9 Het is niet mogelijk om binnen hetzelfde kalenderjaar de keuzemogelijkheid voor minderwerk te combineren met de keuzemogelijkheid voor meerwerk (artikel 4.1.2 SAW).
Artikel4.1.5Werktijden
Lid 1 Met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidstijdenwet, worden de werktijden bij besluit van het dagelijks bestuur vastgesteld.
Lid 2 Bij de regeling van de werktijd wordt in acht genomen dat: de arbeid zodanig georganiseerd wordt dat de ambtenaar ten hoogste 12 uur per dag, 60 uur per week, in elke periode van 4 achtereenvolgende weken maximaal gemiddeld 55 uur per week en in elke periode van 16 achtereenvolgende weken maximaal gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht; geen arbeid wordt verricht op zaterdagen en zondagen, tenzij afwijking van deze regel in het belang van de dienst noodzakelijk is; de werktijd behoorlijk door rusttijd wordt onderbroken.
Lid 3 Bij de regeling van de werktijd en haar toepassing wordt er voorts zoveel mogelijk voor gezorgd dat de ambtenaar op zondag en de voor hem/haar geldende religieuze feestdagen kan vieren en dat hij/zij in zijn rust zo weinig mogelijk wordt beperkt.
Lid 4 Afwijking als bedoeld in lid 2, onder b, is wat betreft de zondag slechts mogelijk indien tenminste 13 vrije zondagen per jaar overblijven.
Lid 5 Hetgeen in dit artikel ten aanzien van het verrichten van arbeid op zondag is bepaald, geldt mede voor het verrichten van arbeid op feestdagen volgens artikel 1.2.1 SAW.
Lid 6 Het bepaalde in dit artikel is overeenkomstig van toepassing voor de ambtenaar die tot een kerkgenootschap behoort, dat de wekelijkse rustdag op de sabbat of de zevende dag viert. hij/zij dient een daartoe strekkend verzoek tot de (algemeen) directeur te richten.
Lid 7 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder ‘werkdag’ de krachtens dit artikel voor de functie van de ambtenaar per dag vastgestelde – al dan niet gelijke – arbeidsperiode.
Lid 8 Onder roostervrije tijd wordt verstaan de in het kader van de regeling van de werktijd door het dagelijks bestuur aangewezen uren waarop door de ambtenaar, in beginsel, geen arbeid behoeft te worden verricht.
4.2 Verlof
Artikel 4.2.1Recht op verlof
Artikel 4.2.2Aanvragen verlof
Artikel 4.2.3Verlenen verlof
Artikel 4.2.4Recht op opnemen verlof op religieuze dagen
Artikel 4.2.5Compensatie bij niet verlenen basisverlof wegens dienstbelang
Artikel 4.2.6Intrekking verlof wegens dienstbelang
Artikel 4.2.7Vervaltermijn
Artikel 4.2.8Verlofrecht bij bijzondere omstandigheden
Artikel 4.2.9Verlof en ziekte
Artikel 4.2.10Ontslag en verlof
Artikel4.2.1Recht op verlof
Lid 1 Ieder kalenderjaar heeft de ambtenaar recht op basisverlof. Dit basisverlof bedraagt vier keer de in de aanstelling vastgelegde gemiddelde arbeidsduur per week.
Lid 2 De ambtenaar die in de loop van een kalenderjaar is aangesteld of wordt ontslagen, heeft recht op een evenredig deel van het basisverlof dat voor een geheel kalenderjaar voor hem/haar zou gelden.
Artikel4.2.2Aanvragen verlof
Lid 1 De ambtenaar dient een verzoek in om verlof op te nemen. Door of namens het dagelijks bestuur wordt beslist over de duur van het verlof en op welke tijdstippen het verlof wordt verleend.
Lid 2 De ambtenaar dient een verzoek om langdurig verlof voor meer dan één maand en minder dan drie maanden tenminste drie maanden voor het beoogde tijdstip van ingang schriftelijk bij het dagelijks bestuur in.
Bij een langdurig verlof van drie maanden of langer moet de aanvraag tenminste zes maanden voor het beoogde tijdstip van ingang schriftelijk bij het dagelijks bestuur worden ingediend.
Lid 3 In afwijking van het tweede lid kan het bevoegd gezag in daartoe aanleiding gevende gevallen toestaan dat een kortere aanvraagtermijn in acht wordt genomen.
Lid 4 De aanvraag om toekenning van langdurig verlof bevat de volgende gegevens: de gewenste datum van ingang van de verlofperiode; het aantal uren verlof dat wordt opgenomen; de verdeling van de uren verlof over de weken;
Lid 5 Bij de beslissing over een verlofverzoek wordt, voor zover de belangen van de dienst en die van de andere ambtenaren dit toelaten, zoveel mogelijk rekening gehouden met de wensen van de ambtenaar.
Lid 6 Ingeval door of namens het dagelijks bestuur niet wordt ingestemd met de verlof aanvraag, dan wordt dat schriftelijk en gemotiveerd binnen 30 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek meegedeeld.
