Burgerlijk Wetboek (BW)
4303 artikelen · 3/8
- Afdeling 3. Het openbaar bod
- Artikel 2:359aToepassingsgebied openbaar bod
- Artikel 2:359bBeschermingsmaatregelen bij openbaar bod
- Artikel 2:359cUitkoopvordering na openbaar bod
- Artikel 2:359dUitkoopvordering na openbaar bod
- Afdeling 1. Algemene bepaling
- Artikel 2:360Toepassingsgebied jaarrekeningtitel
- Afdeling 2. Algemene bepalingen omtrent de jaarrekening
- Artikel 2:361Begrip jaarrekening
- Artikel 2:362Inzicht en getrouw beeld jaarrekening
- Artikel 2:363Inrichting en inzicht van de jaarrekening
- Afdeling 3. Voorschriften omtrent de balans en de toelichting daarop
- Artikel 2:364Indeling van activa en passiva op de balans
- Artikel 2:365Immateriële vaste activa
- Artikel 2:366Specificatie van materiële vaste activa
- Artikel 2:367Afzonderlijke posten financiële vaste activa
- Artikel 2:368Overzicht van het verloop van vaste activa
- Artikel 2:369Onderverdeling van voorraden
- Artikel 2:370Onderverdeling van vorderingen
- Artikel 2:371Vermelding van effecten onder vlottende activa
- Artikel 2:372Liquide middelen op de balans
- Artikel 2:373Samenstelling van het eigen vermogen
- Artikel 2:374Voorzieningen op de balans
- Artikel 2:375Specificatie van schulden
- Artikel 2:376Vermelding van aansprakelijkheid voor schulden van anderen
- Afdeling 4. Voorschriften omtrent de winst- en verliesrekening en de toelichting daarop
- Artikel 2:377Indeling van de winst- en verliesrekening
- Afdeling 5. Bijzondere voorschriften omtrent de toelichting
- Artikel 2:378Overzicht van het verloop van het eigen vermogen
- Artikel 2:379Vermelding van deelnemingen in de toelichting
- Artikel 2:380Toelichting op netto-omzet naar bedrijfstak en gebied
- Artikel 2:380aVermelding van gebeurtenissen na balansdatum
- Artikel 2:380bIdentificatiegegevens van de rechtspersoon
- Artikel 2:380cOpgave van winstbestemming of verliesverwerking
- Artikel 2:380dOpgave van winstbewijzen
- Artikel 2:381Niet in de balans opgenomen verplichtingen
- Artikel 2:381aToelichting op financiële instrumenten tegen actuele waarde
- Artikel 2:381bToelichting bij financiële instrumenten tegen niet-actuele waarde
- Artikel 2:382Opgave van werknemersaantal
- Artikel 2:382aOpgave van honoraria van de accountant
- Artikel 2:383Bezoldiging van bestuurders en commissarissen
- Artikel 2:383aVermelding van bestemming van het resultaat
- Artikel 2:383bToepasselijkheid bijzondere voorschriften voor naamloze vennootschap
- Artikel 2:383cOpgave van bezoldiging van bestuurders en commissarissen
- Artikel 2:383dOpgave van aandelenrechten bestuurders en werknemers
- Artikel 2:383eOpgave van leningen aan bestuurders en commissarissen
- Afdeling 6. Voorschriften omtrent de grondslagen van waardering en van bepaling van
- Artikel 2:384Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
- Artikel 2:385Grondslagen van waardering van activa en passiva
- Artikel 2:386Afschrijvingen op activa
- Artikel 2:387Waardering bij waardevermindering van activa
- Artikel 2:388Verkrijgingsprijs en vervaardigingsprijs
- Artikel 2:389Waardering van deelnemingen
- Artikel 2:390Vorming van de herwaarderingsreserve
- Afdeling 7. Bestuursverslag en afzonderlijke jaarlijkse verslagen en verklaringen
- Artikel 2:391Inhoud van het bestuursverslag
- Artikel 2:391aNadere voorschriften bestuursverslag en afzonderlijke verslaggeving
- Afdeling 8. Overige gegevens
- Artikel 2:392Aan jaarrekening toe te voegen overige gegevens
- Afdeling 9. Deskundigenonderzoek
- Artikel 2:393Opdrachtverlening tot accountantsonderzoek
- Afdeling 10. Openbaarmaking
- Artikel 2:394Openbaarmaking van de jaarrekening
- Artikel 2:395Accountantsverklaring bij andere wijze van openbaarmaking
- Afdeling 11. Vrijstellingen op grond van de omvang van het bedrijf van de rechtspersoon
- Artikel 2:395aVrijstellingen kleine rechtspersonen
- Afdeling 5 , de voorschriften in afdeling 6 betreffende de voorgeschreven opgaven in de toelichting, en de afdelingen 7 , 8 en 9 zijn niet van toepassing.
