Gezag en omgangsregeling na een scheiding: zo regelt u het
Na een scheiding blijven ouders die samen het gezag hadden, dat in de regel samen houden (art. 1:251 lid 2 BW). Het kind heeft recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders (art. 1:247 lid 4 BW), en iedere ouder moet de band van het kind met de andere ouder bevorderen (art. 1:247 lid 3 BW). Wat er concreet verandert, is de verdeling van de zorg: bij wie het kind woont, wanneer het bij de andere ouder is, hoe u elkaar informeert en wie welke kosten draagt.
Die afspraken legt u vast in een ouderschapsplan. Gehuwde ouders moeten het bij het echtscheidingsverzoek indienen (art. 815 Rv); ongehuwde ouders met gezamenlijk gezag die uit elkaar gaan, moeten er ook een opstellen (art. 1:247a BW). Lukt dat niet, dan beslist de rechter over de zorgregeling, de hoofdverblijfplaats, de omgang en, in uitzonderlijke gevallen, over eenhoofdig gezag.
Deze handleiding is voor gescheiden of gaande ouders, gehuwd of niet, die willen weten wat zij zelf kunnen regelen en wat de rechter beslist: het ouderschapsplan, geschillen over verhuizing of school, de omgangsregeling, het horen van kinderen en het wijzigen van een bestaande regeling. Kinderalimentatie behandelen we in een aparte handleiding.
Kernpunten
Termijn
Een ouderschapsplan moet al bij het indienen van het echtscheidingsverzoek worden meegestuurd (art. 815 lid 2 Rv). Kinderen van twaalf jaar en ouder worden door de rechter in de gelegenheid gesteld hun mening te geven (art. 809 Rv). Tegen een beschikking van de rechtbank staat binnen drie maanden hoger beroep open bij het gerechtshof. Een beslissing waarbij omgang is ontzegd, kan in de regel pas een jaar na het onherroepelijk worden ervan opnieuw worden voorgelegd (art. 1:377e lid 2 BW).
Wat te doen
Ga na wie het gezag heeft. Gehuwde ouders hebben van rechtswege samen het gezag (art. 1:251 lid 1 BW) en houden dat na de scheiding (art. 1:251 lid 2 BW). Bij ongehuwde ouders hangt het af van het moment van erkenning: voor kinderen die vanaf 1 januari 2023 zijn erkend, hebben de moeder en de erkenner in de regel van rechtswege gezamenlijk gezag (art. 1:251b BW); bij eerder erkende kinderen alleen als het gezamenlijk gezag in het gezagsregister is aangetekend (art. 1:252 BW).
Vraag bij twijfel een gratis uittreksel uit het gezagsregister op via rechtspraak.nl. Het verschil is belangrijk: een ouder zonder gezag heeft wel recht op omgang en informatie (art. 1:377a en 1:377b BW), maar beslist niet mee over school, medische behandeling of verhuizing.
Stel samen een ouderschapsplan op. Het plan bevat ten minste afspraken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of de omgang, over de manier waarop u elkaar informeert en raadpleegt over belangrijke zaken, en over de kosten van verzorging en opvoeding (art. 815 lid 3 Rv). Werk het concreet uit: een weekschema, vakanties en feestdagen, overdrachtsmomenten, school en zorgverzekering, communicatie (bijvoorbeeld een gedeelde agenda) en hoe u omgaat met een verhuizing.
Betrek de kinderen bij het plan, passend bij hun leeftijd, en vermeld hoe u dat hebt gedaan. Ouders kunnen in het plan rekening houden met praktische belemmeringen, zoals werktijden of afstand (art. 1:247 lid 5 BW). Lukt het niet samen, vraag dan een mediator of het Juridisch Loket om hulp; bij een laag inkomen is een toevoeging mogelijk.
Dien het plan in bij de rechtbank. Bij een echtscheiding stuurt uw advocaat het ondertekende ouderschapsplan mee met het verzoekschrift (art. 815 lid 2 Rv). Ontbreekt het, dan moet het verzoek vermelden waarom het redelijkerwijs niet kon worden opgesteld; de rechter kan partijen dan naar een mediator verwijzen (art. 818 lid 2 Rv). De rechter neemt het plan in de regel op in de echtscheidingsbeschikking, waardoor het een rechterlijke beslissing wordt die u kunt afdwingen.
Ongehuwde ouders hoeven niet naar de rechter, maar moeten wel een ouderschapsplan maken (art. 1:247a BW). Wilt u dat de afspraken afdwingbaar zijn, dan kunt u de rechtbank vragen een zorgregeling vast te stellen (art. 1:253a lid 2 BW). Een verzoekschrift aan de rechtbank gaat via een advocaat; u betaalt griffierecht volgens het tarief op rechtspraak.nl.