Artikel4.2.3Verlenen verlof
Lid 1 In het kader van een goede zorg voor gezondheid en vitaliteit dient het basisverlof in beginsel in het jaar van toekenning te worden opgenomen en verleend.
Lid 2 Het basisverlof kan worden gesplitst, maar wordt in beginsel voor tenminste eenmalig tien werkdagen aaneensluitend verleend.
Lid 3 Het basisverlof wordt desgevraagd zoveel mogelijk, in het bijzonder wat betreft de aaneengesloten periode als bedoeld in het vorige lid, verleend in het tijdvak van 1 mei tot 1 oktober.
Lid 4 Het basisverlof wordt verleend, tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten. Is aan de ambtenaar om redenen van dienstbelang in enig kalenderjaar het basisverlof niet of niet geheel verleend, dan wordt hem/haar het nog niet genoten basisverlof zoveel mogelijk in het eerstvolgende, doch uiterlijk voor 1 juli van het daarop volgende kalenderjaar verleend.
Lid 5 Indien in enig kalenderjaar het basisverlof geheel of gedeeltelijk niet is verleend, wordt het niet genoten verlof in de eerste helft van het volgend kalenderjaar verleend, tenzij het belang van de dienst of de belangen van de andere ambtenaren zich daartegen verzetten.
Lid 6 Het bepaalde in het voorafgaande lid geldt met dien verstande, dat de ambtenaar in enig kalenderjaar nimmer meer basisverlofuren kan opnemen dan twee maal het hem/haar bij of krachtens artikel 4.2.1 SAW toekomende aantal uren, tenzij op een desbetreffend verzoek van de ambtenaar uitdrukkelijk anders is beslist.
Lid 7 Indien de ambtenaar tijdens het verlof ziek wordt, dan worden die uren als niet opgenomen verlof aangemerkt. De ambtenaar dient hierbij aan de volgende voorwaarden te voldoen: ziekmelden bij verblijf in het buitenland dient achteraf het ziek zijn aangetoond te worden bij verblijf in het buitenland moeten geadviseerde vaccinaties voor de bestemming geldig zijn.
Artikel4.2.4Recht op opnemen verlof op religieuze dagen
Lid 1 De ambtenaar heeft het recht op het opnemen van verlof uit zijn/haar verloftegoed op de voor hem/haar geldende religieuze dagen.
Lid 2 Dit recht kan niet worden ontzegd op grond van zwaarwegend dienstbelang.
Artikel4.2.5Compensatie bij niet verlenen basisverlof wegens dienstbelang
Lid 1 Indien het belang van de dienst het onvermijdelijk maakt, dat het basisverlof of het aaneengesloten gedeelte daarvan wordt genoten buiten het in artikel 4.2.3, lid 3 SAW, genoemde tijdvak, kan door het dagelijks bestuur de duur van het basisverlof of het aaneengesloten deel daarvan met 1/3 worden verlengd. Dit verlof kent dezelfde vervaltermijn als het oorspronkelijke basisverlof.
Lid 2 Aan de ambtenaar die tijdens zijn/haar basisverlof bepaalde voordelen die verbonden zijn aan zijn functie misloopt, kan deswege een vergoeding worden toegekend.
Artikel4.2.6Intrekking verlof wegens dienstbelang
Lid 1 Verleend verlof kan worden ingetrokken, wanneer dringende redenen van dienstbelang dat noodzakelijk maken. Dit met uitzondering van de redenen genoemd in artikel 4.2.4 SAW. Indien ten gevolge van dit intrekken van verlof de ambtenaar op een bepaalde dag slechts gedeeltelijk verlof geniet, worden de uren van deze dag niet in aanmerking genomen bij de berekening van het aantal genoten verlofuren.
Lid 2 Indien de ambtenaar ten gevolge van de intrekking van het verlof geldelijke schade lijdt, wordt deze schade hem/haar vergoed.
Artikel4.2.7Vervaltermijn
Lid 1 Het basisverlof van een kalenderjaar vervalt 6 maanden na de laatste dag van het kalenderjaar waarin het recht is ontstaan, tenzij de ambtenaar niet in staat is geweest om dit verlof op te nemen.
Lid 2 Het basisverlof dat niet als gevolg van het eerste lid vervalt, vervalt na verloop van twee kalenderjaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin het recht is ontstaan.
Lid 3 In gevallen waarin dit artikel niet voorziet stelt het dagelijks bestuur bijzondere regelen vast.
Artikel4.2.8Verlofrecht bij bijzondere omstandigheden
Lid 1 Voor de ambtenaar die wegens oorzaken anders dan die bedoeld in artikel 4.2.1 SAW niet gedurende het volle kalenderjaar, dan wel niet volledig, arbeid verricht, wordt het recht op het basisverlof van het lopende kalenderjaar naar evenredigheid verminderd.
Lid 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien geheel of gedeeltelijk geen arbeid wordt verricht wegens: ziekte; zwangerschaps- en bevallingsverlof; re-integratieactiviteiten volgens artikel 6.2.1 SAW.