- Artikel 2:396Vereisten voor de kleine rechtspersoon
- Artikel 2:397Vereisten voor kwalificatie als kleine rechtspersoon
- Artikel 2:398Toepassing grootteafhankelijke vereisten bij oprichting
- Afdeling 12. Bepalingen omtrent rechtspersonen van onderscheiden aard
- Artikel 2:399
- Artikel 2:400Vrijstelling voor financiële instellingen
- Artikel 2:401Jaarrekeningvereisten voor beleggingsinstellingen en beleggingsmaatschappijen
- Artikel 2:402Vermelding resultaat uit deelnemingen bij consolidatie
- Artikel 2:403Vrijstelling van groepsmaatschappijen
- Artikel 2:404Intrekking en beëindiging van aansprakelijkstelling
- Artikel 2:404a
- Afdeling 13. Geconsolideerde jaarrekening
- Artikel 2:405Begrip geconsolideerde jaarrekening
- Artikel 2:406Verplichting tot opstellen van een geconsolideerde jaarrekening
- Artikel 2:407Vrijstelling van consolidatieplicht
- Artikel 2:408Vrijstelling van consolidatie
- Artikel 2:409Proportionele consolidatie
- Artikel 2:410Overeenkomstige toepassing van bepalingen op geconsolideerde jaarrekening
- Artikel 2:411Eigen vermogen in geconsolideerde jaarrekening
- Artikel 2:412Balansdatum geconsolideerde jaarrekening
- Artikel 2:413Waardeverschil bij eerste consolidatie
- Artikel 2:414Vermelding van geconsolideerde en deelnemende maatschappijen
- Afdeling 14. Bepalingen voor banken
- Artikel 2:415Begrip bank
- Artikel 2:416Toepasselijke bepalingen voor banken
- Artikel 2:417Regels voor jaarrekening van banken
- Artikel 2:419Afwijkende jaarrekeningposten voor banken
- Artikel 2:420Waardeverminderingen en waardestijgingen bij banken
- Artikel 2:421Bijzondere waarderingsregels voor banken
- Artikel 2:422Waardering van waardepapieren en effecten
- Artikel 2:423Omrekening van vreemde valuta
- Artikel 2:424Voorziening voor algemene bankrisico’s
- Artikel 2:425Vrijstelling jaarrekening voor banken
- Artikel 2:426Verantwoording van bankgroepsmaatschappijen
- Afdeling 15. Bepalingen voor verzekeringsmaatschappijen
- Artikel 2:427
- Artikel 2:428Toepasselijke bepalingen voor verzekeringsmaatschappijen
- Artikel 2:429Indeling van activa en passiva
- Artikel 2:430Specificatie van de beleggingen op de balans
- Artikel 2:431
- Artikel 2:432Onderverdeling van vorderingen bij verzekeringsmaatschappijen
- Artikel 2:433Overige activa van verzekeringsmaatschappijen
- Artikel 2:434Overlopende activa van verzekeringsmaatschappijen
- Artikel 2:435Technische voorzieningen
- Artikel 2:435a
- Artikel 2:436Specificatie van schulden
- Artikel 2:437Technische en niet-technische rekeningen van verzekeringsmaatschappijen
- Artikel 2:438Posten van de technische rekeningen
- Artikel 2:439Uitsplitsing van posten in de resultatenrekening
- Artikel 2:440Specificatie van bedrijfskosten en beleggingsopbrengsten
- Artikel 2:440aOverzicht van het totaalresultaat
- Artikel 2:441Gegevens schadeverzekerings- en herverzekeringsbedrijf
- Artikel 2:442Waardering van beleggingen bij verzekeringsmaatschappijen
- Artikel 2:443Waardering van waardepapieren met vaste of variabele rente
- Artikel 2:444Waardering van technische voorzieningen
- Artikel 2:444aVoorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's
- Artikel 2:444bVoorziening voor levensverzekeringen
- Artikel 2:444cVoorziening voor te betalen schaden en uitkeringen
- Artikel 2:444dVoorziening voor winstdeling en kortingen
- Artikel 2:445Consolidatie van verzekeringsmaatschappijen
- Artikel 2:446Bijzondere consolidatiebepalingen voor verzekeringsmaatschappijen
- Afdeling 16. Rechtspleging
- Artikel 2:447Bevel tot aanpassing van de jaarrekening
- Artikel 2:448Bevoegdheid tot indienen van verzoek
- Artikel 2:449Termijn voor indiening verzoek jaarrekeningprocedure
- Artikel 2:450Procedure bij de ondernemingskamer
- Artikel 2:451Bevel van de ondernemingskamer tot herinrichting jaarrekening
- Artikel 2:452Bevel tot nadere toelichting financiële verslaggeving
- Artikel 2:453Neerlegging en cassatieberoep bij beschikkingen ondernemingskamer
- Artikel 2:454Bevel tot openbaarmaking financiële verslaggeving
- Artikel 2:455Bevel tot openbare mededeling
- Afdeling 1. Begripsbepalingen
- Artikel 3:1Begrip goederen
- Artikel 3:2Begrip zaken
- Artikel 3:2aStatus van dieren en toepasselijkheid van zakenrecht
- Artikel 3:3Onroerende en roerende zaken
- Artikel 3:4Bestanddeel van een zaak
- Artikel 3:5Begrip inboedel
- Artikel 3:6Begrip vermogensrecht
- Artikel 3:7Begrip afhankelijk recht
- Artikel 3:8Begrip beperkt recht
- Artikel 3:9Natuurlijke en burgerlijke vruchten
- Artikel 3:10Begrip registergoederen
- Artikel 3:11Begrip goede trouw
- Artikel 3:12Maatstaven voor redelijkheid en billijkheid
