Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Deegwarenbesluit (Warenwet)

Waar gaat deze regeling over?

Het Deegwarenbesluit (Koninklijk Besluit van 20 juni 1924) past de artikelen 14 en 15 van de Warenwet (Stb. 1919, n°. 581) toe. Het bepaalt welke waren de namen deegwaar, macaroni, vermicelli, noedels of spaghetti mogen en moeten dragen, aan welke samenstellings- en kwaliteitseisen zij voldoen, en hoe zij mogen worden aangeduid en verpakt.

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Overige wetgeving
Artikelen
26
Bron
wetten.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Belangrijkste punten

  • Naam en samenstelling (artikel 7bis, lid 1): uitsluitend en verplicht met deegwaar, macaroni, vermicelli, noedels of spaghetti mogen worden aangeduid: waren verkregen door drogen van ongegist deeg uit tarwegries, tarwemeel en/of tarwebloem en water. Verwerkt mogen zijn kippen-, eenden- en ganzeneieren of bestanddelen daarvan, andere eetwaren, krachtens het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven toegelaten additieven, en keukenzout.
  • Toegevoegde eetwaren en durumtarwe (artikel 7bis, leden 2-3): zijn andere eetwaren toegevoegd, dan moet de naam van die eetwaar direct vóór of na de aanduiding staan. Is de deegwaar uitsluitend uit gries van harde tarwe (triticum durum) bereid, dan mag dit met betrekking tot aard en kwaliteit worden vermeld.
  • Kwaliteitseisen (artikel 7bis, lid 4): de waren moeten in water opzwellen zonder uiteen te vallen; insecten of delen daarvan, schimmels en pathogene kiemen mogen niet aanwezig zijn; het gehalte aan in verdund zoutzuur onoplosbare as moet minder dan 0,1% van de droge stof bedragen; het keukenzoutgehalte ten hoogste 1,5% van de droge stof; andere dan de genoemde bestanddelen mogen niet aanwezig zijn.
  • Aanduiding "met eieren" (artikel 9): die aanduiding, of elke andere die verwerking van eieren kan doen veronderstellen, mag alleen worden gebruikt indien de waar per kilogram ten minste 50 gram eierdooier bevat, of het dienovereenkomstige gewicht aan geheel ei, eipoeder of eierdooierpoeder.
  • Vervangende waren, verpakking en etikettering (artikelen 10, 11, 18a): waren die op deze producten lijken en deze zouden kunnen vervangen mogen slechts met Koninklijke toestemming of onder gestelde voorwaarden namen dragen waaruit aard en samenstelling niet voldoende blijken. Het doorschijnende deel van de verpakking mag niet gekleurd zijn. In winkels, op markten en andere voor publiek toegankelijke verkoopplaatsen (behalve graanbeurzen) moeten onverpakte waren van de voorgeschreven naamsaanduiding zijn voorzien. Een waar die als zodanig is aangeduid of kennelijk voorhanden is, moet aan de regels van dit besluit voldoen.
  • Onderzoek (artikel 20): voor de beoordeling of aan de eisen is voldaan, moeten de onderzoeksmethoden uit de bij het besluit gevoegde bijlage worden gebruikt, voor zover die toereikend zijn.

Voor wie geldt dit

Voor fabrikanten, verpakkers, importeurs en verkopers van deegwaren (macaroni, vermicelli, noedels, spaghetti) en van daarop gelijkende vervangende producten, alsmede voor de met keuring belaste instanties. De Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid was met de uitvoering belast.

Overige wetgeving

8

Overige wetgeving

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (26)
  1. Artikel 1 Vervallen
  2. Artikel 2 Vervallen
  3. Artikel 3 Vervallen
  4. Artikel 4 Vervallen
  5. Artikel 5 Vervallen
  6. Artikel 6 Vervallen
  7. Artikel 7 Vervallen
  8. Artikel 7bis 1
  9. Artikel 8 Vervallen
  10. Artikel 9
  11. Artikel 10
  12. Artikel 11 1
  13. Artikel 11bis Vervallen
  14. Artikel 12 Vervallen
  15. Artikel 12bis Vervallen
  16. Artikel 13 Vervallen
  17. Artikel 14 Vervallen
  18. Artikel 15 Vervallen
  19. Artikel 16 Vervallen
  20. Artikel 16a Vervallen
  21. Artikel 17 Vervallen
  22. Artikel 18 Vervallen
  23. Artikel 18a
  24. Artikel 19 Vervallen
  25. Artikel 20
  26. Artikel 21

BWBR0001919_1998-04-01_0 Besluit van 20 juni 1924, tot toepassing van de artikelen 14 en 15 der Warenwet (Staatsblad 1919 n°. 581) op meel Deegwarenbesluit (Warenwet) Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onzen Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid van 22 April 1924, n°. 118 D, afdeeling Volksgezondheid;