Lid 3 In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid en in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, heeft de ambtenaar geen recht op verlof: voor de tijd die hij/zij geheel of gedeeltelijk ziek is en deze ziekte door zijn opzet is ontstaan; voor de tijd die hij/zij geheel of gedeeltelijk ziek is tengevolge van een gebrek waarover hij/zij in het kader van de medische keuring bij aanstelling opzettelijk valse inlichtingen heeft gegeven; voor de tijd die hij/zij door zijn toedoen genezing belemmert of vertraagt; voor de tijd die hij/zij, hoewel hij/zij daartoe in staat is, zonder deugdelijke grond passende arbeid niet verricht; voor de tijd die hij/zij zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door het dagelijks bestuur of door een door hem/haar aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en getroffen maatregelen die er op gericht zijn hem/haar in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid te verrichten.
4.2.9 Verlof en ziekte Lid 1 De ambtenaar kan tijdens ziekte verlof opnemen. Gedurende dit verlof hoeft de ambtenaar geen arbeid of re-integratie activiteiten te verrichten.
Lid 2 Bij de ambtenaar die wegens ziekte gedeeltelijk arbeid verricht, worden bij het opnemen van het verlof de uren voor de gehele geroosterde arbeidsduur in mindering gebracht op het basisverlof.
4.2.10 Ontslag en verlof Voor verlofuren waarop de ambtenaar recht heeft, maar die met ingang van de dag van ontslag nog niet zijn verleend, wordt een vergoeding gegeven. Deze vergoeding wordt berekend met het uurloon volgens artikel 1.2.1 op ontslagdatum van de ambtenaar voor elk niet verleend verlofuur.
4.3 Buitengewoon verlof
Artikel 4.3.1Verlof op feestdagen
Artikel 4.3.2Bijzonder verlof
Artikel 4.3.3Verlof voor vakbondsactiviteiten
Artikel4.3.1Verlof op feestdagen
Voor zover het dienstbelang niet anders vereist, wordt aan de ambtenaar op feestdagen volgens artikel 1.2.1 SAW verlof met behoud van bezoldiging verleend. De openbare dienst van het waterschap is deze dagen gesloten.
Artikel4.3.2Bijzonder verlof
Het dagelijks bestuur kan op verzoek van de ambtenaar bijzonder verlof verlenen.
Het dagelijks bestuur kan voor dit bijzondere verlof nadere voorwaarden stellen en bepalen of dit (gedeeltelijk) met behoud van bezoldiging wordt verleend.
Artikel4.3.3Verlof voor vakbondsactiviteiten
Lid 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
Centrales van overheidspersoneel: de Algemene Centrale van Overheidspersoneel (ACOP); de Christelijke Centrale van Overheids– en Onderwijzend Personeel (CCOOP); de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen (CMHF).
Verenigingen van ambtenaren: de verenigingen van ambtenaren die zijn aangesloten bij de onder a genoemde centrales van overheidspersoneel.
Lid 2 Aan de ambtenaar, benoemd tot bezoldigd bestuurder van een vereniging van ambtenaren, kan het dagelijks bestuur na diens aanvraag verlof buiten genot van bezoldiging verlenen voor de duur van de vervulling van deze functie, evenwel slechts voor ten hoogste twee jaar.
Lid 3 Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt door het dagelijks bestuur buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend aan de ambtenaar: voor het bijwonen van algemene vergaderingen van verenigingen van ambtenaren of, voor zover het algemene verenigingen betreft die ook andere groepen van ambtenaren dan waterschapspersoneel organiseren, voor het bijwonen van algemene vergaderingen van een landelijke groep van waterschapspersoneel, indien de ambtenaar lid van het hoofdbestuur, bestuurslid van een landelijke groep of afgevaardigde van een afdeling is, met dien verstande dat van elke afdeling voor iedere vijftig leden of gedeelte daarvan aan ten hoogste twee afgevaardigden tot een maximum van tien afgevaardigden, verlof wordt verleend; voor het bijwonen van hoofdbestuursvergaderingen indien hij/zij lid is van het hoofdbestuur van bondsraad– of bestuursvergaderingen indien hij/zij lid is van de bonds– of bestuursraad en van groepsraadsvergaderingen indien hij/zij lid is van een landelijke groepsraad; voor het bijwonen van één algemene vergadering van de centrale organisatie waarbij de vereniging van de ambtenaar is aangesloten, indien hij/zij als vertegenwoordiger van zijn/haar vereniging aan die vergadering deelneemt.
Lid 4 Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt door het dagelijks bestuur aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend: om, indien hij/zij daartoe door een centrale van overheidspersoneel als bedoeld in het eerste lid onder a of door een daarbij aangesloten vereniging is aangewezen, bestuurlijke en/of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen of namens die centrale of die daarbij aangesloten vereniging, onderscheidenlijk binnen het waterschapsapparaat, die ertoe strekken de doelstellingen van deze centrale van overheidspersoneel en/of de daarbij aangesloten vereniging te ondersteunen, alles samen voor ten hoogste 187,2 uren per kalenderjaar; voor het – op uitnodiging van een vereniging van ambtenaren – als cursist deelnemen aan een cursus die door of ten behoeve van de leden van die vereniging van ambtenaren wordt gegeven, alles samen voor ten hoogste 43,2 uren per twee kalenderjaren.