- Artikel 3:13Misbruik van bevoegdheid
- Artikel 3:14Uitoefening van bevoegdheid en publiekrecht
- Artikel 3:15Overeenkomstige toepassing buiten het vermogensrecht
- Afdeling 1A. Elektronisch vermogensrechtelijk rechtsverkeer
- Artikel 3:15aRechtsgevolgen van elektronische handtekeningen
- Artikel 3:15b
- Artikel 3:15c
- Artikel 3:15dInformatieverplichtingen dienstverlener informatiemaatschappij
- Artikel 3:15eEisen aan commerciële communicatie
- Artikel 3:15fInformatie over diensten van de informatiemaatschappij
- Afdeling 1B. Het voeren van een administratie
- Artikel 3:15iAdministratieplicht van ondernemers en beroepsbeoefenaren
- Artikel 3:15jVordering tot openlegging van administratie
- Afdeling 2. Inschrijvingen betreffende registergoederen
- Artikel 3:16Openbare registers voor registergoederen
- Artikel 3:17Inschrijfbare feiten in de openbare registers
- Artikel 3:18Bewijs van ontvangst bij aanbieding ter inschrijving
- Artikel 3:19Tijdstip van inschrijving
- Artikel 3:20Weigering van inschrijving door de bewaarder
- Artikel 3:21Rangorde van inschrijvingen
- Artikel 3:22Onaantastbaarheid van inschrijving
- Artikel 3:23Beroep op goede trouw bij registergoederen
- Artikel 3:24Tegenwerpbaarheid van niet-ingeschreven feiten
- Artikel 3:25Derdenbescherming bij onjuiste authentieke inschrijving
- Artikel 3:26Tegenwerpen van onjuiste registerfeiten
- Artikel 3:27Rechterlijke verklaring van recht op registergoed
- Artikel 3:28Verklaring van waardeloosheid van inschrijving
- Artikel 3:29Waardeloosverklaring van inschrijving
- Artikel 3:30
- Artikel 3:31Notariële akte bij registergoederen
- Titel 2. Rechtshandelingen
- Artikel 3:32Handelingsbekwaamheid en vernietigbaarheid
- Artikel 3:33Wil en verklaring bij rechtshandeling
- Artikel 3:34Wilsgebrek door geestelijke stoornis
- Artikel 3:35Vertrouwen op verklaring of gedraging
- Artikel 3:36
- Artikel 3:37Vorm en werking van verklaringen
- Artikel 3:38Rechtshandeling onder tijdsbepaling of voorwaarde
- Artikel 3:39
- Artikel 3:40Nietigheid wegens strijd met wet of goede zeden
- Artikel 3:41Partiële nietigheid van rechtshandelingen
- Artikel 3:42Conversie van een nietige rechtshandeling
- Artikel 3:43Nietigheid van verkrijging door ambtsdragers
- Artikel 3:44Bedreiging bedrog en misbruik van omstandigheden
- Artikel 3:45Vernietiging van rechtshandelingen wegens benadeling van schuldeisers
- Artikel 3:46Vermoeden van wetenschap van benadeling
- Artikel 3:47Bewijsvermoeden bij benadeling door schenking
- Artikel 3:48Begrip schuldenaar
- Artikel 3:49Wijze van vernietiging
- Artikel 3:50Buitengerechtelijke vernietigingsverklaring
- Artikel 3:51Vernietiging van rechtshandelingen door rechter
- Artikel 3:52Verjaring van vernietigingsvorderingen
- Artikel 3:53Terugwerkende kracht van vernietiging
- Artikel 3:54Herstel van misbruik van omstandigheden bij meerzijdige rechtshandelingen
- Artikel 3:55Verval van de bevoegdheid tot vernietiging
- Artikel 3:56Partijen bij eenzijdige rechtshandeling
- Artikel 3:57Aanzegging tot vervallen van rechtshandeling bij ontbrekende toestemming
- Artikel 3:58Bekrachtiging van rechtshandelingen
- Artikel 3:59Overeenkomstige toepassing buiten vermogensrecht
- Titel 3. Volmacht
- Artikel 3:60Begrip volmacht
- Artikel 3:61Verlening en vertrouwen op volmacht
- Artikel 3:62Omvang van de volmacht tot beschikken
- Artikel 3:63Bekwaamheid tot optreden als gevolmachtigde
- Artikel 3:64Substitutie van de volmacht
- Artikel 3:65Volmacht aan meerdere personen gezamenlijk
- Artikel 3:66Gevolgen van vertegenwoordiging en wilsgebreken
- Artikel 3:67Noemen van de naam van de volmachtgever
- Artikel 3:68Optreden gevolmachtigde als wederpartij
- Artikel 3:69Bekrachtiging van onbevoegd verrichte rechtshandeling
- Artikel 3:70Instaan voor bestaan en omvang van volmacht
- Artikel 3:71Bewijs van volmacht jegens de wederpartij
- Artikel 3:72Einde van de volmacht
- Artikel 3:73Voortduren van volmacht na dood of ondercuratelestelling
- Artikel 3:74Onherroepelijke volmacht
- Artikel 3:75Teruggave van volmachtbewijs na beëindiging
- Artikel 3:76Einde van de volmacht tegenover wederpartij
- Artikel 3:77Rechtshandeling na overlijden volmachtgever
- Artikel 3:78Overeenkomstige toepassing bij vertegenwoordiging uit anderen hoofde
- Artikel 3:79Overeenkomstige toepassing buiten vermogensrecht
- Afdeling 1. Algemene bepalingen
- Artikel 3:80Verkrijging en verlies van goederen
- Artikel 3:81Vestiging en tenietgaan van beperkte rechten
- Artikel 3:82Afhankelijke rechten
- Afdeling 2. Overdracht van goederen en afstand van beperkte rechten
- Artikel 3:83Overdraagbaarheid van goederen en vorderingsrechten