Laat geschillen over gezamenlijk gezag door de rechter beslechten. Zijn ouders met gezamenlijk gezag het oneens over een concrete beslissing, zoals een verhuizing met het kind, de schoolkeuze, een medische behandeling of een paspoort, dan kan ieder van hen de rechtbank vragen te beslissen (art. 1:253a lid 1 BW). De rechter neemt de beslissing die in het belang van het kind wenselijk is.
Bij een voorgenomen verhuizing weegt de rechter onder meer de noodzaak, de voorbereiding, de alternatieven, de gevolgen voor het contact met de andere ouder en de reisafstand. Hij beslist op basis van de omstandigheden ten tijde van zijn uitspraak (HR 2025). Verhuist een ouder zonder toestemming, dan kan de rechter een terugverhuisgebod geven. Wacht daarom met verhuizen tot er toestemming of een beslissing is.
Vraag alleen eenhoofdig gezag als het echt niet anders kan. De rechter kan na een scheiding bepalen dat het gezag aan één ouder toekomt, maar alleen als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders en geen verbetering te verwachten is, of als wijziging anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is (art. 1:251a lid 1 BW). Ruzie of slechte communicatie alleen is daarvoor niet genoeg.
Gezamenlijk gezag is het uitgangspunt; ook als aan het klemcriterium is voldaan, heeft de rechter nog ruimte om het gezamenlijk gezag te laten bestaan (HR 2020). Onderbouw een verzoek met feiten: een verslag van de Raad voor de Kinderbescherming, berichten waaruit blijkt dat beslissingen structureel worden geblokkeerd, of gevolgen voor het kind die door hulpverleners zijn vastgesteld.
Laat de omgangsregeling vaststellen of ontzeggen. Het kind heeft recht op omgang met beide ouders; een ouder zonder gezag heeft het recht op en de plicht tot omgang (art. 1:377a lid 1 BW). Op verzoek stelt de rechter een omgangsregeling vast (art. 1:377a lid 2 BW). Bij gezamenlijk gezag spreekt men van een zorgregeling, die de rechter op grond van art. 1:253a lid 2 BW vaststelt, samen met de hoofdverblijfplaats.
Omgang wordt alleen ontzegd op de gronden van art. 1:377a lid 3 BW: ernstig nadeel voor de ontwikkeling van het kind, een ouder die kennelijk ongeschikt is, ernstige bezwaren van een kind van twaalf jaar of ouder, of zwaarwegende belangen van het kind. De rechter kan de Raad voor de Kinderbescherming om onderzoek vragen; dat duurt meestal enkele maanden.
Zorg dat uw kind gehoord wordt. Kinderen van twaalf jaar en ouder krijgen een uitnodiging voor een kindgesprek met de rechter of een brief waarin zij hun mening kunnen geven (art. 809 lid 1 Rv). Jongere kinderen kan de rechter ook horen. Het kind is geen partij en de rechter is niet gebonden aan wat het kind zegt, maar het weegt mee; voor een kind van twaalf jaar of ouder dat ernstige bezwaren heeft, kan dat zelfs tot ontzegging van omgang leiden (art. 1:377a lid 3 onder c BW).
Het kind kan ook zelf de rechter informeel vragen om een omgangs- of gezagsbeslissing (art. 1:377g en 1:251a lid 4 BW). Is er een belangenconflict tussen ouders en kind, dan kan de rechter een bijzondere curator benoemen. Zet het kind niet onder druk om iets te zeggen; rechters merken dat op en het werkt tegen u.
Wijzig de regeling als de omstandigheden veranderen, en bewaak de naleving. Een omgangsregeling, zowel door de rechter vastgesteld als onderling afgesproken, kan worden gewijzigd als de omstandigheden nadien zijn gewijzigd of als bij de beslissing van onjuiste gegevens is uitgegaan (art. 1:377e lid 1 BW). Denk aan een verhuizing, een nieuw werkrooster of de wens van een ouder kind. Probeer eerst samen tot een aanpassing te komen en leg die schriftelijk vast.
Wordt een vastgestelde regeling niet nagekomen, houd dan een logboek bij en vraag hulp aan een omgangshuis of een ouderschapsbemiddelaar. De rechter kan een dwangsom opleggen, en bij structurele frustratie kan dat aanleiding zijn de hoofdverblijfplaats of het gezag te herzien. Bij een vertrek naar het buitenland bepaalt in de regel de gewone verblijfplaats van het kind welke rechter bevoegd is (HR 2024).
Waarop letten
- Zonder toestemming van de andere ouder met gezamenlijk gezag verhuizen met het kind; dat kan leiden tot een terugverhuisgebod en weegt zwaar mee bij latere beslissingen.
- Een vaag ouderschapsplan ("in overleg") opstellen; bij een conflict is het dan niet afdwingbaar en moet u alsnog naar de rechter.