Lid 5 Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten en indien de vereniging van ambtenaren als bedoeld in lid 1 onder b bij het betreffende waterschap een verzoek heeft ingediend om een ambtenaar aan te wijzen als vakbondsconsulent, wordt door het dagelijks bestuur buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend: bij een waterschap tot 400 fte aan een of meerdere ambtenaren voor het verrichten van werkzaamheden als vakbondsconsulent voor samen ten hoogste 100 uur per kalenderjaar; bij een waterschap vanaf 400 fte aan een of meerdere ambtenaren voor het verrichten van werkzaamheden als vakbondsconsulent voor samen ten hoogste 200 uur per kalenderjaar.
Elke vereniging van ambtenaren als bedoeld in lid 1 onder b kan in het waterschap één ambtenaar als vakbondsconsulent aanwijzen.
Lid 6 Het buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging van een ambtenaar met een onvolledige werktijd kan ten hoogste een naar evenredigheid van het in lid 4 onder a en b genoemde aantal uren bedragen.
Lid 7 Het verlof volgens de leden 3, 4 en 5 samen kan voor de individuele ambtenaar niet meer bedragen dan ten hoogste 216 uren per kalenderjaar, echter met dien verstande dat ten hoogste 288 uren verlof kan worden verleend aan de ambtenaar die: lid is van het hoofdbestuur van een centrale van overheidspersoneel, genoemd in het eerste lid onder a, nr. 1 of 2 en/of van een vereniging van ambtenaren die rechtstreeks bij die centrale is aangesloten; lid is van het centrale bestuur van de centrale genoemd in het eerste lid onder a, nr. 3 en/of bestuurslid is van een sector of sectie van de centrale.
Voor de ambtenaar met een onvolledige werktijd kan het verlof bedoeld in de leden 3 en 4 samen ten hoogste een naar evenredigheid van de in dit lid genoemde aantallen uren bedragen.
Lid 8 Verlof als bedoeld in de vorige leden kan slechts worden verleend aan de ambtenaar die lid is van een vereniging van ambtenaren volgens lid 1 onder b.
Lid 9 Tenzij andere belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt aan de ambtenaar die door de vereniging van ambtenaren waarvan hij/zij lid is, is aangewezen als lid van de commissie volgens artikel 10.1, lid 1 SAW, buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend voor het bijwonen van de vergadering van die commissie, alsmede voor één voorvergadering per uitgeschreven commissievergadering. Hetgeen ten aanzien van de voorvergadering is bepaald, geldt eveneens voor de ambtenaar die door de vereniging van ambtenaren waarvan hij/zij lid is, is aangewezen als plaatsvervangend lid van de commissie volgens artikel 10.1, lid 1 SAW.
Lid 10 Het dagelijks bestuur kan omtrent het bepaalde in dit artikel nadere regelen stellen, waarbij het te verlenen verlof volgens de leden 3, 4 en 6 op een lager aantal werkdagen kan worden gesteld.
4.4 Verlof in verband met Arbeid en Zorg De Wet arbeid en zorg (Wazo) is van toepassing. De volgende aanvullende bepalingen zijn voor waterschapspersoneel overeengekomen.
Artikel 4.4.1Adoptie en pleegzorg
Artikel 4.4.2Kortdurend zorgverlof
Artikel4.4.1Adoptie en pleegzorg
De ambtenaar heeft het recht op het opnemen van verlof uit zijn/haar verloftegoed om de mogelijkheid te hebben om aanvullend op de aanspraak uit de Wet arbeid en zorg betreffende adoptie en pleegzorg 1 week verlof op te nemen. Dit recht kan niet worden ontzegd op grond van zwaarwegend dienstbelang.
Artikel4.4.2Kortdurend zorgverlof
Gedurende het kortdurend zorgverlof heeft de ambtenaar recht op 75% doorbetaling van zijn/haar bezoldiging vermeerderd met het IKB-collectief over de arbeidsduur waarvoor het kortdurend zorgverlof geldt.
4.5 Overgangsrecht seniorenregeling en levensloopregeling
Artikel 4.5.1Seniorenregeling
Artikel 4.5.2Levensloopregeling
Artikel4.5.1Seniorenregeling
De ambtenaar die op 30 september 2009 deelnam aan de seniorenregeling mag dit blijven doen tot aan de datum waarop hem/haar –al dan niet gedeeltelijk- ontslag wordt verleend. De seniorenregeling is opgenomen in deel 3 SAW.
Artikel4.5.2Levensloopregeling
De ambtenaar die op 31 december 2011 deelnemer aan de levensloopregeling was en een positief saldo van € 3.000,00 op de levenslooprekening of polis had staan, kon deelname aan de levensloopregeling voortzetten. De levensloopregeling is opgenomen in deel 3 SAW.