- Artikel 3:84Vereisten voor geldige overdracht
- Artikel 3:85Overdracht voor bepaalde tijd als vruchtgebruik
- Artikel 3:86Bescherming van derden te goeder trouw bij beschikkingsonbevoegdheid
- Artikel 3:86aOpeising van cultuurgoederen
- Artikel 3:86bBescherming van cultuurgoederen bij opeising
- Artikel 3:87Identificatieplicht van de verkrijger
- Artikel 3:87aZorgvuldigheid bij verkrijging cultuurgoed
- Artikel 3:88Derdenbescherming bij vroegere ongeldige overdracht
- Artikel 3:89Levering van registergoederen
- Artikel 3:90Levering van roerende zaken
- Artikel 3:91Levering onder opschortende voorwaarde
- Artikel 3:92
- Artikel 3:92a
- Artikel 3:93Levering van toonder- en orderpapier
- Artikel 3:94Levering van rechten op naam
- Artikel 3:95Levering bij akte
- Artikel 3:96Levering van een aandeel in een goed
- Artikel 3:97Levering bij voorbaat van toekomstige goederen
- Artikel 3:98Overeenkomstige toepassing op beperkte rechten
- Afdeling 3. Verkrijging en verlies door verjaring
- Artikel 3:99Verkrijgende verjaring van roerende zaken
- Artikel 3:100Verjaring van nalatenschap in bezit genomen
- Artikel 3:101Aanvang van de verjaringstermijn
- Artikel 3:102Voortzetting van verjaring door opvolger
- Artikel 3:103Onvrijwillig bezitsverlies en verjaring
- Artikel 3:104Stuiting van verjaring van bezitsbeëindigingsvordering
- Artikel 3:105Verkrijgende verjaring door bezit
- Artikel 3:106Tenietgaan van beperkt recht door verjaring
- Titel 5. Bezit en houderschap
- Artikel 3:107Onmiddellijk en middellijk bezit en houderschap
- Artikel 3:108Beoordeling van houderschap
- Artikel 3:109Vermoeden van houderschap voor zichzelf
- Artikel 3:110Houderschap voor een ander krachtens rechtsverhouding
- Artikel 3:111Voortzetting van houderschap
- Artikel 3:112Wijzen van bezitsverkrijging
- Artikel 3:113Inbezitneming van een goed
- Artikel 3:114Overdracht van bezit
- Artikel 3:115Bezitsoverdracht zonder feitelijke handeling
- Artikel 3:116Opvolging in bezit en houderschap onder algemene titel
- Artikel 3:117Verlies van bezit
- Artikel 3:118Goede trouw van de bezitter
- Artikel 3:119Bezitsvermoeden van rechthebbendheid
- Artikel 3:120Vruchten en kostenvergoeding bij bezit te goeder trouw
- Artikel 3:121
- Artikel 3:122Overdracht van het goed aan de bezitter
- Artikel 3:123Wegneemrecht van de bezitter
- Artikel 3:124Houder jegens opeisende derde
- Artikel 3:125Bezitsactie tegen derden
- Titel 6. Bewind
- Artikel 3:126
- Afdeling 1. Algemene bepalingen
- Artikel 3:166Begrip gemeenschap
- Artikel 3:167Zaaksvervanging in de gemeenschap
- Artikel 3:168Beheer en regeling van gemeenschappelijke goederen
- Artikel 3:169Gebruik van gemeenschappelijk goed
- Artikel 3:170Beheer van gemeenschappelijke goederen
- Artikel 3:171Bevoegdheid tot rechtsvorderingen voor de gemeenschap
- Artikel 3:172Vruchten en lasten van gemeenschap
- Artikel 3:173Rekening en verantwoording door beherend deelgenoot
- Artikel 3:174Machtiging door de rechter tot verkoop of bezwaring
- Artikel 3:175Beschikken over aandeel in gemeenschappelijk goed
- Artikel 3:176Overgang van aandeel in gemeenschap
- Artikel 3:177Beperkt recht op aandeel in gemeenschap
- Artikel 3:178Vordering tot verdeling
- Artikel 3:179Omvang van de verdeling van een gemeenschap
- Artikel 3:180Verdeling op vordering van een schuldeiser
- Artikel 3:181Benoeming van een onzijdig persoon bij verdeling
- Artikel 3:182Begrip verdeling
- Artikel 3:183Vorm en goedkeuring van de verdeling
- Artikel 3:184Toerekening van schulden bij verdeling
- Artikel 3:185Verdeling door de rechter
- Artikel 3:186Levering en titel bij toedeling
- Artikel 3:187Eigendomspapieren van verdeelde goederen
- Artikel 3:188Vergoeding van schade door deelgenoten
- Afdeling 2. Enige bijzondere gemeenschappen
- Artikel 3:189Toepasselijkheid van de titel op bijzondere gemeenschappen
- Artikel 3:190Beschikking over aandeel in gemeenschap
- Artikel 3:191Beschikkingsbevoegdheid over aandeel in gemeenschap
- Artikel 3:192Verhaal van gemeenschapsschulden
- Artikel 3:193Benoeming van een vereffenaar
- Artikel 3:194Boedelbeschrijving en verzwijging van goederen
- Afdeling 3. Nietige en vernietigbare verdelingen
- Artikel 3:195Nietige en vernietigbare verdeling
- Artikel 3:196Vernietiging van verdeling wegens benadeling
- Artikel 3:197Verval van vernietigingsbevoegdheid bij aanvulling
- Artikel 3:198Wijziging in plaats van vernietiging
- Artikel 3:199Uitsluiting vernietigingsregels bij verdeling
- Artikel 3:200Verjaring van vordering tot vernietiging van verdeling
- Titel 8. Vruchtgebruik
- Artikel 3:201Begrip vruchtgebruik
- Artikel 3:202Ontstaan van vruchtgebruik