- Eenhoofdig gezag vragen op grond van ruzie of slechte communicatie alleen; de rechter wijst dat af zolang het klemcriterium niet is onderbouwd (art. 1:251a BW).
- Omgang eenzijdig stopzetten als drukmiddel, bijvoorbeeld bij achterstallige alimentatie; omgang en alimentatie zijn juridisch los van elkaar.
- Het kind betrekken bij het conflict of onder druk zetten voor het kindgesprek; de rechter weegt dat mee in het nadeel van de ouder die het doet.
- Na het verlopen van de appeltermijn van drie maanden pas hoger beroep willen instellen; dan rest alleen een wijzigingsverzoek met gewijzigde omstandigheden.
- Bij een ongehuwde relatie vergeten het gezag te regelen voor kinderen die vóór 2023 zijn erkend; zonder aantekening in het gezagsregister heeft de vader geen gezag.
Juridische grondslag
Gerelateerde rechterlijke uitspraken
Veelgestelde vragen
Houden we na de scheiding allebei het gezag?
Ja, dat is de hoofdregel. Ouders die samen het gezag hadden, blijven dat na de echtscheiding samen uitoefenen (art. 1:251 lid 2 BW). Alleen in uitzonderlijke gevallen bepaalt de rechter op verzoek dat één ouder het gezag krijgt (art. 1:251a BW).
Wat moet er in een ouderschapsplan staan?
In ieder geval afspraken over de verdeling van zorg- en opvoedingstaken of de omgang, over hoe u elkaar informeert en raadpleegt over belangrijke zaken, en over de kosten van verzorging en opvoeding (art. 815 lid 3 Rv). Maak het concreet: schema, vakanties, school, communicatie en wat u doet bij verhuizing.
Moeten ongehuwde ouders ook een ouderschapsplan maken?
Ja, als u samen het gezag hebt en uit elkaar gaat, moet u een ouderschapsplan opstellen (art. 1:247a BW). U hoeft daarvoor niet naar de rechter. Wilt u de afspraken afdwingbaar maken, dan kunt u de rechtbank vragen een zorgregeling vast te stellen.
Mag mijn ex met de kinderen verhuizen naar een andere stad?
Niet zonder uw toestemming als u samen het gezag hebt. Bij onenigheid kan de verhuizende ouder de rechtbank om vervangende toestemming vragen (art. 1:253a BW). De rechter weegt alle belangen af, met voorop het belang van het kind, en kan ook een terugverhuisgebod opleggen.
Vanaf welke leeftijd mag een kind zelf kiezen bij wie het woont?
Een kind kiest niet zelf, maar vanaf twaalf jaar wordt het door de rechter uitgenodigd om zijn mening te geven (art. 809 Rv). Die mening weegt zwaarder naarmate het kind ouder is. Ook jongere kinderen kan de rechter horen. De beslissing blijft bij de rechter.
Kan de rechter omgang met een ouder verbieden?
Alleen op beperkte gronden: ernstig nadeel voor de ontwikkeling van het kind, een ouder die kennelijk ongeschikt is, ernstige bezwaren van een kind van twaalf jaar of ouder, of andere zwaarwegende belangen van het kind (art. 1:377a lid 3 BW). Vaak kiest de rechter eerst voor begeleide omgang.
Hoe wijzig ik een bestaande omgangsregeling?
Probeer eerst samen een nieuwe afspraak te maken. Lukt dat niet, dan kunt u de rechtbank via een advocaat om wijziging vragen als de omstandigheden zijn gewijzigd of als bij de eerdere beslissing van onjuiste gegevens is uitgegaan (art. 1:377e BW).
Wat kan ik doen als mijn ex zich niet aan de omgangsregeling houdt?
Houd een logboek bij en zoek eerst bemiddeling. Daarna kunt u de rechter vragen om nakoming, eventueel met een dwangsom. Bij structurele frustratie kan de rechter de zorgregeling, de hoofdverblijfplaats of het gezag herzien. Eigenrichting, zoals het kind niet terugbrengen, werkt in uw nadeel.
Heb ik een advocaat nodig voor een omgangsregeling?
Voor een verzoekschrift bij de rechtbank over gezag, zorgregeling of omgang hebt u in de regel een advocaat nodig. Met een laag inkomen kunt u via het Juridisch Loket een toevoeging aanvragen, waardoor u een lagere eigen bijdrage betaalt. U betaalt daarnaast griffierecht.
Heeft de vader gezag als we niet getrouwd waren?
Voor kinderen die vanaf 1 januari 2023 zijn erkend, hebben de moeder en de erkenner in de regel van rechtswege samen het gezag (art. 1:251b BW). Bij eerder erkende kinderen alleen als het gezamenlijk gezag is aangetekend in het gezagsregister (art. 1:252 BW). Controleer dat met een uittreksel.
Juridische gids – afzonderlijke handleidingen
Mijn document analyseren →Juridische gidsContractmodellenStartpagina van het land