5 Activerend personeelsbeleid 5.1 Uitgangspunten
Artikel 5.1.1Ambitie
Artikel 5.1.2A&O-fonds Waterschappen
Artikel 5.1.3Strategische personeelsplanning
Artikel 5.1.4Activerend Personeelsbeleid
Artikel 5.1.5Opleidingsplan
Artikel5.1.1Ambitie
Waterschappen zijn kennisintensieve organisaties. Om het werk goed uit te voeren en een goede samenwerkingspartner te zijn, is excellente kennis onder andere op het gebied van watersystemen, waterkeringen en afvalwater nodig. Met strategische personeelsplanning brengen we als organisaties in beeld welke kennis en kunde nodig is, nu en in de toekomst. Waterschappen zijn werkgevers die ambtenaren stimuleren om zich te ontwikkelen en zelf regie te voeren over carrière en werk. Het is belangrijk om zowel fysiek als mentaal vitaal te zijn en daarmee duurzaam inzetbaar. Ambtenaren zijn samen met de leidinggevende verantwoordelijk voor inzetbaarheid en ontwikkeling.
Artikel5.1.2A&O-fonds Waterschappen
Het A&O-fonds heeft als doel het initiëren, stimuleren en bevorderen van (vernieuwende-) activiteiten in de sector Waterschappen op het gebied van arbeidsmarkt en HRM-beleid. Op verzoek van het LAWA voert het fonds activiteiten uit die rechtstreeks verband houden met de SAW, de werkgelegenheid en van een adequate scholing en opleiding voor de ambtenaren.
Het A&O-fonds wordt gefinancierd door middel van een jaarlijkse bijdrage van de waterschappen van 0,12% van de totale loonsom per van het voorgaande jaar van de waterschappen.
Jaarlijks doen de waterschappen aan het A&O-fonds opgaaf van de totale loonsom van het voorgaande jaar. Een kopie van de loonstaat waaruit dit bedrag kan worden afgeleid wordt bijgevoegd.
5.1.3 Strategische personeelsplanning Strategische personeelsplanning is het in kaart brengen van de verschillen tussen de gewenste toekomstige organisatie en het huidige personeelsbestand. Daarmee is het één van de belangrijkste instrumenten om de continuïteit van de organisatie met goed gekwalificeerde ambtenaren te waarborgen. In ieder waterschap is strategische personeelsplanning een jaarlijks onderwerp van gesprek tussen het dagelijks bestuur en de medezeggenschap.
Artikel5.1.4Activerend Personeelsbeleid
Het dagelijks bestuur en de ambtenaar zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor duurzame inzetbaarheid en –loopbaanontwikkeling. Het dagelijks bestuur zorgt voor een activerend personeelsbeleid in het waterschap en faciliteert de ambtenaar door inzicht te verschaffen in de toekomstige personeelsbehoefte vastgesteld op basis van strategische personeelsplanning, zodat deze zijn/haar verantwoordelijkheid kan nemen voor de eigen inzetbaarheid en loopbaanontwikkeling. Dit vraagt van partijen een actieve rol.
Het dagelijks bestuur en de ambtenaar maken afspraken gericht op optimale inzetbaarheid van de ambtenaar, die dan in staat is werk en inkomen te krijgen en te behouden.
Artikel5.1.5Opleidingsplan
Het dagelijks bestuur stelt een opleidingsplan vast voor organisatie brede opleidingen ter hoogte van een bedrag dat minimaal gelijk is aan 1% van de loonsom.
Het opleidingsplan wordt met de OR besproken.
5.2 Gesprekscyclus
Artikel 5.2.1Gesprekscyclus
Artikel 5.2.2Planningsgesprek
Artikel 5.2.3Voortgangsgesprek
Artikel 5.2.4Evaluatie- en beoordelingsgesprek
Artikel5.2.1Gesprekscyclus
Lid 1 De gesprekscyclus bestaat in beginsel uit drie gesprekken per jaar tussen het dagelijks bestuur en de ambtenaar. In deze gesprekken komen planning, voortgang en evaluatie en beoordeling aan de orde. In overleg tussen dagelijks bestuur en ambtenaar kan bepaald worden dat het moment van evaluatie en beoordeling samenvalt met het moment waarop planningsafspraken worden gemaakt.
Lid 2 Binnen de gesprekscyclus komen ontwikkeling, loopbaan, mobiliteit, vitaliteit, opleiding, Arbeidsomstandigheden, integriteit en Tijd- en PlaatsOnafhankelijk Werken aan de orde.
Lid 3 De gesprekken in de cyclus kunnen uitgebreid worden met gesprekken over een Persoonlijk OntwikkelingsPlan, vitaliteit, de loopbaan, de tweede loopbaan of de afronding van de loopbaan.
Artikel5.2.2Planningsgesprek
Lid 1 Het dagelijks bestuur en ambtenaar maken ieder jaar, na gezamenlijk overleg, vóór 31 maart concrete planningsafspraken.
Lid 2 Het dagelijks bestuur en de ambtenaar brengen hun opvattingen over de te maken planningsafspraken vooraf en in het gesprek in.