- Artikel 3:203Duur en einde van het vruchtgebruik
- Artikel 3:204
- Artikel 3:205Boedelbeschrijving door de vruchtgebruiker
- Artikel 3:206Zekerheidstelling door vruchtgebruiker
- Artikel 3:207Gebruik en beheer door vruchtgebruiker
- Artikel 3:208Bestemming en wegnamingsrecht vruchtgebruiker
- Artikel 3:209Verzekeringsplicht van de vruchtgebruiker
- Artikel 3:210Bevoegdheden tot inning en beheer bij vruchtgebruik
- Artikel 3:211Behoud van recht van hoofdgerechtigde
- Artikel 3:212Bevoegdheid tot vervreemding door vruchtgebruiker
- Artikel 3:213Zaaksvervanging bij vruchtgebruik
- Artikel 3:214Belegging van gelden onder vruchtgebruik
- Artikel 3:215Vervreemding en vertering door de vruchtgebruiker
- Artikel 3:216Toekomen van vruchten aan de vruchtgebruiker
- Artikel 3:217Verhuur en verpachting door vruchtgebruiker
- Artikel 3:218Rechtsvorderingen van vruchtgebruiker en hoofdgerechtigde
- Artikel 3:219Stemrecht bij vruchtgebruik
- Artikel 3:220Onderhoud en herstellingen door vruchtgebruiker
- Artikel 3:221Beheer en onderbewindstelling van vruchtgebruik
- Artikel 3:222Voldoening van schulden bij vruchtgebruik op algemeenheid
- Artikel 3:223Overdracht en bezwaring van vruchtgebruik
- Artikel 3:224Medewerking aan afstand van vruchtgebruik
- Artikel 3:225Teruggaveplicht na vruchtgebruik
- Artikel 3:226Recht van gebruik en bewoning
- Afdeling 1. Algemene bepalingen
- Artikel 3:227Begrip pand en hypotheek
- Artikel 3:228Vestiging van pand of hypotheek
- Artikel 3:229Pandrecht op vervangende vorderingen
- Artikel 3:230Ondeelbaarheid van pand en hypotheek
- Artikel 3:231Vordering waarvoor pand of hypotheek wordt gevestigd
- Artikel 3:233Aansprakelijkheid en kostenvergoeding van de pand- of hypotheekgever
- Artikel 3:234Volgorde van uitwinning bij verpanding door derde
- Artikel 3:235Verbod van vervalbeding
- Afdeling 2. Pandrecht
- Artikel 3:236Vestiging van pandrecht
- Artikel 3:237Vestiging van bezitloos pandrecht
- Artikel 3:238Vestiging van een pandrecht door een onbevoegde
- Artikel 3:239Stille verpanding van vorderingen op naam
- Artikel 3:240Pandrecht op een aandeel
- Artikel 3:241Verklaring omtrent de gepande vordering
- Artikel 3:242Verbod van herverpanding
- Artikel 3:243Zorgplicht en kostenvergoeding pandhouder
- Artikel 3:244Omvang van het pandrecht ten aanzien van rente
- Artikel 3:245Bevoegdheid tot het instellen van rechtsvorderingen
- Artikel 3:246Inningsbevoegdheid van de pandhouder
- Artikel 3:247Stemrecht op verpand goed
- Artikel 3:248Uitwinning van verpand goed
- Artikel 3:249Mededeling en lossing voorafgaand aan verkoop door pandhouder
- Artikel 3:250Openbare verkoop van verpande zaken
- Artikel 3:251Afwijkende wijze van verkoop van pand
- Artikel 3:252Kennisgeving van verkoop door pandhouder
- Artikel 3:253Verdeling van de executieopbrengst
- Artikel 3:254Gezamenlijke executie van pand en hypotheek
- Artikel 3:255Uitwinning van verpand geld
- Artikel 3:256Verplichtingen na tenietgaan pandrecht
- Artikel 3:257Tekortschieten in zorg voor verpande zaak
- Artikel 3:258Einde en afstand van pandrecht
- Afdeling 3. Pandrecht van certificaathouders
- Artikel 3:259Pandrecht van certificaathouders
- Afdeling 4. Recht van hypotheek
- Artikel 3:260Vestiging van hypotheek
- Artikel 3:261Hypotheek tot waarborg van kooppenningen
- Artikel 3:262Rangwisseling van hypotheek
- Artikel 3:263Zekerheid voor renteverschuldigdheid bij hypotheek
- Artikel 3:264Huurbeding bij hypotheek
- Artikel 3:265Wijziging van bezwaard goed ondanks hypotheekbeding
- Artikel 3:266Wegnemen van veranderingen en toevoegingen aan verhypothekeerde zaak
- Artikel 3:267Beheer en inbezitneming door hypotheekhouder
- Artikel 3:267aVerplichtingen van hypotheekgever bij executie
- Artikel 3:268Executoriale verkoop van het verhypothekeerde goed
- Artikel 3:269Voorkoming van executoriale verkoop
- Artikel 3:270Betaling koopprijs en uitkering netto-opbrengst bij executie
- Artikel 3:271Gerechtelijke rangregeling na betaling koopprijs
- Artikel 3:272Rekening en verantwoording na betaling door notaris
- Artikel 3:273Tenietgaan van hypotheken en beslagen na executoriale verkoop
- Artikel 3:274Verklaring van tenietgaan van de hypotheek
- Artikel 3:275Vorm van volmacht tot verklaring
- Afdeling 1. Algemene bepalingen
- Artikel 3:276Verhaal op vermogen van de schuldenaar
- Artikel 3:277Gelijkheid van schuldeisers en achterstelling
- Artikel 3:278Grondslag van voorrang en voorrechten
- Artikel 3:279Rangorde van pand en hypotheek boven voorrecht
- Artikel 3:280Rangorde van voorrechten
- Artikel 3:281Rangorde van voorrechten