Gelet op de artikelen 14 en 15 der Warenwet (Staatsblad 1919, n°. 581);

Den Raad van State gehoord (advies van 10 Juli 1924, n°. 27);

Gelet op het nader rapport van Onzen Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid van 18 Juni 1924, n°. 369 D, afdeeling Volksgezondheid;

Hebben goedgevonden en verstaan te bepalen:

Artikel 1Vervallen

Artikel 2Vervallen

Artikel 3Vervallen

Artikel 4Vervallen

Artikel 5Vervallen

Artikel 6Vervallen

Artikel 7Vervallen

Artikel 7bis1

Aangeduid mogen uitsluitend en moeten worden met de namen deegwaar, macaroni, vermicelli, noedels of spaghetti de waren, verkregen door drogen van ongegist deeg, bereid uit tarwegries, tarwemeel en/of tarwebloem en water, waarin kunnen zijn verwerkt kippen-, eenden-, en ganzeneieren of bestanddelen daarvan, andere eetwaren, levensmiddelenadditieven welke terzake zijn toegelaten krachtens het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven onder de daarbij vermelde voorwaarden, en keukenzout.

2 Indien aan in het eerste lid bedoelde waren een of meer andere eetwaren zijn toegevoegd, moet een aanduiding als bedoeld in het eerste lid onmiddellijk worden voorafgegaan of onmiddellijk worden gevolgd door de naam of namen van de toegevoegde eetwaar of eetwaren.

3 Indien de in het eerste lid bedoelde deegwaar uitsluitend uit gries van harde tarwe (triticum durum) is bereid, mogen de in het eerste lid bedoelde waren zijn voorzien van een aanduiding met betrekking tot de aard en de kwaliteit van deze grondstof.

4 De in het eerste lid bedoelde waren moeten voldoen aan de volgende eisen: a. zij moeten in water opzwellen zonder uiteen te vallen; b. insecten of delen daarvan mogen niet aanwezig zijn; c. schimmels mogen niet aanwezig zijn; d. pathogene kiemen mogen niet aanwezig zijn; e. het gehalte aan in verdund zoutzuur onoplosbare as moet minder zijn dan 0,1% van de droge stof; f. het gehalte aan keukenzout mag ten hoogste 1,5% van de droge stof bedragen; g. andere dan de in het eerste lid genoemde bestanddelen mogen niet aanwezig zijn.

Artikel 8Vervallen

Artikel 9

De aanduiding "met eieren" of enige andere aanduiding, welke verwerking van eieren kan doen veronderstellen, mag voor de in dit besluit bedoelde waren slechts worden gebezigd, indien de waar per kg ten minste 50 gram eierdooier of het dienovereenkomstige gewicht aan geheel ei, eipoeder of eierdooierpoeder bevat.

Artikel 10

Waren, die in eigenschappen of uiterlijk voorkomen gelijken op een der waren in de vorige artikelen bedoeld en ten doel zouden kunnen hebben deze te vervangen, mogen niet dan met Onze toestemming of onder door Ons te stellen voorwaarden worden aangeduid met namen, waaruit de aard en de samenstelling niet of niet voldoende blijken.

Artikel 111

Vervallen.

2 Vervallen.

3 Het doorschijnende deel van de verpakking waarin zich waren, bedoeld in artikel 7bis, eerste lid, bevinden, mag niet gekleurd zijn.

4 In een winkel, op een markt of in enig andere voor het publiek toegankelijke verkoopplaats, met uitzondering van graanbeurzen, moeten de in dit besluit bedoelde waren, voorzover niet aanwezig in een verpakking, bestemd of geschikt om met de inhoud aan de verbruiker te worden afgeleverd, zijn voorzien van een aanduiding, aangevende de naam, welke in artikel 7bis, eerste en tweede lid, van dit besluit voor de betrokken waar is vastgesteld, onderscheidenlijk de in artikel 10 bedoelde aanduidingen.

Artikel 11bisVervallen

Artikel 12Vervallen

Artikel 12bisVervallen

Artikel 13Vervallen

Artikel 14Vervallen

Artikel 15Vervallen

Artikel 16Vervallen

Artikel 16aVervallen

Artikel 17Vervallen

Artikel 18Vervallen

Artikel 18a

De waar, die door een opschrift of op enige andere wijze is aangeduid of kennelijk voorhanden is als een der waren in dit besluit bedoeld moet voldoen aan de regelen voor de desbetreffende waar bij dit besluit vastgesteld.

Artikel 19Vervallen

Artikel 20

Voor de beoordeeling of de waren, in dit besluit genoemd, voldoen aan de daarin gestelde eischen, moet gebruik worden gemaakt van de onderzoekingsmethoden, aangegeven in den bij dit besluit gevoegde bijlage, voorzoover deze daarvoor toereikend zijn.