Lid 3 Het dagelijks bestuur en de ambtenaar kunnen afspreken dat andere personen aanwezig zijn bij het planningsgesprek.
Lid 4 In het planningsgesprek worden concrete afspraken gemaakt over de te behalen resultaten en over talent- en competentieontwikkeling. Afspraken over (te ontwikkelen) competenties worden pas gemaakt nadat de organisatie een competentiewoordenboek/systeem heeft vastgesteld waarover overeenstemming is bereikt met de Ondernemingsraad. Tevens komen de wensen, ambities, vitaliteit, loopbaan en ontwikkelmogelijkheden van de ambtenaar aan de orde en hierover worden concrete afspraken gemaakt.
Lid 5 De planningsafspraken worden schriftelijk vastgelegd. Het dagelijks bestuur en de ambtenaar tekenen de gemaakte afspraken.
Lid 6 Als het dagelijks bestuur en de ambtenaar het niet eens worden over de te maken planningsafspraken beslist het dagelijks bestuur. De ambtenaar kan schriftelijk zijn zienswijze kenbaar maken en tekent daarna de afspraken voor gezien.
Artikel5.2.3Voortgangsgesprek
Lid 1 Het dagelijks bestuur en de ambtenaar bespreken halverwege het jaar tenminste eenmaal de voortgang van de gemaakte afspraken. Hierbij kan onder meer aandacht worden besteed aan de wijze waarop de werkzaamheden worden verricht, de randvoorwaarden om de resultaten te bereiken, de arbeidsomstandigheden en de wijze van leidinggeven. Ook de afspraken gemaakt in het kader van Persoonlijk Ontwikkelingsperspectief, loopbaan of vitaliteit worden besproken.
Lid 2 Het dagelijks bestuur en de ambtenaar kunnen afspreken dat andere personen bij het voortgangsgesprek aanwezig zijn.
Lid 3 Het voortgangsgesprek heeft tot doel de realisering van de vastgelegde planningsafspraken te volgen en te ondersteunen. Zo nodig worden de afspraken nader ingevuld, aangevuld dan wel bijgesteld. Afspraken over nadere invulling, aanvulling of bijstelling worden schriftelijk vastgelegd.
Lid 4 Als het dagelijks bestuur en de ambtenaar het niet eens worden over de te maken afspraken beslist het dagelijks bestuur. De ambtenaar kan schriftelijk zijn zienswijze kenbaar maken en tekent daarna de afspraken voor gezien.
Artikel5.2.4Evaluatie- en beoordelingsgesprek
Vóór 1 december van ieder jaar hebben het dagelijks bestuur en ambtenaar een evaluatieen beoordelingsgesprek. Zo nodig vinden extra gesprekken plaats.
Lid 1 Minimaal één week voordat het evaluatie- en beoordelingsgesprek zal plaatsvinden, ontvangt de ambtenaar de concept evaluatie en beoordeling.
Lid 2 De ambtenaar wordt uitgenodigd zijn/haar opvattingen over de concept evaluatie- en beoordeling voor het evaluatie- en beoordelingsgesprek in te brengen.
Lid 3 In het evaluatie- en beoordelingsgesprek evalueren het dagelijks bestuur en de ambtenaar de realisatie van de gemaakte afspraken uit het plannings- en voortgangsgesprek.
Lid 4 Het dagelijks bestuur kent een eindoordeel A, B, C, D, of E toe aan het totale functioneren van de ambtenaar.
A Uitstekend:De ambtenaar voldoet beduidend beter dan de norm (C=Goed). De ambtenaar realiseert veel meer dan in de functie en/of op basis van resultaatafspraken en/of competenties verwacht mag worden. Realiseert dit op een beduidend hoger niveau dan het normniveau.
B Zeer goed: De ambtenaar voldoet beter dan de norm (C=Goed). De ambtenaar realiseert meer dan in de functie en/of op basis van de resultaatafspraken en/of competenties verwacht mag worden. Realiseert dit op een hoger niveau dan het normniveau.
C Goed:De ambtenaar voldoet aan de norm. De ambtenaar realiseert wat in de functie en/of resultaatafspraken en/of competenties verwacht mag worden op het gewenste niveau.
D Nog te ontwikkelen ten opzichte van score C (Goed): De ambtenaar voldoet op een aantal punten (nog) niet aan de norm (C = Goed). Er is ruimte voor ontwikkeling in de realisatie van datgene wat in de functie en of op basis van de resultaatafspraken en/of competenties verwacht mag worden.
E Onvoldoende: Het functioneren op basis van de (functie)eisen en/of resultaatafspraken en/of competenties dient op een groot aantal punten een drastische verbetering.De ambtenaar voldoet niet aan de norm en kan niet realiseren wat in de functie en/of op basis van de resultaatafspraken verwacht mag worden op het gewenste niveau.
Lid 5 Deze score wordt vastgelegd in een evaluatie- en beoordelingsformulier. Een beslissing tot toekenning van een eindoordeel wordt de ambtenaar uiterlijk voor 31 december, schriftelijk, dan wel digitaal meegedeeld.