- Artikel 3:282Vergoeding bij verval van beperkt recht door executie
- Afdeling 2. Bevoorrechte vorderingen op bepaalde goederen
- Artikel 3:283Voorrecht op vervangende vorderingen
- Artikel 3:284Voorrecht wegens kosten tot behoud van een goed
- Artikel 3:285Voorrecht wegens aanneming van werk
- Artikel 3:286Voorrecht van bijdragen appartementseigenaars
- Artikel 3:287Voorrecht op verzekeringsvordering
- Afdeling 3. Bevoorrechte vorderingen op alle goederen
- Artikel 3:288Bevoorrechte vorderingen op alle goederen
- Artikel 3:289Voorrecht van EGKS-heffingen
- Afdeling 4. Retentierecht
- Artikel 3:290Begrip retentierecht
- Artikel 3:291Retentierecht tegen derden
- Artikel 3:292Voorrang van de retentor
- Artikel 3:293Retentierecht voor zorgkosten
- Artikel 3:294Einde van het retentierecht
- Artikel 3:295Opeising van de zaak door de retentor
- Titel 11. Rechtsvorderingen
- Artikel 3:296Veroordeling tot nakoming
- Artikel 3:297Rechtsgevolgen van gedwongen nakoming
- Artikel 3:298Botsende rechten op levering
- Artikel 3:299Machtiging tot zelf doen
- Artikel 3:300Rechterlijke vervanging van rechtshandelingen
- Artikel 3:301Inschrijving van leveringsuitspraak
- Artikel 3:302Verklaring van recht
- Artikel 3:303Vereiste van voldoende belang
- Artikel 3:304Onsplitsbaarheid van rechtsvordering en recht
- Artikel 3:305Bevoegdheden van arbiters
- Artikel 3:305aCollectieve belangenvordering door rechtspersonen
- Artikel 3:305bCollectieve vordering ter bescherming van belangen
- Artikel 3:305cCollectieve actie door buitenlandse organisatie
- Artikel 3:305caCollectieve actie bij oneerlijke handelspraktijken onlinetussenhandel
- Artikel 3:305dCollectieve vordering van belangenorganisaties
- Artikel 3:305eAanwijzing van bevoegde instantie voor representatieve vordering
- Artikel 3:306Verjaringstermijn van twintig jaren
- Artikel 3:307Verjaring van vorderingen tot nakoming
- Artikel 3:308Verjaring van periodieke betalingen
- Artikel 3:309Verjaring van vordering uit onverschuldigde betaling
- Artikel 3:310Verjaring van schadevorderingen
- Artikel 3:310aVerjaring van vordering tot teruggave van cultuurgoederen
- Artikel 3:310bVerjaring van opeising van cultuurgoederen
- Artikel 3:310cVerjaring van teruggave van cultuurgoederen
- Artikel 3:310dVerjaring van rechtsvordering tot bescherming bedrijfsgeheim
- Artikel 3:311Verjaring van vorderingen uit tekortkoming
- Artikel 3:312Verjaring van nevenvorderingen
- Artikel 3:313Aanvang van de verjaringstermijn
- Artikel 3:314Aanvang verjaringstermijn bij onrechtmatige toestand
- Artikel 3:315Verjaring van vordering tot opeising van nalatenschap
- Artikel 3:316Stuiting van de verjaring door rechtsvervolging
- Artikel 3:317Stuiting van verjaring
- Artikel 3:318Stuiting van verjaring door erkenning
- Artikel 3:319Nieuwe verjaringstermijn na stuiting
- Artikel 3:320Verlenging van de verjaringstermijn
- Artikel 3:321Gronden voor verlenging van de verjaring
- Artikel 3:322Ambtshalve toepassing en afstand van verjaring
- Artikel 3:323Verjaring en tenietgaan van zekerheidsrechten
- Artikel 3:324Verjaring van de tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken
- Artikel 3:325Stuiting van de verjaring
- Artikel 3:326Overeenkomstige toepassing buiten vermogensrecht
- Titel 1. Algemene bepalingen
- Artikel 4:1Erfopvolging bij versterf en uiterste wil
- Artikel 4:2Gelijktijdig overlijden
- Artikel 4:3Onwaardigheid om te erven
- Artikel 4:4Nietigheid van rechtshandelingen over nalatenschappen
- Artikel 4:5Uitstel van betaling krachtens het erfrecht
- Artikel 4:6Waarde van nalatenschapsgoederen
- Artikel 4:7Schulden van de nalatenschap
- Artikel 4:8Gelijkstelling geregistreerd partnerschap met huwelijk
- Titel 2. Erfopvolging bij versterf
- Artikel 4:9Bestaansvereiste erfgenaam bij versterf
- Artikel 4:10Erfopvolging bij versterf
- Artikel 4:11Erfdelen bij versterf
- Artikel 4:12Plaatsvervulling bij erfopvolging
- Afdeling 1. Het erfrecht bij versterf van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot
- Artikel 4:13Wettelijke verdeling van de nalatenschap
- Artikel 4:14Draagplicht van schulden der nalatenschap
- Artikel 4:15Vaststelling van de geldvordering
- Artikel 4:16Boedelbeschrijving door echtgenoot en kinderen
- Artikel 4:17Voldoening van de geldvordering van de echtgenoot
- Artikel 4:18Ongedaanmaking van de verdeling door de echtgenoot
- Artikel 4:19Overdracht van goederen bij hertrouwen
- Artikel 4:20Overdracht van goederen aan kind door stiefouder
- Artikel 4:21Overdracht van goederen ter voldoening van de geldvordering
- Artikel 4:22Overdracht van goederen aan stiefkind
- Artikel 4:23Vruchtgebruik van de echtgenoot