Artikel 21

Dit besluit treedt in werking zes maanden na den dag der dagteekening van het Staatsblad, waarin het is geplaatst, met uitzondering van het in artikel 18 gestelde verbod van toevoeging van kleurstoffen van macaroni en vermicelli, dat van kracht wordt één jaar na genoemde dagteekening. Dit besluit kan worden aangehaald als Deegwarenbesluit (Warenwet).

Onze Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en in afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State.

Het Loo den 20sten Juni 1924 WILHELMINA.

De Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid, AALBERSE. den zeventienden Juli 1924.

De Minister van Justitie, HEEMSKERK.

Bijlage Methoden van onderzoek behorende bij het Deegwarenbesluit (Warenwet) A 1. Vervallen.

2.As a.

Bepaling van het asgehalte.

Ongeveer 5 g der tot poeder gebrachte waar worden na met water tot een papje te zijn aangeroerd, met 1 cm3 zwavelzuur bedeeld en, nadat de overmaat zuur door matige verhitting is verwijderd, gegloeid. Na bekoeling wordt de as met enkele druppels zwavelzuur bevochtigd en daarna opnieuw gegloeid. Gedurende het gloeien worden enkele stukken ammoniumcarbonaat in de schaal gebracht; daarna wordt afgekoeld en gewogen.

Het asgehalte wordt berekend door de gevonden sulfaatas met 8/9 te vermenigvuldigen. b.

Bepaling van het keukenzoutvrije asgehalte.

Ongeveer 5 g der tot poeder gebrachte waar worden in een platinaschaal doortrokken met 10 cm3 ener normaal natriumcarbonaatoplossing; de massa wordt daarna gedroogd en verast. De as wordt opgenomen in warm water, met salpeterzuur (s.g. 1,25) aangezuurd en de oplossing gefiltreerd. In het filtraat wordt het chloor volgens de methode-Volhard bepaald.

Het keukenzoutvrije asgehalte wordt berekend uit 8/9 maal het verschil van het sulfaat-asgehalte volgens a gevonden en het op Na2SO4 omgerekende keukenzoutgehalte, volgens b bepaald.

3.Vervallen.
4.Vervallen.
5.Vervallen.
6.Schimmelproef 1,5 à 2 g van de te onderzoeken waar worden in een goed sluitende gesteriliseerde cultuurschaal van ongeveer 10 cm diameter met ongeveer 3 cm3 steriel water tot een papje geroerd en gelijkmatig over de bodem der schaal verdeeld. De schaal wordt daarna omgekeerd in een broedstoof van 35-37°C geplaatst. Na 24 uren wordt de schimmelgroei beoordeeld. De schimmelproef behoort te worden ingesteld vóór alle andere bepalingen.
7.Vervallen.
8.Eieren, spinsels, larven, poppen of volwassen individuen van insekten of andere dieren Van de tot poeder gebrachte waar wordt een niet te kleine hoeveelheid, bijv. 25-50 g, tussen 2 glazen platen tot een laagje van -½ cm dikte vlak gedrukt. Na 24 uren wordt de oppervlakte onder het glas aan beide zijden op mijten of mijtengangen met de loep afgezocht.

Spinsels, larven, poppen of volwassen individuen van insekten of andere dieren worden het eenvoudigst door ziften opgespoord, eieren door microscopisch onderzoek.

9.Vervallen.
10.Kleurstoffen Men gaat na in welke vloeistof de kleurstof der waar, met uitzondering van vermicelli, oplosbaar is, dampt de oplossing uit en onderzoekt de kleurstoffen, zoals in de bijlage behorende bij het Jam- en limonadebesluit is aangegeven.

10a. Kleurstof in vermicelli Het onderzoek wordt verricht volgens de methoden van onderzoek, behorende bij het Kleurstoffenbesluit (Warenwet).

11.Eibestanddelen a.

Kwalitatief onderzoek.

Bij 15 g der tot poeder gebrachte waar worden in een kolf 30 cm3 aether gevoegd. Men laat enige uren staan, waarbij zo nu en dan wordt omgeschud. Daarna wordt de oplossing afgefiltreerd en deze bewerking nog eens herhaald met 30 cm 3 aether. De aetheroplossingen worden vervolgens afgedestilleerd en het residu met 2 cm3 alcoholische kali verzeept. De zeep wordt in 5 cm3 water opgelost. Uit de waterige zeepoplossing wordt de cholesterine met aether uitgeschud en de aether verdampt. De helft van het verkregen residu wordt uit alcohol omgekristalliseerd en microscopisch op cholesterine onderzocht. De rest van het residu wordt opgelost in 3 cm3 chloroform. Daarna worden 3 cm3 sterk zwavelzuur toegevoegd. Men laat nu 3 uur staan. Bij afwezigheid van cholesterine wordt de chloroformlaag ten hoogste zwak roze gekleurd, bij aanwezigheid sterk rood en fluoresceert de zwavelzuurlaag groen-geel.

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.