Lid 6 Het dagelijks bestuur en de ambtenaar kunnen afspreken dat andere personen bij het evaluatie- en beoordelingsgesprek aanwezig zijn.
Lid 7 Het dagelijks bestuur kan voor het opmaken van de evaluatie- en beoordeling inlichtingen bij derden inwinnen. Ook de ambtenaar kan aan het dagelijks bestuur vragen om informatie bij derden in te winnen. Het dagelijks bestuur deelt de ambtenaar mee welke informatie hij/zij van deze derden heeft ontvangen.
Lid 8 Indien de ambtenaar weigert deel te nemen aan het evaluatie- en beoordelingsgesprek of de ambtenaar niet kan deelnemen, terwijl uitstel naar het oordeel van het dagelijks bestuur niet verantwoord is, kan het dagelijks bestuur besluiten de evaluatie- en beoordeling, inclusief eindoordeel buiten aanwezigheid van de ambtenaar uit te brengen. Het dagelijks bestuur stelt de ambtenaar hiervan tijdig schriftelijk en gemotiveerd in kennis.
Lid 9 Het dagelijks bestuur ondertekent het evaluatie- en beoordelingsformulier, inclusief eindoordeel voor akkoord. De ambtenaar ondertekent het evaluatie- en beoordelingsformulier, inclusief eindoordeel voor gezien. Indien de ambtenaar het niet eens is met de evaluatie- en beoordeling, inclusief eindoordeel kan hij/zij binnen twee weken de geschilpunten op het evaluatie- en beoordelingsformulier vermelden.
Lid 10 Indien de ambtenaar niet binnen twee weken zijn/haar geschilpunten kenbaar heeft gemaakt wordt de evaluatie- en beoordeling, inclusief eindoordeel, door het dagelijks bestuur vastgesteld.
Lid 11 De ambtenaar die zijn/haar geschilpunten volgens lid 10 kenbaar heeft gemaakt wordt binnen twee weken nadat hij/zij dit heeft gedaan in de gelegenheid gesteld deze bezwaren mondeling toe te lichten bij het dagelijks bestuur.
Lid 12 Het dagelijks bestuur wijzigt de evaluatie- en beoordeling, inclusief eindoordeel, voor zover hij/zij de bezwaren van de functionaris deelt. Wanneer hij/zij geheel aan de bezwaren tegemoet komt, stelt hij/zij de evaluatie- en beoordeling, inclusief eindoordeel vast. Indien het dagelijks bestuur de bezwaren niet deelt wordt de evaluatie- en beoordeling, inclusief eindoordeel uiterlijk na 6 weken nadat deze is uitgebracht vastgesteld door het dagelijks bestuur.
5.3 Opleiding, ontwikkeling, loopbaan en vitaliteit Dagelijks bestuur en ambtenaar beschikken over de volgende instrumenten:
Artikel 5.3.1Persoonsgebonden basis budget
Artikel 5.3.2Persoonlijk OntwikkelingsPlan
Artikel 5.3.3Individuele loopbaanscan
Artikel 5.3.4Algemene instrumenten loopbaan en ontwikkeling
Artikel5.3.1Persoonsgebonden basis budget
Lid 1 Het persoonsgebonden basis budget (PBB) bedraagt ten minste € 5.000,00. Het PBB kan in een periode van 5 jaar ingezet worden voor de eigen opleiding, ontwikkeling, loopbaan en vitaliteit. Het PBB heeft tot doel dat de ambtenaar inzetbaar is en blijft en om zicht te krijgen op de eigen kwaliteiten, ontwikkeling, ambities, mogelijkheden etc.
Lid 2 Het dagelijks bestuur en de ambtenaar maken afspraken over de inzet van het PBB, waarbij duurzame inzetbaarheid centraal staat. Dit betreft zowel inzet van het PBB voor de huidige functie als voor andere werkzaamheden.
Artikel5.3.2Persoonlijk OntwikkelingsPlan
Dagelijks bestuur en ambtenaar kunnen in overleg vaststellen dat er in aanvulling op de afspraken uit de reguliere gesprekscyclus, behoefte is aan een gesprek over opleiding, ontwikkeling, carrière en mobiliteit. Het gesprek en de afspraken, inclusief de inzet van het PBB, het Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP), worden vastgelegd in het personeelsdossier.
Artikel5.3.3Individuele loopbaanscan
Lid 1 De ambtenaar kan een individuele loopbaanscan (www.aenowaterschappen.nl) gebruiken om zich te oriënteren op zijn/haar inzetbaarheid.
Lid 2 De individuele loopbaanscan kan leiden tot maatregelen en afspraken over de inzet van het PBB om de employability van de ambtenaar te verbeteren.
Lid 3 De afspraken over in het vorige lid bedoelde maatregelen worden opgenomen in het POP, waarbij het dagelijks bestuur en de ambtenaar wederzijds zijn verplicht om zich maximaal in te spannen om uitvoering te geven aan het POP.