- Artikel 4:24Omvang van de overdrachtsverplichting
- Artikel 4:25Waardebepaling en procedure bij overdracht van goederen
- Artikel 4:26Goedkeuring kantonrechter bij bevoegdheid minderjarig kind
- Artikel 4:27Stiefkind als eigen kind bij verdeling
- Afdeling 2. Andere wettelijke rechten
- Artikel 4:28Voortgezette bewoning en gebruik van de inboedel
- Artikel 4:29Vruchtgebruik van de echtgenoot op de woning
- Artikel 4:30Wettelijk vruchtgebruik ten behoeve van de echtgenoot
- Artikel 4:31Vruchtgebruik ingevolge wettelijke rechten
- Artikel 4:32Uitsluiting van het vruchtgebruik bij echtscheidingsprocedure
- Artikel 4:33Beperking of beëindiging van vruchtgebruik door kantonrechter
- Artikel 4:34Inkorting van giften door echtgenoot
- Artikel 4:35Som ineens voor verzorging, opvoeding en studie
- Artikel 4:36Vergoeding voor verrichte arbeid door erflaters naaste
- Artikel 4:37Vordering en verjaring van de som ineens
- Artikel 4:38Gedwongen overdracht van beroeps- of bedrijfsgoederen
- Artikel 4:39Bevoegdheden bij andere wettelijke rechten
- Artikel 4:40Aanvang van termijnen bij toepassing wettelijke rechten
- Artikel 4:41Dwingend recht van wettelijke rechten
- Afdeling 1. Uiterste wilsbeschikkingen in het algemeen
- Artikel 4:42Begrip en herroeping van de uiterste wilsbeschikking
- Artikel 4:43Vernietigbaarheid van uiterste wilsbeschikkingen
- Artikel 4:44Nietigheid van uiterste wilsbeschikking
- Artikel 4:45Nietige voorwaarden en lasten
- Artikel 4:46Uitlegging van uiterste wilsbeschikkingen
- Artikel 4:47Blijvende onmogelijkheid van uitvoering
- Artikel 4:48Aanwas bij meerdere geroepenen
- Artikel 4:49Verval van legaat van bepaald goed
- Artikel 4:50Levering van gelegateerd goed
- Artikel 4:51Legaat van een goed uit de huwelijksgemeenschap
- Artikel 4:52Vervallen van beschikkingen bij echtscheiding
- Artikel 4:53Making ten voordele van naaste bloedverwanten
- Artikel 4:54Verjaring van vordering tot vernietiging van uiterste wil
- Afdeling 2. Wie uiterste wilsbeschikkingen kunnen maken en wie daaruit voordeel kunnen
- Artikel 4:55Bekwaamheid tot het maken van uiterste wilsbeschikkingen
- Artikel 4:56Bestaansvereiste bij verkrijging van een making
- Artikel 4:57Uiterste wilsbeschikking ten voordele van voogd
- Artikel 4:58Uiterste wilsbeschikking ten voordele van leermeester
- Artikel 4:59Uitsluiting van verzorgers van voordeel
- Artikel 4:60Uitzonderingen op beperkingen bij uiterste wilsbeschikking
- Artikel 4:61Uitsluiting van bevoordeling van notaris en getuigen
- Artikel 4:62Vernietigbaarheid van uiterste wilsbeschikking
- Paragraaf 1. Algemene bepalingen
- Artikel 4:63Legitieme portie en legitimarissen
- Artikel 4:64Berekening van de legitieme portie
- Paragraaf 2. De omvang van de legitieme portie
- Artikel 4:65Berekening van de legitieme portie
- Artikel 4:66Waardering van giften voor de legitieme portie
- Artikel 4:67Giften bij de berekening van de legitieme portie
- Artikel 4:68Buiten beschouwing laten van giften aan echtgenoot
- Artikel 4:69Uitzonderingen op giften voor legitieme portie
- Artikel 4:70Inkorting van giften op de legitieme portie
- Artikel 4:71Verrekening van verkrijging met legitieme portie
- Artikel 4:72Verwerping door legitimaris als erfgenaam
- Artikel 4:73Verwerping van legaat door legitimaris
- Artikel 4:74Contante waarde van legaat in termijnen
- Artikel 4:75Legitieme portie en erfrecht onder bewind
- Artikel 4:76Waardering van vruchtgebruik bij legitieme portie
- Artikel 4:77Verlenging van termijnen door kantonrechter
- Artikel 4:78Inzagerecht van de legitimaris
- Paragraaf 3. Het geldend maken van de legitieme portie
- Artikel 4:79Vordering ter zake van de legitieme portie
- Artikel 4:80Vordering tot voldoening van de legitieme portie
- Artikel 4:81Opeisbaarheid van de vordering wegens legitieme portie
- Artikel 4:82Opschortende voorwaarde ten behoeve van echtgenoot
- Artikel 4:83Opeisbaarheid van de vordering van de legitimaris
- Artikel 4:84Wettelijke rente over legitimaire vorderingen
- Artikel 4:85Vervaltermijn voor de legitieme portie
- Artikel 4:86Aanvang termijnen bij eerdere beschermingsmaatregel
- Artikel 4:87Volgorde van inkorting van makingen
- Artikel 4:88Voldoening van belasting over vordering legitimaris
- Artikel 4:89Inkorting van giften
- Artikel 4:90Inkorting van giften
- Artikel 4:91Inkorting van makingen en giften aan stiefkinderen
- Artikel 4:92Overgang van bevoegdheden van legitimaris
- Afdeling 4. Vorm van uiterste willen
- Artikel 4:93Nietigheid van gezamenlijke uiterste wil
- Artikel 4:94Vorm van de uiterste wil
- Artikel 4:95Vormvereisten onderhandse uiterste wil
- Artikel 4:96