Artikel5.3.4Algemene instrumenten loopbaan en ontwikkeling
De ambtenaar kan, in overleg met het dagelijks bestuur, binnen de in dit hoofdstuk genoemde gesprekken, het PBB voor een diversiteit aan instrumenten inzetten. Gedacht kan worden aan: loopbaanadvies; coachen; mentor; assessment; psychologisch onderzoek; opleidingen;
Eerder Verworven Competenties (EVC) meting bij een erkende EVC aanbieder; cursussen en trainingen; loopbaanscan;
5.4 Duurzame inzetbaarheid
Artikel 5.4.1Arbowet
Artikel 5.4.2Duurzame inzetbaarheid
Artikel 5.4.3Individueel KeuzeBudget
Artikel 5.4.4Vitaliteitgesprek
Artikel 5.4.5Individuele vitaliteitscan
Artikel 5.4.6Afronding loopbaan voor het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd
Artikel 5.4.7Algemene instrumenten vitaliteit
Artikel 5.4.8Preventief medisch onderzoek
Belastend werk Inzetbaarheid staat centraal, uitstroom via de WIA is niet wenselijk. Uitgangspunt is dan ook dat belastend werk niet een leven lang uitgevoerd wordt. Tijdig moet een tweede loopbaan voorbereid worden. Met de afspraken in dit deel wordt een beleid in gang gezet om verminderde inzetbaarheid te voorkomen en doorstroming te bevorderen.
Artikel 5.4.9Vaststellen belastend werk
Artikel 5.4.10Belastend werk en vitaliteitsscan
Artikel 5.4.11Loopbaangesprek
Artikel 5.4.12Tweede loopbaan
Artikel 5.4.13Korting arbeidsduur op medische indicatie
Artikel5.4.1Arbowet
Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het naleven van de Arbowet en voert daartoe een beleid om de arbeidsomstandigheden zo goed mogelijk in te richten.
Het dagelijks bestuur zet hier de volgende drie instrumenten voor in:
De risico inventarisatie en evaluatie (RIE) Een plan van aanpak Preventiemedewerker Doel van de RIE is inzicht krijgen in de arbeidsomstandigheden, waarbij het terug dringen van de risico’s centraal staat. Het dagelijks bestuur investeert in het terug dringen van de belastende werkzaamheden op organisatieniveau middels een plan van aanpak.
Artikel5.4.2Duurzame inzetbaarheid
De ambtenaar is mee verantwoordelijk voor de eigen inzetbaarheid en vitaliteit en kan daarbij de volgende door het dagelijks bestuur beschikbare gestelde instrumenten, waaronder het persoonsgebonden basis budget (PBB) inzetten.
Artikel5.4.3Individueel KeuzeBudget
Het Individueel KeuzeBudget geeft de ambtenaar de mogelijkheid keuzes te maken die aansluiten bij de behoeften en de levensfase waarin de ambtenaar zich bevindt om zodoende zijn/haar vitaliteit te bevorderen.
Artikel5.4.4Vitaliteitgesprek
Dagelijks bestuur en ambtenaar kunnen in overleg vaststellen dat er in aanvulling op de afspraken uit de reguliere gesprekscyclus, behoefte is aan een vitaliteitgesprek over mobiliteit, tweede loopbaan, gezondheid, vitaliteit en welzijn. De afspraken en inzet van instrumenten en het PBB worden vastgelegd in het personeelsdossier.
Artikel5.4.5Individuele vitaliteitscan
Lid 1 De ambtenaar kan de individuele vitaliteitscan ‘vitaal in je werk’ (www.aenowaterschappen.nl) gebruiken om te onderzoeken hoe het met de eigen vitaliteit en gezondheid is gesteld.
Lid 2 De scan ‘vitaal in je werk’ geeft inzicht in de factoren die de vitaliteit, de werkbeleving en de omgevingsfactoren kunnen beïnvloeden. De scan kan leiden tot afspraken over het PBB en de inzet van instrumenten om de vitaliteit van de ambtenaar te verbeteren.
Lid 3 De afspraken zijn onderdeel van het vitaliteitgesprek, waarbij het dagelijks bestuur en de ambtenaar zich wederzijds verplichten om zich maximaal in te spannen om uitvoering te geven aan de gemaakte afspraken.
Artikel5.4.6Afronding loopbaan voor het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd
Lid 1 Het dagelijks bestuur en de ambtenaar kunnen in overleg vaststellen dat er in aanvulling op de afspraken uit de reguliere gesprekscyclus, behoefte is aan een gesprek met de leidinggevende over de afronding van zijn/haar loopbaan. Het gesprek en de afspraken worden vastgelegd in het personeelsdossier.
Lid 2 Drie jaar voor het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd wordt standaard een gesprek gevoerd met de ambtenaar over de afronding van de loopbaan.
Lid 3 Dagelijks bestuur en ambtenaar bespreken wensen als coachen, kennis overdracht, flexibele pensionering, deeltijdpensioen of op basis van artikel 8.4 SAW de wens tot werken na de AOW gerechtigde leeftijd.