- Artikel 4:97
- Artikel 4:98Uiterste wil van militairen
- Artikel 4:99
- Artikel 4:100Einde van de uitzonderingstermijn voor uiterste wilsbeschikkingen
- Artikel 4:101Uiterste wil tijdens een reis
- Artikel 4:102Uiterste wil onder buitengewone omstandigheden
- Artikel 4:103Vormvereisten van uiterste willen
- Artikel 4:104Onderhandse uiterste wil in bewaring
- Artikel 4:105Geldigheid ongedateerde onderhandse uiterste wil
- Artikel 4:106Inzending van akte naar testamentenregister
- Artikel 4:107Vernietigbaarheid wegens verstreken termijn
- Artikel 4:108Vernietigbaarheid van vormgebrek bij overlijden binnen zes maanden
- Artikel 4:109Nietigheid en vernietigbaarheid van uiterste wil wegens vormgebrek
- Artikel 4:110
- Afdeling 5. Herroeping van uiterste wilsbeschikkingen
- Artikel 4:111Herroeping van uiterste wilsbeschikkingen
- Artikel 4:112
- Artikel 4:113Terugvordering van in bewaring gegeven uiterste wil
- Artikel 4:114Herroeping door vernietiging van het stuk
- Afdeling 1. Erfstellingen
- Artikel 4:115Begrip erfstelling
- Artikel 4:116Rechten en verplichtingen van ingestelde erfgenamen
- Paragraaf 1. Algemene bepalingen
- Artikel 4:117
- Artikel 4:118Overgang van verplichting tot voldoening van legaat
- Artikel 4:119Kennisgeving van het legaat aan de legataris
- Artikel 4:120Vermindering van legaten bij ontoereikende nalatenschap
- Artikel 4:121Vermindering van sublegaten en lasten
- Artikel 4:122Volledige voldoening bij inkorting of vermindering van legaat
- Artikel 4:123Wijziging of opheffing van legaatverplichtingen
- Artikel 4:124Recht op vruchten van gelegateerd goed
- Artikel 4:125Opeisbaarheid van een legaat van een geldsom
- Paragraaf 2. Giften en andere handelingen die worden aangemerkt als legaten
- Artikel 4:126Gelijkstelling van schenkingen met legaten
- Artikel 4:127Inkorting van begunstiging bij derdenbeding
- Artikel 4:128Overeenkomstige toepassing bepalingen legatarissen
- Artikel 4:129Voorwaarde bij handeling aangemerkt als legaat
- Afdeling 3. Testamentaire lasten
- Artikel 4:130Begrip testamentaire last
- Artikel 4:131Vervallenverklaring wegens niet-uitvoering van een last
- Artikel 4:132Overgang van testamentaire last
- Artikel 4:133Belette of teweeggebrachte voorwaarde bij testamentaire last
- Artikel 4:134Wijziging of opheffing van een last
- Afdeling 4. Stichtingen
- Artikel 4:135Making aan een op te richten stichting
- Afdeling 5. Makingen onder tijdsbepaling en onder voorwaarde
- Artikel 4:136Erfstelling onder tijdsbepaling en vruchtgebruik
- Artikel 4:137Vervulling van opschortende voorwaarde bij making
- Artikel 4:138Erfstelling onder voorwaarde
- Artikel 4:139Belette of teweeggebrachte vervulling van voorwaarde
- Artikel 4:140Verval van voorwaarde na dertig jaren
- Artikel 4:141Making onder ontbindende en opschortende voorwaarde
- Afdeling 6. Executeurs
- Artikel 4:142Benoeming van executeurs
- Artikel 4:143Aanvaarding en uitsluiting van het executeurschap
- Artikel 4:144Taak en beloning van executeur
- Artikel 4:145Beheer en vertegenwoordiging door de executeur
- Artikel 4:146Taken van de executeur bij beheer
- Artikel 4:147Bevoegdheden van de executeur
- Artikel 4:148Inlichtingenplicht van de executeur
- Artikel 4:149Einde van de taak van de executeur
- Artikel 4:150Beëindiging van het beheer door de executeur
- Artikel 4:151Rekening en verantwoording door de executeur
- Artikel 4:152Gelijkstelling van echtgenoot met vruchtgebruik
- Paragraaf 1. Algemene bepalingen
- Artikel 4:153Instelling en ingangstijdstip van testamentair bewind
- Artikel 4:154Omvang van het testamentair bewind
- Artikel 4:155Vermoeden omtrent het belang van het bewind
- Artikel 4:156Onbekende belanghebbende bij testamentair bewind
- Paragraaf 2. De bewindvoerder
- Artikel 4:157Benoeming en hoedanigheid van de bewindvoerder
- Artikel 4:158Taakverdeling tussen bewindvoerders
- Artikel 4:159Beloning van de bewindvoerder
- Artikel 4:160Beschrijving en inschrijving van het bewind
- Artikel 4:161Rekening en verantwoording door de bewindvoerder
- Artikel 4:162Uitkering van vruchten onder bewind
- Artikel 4:163Aansprakelijkheid van de bewindvoerder
- Artikel 4:164Einde hoedanigheid bewindvoerder
- Artikel 4:165Verplichtingen van de gewezen bewindvoerder
- Paragraaf 3. De gevolgen van het bewind
- Artikel 4:166Bevoegdheden van rechthebbende naast bewindvoerder
- Artikel 4:167Bevoegdheden van rechthebbende bij testamentair bewind
- Artikel 4:168Gevolgen van onbevoegde rechtshandelingen onder bewind
- Artikel 4:169Toestemming van rechthebbende voor bewindvoerder
- Artikel 4:170Bevoegdheden van de bewindvoerder bij gemeenschap